Stoeppaal met wapen Van Osinga

Uit:
Terschelling... stoeppalen
Belicht in samenhang met die, die elders in Friesland voorkomen
door: J.A. Deodatus
Uitgave: Stichting ons Schellingerland, 1978               


LEEUWARDEN
Fries Museum, Turfmarkt

In 1975 bevonden zich op de binnenplaats van het museum een viertal stoeppalen. Deze stenen hebben geen inventaris nummer en de herkomst is slechts in n geval bekend. Er zijn plannen om, na het gereedkomen van de verbouwing van het museum, deze stenen te plaatsen op de stoepen van de panden, waaruit het museum bestaat.
Tijdens de werkzaamheden van de verbouwing kwamen nog een een tweetal stoeppalen uit de grond, voor het pand Turfmarkt 20 te voorschijn.
Zoals we reeds in de inleiding schreven zullen we de in het museum aanwezige stoepafsluitende stoeppalen buiten beschouwing laten.

5.
De vormgeving van deze stoeppaal behoort niet tot n van de drie typen van Fr. Beekman. Toch is het wel een renaissance-vorm uit ongeveer dezelfde tijd als die typen van Fr. Beekman. Doordat deze steen uit de grond vr het pand Turfmarkt 20 tevoorschijn kwam, weten we niet precies hoe deze steen oorspronkelijk op de stoep heeft gestaan. Een echte stoeppaal of een deel van een balustrade? Wel zien we hier weer de mannelijke wapenvorm, met een wapen "en relif".
In "Grafschriften tussen Vlie en Lauwers", deel III Leeuwarden, blz. 96 komt dit wapen voor, maar daar zijn de roos en de lelie in n ongedeeld veld geplaatst. Doordat het wapen hier gevonden werd op een "oude afgesleten, overgebeitelde zerk" konmen de namen niet meer ontcijferen. Onder het afgebeelde wapen no. 22 staat dan ook een vraagteken. Chartermeester van het R. Archief te Leeuwarden, de heer J. Visser, vermoedt dat hier, op onze stoeppaal, waarschijnlijk bedoeld is het wapen van de familie Osinga, die eind 17e eeuw is uitgestorven en waarvan leden grietman zijn geweest van Wonseradeel en later Doniawerstal. Ze komen voor in het Stamboek van de Friese Adel en kunnen inderdaad tot die adel worden gerekend. De laatste man van die familie zou Sybren (Sybrand) van Osinga zijn geweest (volgens het Stamboek overleden in 1680, maar volgens een aantekening in handschrift daarin, al vr 1677), Grietman van Doniawerstal. Een zuster van hem, overleden in 1699, was waarschijnlijk de laatste van haar geslacht. Een wapen met halve Friese adelaar en de roos en lelie in een ongedeeld veld zou kunnen wijzen op de familie Albada, die dat wapen voerde
(afb. 15, blz. 18)