ARTIKELS


Uit: Bolswarder Nieuwsblad 19-5-1950.


SCHETTENS

In de loop der eeuwen

De schoolmeesters van Schettens en Longerhouw

deel 1


De 1 Februari 1606 en 11 Maart 1609 komt mr. Aucke Geertz. voor als schooldienaar te Schettens (Wonsdl. C.3 en 4). Ook 26 Maart 1613 en 10 december 1614 was hij hier nog in functie (Wons.dl. C.5 en 6); hij was tevens chirurchijn, dat wil in die tijden niets anders dan barbier die ook aan "masterijen" deed.

Ofschoon de kerkvoogdij-rekeningen van Schettens vanaf 1611 bewaard zijn gebleven 1) hebben we daaraan voor de eerste jaren weinig, daar ze tot 1636 slechts afrekeningen behelzen, geen specifieke posten. Toch blijkt er nog uit, dat het jaarlijks tractement 30 goudguldens (is 42 car.gl.) bedroeg. De 16 Nov. 1626 woonde Aucke Geertzen te Witmarsum (Wons.dl. C6), waarschijnlijk als chirurchijn, want als schoolmeester was hij er niet.

De 10 Sept. 1625 was mr. Piecke Sijbrensz., schooldienaar te Schettens; zijn vrouw heette Aaltie .....
Den 12 Maart 1627 nog: mr. Piecke (Wons. dl. C9). In het Kerkvoogdij-rekenboek vinden we een acte dd 31 Jan. 1634, luidende: Pico Sibrandi is sijn jaerlyx pensioen (is tractement) vergroot met 10 car.gl., sulx hij nu sal trecken in plaetse van 110 car.gl. 120 car.gl. op voorgaende termijnen ende noch van extraordinaris voorige diensten voor 4 jaeren eens 12 car.gl., daervan hij hiernae niet sal hebben wijders 't praetenderen (is eisen) ende 'bovendien geholden sijn de scholeclock en uyrwerk wel te bewaren, luidende op voorbedongen voet, ende sal mitsdien gehouden sijn bij extra-ordinaire vereisch van saecken te doen ende procuratien d' gemeente raeckende te schrieven, ende aen de gecommiteerden te verantwoorden, sonder hiernae eets daervan extra-ordinaris te genieten".
Daar het tractement in korte jaren van 42 tot 120 gld. steeg, mag men aannemen dat de kerkvoogdij de kosterielanden toen aan zich getrokken heeft en uit de opbrengst daarvan den schooldienaar een vast tractement gewaarborgd. Hij moest - klokluiden, het uurwerk verzorgen en dorprechtersdiensten verrichten. In Maart 1636 was sprake van "de vacante school."

In hetzelfde jaar 1636 nog was mr. Marten Jansz. (alias) Scholten schooldienaer tot Schettens; het tractement bleef steeds 120 car.gl. per jaar. In 1660 werd 't schoolmeestershuis vernieuwd; kosten ongeveer f 200 gl. Hieronder hebben we te verstaan: woning en schoolvertrek, toen en nog lang daarna steeds onder één dak. In Mei 1664 ontving mr. Marten nog 4,5 jaar tractement, in Juli 1664 zijn (niet genoemde) weduwe. In die tussentijd is hij dus overleden.

Zijn opvolger was mr. Lieuwe Beernts; Allerheiligen 1664 beurde hij zijn eerste kwartaal tractement: 30 gl.; hij was dus in Augustus in dienst getreden. Aan 3 personen wordt totaal 10 gl. 1 st. 3 penn. betaald "van oncosten over 't haalen en overvoeren van de nieuwe schoolmeester". Er staat niet bij waar zij hem vandaan haalden. Uit andere bronnen weten we echter, dat hij uit Hemelum kwam. In Mei 1671 ontving mr. Lieuwe 17 gl. 3 st. 10 penn. "van 't schoonmaken van de kerck". Hij ontving tractement tot Allerheiligen 1675 en is spoedig daarna overleden, want Allerh. 1676 ontving "Ane Himckes als man en vooghd over Siouck Lieuwes zijn huijsvrouw, mede-erfgenaem van wijlen Lieuwe Beernts, voor hem en d'andere erfgenamen 120 gl. wegens 1 jaar tractement van hun wl. vaders school en kerckedienst. De familie (mischien Ane Himckes wel) heeft blijkbaar dat jaar het schooltje waargenomen.

Begin 1677 kwam mr. Reijner Claassen hier als schoolmeester. Kerkvoogden hebben nu het tractement tot 100 gl. teruggebracht. De meester schijnt hiermee geen genoegen genomen te hebben; althans hij begon hiervoer een proces. Zijn vrouw was Auckjen Douwes (Lidm.boek). In Febr. 1685 vertrokken ze naar Franeker.
Den 2 April 1687 werd hem nog 125 gl. betaald wegens achterstallig tractement, "volgens accoord daarover gemaakt"; later nog 150 gulden (1688 e.v.3). De school bleef nu enige jaren vacant, wegens deze an andere schulden der kerk. Epe Dirx nam het voorzingen in de kerk waar, Jan Sjoerds de klok en het uurwerk, de schoolmeestershuizinge werd verhuurd, en enige stuivers op de floreen (een soort van grondbelasting) omgeslagen ter inhaling van den achterstand, wat dan ook weldra weer gelukte. In 1688 was een Sieberen Douwes Hoitinga dorprechter, en Meinderd Douwes Hoitinga ontvanger van Schettens (1715 nog; +1720); zij waren echter geen schoolmeester.

Eind 1689 kreeg Schettens echter weer een school- en kerkdienaar: Jan Martens Wallinga. Het tractement bedraagt nu slechts 20 a 25 gld., zodat we mogen aannemen, dat hij de kosterie-landen (waarvan de Kerk andere jaren zo'n 50 gld. trok) weer te zijnen profijte had. 
Van voorzingen bij de kerkdiensten te Longerhouw (welk dorp zelf geen schoolmeester had; dit blijkt b.v. uit een kerkv.rek. over  over 1685-1703 in Weesboek S92 van Wonseradeel), ontving de Schettenser meester jaarlijks 6 a 7 gld: verder verdiende hij nog iets aan kerkschoonmaken vervan aan de kerk, etc. Hij was diaken te Longerhouw. Omstreeks Maart 1693 is hij als schoolmeester naar Nijland vertrokken; merkwaardig dat hij zich daar weldra Jan Martens Reijtsma noemde. Toch vergat hij Schettens niet; in 1706 en 1713 leende hij geld aan de kerk alhier.

Omstreeks Aug. 1693 werd Jacob Martens schoolmeester te Schettens; ik denk dat hij een broer van Jan was, omdat hij in de Rekening van 1694 Jacob Reijtsma heet. Hij werd in Mei 1694 schoolmeester te Schraard. Hij ontving 50 gld. tractement per jaar.

Zijn opvolger als schoolmeester te Schettens was mr. Broer Pijtters, die hier omstreeks Augustus 1694 in dienst trad. Hij ontving steeds 50 gld. per jaar, benevens iets voor kerkschoonmaken en seder 1697 per jaar 10 gld. uit de z.g. Oortjesgelden. In Augustus 1698 is hij hier getrouwd met Urseltje Pijtters, ook van Schettens; hun zoon Pijtter werd 28 Juli 1700 gedoopt, doch is jong gestorven. In Juni 1702 vertrok het echtpaar naar Wons, waar hij ook schoolmeester was.

Najaar 1702 werd mr. Gerlof Gorrijts schoolmeester te Schettens. Het tractement bleef 60 gld. per jaar. Hij kwam van Idsegahuizen, waar hij, zoals we reeds zagen, getrouwd was met Trijntje Obbes. De 24e November 1715 werd hun zoon Seerp gedoopt, 20 Maart 1718 Gorrijk, eerder waren er reeds dochters. Hij nam ook het vak van schoenlapper en is hier tussen 28 Augustus en 26 November 1719 overleden, oud 48 jaar. Men gunde de weduwe een gratiejaar.

In Augustus 1720 evenwel kwam mr. Gerrijt Eeltjes. Evenals zijn voorganger schreef ook hij de kerkvoogdij-rekeningen in 't net. Lang heeft hij hier niet gestaan; reeds in Juni 1722 is hij vertrokken, blijkbaar naar Zurich, waar sedert dien tijd een mr. Gerrijt Eelckes voorkomt. In October 1722 worden de kosten wegens het stemmen van een nieuwe schoolmeester verantwoord: 7 gulden. 19 st. 8 penn. De verkozene was: mr. Aate Wazes Hiddama; hij aanvaardde zijn kerk en schooldienst hier met Augustus 1722. Den 19 Aug. 1727 is hij hier getrouwd met Sijbrich, de dochter van mr. Gerlof Gorrijts bovengenoemd. Ze heet hier Siijbrich Gerlofs Heemstra en was 18 Sept. 1707 gedoopt. Men zou haast in de verleiding komen, haar voor een nakomeling uit het geslacht van Grote Pier aan te zien, die immers ook steeds versleten werd voor een Heemstra, en wiens vader en zoon ook Gerlof heetten. (Zie het artikel van O. Postma in "It Heitelan" van Febr. 1936). Den 18 Sept. 1728 werd hun zoon Watze geboren, 10 Maart 1730  Gerlof, 14 Febr. 1732 Meindert, en in 1738 Bancke. Beide echtelieden komen in de lidmatenlijst van 1765 nog voor. Mr. Aate komt hier in 1775 nog voor als schoolmeester. Het tractement bedroeg steeds 60 gl. en 1 gl. voor "besemen, en olij tot de clock". Af en toe ontvangt hij - blijkens de Kerkvoogdij-rek. - geld voor 't maken en lappen van schoenen voor kerkewezen. Ook kreeg hij jaarlijks ongeveer 5 gl. voor 1/2 schouw turf, waarvoor hij ten behoeve der kerkgangers des Zondags in de school een vuur moest aanleggen. Ongeveer in 1777 is de oude meester overleden.

Wordt vervolgd.