Verkiezingen


Van vrije verkieziingen hadden ze vroeger nog nooit gehoord, want het stemrecht was vroeger slechts voor weinigen weggelegd. Het was zelfs niet het recht van een persoon, maar het stemrecht was gebonden aan een boerderij of soms zelf aan een stuk land, waar ooit een boerderij op had gestaand; een zogenaamd hornleger.
Zo had elk dorp een aantal stemmen, dat door de eeuwen praktisch niet veranderde. 
Schettens had 15 en Longerhouw had 7 stemmen. Dit systeem functioneerde vanaf de 16e eeuw tot de komst van Napoleon in 1795. De eigenaren van een boerderij of een stuk land konden op gezette tijden hun stem uitbrengen om de grietman (burgemeester) te kiezen. Deze stemmen werden voor het eerst in 1640 geregistreerd. Per dorp staan daarin keurig alle eigenaars genoteerd en tevens staan ook de gebruikers (meijers) vermeld. Om de 10 jaar werden deze zogenaamde 'stemkohieren' opnieuw opgesteld. Wilde iemand grietman worden, overigens een zeer gewild en lucratief ambt, dan moest diegene proberen zoveel mogelijk stemmen te vergaren. Dat kon op meerdere manieren. Zo kon hij veel boerderijen opkopen, maar ook d.m.v. een uitgebreid (familie) netwerk (die op hun beurt stemmen bezaten) kon je een gooi naar het ambt doen. Daarnaast gaven ze enorme bedragen uit aan traktaties in dorpskroegen om de rest van de stemmenbezitters te overtuigen om op hem te stemmen. Het werd echter steeds moeilijker voor 'nieuwkomers' zich te mengen in deze strijd. De functie van grietman vererfde namelijk vaak binnen dezelfde familie. Een goed voorbeeld hiervoor is natuurlijk onze eigen Van Osinga familie.