Sedlnitzky familie

Een adellijke familie uit Tsjechie. 

Lees meer over de kastelen en dorpen waar ze woonden.

Ook wel: Sidlenisky, Sidnisky, Sednisck, de Zedlitz,  Zedliz, Seydlitz
Genealogie: http://patricus.info/Rodokmeny/Sedlnitzky.txt
Genealogie: http://www.zamekbilovec.estranky.cz/clanky/sedlnicti-z-choltic/rodokmen.html


Peter van Sedlnitzky (1549-1610)
Hij was Baron van Choltitz en Füllstein
Over hem:

Nicolette Mout, Bohemen en de Nederlanden in de zestiende eeuw (Proefschrift Leiden,
Leidse Historische Reeks, XIX; Leiden: Universitaire Pers, 1975, xiii en 206 blz., ƒ 38,50,ISBN 90 6021 226 6).


Georg Sigismund de Zedlitz (ong. 1590-<1660)
Tresoar: hij is kapitein van een compagnie Hoogduitse soldaten.
Op 1-11-1644 wordt hij kapitein, als opvolger van wijlen De Viry. (Zie commissieboeken 's Gravenhage).
Hij trouwde op 11 december 1653 te Schettens met Lolck Scheltes van Aysma
In 1696 is een Zedlitz kapitein over een compagnie in Groenlo
, wellicht een zoon?

zie ook; -Ned. Adelsboek 1906.

De slavische variant van Georg is Jiři of Jiřík.


In Bilovec zijn drie grafstenen aanwezig, die in 2013 zijn verplaatst van de begraafplaats naar de kapel.
 

Dit is de tripel van grafstenen van de familie van de eigenaar in Bílovec. De centrale grafsteen behoort toe aan de baron van Charles A. Sedlnitz van Choltic (overleden op 20 september 1871). Het linker graf is van zijn moeder, barones Aloisius Luis Sedlnitz van Choltic, geboren von Foullon de Norbeeck (overleden op 13 januari 1802). De echte grafsteen is van een onbekende gravin, geboren Wagner van Wagensfeld. Sinds het najaar van 2013 zijn de grafstenen verplaatst van de begraafplaats naar de kapel, waar ze toegankelijk zijn voor het publiek.

 

Hieronder de vermoedelijke familierelatie tussen deze twee leden van dit geslacht.
 

 

28. SEDLNITZKY Z CHOLTITZ Jiřík starší, (son of SEDLNITZKY Z CHOLTITZ Zikmund and HERBURTOVÁ Z 
 FULŠTEJNA Anna - 13). 

 

54. SEDLNITZKY Z CHOLTITZ Zikmund mladší, (son of SEDLNITZKY Z CHOLTITZ Jan starší and ŽABKOVÁ 
 Z LIMBERKA Johanka - 29) died 9 Jan 1606 in Bílovec. 

 He married RUBIGALOVÁ Z KARLSDORFU Sára 1588. 
 RUBIGALOVÁ Z KARLSDORFU Sára, (daughter of RUBIGAL Z KARLSDORFU Pavel and SALISOVÁ Z 
 HIRŠPERKA Sára - 29). 

 =asi už 1586 - SZM1995

 He married TVORKOVSKÁ Z KRAVAŘ Anna EST 1597. 
 TVORKOVSKÁ Z KRAVAŘ Anna, (daughter of TVORKOVSKÝ Z KRAVAŘ Jiří Bernart and FULŠTEJNA, Z 
 Magdalena - 29) died AFT 1607. 

 dcera Bertolda a Benigny z Vrbna - www.geneall.net

Children by RUBIGALOVÁ Z KARLSDORFU Sára:
+69iSEDLNITZKY Z CHOLTITZ Hynek Vilém
+70iiSEDLNITZKY Z CHOLTITZ Jiřík Albrecht
+71iiiSEDLNITZKY Z CHOLTITZ Jan Václav
+72ivSEDLNITZKÁ Z CHOLTITZ Sára

 

65. SEDLNITZKY Z CHOLTITZ Jiří, (son of SEDLNITZKY Z CHOLTITZ Jan - 47). 
 
70. SEDLNITZKY Z CHOLTITZ Jiřík Albrecht, (son of SEDLNITZKY Z CHOLTITZ Zikmund mladší and 
 RUBIGALOVÁ Z KARLSDORFU Sára - 54) died AFT 1612. 

 

Onder: Vermelding in trouwboek Schettens uit 1653.


Rotterdamsch Jaarboekje, 1913

http://rjb.x-cago.com/

 

 


http://www.historie.hranet.cz/heraldika/zkgho/zkgho36.pdf

In 1621 schreef Bernhardus Weickardus Sedelnirzki zich in bij de Franeker Universiteit. Hij was toen afkomstig uit Tsjechie, 'De Choltiz'.

NUMBER 5
Zelfs in het geval van Bernard Vejkar Sedlnický
van Choltic is opgenomen in de geslachts-genealogie
moeilijk. Zijn naam komt zelfs niet voor in
een zeer gedetailleerde stamboom samengesteld door ing.Nirtlem.
Hij is zeer waarschijnlijk een zoon
een van de belangrijkste leiders van de rebellie in Moravië,
Petra st.Sedlnického van Choltice uit de Fulstein-tak. Reeds in 1618 ging hij het
rijregiment in dienst van rebellen in en genoot van de verschijning
eerdere ervaringen met anti-Turkse oorlogen
in de Honderden Grote eer, na het gevecht met de Witte Berg
vluchtte naar Nederland, maar viel al in 1622 om
beleg Zullichu. Dat is waarom we zijn naam vinden
eerst in het oordeel van 12 augustus 1622
boven dode opstandelingen. Van het eerste huwelijk
met Kateřina Pražmovouz Bílkova kwamen er drie
de dochters waarvan Agolonia in 1617 is getrouwd
Vejkarta5kocha Certorejského z Čertorej, Estera
wordt herinnerd in 1652 in Amsterdam als
de weduwe van Hamilton en Anna is in ballingschap

ze huwde Isaac hr. Perponchera, wiens nakomelingen
werden geschreven door Perponcher-Sedlnitzky. De tweede Petra
vrouw is stalavMarkéta Kordu19vá van Sloupno, weduwen
na ~ B ~ rnartu Certorejském van Certorej waarvan porucenstvl
van 8 april 1601 was het aardse bureau
ingevoegd een jaar later. Hij kwam uit dit deel
de zoon van Bernart Vejkart, wiens voornamen in feite het
bewijs zijn van de nauwe verwantschap van beiden. Het andere lot van dit bijna onbekende lid
van de Sedlins van Choltice weet ik niet meer.
Basis literatuur:
SDA Opava, Het landgoed van ing.Josef Nirtla, afstamming
Sedlin van het Moravische Land van Choltica
platen III., 1567-1641, K ~ i Brněnský, Praha 1957, p.337.338; UN XXII, Praag 1904, p.759;
F. Hrubý, Moravian Correspondence Act of the Years
1620-1636, deel 1, Brno 1934, blz. 185, 189, 263;
B. Jelínek, Die Bohmen in Kampf um ihre Selbstandigkeit
1618-48, 2 vol., Praag 1916

 


Familie de Zedlitz

zie ook: Google Book:

Des Schlesischen Adels Anderer Theil, Oder Fortsetzung Schlesischer ...
https://books.google.nl/books?id=YsudFdvNr5cC&pg=PA1002&lpg=PA1002&dq=lorentz+sigmund+van+sedlitz&source=bl&ots=PuCOQOhXdM&sig=wp-Lg1ORQ_r1bvy4TQOZ82apsxY&hl=nl&sa=X&ved=0ahUKEwiDvKrfmbzaAhXCb1AKHU2dBQ0Q6AEIMTAB#v=onepage&q=die%20van%20seidlis&f=false


Uit: De Navorscher, zestiende jaargang, 1866

http://www.dbnl.org/arch/_nav001186601_01/pag/_nav001186601_01.pdf

Het adellijke geslacht de Perponcher Sedlnitzk.y (vgl. XIII. bl. 348). Daar de heer J. VAN DER BAAN aanvulling vraagt van het daar geleverde, zoo neem ik de vrijheid hem oplettend te maken op PETER VAN SEDLNITZKY, een vrijheer, van Bohemen afkomstig, die in 1587 door den graaf van Leycester en den raad van state tot overste luitenant wan het krijgsyolk te voet en te paarde werd aangesteld, en die na 1597 ais wachtmeester generaal onder prins MAURITS voorkomt. Te gelijk met eerstgenoemde aanstelling benoemden gedeputeerde staten tot die betrekking den hopman MICHIEL HOGELCKO. Dit misverstand had greote gevolgen, ook in een hevigen twist tusschen beide bevelhebbers, die van langen duur was en waarin vele personen werden betrokken. Naar aanleiding van de friesche geschiedschrijvers en een aantal geschrevene en gedrukte stukken (waaronder ook eeae gedrukte verdediging van SEDLNITZKY) in het rijks archief bewaard, heb ik van dit merkwaardige voorval reeds in 1838 een uitvoerig verhaal gegeven, getiteld : Geschiedkun(1ige Beschrijving van eene zilveren medaille of Friesche Gelegenheidspenning voor MICHIEL HOGELCKO, geplaatst in het eerste deel van den Vrjen Fries, Mengelingen van het Friesch Genootschap, Leeuward. 1839, bl. 321, waarheen ik verder verwijs. W. EEKHOFF.


 

George Sigismund de Zedlitz, geboren omstreeks 1615, huwde 11 december 1653 met Lolck Scheltes van Aysma , geboren 24 augustus 1617.

George was kapitein van een compagnie Hoogduitse soldaten in het Staatste leger.
In zijn huwelijksakte: Jan Jarich Sigmont Zedliz

a

http://www.zedlitz.net/

 

-------------------

In 1696 is een Zedlitz kapitein over een compagnie in Groenlo.

'-----------------

Raad van State: Commmissieboeken, Naam: George Sigmunt van Zedlitz

Zoeken

Meer resultaten

Naam George Sigmunt van Zedlitz

Functie Kapitein

Voorganger wijlen De Viry

Datum 1644-11-01

Bronverwijzing Nummer toegang: 1.01.19, inventarisnummer: 1527, folionummer: 103

--------------

Trouwboek Groenlo:

 


 

 

zie ook; -Ned. Adelsboek 1906.

11.01.1696 den 11 januarii - PETER MASEICK, soldaet onder de compagnie van de heer capitein Zedlitz, met JOHANNA KISVELT, d. van Jan van Kisvelt alhier. Gecop. den 24 januari 1696.

 

Zie ook: Sedlnitzky

Peter von Sedlnitzky, baron van Choltitz en Füllstein, geb. 1549, gesneuveld voor Gulik, aug. 1610, vermoedelijk zoon van Wensel von Sedlnitzky en Anna Ssamarowsky. Hij kwam in het laatste van de 16e eeuw vanuit Bohemen naar Holland en werd in 1587 door Leicester en Raad van State tot overste-luitenant van het krijgsvolk te voet en te paard. Hij was als sergeant-majoor betrokken bij de slag van Nieuwpoort. In aug 1601 ging hij naar het belegerde Ostende.

Huwde twee keer: 1e vrouw Agnieta Spiering en 2e vrouw Christina Smullinckx.

Hij had 4 kinderen uit 1e huwelijk: Ferdinand (leefde 1611), Hester, in 1628b huisvrouw en in 1639 weduwe van Jhr. Mungo Hamilton, kapitein in Statendienst, Maria, echtgenote van Jhr. Arend of Arnold van Campen, Anna, die in 1607 huwde met Isaac de Perponcher, ridder, heer van Maissonneuve.

 

Grosses vollständiges Universal Lexicon aller Wissenschaften und ..., Volume 61


BIOGRAPH1SCH WOORDENBOEK.  VIII, door A.J. van der Aa, 1867
2e Stuk

HOGELK0 (Michel.)

of Hoegelcke, een Duitscher van geboorte , kwam vermoedelijk in 1572 met de eerste vreemde benden onder Schou wenburg en Br on khors t in Friesland. Hij komt echter eerst in 1585 als hopman in onze geschiedenis voor , en men verhaalt dat hij toen de schans bij Schooterburen of Oudeschqot aanlegde , en daarna door de staten naar Duitschland werd afgevaardigd om vier vaandels knechten op te rigten. Nadat hij aan deze blijken van vertrouwen had voldaan werd hem het oppergezag van de schans Oterdum ten zuid oos-ten van Delfzijl aan de Eems gelegen , opgedragen , in welke betrekking hij in Julij 1586 door hopman Fred er i k V e r v o u werd vervangen terwij1 hij zich met zijne kompagnie naar Dockum begaf. In Maart 1587 deden gedeputeerde staten hem de toeze,s,tging van Stein AI altissen, die na zijne nederlaag en gevangenschap weder in dienst van den Deenschen koning was overgegaan , als overste luitenant van het krijgsvolk in Friesland te zullen vervangen ; doch de stadhouder benoemde gelijktijdig , volgens de aanstelling van den graaf v an Leycester en den read van state , zekeren overste Peter van Se d 1- nitzk y, een Boheemsch vrijheer, tot overste luitenant van al het krijgsvolk te voet en te paard. Deze dubbele benoeming verwekte groote verschillen tusschen de staten en den stadhouder. Beide bleven echter in kracht , doch men zag zich, bij het geven der commission , verpligt , die zoo te wijzigen, dat HOaelko, onder de vleijendste betuigingen van zijne „vromicheyd ervareoheyt ende trouwe diensten, deze landen sints vele jaren bewezen", aangesteld werd tot overste luitenant over zeven vaandelen voetvolk , terwijI Sedlnit zk y in zijne vroegere benoeming werd bevestigd. HOgelko was door zoodanige handelwijze.diep gekrenkt, en weigerde eerst de nu veranderde commissie aan to nemen eindelijk gaf hij zooveel toe , dat hij verklaarde S e d Init z k y te willen erkennen voor zijnen oversten luitenant

925

wapenbroeder en bevorderaar ; evenwel in zoo verre , dat , als zij te zamen in een garnizoen mogten kowen , hij Sedlnitzky alleen dun wilde gehoorzamen als de stadhouder uitlandig was. De zaak zou hierbij gebleven zijn en waarschijnlijk Been verdere gevolgen hebben gehad indien men elke aanrakini; der beide oversten had kunnen of willen vermijden. Doch vat gebenrde er. Toen V e r du g o , in Junij 1589 , met zij ne benden naar bet oostelijk gedeelte der provincie Groningen was getrokken tot ontzetting van de kort to voren door graaf Willem Lode w ij k genomen schans Heide, scheen de kans goed om de schans Nijezijl met proviand te versterken. Sedert H age 1 k o in den aanvang van dit jaar Dockum verlaten en in Maart met kapitein S c h a y de schans Ematil of Enumatil op een loffelijke wijze veroverd had , was hem het opperbevel van de vestino. Nijezij1 , waarin slechts twee vaandelen lagen, toevertrouwd. TerwijI nu de beide hoplieden Frederik van Very ou en Peter Fops en staan te wachten op de bevelen van den stadhouder en de gedeputeerden omtrent het gemelde konvooi , komt er berigt dat de overste S e d In it z k y uit Holland was aangekomen , en dadelijk werd deze gelast, om met de gemelde hoplieden en 450 manschappen het transport naar Nijezijl te geleiden. Den 19 Junij begaven zij zich naar Dockum op weg , vonden daar 93 wagens met voorraad, trokken hiermede gedurende den nacht voort en kwamen met het aanbreken van den dag tusschen Visvliet en `Grijpskerk. Om zeker to gaan had V er v o u uit Dockum naar H o g e1k o geschreven , dat hij voor hunne aankomst 50 man naar Grijpskerk zou zenden, wiji men voor de vijandelijke benden uit de schans de Opslag of uit Grijpskerk vreesde. In weerwil dat Hogelko aan dit verzoek voldaan had , en het konvooi zelf 450 man sterk was, zag men zich bij Grijpskerk plotseling door een menigte miters en knechten aangevallen , die hen het intrekken der schans trachtten to beletten. Hierdoor ontstond eene schermutselina , bij welke drie wagens van den weg in den sloot vielen , ofschoon men na weinig tijds gelukkig NijezijI bereikte. Toen de proviand binnen was , overwoog men, hoe het veiligst den terugtogt te ondernemen. Er word besloten , dat H gelko zijnen hopman Tjaard Jansen W e d e r s pan met 60 man to scheep naar Grijpskerk zou zenden met last aan dezen om 30 man vooruit to laten gaan , ten einde to onderzoeken of de vijand nog in het dorp was , en zoo deze het dorp hadden verlaten, daarvan een teeken to geven door het omdraaijen van den molen.

 

926

Doch deze krijgslieden , wier voorzigtigheid, volgens R e ij d , in dezelfde mate verminderde als bun moed , door het gebruik van den aangebragten Spaanschen wijn vermeerderd was , begaven zich alien te gelijk en in wanorde nit de schepen en geraakten met hunne vijanden in een scherp gevecht , waarin 30 of 40 bleven , onder welke vaandrig Heijndrick van Lubick of Lubeck, HOgelko's stiefzoon. Zoodra deze uit Nijezijl de schermutseling zag vreesde hij het ergste, trad als een wanhopige uit de vesting naar S e d 1 n it zky , die met zijne 450 man en ruim 80 wagens op den weg reisvaardg stond en het gevecht koelbloedig aanschouwde , roepende: Trekt voort mannen1 Trekt voortl Deze weigerde zulks , voorgevende geen de minste kennis van de sterkte des cijands te hebben, en indien hij tegen den overmagtigen vijand ongelukkig streed , Nijezijl in gevaar te brengen van ingenomen te worden. Deze en andere voorwendsels vonden geen ingang bij Htigelko, en toen deze eindelijk de zekerheid van de nederlaag en het sneuvelen van den hopman bekwatn , barstte de verontwaardigde krijgsman in een vloed van woorden en verwijtingen los , Behold Sedlnitzky voor een trouwelooze en lafhartige , die als schelm waardig was zijn kop te verliezen. Deze toon was voor S e d 1 n i t sky onduldbaar en zijne zucht naar wraak en voldoening steeg ten top, toen hij , na de schans met schepen verlaten to hebben , to Leeuwarden terugkwam en zoowel bij de burgers als bij de gedeputeerden miinoeuen bespeurde. Hierop klaagde hij HOgelko bij den stadhouder aan en eischte voldoening van eer. , De zaak werd op eene bijeenkomst te Dockum en to Kollum gehouden behandeld , waar men to vergeefsch pogingen tot verzoening aanwendde. Eindelijk werd er den 3 October 1590 to Leeuwarden eene sententie uitgesproken , waarbij verklaard werd , dat Sedlnitzky zijn pligt als een voorzigtig bevelhebber gedaan had , dat hij ten onregte gescholden was , en dat de gesneuvelden zich roekeloos in het gevaar hadden gestort. H o g elk o werd dus in het ongelijk gesteld , in een geldboete van f 1000 verwezen en in de kosten van het proces , dat op f 1200 begroot werd. Deze uitspraak verwekte bier verbazing , daar afkeuring, to meer wijl HOgelko zelve voor zUne regters had betuigd , dat de gesprokene scheldwoorden hem door den drang der gevaarvolle omstandigheden gedreven , uit ongeduldigen Over en eene natuurlijke ontroering over het sneuvelen van zijn zoon waren ontvallen. H tig elk o nam nu zijn afscheid , en ontving den 16 Januarij 1591 van den stadhouder een paspoort , waarin

 

927

bij verklaarde , dat hij hem trouw gediend en zic" als een dapper en eerlijk krijgsman gedragen had. Doch weinige dagen voor zijn vertrek gaf hij , in navolging van zijne partij , een gedrukt boekje in het licht , waarin hij den stadhouder en zijne regters van partijdigheid beschuldigde, betgeen op nieuw aanleiding tot een hevige twist gaf. De gedeputeerde staten geven hem van hunne zijde bewijzen van hunne gezindheid over zijn persoon en gedrag, en vereerden hem een halssieraad of gouden keten , waaraan een gedenkpenning hing, met zijn portret en een Latijnsche inscriptiedie nog (1839) in het penningkabinet van den heer A. 1". H. Kuipers aanwezig was, en beschreven worth met eene bijgevoegde Geschiedenis van de aanleiding tot het ontstaan van den penning door den heer W. E e khoff , in het eerste deel van de Vrije Fries. Zie Winsemius. Chronique van Vrieslarit , fol. 753, 755. 770 , 798 ; van Rey d, Nederl. Owl , fol. 64 161 , 158 ; Vriesch Charterb., D. IV. fol. 708, 756 , 757.

 

--> Albuminscriptie van Jaroslaw Seifredt Sedlnizky, Freiherr von Choltitz, heer van Füllnstein en Maidelberg, gemaakt voor Johann Alberts (1600-1680).
https://www.europeana.eu/portal/nl/record/92065/BibliographicResource_1000056106928.html

 

--> Anna von Sedlnitsky (? -1635)
Rkd.nl

 

 

--> Isaac de Perponcher (1572-1656)
rkd.nl

 


https://books.google.nl/books?redir_esc=y&hl=nl&id=io1bAAAAQAAJ&q=tiaert#v=onepage&q&f=false

Oostende. Vermaerde, gheweldighe, lanckduyrighe, ende bloedighe ...

Door Philippe Fleming

Mei 1603