ARTIKELS


Uit: Bolswarder Nieuwsblad 9-6-1950.


SCHETTENS

In de loop der eeuwen

De schoolmeesters van Schettens en Longerhouw

deel II


In Mei 1778 kwam mr. Klaas Hendriks Elzinga heir als schoolmeester; zijn vrouw heette Antje Ulbes. Den 4 April 1783 werd hier nog hun zoon Hindrik geboren. Kort daarna, in Mei 1783, vinden we hem als schoolmeester te Kornwerd.

Zijn opvolger is ongetwijveld geweest Pijtter Haijes Robijn, die we hier als schoolmeester aantreffen 12 Aug. 1789 (Wons.dl E4). De 2 Mei 1790 is hij hier getrouwd met Dieuke Sjoerds van Witmarsum. Nog in hetzelfde jaar vertrokken ze naar Burgwerd.

In 1791 werd Klaas Pieters Dijkstra schoolmeester en dorprechter te Schettens. Hij trouwde hier 22 Mei van dat jaar met Foekjen Tjeerds van Engwier en was afkomstig van Kornwerd. Hun zoontje Pieter werd hier 23 Febr. 1792 geboren. Hij heeft hier gestaan tot 1796, toen de school vacant was (Lw. Crt) en heet in 1799 nog old-schoolmeester van Schettens (Wons.dl. IJ 36). Blijkbaar heeft hij geweigerd de bekende "Verklaring" van 11 Maart 1796 te tekenen, wat het Prov. bestuur toen eiste.

zijn opvolger zal geweest zijn Taeke Haaijes Robijn, die we hier reeds in 1801 aantreffen. Zijn vrouw was Celia Durks; hun zoontje Haaye werd hier 28 Sept. 1806 geboren. Deze meester was blijkbaar een broer van mr. Pijtter bovengenoemd. Hij was tevens schoenmaker en vroeg in de Lw. Crt. van 8 Mei 1802 een schoenmakersknecht!  In 1817 was het gemiddeld aantal leerlingen slechts 10. Het inkomen, dat nog steeds door de Kerk betaald werd, beliep nu f 100, benevens de schoolpenningen en vrije woning. Een rang heeft mr. Taeke nimmer behaald; hij schoolmeesterde  maar voort op zijn "Algemene Toelating", die de schoolmeesters volgens de Wet op het L.O. van 1806 moesten aanvragen. Zijn gedrag en vlijt heeten in de meergenoemde lijst van 1822 "matig". In 1823 erd er een nieuwe school gebouwed. In de zomer van 1826 heeft mr. Taeke voor de post bedankt. 

De school werd nu provisioneel waargenomen door Jacobus Regnerus Fockens. Hij was geboren in 1801 en in 1819 ondermeester te Bolsward; in dat jaar behaalde hij in April den 4e  en in Oct. de 3e rang. Te Schettens sloeg hij weer aan de studie en verkreeg in Oct. 1827 de 2e rang, waarna hij de 12 Nov. 1829 als schoolmeester naar Makkum vertrok. Deze lange provisionele waarnemeing staat in verband met een actie door Longerhouw gevoerd om een eigen school te verkrijgen. De 20 Sept. 1830 werden de Hervormde Floreenplichtigen van dat dorp in de kerk opgeroepen ter vergadering om o.a. "te delibereren over het beroepen van een bijzonderen Onderwijzer voor hun Dorp". Blijkbaar is er niets van gekomen; in de lijsten van 1836-1837 (Fr. Volksalm.) komt geen school van Longerhouw voor.

Intussen was aan de school te Schettens provisioneel benoemd Auke Willems Wezel (1829), die na het mislukken der plannen van Longerhouw, de 1 Oct. 1832 zijn vaste aanstelling verkreeg. Hij was een zoon van de Makkumer meester Wilem Gerrits Wezel en daar 12 Sept. 1802 geboren. Als kwekeling bij zijn vader verkreeg hij in April 1829 de 4e rang, waarmee hij tot de waarneming der school in Schettens geroepen werd. Hierbij is 't gebleven; wel verwierf hij nog de trouwacte (2 Jun 1832 met J. Sleefstra), doch reeds de 16 Maart 1839 is hij overleden.

De 5 Aug. 1839 trad in functie Justus Sikkes Gerkema, zoon van de meester van Abbega, daar geboren in 1814. In 1830 was hij kwekeling bij zijn vader, in 1833 ondermeester te Lemmer, in 1836 te IJlst, in welke jaren hij rep. de 4e, 3e en 2e rang behaalde. Het salaris bedroeg nu f 200 benevens de schoolpenningen en vrije woning. Omstreeks Mei 1844 vertrok hij naar Abbega als opvolger van zijn overleden vader.

De laatste onderwijzer der openbare school te Schettens is geweest Leonardus Hugius van Koppelman  Bokma, die hier 23 Sept. 1844 zijn intree deed. Geboren in 1821, was hij in 1838 kwekeling te Sneek (4e rang), in 1842 ondermeester te Harlingen (3e rang), vanwaar hij te Schettens kwam. De school telde nu 24 leerlingen. In Oct. 1849 behaalde hij de 2e rang.

Intussen had Longerhouw z'n langgekoesterde wens vervuld gezien: de Kerk had er een eigen schooltje geopend. In de Lw. Crt. van 8 April 1842 werd opgeroepen "een onderwijzer 3e rang en ongehuwd, om zich te verbinden in de Bijzondere school van de Kerk te Longerhouw alsmede tot de waarneming der posten van koster en voorzanger bij de Herv. Gemeente aldaar, op een jaarwedde van f 175 van de Kerk benevens vrije inwoning en de schoolgelden van 16 leerlingen a 40 cts. in 't kwartaal; zich aan te melden aan de secretarie van Wonseradeel.

Of deze oproeping aanstonds succes heeft gehad, kan ik niet zeggen, maar vast staat, dat in 1851 het schooltje te Longerhouw er was en dat in 1852 aan 't hoofd daarvan stond Jan Sjoerds de Jong, in 't bezit toen van de 2e rang. Hij was er in 1858 nog, doch in 1861 is dit schooltje weer opgeheven. Jan de Jong, geb. 1829, was in 1846 kwekeling te Makkum, in 1847 ondermeester aldaar. Na de opheffing van zijn schooltje in 1861 werd hij weer ondermeester te Makkum, weldra (1865) hoofd te Haskerhorne.

De opheffing der school te Longerhouw had tengevolge, dat die te Schettens in 1862 vergroot moest worden. (Gem. verslag). De school met de onderwijzerswoning behoorde nog altijd aan de Herv. Gemeente. In 1880 richtten de Kerkvoogden van Schettens zich tot de gemeenteraad met het verzoek om de school en de onderwijzerswoning aldaar te hunner beschikking te stellen. Bij raadsbesluit van 22 Jan. 1881 werd de openbare school te Schettens opgeheven, wegens gebrek aan leerlingen; de 12 Mei 1881 werd de school gesloten en aan meester Koppelman Bokma eervol ontslag verleend.

Bijzonder onderwijs

In 1872 werd hier een bijz. school voor Christelijk onderwijs geopend. Aan het hoofd van deze school hebben gestaan:

A. Hoekstra van 1872 tot 1886.
P. Kurpershoek van 1886 tot 1914
S. van Abbema van 1914 tot 1 Juli '36
(vertr. naar Lollum)
H. Pietersma van 1936 tot 1946 (vertr. naar Boxum)

Een 2e bijzondere school te Schettens (C.V.O.) werd geopend 1889. Aan het hoofd van deze school stonden:

J.W. van Beem van 1889 (kwam van Abbega) tot 1893 (vetr. naar Wanswerd)
T.J. Broers van 1893 tot 1908
J.D. de Jong van 1908 tot 1921 (naar Hoensbroek)
O. Hoekstra van 1921 tot 1923 (vertr. naar Berlikum)
J. Gras van 1923 tot 1924
G. Haarman van 1924 tot 1930 (vertr. naar Schalkhaar bij Deventer, later naar Murmerwoude)
H. Hoogeveen van 1930 (was onderwijzer te Oosterzee) tot 1 Jan. 1933 (vertr. naar Oosterwolde)
en sedert 1933 G. Eijzinga (was onderwijzer te Koudum)

 

Zoals gezegd: de kerk- en schoolgeschie-
denis van Schettens leveren de meeste ge-
gevens op.  Toch leven in Schettens ook
nog vele verhalen en anecdotes. Daar hier
echter vaak thans nog levende personen
bij zijn betrokken, lenen deze zich minder
tot publicatie in de krant. Een van onze
lezers de heer Sj. Reitsma, Kievitshorne
bij Witmarsum, werd mede door het lezen
van deze artikelenreeks geinspireerd tot
het volgende versje over het dorpje Schet-
tens, waarmede we deze dorpshistorie dan
meteen besluiten.

IT SMELLE PAED.

Stil en restich leit it doarpke
Hiel omjown troch greidelan
'k Sjoch it lizzen yn de fierte
Delset as troch mastershan

't Leit bisiden greate wegen
Iensum oan in smelle dyk
Har biwenners binne Friezen
Binne mei har doarpke ryk.

Yn it doarpke stean twa tsjerken
Ek in skoalle stiet der nest
't Alde leauwe wurd biwarre
't Jowt noch oan elts hert de rest.

't Paed is smel, 't rint troch de buorren
Oer in brege, is 't net skoan
Stean ek huzen yn de greide
En it paed wurdt smeller oan.

En oan 't ein fan 't smelle paedtsje
Leit in takomst wuder skoan
Griene grieden ein it boulan
Biede nije rispings oan.

Sis biwenners fan jim doarpke
Ja jim takomstleit ek fest
As jim gean lans smelle paden
Nei in nije iiv'ge rest.

De J.