Torenuurwerken in de stad Sneek

Sneek is één van de 11 steden in Friesland en als vanouds heeft het een belangrijke regiofunctie. Het was in het verleden de enigste ommuurde stad in Friesland en daarvan resteert feitelijk nog de Waterpoort.

Ieder zich zelf respecterend stadsbestuur zorgde voor de tijdsaanduiding. Hoe dit in Sneek was geregeld proberen we in dit artikel enigszins te reconstrueren.

Allereerst geven de Stadsrekenboeken ons een belangrijk licht op de hoeveelheid uurwerken in de stad.
We komen hierin uitgaven tegen voor (onderhoud van) torenuurwerken voor de volgende gebouwen:
1. Martinikerk (Grote kerk)
2. Kleine kerk
3. Oosterpoort
4. Hoogendsterpoort (Waterpoort)

Er waren dus twee Hervormde kerken in de Stad, de Martinikerk en de Kleine kerk. Alleen Hervormde kerken van de Hervormde godsdienst kwamen in aanmerking voor (geldelijke) ondersteuning. Zowel de Martinikerk als de Kleine kerk hebben torenuurwerken gehad in de 17e eeuw. Dit blijkt overduidelijk uit de 2e vermelding die we tegenkomen in het Rekenboek. Daar staat:

'Den 15en xbris 1645, Frans Sioerdts van 't repareren der urwercken soo in de groote als kleine kerk, f 45-10'

Frans Sjoerds is de eerste uurwerkmaker die we aantreffen in Sneek, overigens krijgt hij in 1642 ook al betaald voor onderhoud aan het 'stadsuurwerken'.
In 1636 legt Frans de burgereed af en is dan afkomstig van Franeker, waar hij geboren is. Hij is hoogstwaarschijnlijk een zoon van Sjoerd Pieters, die ook uurwerkmaker te Franeker was van ong.- 1610 tot 1644, en Aafke Lieuwes.

De zonet genoemde uitgave voor de stadsuurwerken geeft duidelijk aan dat het onderhoud van de uurwerken, die in een kerkelijk gebouw zaten, door het Stadsbestuur werden betaald.
De openbare tijdsaanduiding zal dus in een stad van zulk groot belang zijn geweest, dat de stad de kosten hiervoor op zich nam. Of en hoe e.e.a. was vastgelegd tussen kerkbestuur en stad is mij overigens niet bekend.
De voormalige toren(s), dakruiter en carrillon zijn nog steeds eigendom van de gemeente Sudwest-Fryslân

Ook op 31 december 1647 krijgt 'slotmaker' Frans Sjoerds wederom betaald voor arbeidsloon aan 'beider uurwerken', ditmaal totaal f 41:18 caroli gulden.

Vervolgens is het qua grote bedragen even stil in de boeken, maar in 1679 duikt 'Hopman Hennema' op, die in dat jaar f 40:19 cg verdient  aan het uurwerk.
Dit is Sipke Hinnes Hinnema, burger hopman en uurwerkmaker te Sneek vanaf 1652 toen hij de burgereed aflegde. Hij was toen afkomstig van Bolsward als zoon van uurwerkmaker Hinne Pijters.
Een paar jaar later, in 1684, komen we de volgende uitgaaf tegen:

'(9 jan 1684) dito Hijlke Sipkis betaalt drie hondert veertig gg wegens 't groot uurwerck etc volgens specif: ord en qte: met nr. 77'

Er staat verder niet bij voor welk gebouw dit uurwerk dan gemaakt zou zijn, maar omdat er specifiek 'groot uurwerck' bij staat, gaat het hier vermoedelijk om de Grote Kerk, nu meer bekend onder de naam Martinikerk.
Er valt zelfs een gebeurtenis min of meer aan te koppelen. In 1681 stortte het Romaanse westfront van de kerk in elkaar en nam daardoor ook de middelste van de drie (!) torens mee. Ook de overige twee torens werden vervolgens volledig afgebroken. Wellicht is het nieuwe uurwerk toen geplaatst bij de (reeds aanwezige) dakruiter. De grote en zware klokken hingen overigens reeds vanaf het begin in het nog steeds aanwezige klokhuis.

Hijlke Sipkes Hennema was weer de zoon van Sipke Hinnes hiervoor genoemd. Hijlke leek een carriere in de stad Bolsward tegemoet te gaan, want hij legde daar de Gilde meesterproef af voor slotmaker op 13 juni 1680. Echter kort daarna, op 3 oktober van hetzelfde jaar, overleed zijn vader. Als oudste zoon was hij waarschijnlijk voorbestemd om de werkplaats van zijn vader over te nemen. In 1684 huwde hij te Sneek met Rixtie Tjeerds Norman, een burgermeestersdochter.

Vervolgens is het bijna een eeuw lang stil voor wat betreft grote uitgaven aan uurwerken, want pas in 1770 komen we weer een flinke bedragen tegen.

'Den 1 October (1770) betaalt aan H J Dijkstra Drie hondert ses en veertigh Car gls agt wegens verdeint arbeidsloon ende aan t verniewt uurwerk volgens specif: ord:tie: en qtie N 135, f 346-8'.
en
Den 1 October (1770) betaalt aan Pijter Nessink Tweehondert tien Car gls seven strs wegens verdient arbeidslon ende aan t nieuw uurwerk volgens specific: ord:tie: en quitie: n. 136, f 210-7'

Harmen Jans Dijkstra  was uurwerkmaker te Sneek tussen 1750-1778. Hij was gehuwd met Akke Jelles Hamersma die, zoals haar achternaam mooi weergeeft, uit een smedenfamilie stamde.
Ook Harmen kwam uit een smedenfamilie, want zijn vader was ook smid evenals zijn grootvader Harmen Jansen Faber, die zelfs het latijnse woord voor smid 'Faber' hanteerde.

Ook deze uitgave kan gekoppeld worden aan een gebeurtenis, want in 1771 is de dakruiter van de Grote kerk vervangen door de nog steeds aanwezige koepel. Tegelijkertijd kwam er een nieuw carillon in de koepel, die de reden zou kunnen zijn van een nieuw uurwerk.
Van de eveneens genoemde Pijter Nessink zijn minder details bekend en wellicht was hij de smid, die de installatie maakte voor het carillon. Of het was gezien de moeilijkheid van een carrillon, een gezamenlijk project. Deze Pieter huwde in 1739 met Ymkjen Pytters Radersma, die zoals haar achternaam aangeeft, ook uit een uurwerkmakersfamilie stamt. In ieder geval was haar broer Ruurd Pytters Radersma uurwerkmakersknecht te Sneek.

Een paar jaar later komt de volgende uitgaaf:

1773. 'specificatie ten laste van de stad Uit order van Heeren Boumester Pitter Minnema en Josep Noijon. Het Uierwerck van de stad port gehald den 11 Februarij met min knegt 8 gatten verbost en aen het slagwerck geheel verbeter en verderts schonmakt en alles wer in order gebragt en oock aen het Stad Huis Klok wat aen arbeit met Min knegt 12 dagen gearbeit en den 5 Mart weer in de Stad Port gebragt.
Dags 1 gulden 10 stuves soomma 18 guldens.  Andries Lammerts Raelta Sneek den 11 Mart 1773.  f 18-0-0'

De hierboven genoemde heren Pitter Minnema en Josep Noijon waren op dat moment lid van het stadsbestuur/vroedschap. Overigens was een zus van burgmeester Josep Noijon, Aagje Noyon, gehuwd met de hierboven reeds gememoreerde uurwerkmakers(knecht) Ruird Pieters Radersma.

In deze uitgave krijgt uurwerkmaker Andries Lammerts Raelta 18 gulden voor o.a. 'verbeteringen' aan het uurwerk uit de stadspoort. Zijn vader was 'cherger', d.w.z. iemand die belasting ophaalde en hij huwde met Aeltje Pyters Oncruid.  Een link met andere uurwerkmakers of smeden heb ik nog niet kunnen ontdekken.  In ieder geval deed Andries in 1744 zijn meestersproef voor het St. Eloys smedengilde te Sneek.
Wat verder interessant is, is dat hier voor het eerst een stadspoort wordt genoemd.

Sneek had in die tijd nog drie stadspoorten: de hierboven reeds genoemde Oosterpoort en Hoogendsterpoort (Waterpoort) en verder nog de Noorderport.
Waarschijnlijk heeft de Noorderpoort nooit een uurwerk gehad, aangezien ik deze niet in de uitgavenposten ben tegengekomen. Ook op een schilderij van deze poort van begin 19e eeuw, is geen wijzerplaat te zien.

Resteren dus de Ooster- en de Hoogendsterpoort. Aangezien wij de Hoogendsterpoort zometeen  nog tegenkomen, moet het hier wel gaan om het uurwerk in de Oosterpoort.
Volgens een uitgaven uit 1826 van geschiedschrijver Eelco Napjes, kreeg de Oosterpoort in 1740 een uurwerk. Hij schrijft namelijk:

'De Oosterpoort. [....] Thans zijn dezelve met het gebouw onder een dak, in welks midden een torentje, waarin een staand uurwerk is, met twee uurwijzers, welke verbetering in 1740 is tot stand gebragt'.

Bovenstaande verbetering klopt, want in de rekenboeken staan de volgende uitgaven:
'1 december 1740. Aan Ciprianus Crans voor een metalen klok op de Oosterpoort. f 74-13'
'22 december 1740. Aan Fedde Hoppers, voor de wijzers etc. op de Oosterpoort f 28-14'
'26 juli 1742. Aan vroedsman H. Dijkstra voor 't uurwerk op de Oosterpoort f 57-2'

In 1742 kreeg vroedsman Harmen Jansen Dijkstra dus 57 gulden voor het leveren van het uurwerk in de Oosterpoort. Deze Harmen was de grootvader van de latere uurwerkmaker met dezelfde naam.Of eerstgenoemde Harmen ook uurwerkmaker was, is met deze uitgave wel bijna zeker.

'1776. Burgermeesteren Schepenen ende Raden der Stede Sneek, ordommerende Rentmr Ype Staak te betalen aan Jacob Seldentuis de somma van Drie hondert veertien Car guls agt strs acht penn: Wegens het maken van een nieuw uirwerk op het Hoog End, het welk hem met vertoninge van qtie: in Rekeninge voor uitgave sal worden gevalideert
In kennise van mij Preeses, Claas Gosliga. f 314-8-8'

Zoals gezegd was dus een paar jaar later de Hoogendsterpoort aan de beurt om een uurwerk te krijgen. De opdracht ging ditmaal naar uurwerkmaker Jacob Jacobs Seldenthuis, die door zijn drukke baan waarschijnlijk zelden thuis was :-). Hij was mr. uurwerkmaker te Sneek tussen 1745 en 1788. Van zijn verdere relaties met smeden/uurwerkmakers heb ik nog niets kunnen vinden. Wel was zijn zoon Jacob Pieters Zeldenthuis ook uurwerkmaker in Bolsward.

'1787. Aan Jacob Seldenthuijs Elf Cargl: ses stuijvers waegens Reparatie aan de uijrwerk opt hoog End, en de Oosterpoort volgens twee Ordon: en Quit: met No. 56 dus f 11-0-0'

Elf jaar later krijgt hij nogmaals de opdracht om beide uurwerken in de poorten te repareren.

In 1938 is er in de Hoogendsterpoort een nieuw uurwerk gekomen, een zogenaamd Eijsbouts uurwerk. Het oude uurwerk is vervolgens herplaatst in de toren van Peins.

De Grote Kerk of Martinikerk, zoals die er voor 1681 uitzag.

Grote- of Martinikerk, recente opname. Rechts het houten klokhuis.

Hierboven: de waterpoort uit 1870, zoals die er voor de grote restauratie van 1877 uitzag.
Op het koepeltje is de wijzerplaat te zien.


boven: Oosterpoort op schilderij van 1829. Op het koepeltje is de wijzerplaat te zien. (bron: geheugenvannederland.nl)

boven: Noorderpoort op een schilderij uit 1820-1826. Hier is geen wijzerplaat of koepeltje te zien, wat erop wijst dat hier nooit een uurwerk in heeft gezeten.


boven: wijzer van een wijzerplaat, gevonden in Waterpoort.
Volgens S. ten Hoeve is deze mogelijk afkomstig van het uurwerk welke in 1776 werd geplaatst.

(zie ook collectie Fries Scheepvaart Museum: 'Wijzer. Koper, beschilderd met goudkleurige verf. Meerdere, op elkaar geklonken, lagen waarbij de voorste is opengewerkt.
Voor de as is is een bus aangebracht met een losse loden voering. Aan de achterzijde een ingeslagen letter: K.)

 

Gewicht wat afkomstig zou zijn van het uurwerk uit de Martinikerk te Sneek.
Bevat opschrift: 'R. Rodenburg / Sneek / 1879'
Dit is Ruurd Rodenburg (1848-1943), uurwerkmaker o.a. te Sneek.

(zie ook collectie Fries Scheepvaart Museum te Sneek)