ARTIKELS


Door: Sannes
Uit: Nieuwsblad van Friesland, voortgezet in 'Heerenveense Koerier'
1941-1948


De Schoolmeesters van Wonseradeel, in den loop der tijden

16. SCHETTENS en LONGERHOUW.

De 1 Februari 1606 en 11 Maart 1609 komt mr. Aucke Geertz. voor als schooldienaar te Schettens (Wonsdl. C.3 en 4). Ook 26 Maart 1613 en 10 december 1614 was hij hier nog in functie (Wons.dl. C.5 en 6); hij was tevens chirurchijn, dat wil in die tijden niets anders dan barbier die ook aan "masterijen" deed.

Ofschoon de kerkvoogdij-rekeningen van Schettens vanaf 1611 bewaard zijn gebleven 1) hebben we daaraan voor de eerste jaren weinig, daar ze tot 1636 slechts afrekeningen behelzen, geen specifieke posten. Toch blijkt er nog uit, dat het jaarlijks tractement 30 goudguldens (is 42 car.gl.) bedroeg. De 16 Nov. 1626 woonde Aucke Geertzen te Witmarsum (Wons.dl. C6), waarschijnlijk als chirurchijn, want als schoolmeester was hij er niet.

De 10 Sept. 1625 was mr. Piecke Sijbrensz., schooldienaar te Schettens; zijn vrouw heette Aaltie .....
Den 12 Maart 1627 nog: mr. Piecke (Wons. dl. C9). In het Kerkvoogdij-rekenboek vinden we een acte dd 31 Jan. 1634, luidende: Pico Sibrandi is sijn jaerlyx pensioen (is tractement) vergroot met 10 car.gl., sulx hij nu sal trecken in plaetse van 110 car.gl. 120 car.gl. op voorgaende termijnen ende noch van extraordinaris voorige diensten voor 4 jaeren eens 12 car.gl., daervan hij hiernae niet sal hebben wijders 't praetenderen (is eisen) ende 'bovendien geholden sijn de scholeclock en uyrwerk wel te bewaren, luidende op voorbedongen voet, ende sal mitsdien gehouden sijn bij extra-ordinaire vereisch van saecken te doen ende procuratien d' gemeente raeckende te schrieven, ende aen de gecommiteerden te verantwoorden, sonder hiernae eets daervan extra-ordinaris te genieten".
Daar het tractement in korte jaren van 42 tot 120 gld. steeg, mag men aannemen dat de kerkvoogdij de kosterielanden toen aan zich getrokken heeft en uit de opbrengst daarvan den schooldienaar een vast tractement gewaarborgd. Hij moest - klokluiden, het uurwerk verzorgen en dorprechtersdiensten verrichten. In Maart 1636 was sprake van "de vacante school."

In hetzelfde jaar 1636 nog was mr. Marten Jansz. (alias) Scholten schooldienaer tot Schettens; het tractement bleef steeds 120 car.gl. per jaar. In 1660 werd 't schoolmeestershuis vernieuwd; kosten ongeveer f 200 gl. Hieronder hebben we te verstaan: woning en schoolvertrek, toen en nog lang daarna steeds onder één dak. In Mei 1664 ontving mr. Marten nog 4,5 jaar tractement, in Juli 1664 zijn (niet genoemde) weduwe. In die tussentijd is hij dus overleden.

Zijn opvolger was mr. Lieuwe Beernts; Allerheiligen 1664 beurde hij zijn eerste kwartaal tractement: 30 gl.; hij was dus in Augustus in dienst getreden. Aan 3 personen wordt totaal 10 gl. 1 st. 3 penn. betaald "van oncosten over 't haalen en overvoeren van de nieuwe schoolmeester". Er staat niet bij waar zij hem vandaan haalden. Uit andere bronnen weten we echter, dat hij uit Hemelum kwam. In Mei 1671 ontving mr. Lieuwe 17 gl. 3 st. 10 penn. "van 't schoonmaken van de kerck". Hij ontving tractement tot Allerheiligen 1675 en is spoedig daarna overleden, want Allerh. 1676 ontving "Ane Himckes als man en vooghd over Siouck Lieuwes zijn huijsvrouw, mede-erfgenaem van wijlen Lieuwe Beernts, voor hem en d'andere erfgenamen 120 gl. wegens 1 jaar tractement van hun wl. vaders school en kerckedienst. De familie (mischien Ane Himckes wel) heeft blijkbaar dat jaar het schooltje waargenomen.

Begin 1677 kwam mr. Reijner Claassen hier als schoolmeester. Kerkvoogden hebben nu het tractement tot 100 gl. teruggebracht. De meester schijnt hiermee geen genoegen genomen te hebben; althans hij begon hiervoer een proces. Zijn vrouw was Auckjen Douwes (Lidm.boek). In Febr. 1685 vertrokken ze naar Franeker.
Den 2 April 1687 werd hem nog 125 gl. betaald wegens achterstallig tractement, "volgens accoord daarover gemaakt"; later nog 150 gulden (1688 e.v.3). De school bleef nu enige jaren vacant, wegens deze en andere schulden der kerk. Epe Dirx nam het voorzingen in de kerk waar, Jan Sjoerds de klok en het uurwerk, de schoolmeestershuizinge werd verhuurd, en enige stuivers op de floreen (een soort van grondbelasting) omgeslagen ter inhaling van den achterstand, wat dan ook weldra weer gelukte. In 1688 was een Sieberen Douwes Hoitinga dorprechter, en Meinderd Douwes Hoitinga ontvanger van Schettens (1715 nog; +1720); zij waren echter geen schoolmeester.

Eind 1689 kreeg Schettens echter weer een school- en kerkdienaar: Jan Martens Wallinga. Het tractement bedraagt nu slechts 20 a 25 gld., zodat we mogen aannemen, dat hij de kosterie-landen (waarvan de Kerk andere jaren zo'n 50 gld. trok) weer te zijnen profijte had. 
Van voorzingen bij de kerkdiensten te Longerhouw (welk dorp zelf geen schoolmeester had; dit blijkt b.v. uit een kerkv.rek. over  over 1685-1703 in Weesboek S92 van Wonseradeel), ontving de Schettenser meester jaarlijks 6 a 7 gld: verder verdiende hij nog iets aan kerkschoonmaken vervan aan de kerk, etc. Hij was diaken te Longerhouw. Omstreeks Maart 1693 is hij als schoolmeester naar Nijland vertrokken; merkwaardig dat hij zich daar weldra Jan Martens Reijtsma noemde. Toch vergat hij Schettens niet; in 1706 en 1713 leende hij geld aan de kerk alhier.

Omstreeks Aug. 1693 werd Jacob Martens schoolmeester te Schettens; ik denk dat hij een broer van Jan was, omdat hij in de Rekening van 1694 Jacob Reijtsma heet. Hij werd in Mei 1694 schoolmeester te Schraard. Hij ontving 50 gld. tractement per jaar.

Zijn opvolger als schoolmeester te Schettens was mr. Broer Pijtters, die hier omstreeks Augustus 1694 in dienst trad. Hij ontving steeds 50 gld. per jaar, benevens iets voor kerkschoonmaken en seder 1697 per jaar 10 gld. uit de z.g. Oortjesgelden. In Augustus 1698 is hij hier getrouwd met Urseltje Pijtters, ook van Schettens; hun zoon Pijtter werd 28 Juli 1700 gedoopt, doch is jong gestorven. In Juni 1702 vertrok het echtpaar naar Wons, waar hij ook schoolmeester was.

Najaar 1702 werd mr. Gerlof Gorrijts schoolmeester te Schettens. Het tractement bleef 60 gld. per jaar. Hij kwam van Idsegahuizen, waar hij, zoals we reeds zagen, getrouwd was met Trijntje Obbes. De 24e November 1715 werd hun zoon Seerp gedoopt, 20 Maart 1718 Gorrijk, eerder waren er reeds dochters. Hij nam ook het vak van schoenlapper en is hier tussen 28 Augustus en 26 November 1719 overleden, oud 48 jaar. Men gunde de weduwe een gratiejaar.

In Augustus 1720 evenwel kwam mr. Gerrijt Eeltjes. Evenals zijn voorganger schreef ook hij de kerkvoogdij-rekeningen in 't net. Lang heeft hij hier niet gestaan; reeds in Juni 1722 is hij vertrokken, blijkbaar naar Zurich, waar sedert dien tijd een mr. Gerrijt Eelckes voorkomt. In October 1722 worden de kosten wegens het stemmen van een nieuwe schoolmeester verantwoord: 7 gulden. 19 st. 8 penn. De verkozene was: mr. Aate Wazes Hiddama; hij aanvaardde zijn kerk en schooldienst hier met Augustus 1722. Den 19 Aug. 1727 is hij hier getrouwd met Sijbrich, de dochter van mr. Gerlof Gorrijts bovengenoemd. Ze heet hier Siijbrich Gerlofs Heemstra en was 18 Sept. 1707 gedoopt. Men zou haast in de verleiding komen, haar voor een nakomeling uit het geslacht van Grote Pier aan te zien, die immers ook steeds versleten werd voor een Heemstra, en wiens vader en zoon ook Gerlof heetten. (Zie het artikel van O. Postma in "It Heitelan" van Febr. 1936). Den 18 Sept. 1728 werd hun zoon Watze geboren, 10 Maart 1730  Gerlof, 14 Febr. 1732 Meindert, en in 1738 Bancke. Beide echtelieden komen in de lidmatenlijst van 1765 nog voor. Mr. Aate komt hier in 1775 nog voor als schoolmeester. Het tractement bedroeg steeds 60 gl. en 1 gl. voor "besemen, en olij tot de clock". Af en toe ontvangt hij - blijkens de Kerkvoogdij-rek. - geld voor 't maken en lappen van schoenen voor kerkewezen. Ook kreeg hij jaarlijks ongeveer 5 gl. voor 1/2 schouw turf, waarvoor hij ten behoeve der kerkgangers des Zondags in de school een vuur moest aanleggen. Ongeveer in 1777 is de oude meester overleden.

In Mei 1778 kwam mr. Klaas Hendriks Elzinga heir als schoolmeester; zijn vrouw heette Antje Ulbes. Den 4 April 1783 werd hier nog hun zoon Hindrik geboren. Kort daarna, in Mei 1783, vinden we hem als schoolmeester te Kornwerd.

Zijn opvolger is ongetwijveld geweest Pijtter Haijes Robijn, die we hier als schoolmeester aantreffen 12 Aug. 1789 (Wons.dl E4). De 2 Mei 1790 is hij hier getrouwd met Dieuke Sjoerds van Witmarsum. Nog in hetzelfde jaar vertrokken ze naar Burgwerd.

In 1791 werd Klaas Pieters Dijkstra schoolmeester en dorprechter te Schettens. Hij trouwde hier 22 Mei van dat jaar met Foekjen Tjeerds van Engwier en was afkomstig van Kornwerd. Hun zoontje Pieter werd hier 23 Febr. 1792 geboren. Hij heeft hier gestaan tot 1796, toen de school vacant was (Lw. Crt) en heet in 1799 nog old-schoolmeester van Schettens (Wons.dl. IJ 36). Blijkbaar heeft hij geweigerd de bekende "Verklaring" van 11 Maart 1796 te tekenen, wat het Prov. bestuur toen eiste.

zijn opvolger zal geweest zijn Taeke Haaijes Robijn, die we hier reeds in 1801 aantreffen. Zijn vrouw was Celia Durks; hun zoontje Haaye werd hier 28 Sept. 1806 geboren. Deze meester was blijkbaar een broer van mr. Pijtter bovengenoemd. Hij was tevens schoenmaker en vroeg in de Lw. Crt. van 8 Mei 1802 een schoenmakersknecht!  In 1817 was het gemiddeld aantal leerlingen slechts 10. Het inkomen, dat nog steeds door de Kerk betaald werd, beliep nu f 100, benevens de schoolpenningen en vrije woning. Een rang heeft mr. Taeke nimmer behaald; hij schoolmeesterde  maar voort op zijn "Algemene Toelating", die de schoolmeesters volgens de Wet op het L.O. van 1806 moesten aanvragen. Zijn gedrag en vlijt heeten in de meergenoemde lijst van 1822 "matig". In 1823 erd er een nieuwe school gebouwed. In de zomer van 1826 heeft mr. Taeke voor de post bedankt. 

De school werd nu provisioneel waargenomen door Jacobus Regnerus Fockens. Hij was geboren in 1801 en in 1819 ondermeester te Bolsward; in dat jaar behaalde hij in April den 4e  en in Oct. de 3e rang. Te Schettens sloeg hij weer aan de studie en verkreeg in Oct. 1827 de 2e rang, waarna hij de 12 Nov. 1829 als schoolmeester naar Makkum vertrok. Deze lange provisionele waarnemeing staat in verband met een actie door Longerhouw gevoerd om een eigen school te verkrijgen. De 20 Sept. 1830 werden de Hervormde Floreenplichtigen van dat dorp in de kerk opgeroepen ter vergadering om o.a. "te delibereren over het beroepen van een bijzonderen Onderwijzer voor hun Dorp". Blijkbaar is er niets van gekomen; in de lijsten van 1836-1837 (Fr. Volksalm.) komt geen school van Longerhouw voor.

Intussen was aan de school te Schettens provisioneel benoemd Auke Willems Wezel (1829), die na het mislukken der plannen van Longerhouw, de 1 Oct. 1832 zijn vaste aanstelling verkreeg. Hij was een zoon van de Makkumer meester Wilem Gerrits Wezel en daar 12 Sept. 1802 geboren. Als kwekeling bij zijn vader verkreeg hij in April 1829 de 4e rang, waarmee hij tot de waarneming der school in Schettens geroepen werd. Hierbij is 't gebleven; wel verwierf hij nog de trouwacte (2 Jun 1832 met J. Sleefstra), doch reeds de 16 Maart 1839 is hij overleden.

De 5 Aug. 1839 trad in functie Justus Sikkes Gerkema, zoon van de meester van Abbega, daar geboren in 1814. In 1830 was hij kwekeling bij zijn vader, in 1833 ondermeester te Lemmer, in 1836 te IJlst, in welke jaren hij rep. de 4e, 3e en 2e rang behaalde. Het salaris bedroeg nu f 200 benevens de schoolpenningen en vrije woning. Omstreeks Mei 1844 vertrok hij naar Abbega als opvolger van zijn overleden vader.

De laatste onderwijzer der openbare school te Schettens is geweest Leonardus Hugius van Koppelman  Bokma, die hier 23 Sept. 1844 zijn intree deed. Geboren in 1821, was hij in 1838 kwekeling te Sneek (4e rang), in 1842 ondermeester te Harlingen (3e rang), vanwaar hij te Schettens kwam. De school telde nu 24 leerlingen. In Oct. 1849 behaalde hij de 2e rang.

Intussen had Longerhouw z'n langgekoesterde wens vervuld gezien: de Kerk had er een eigen schooltje geopend. In de Lw. Crt. van 8 April 1842 werd opgeroepen "een onderwijzer 3e rang en ongehuwd, om zich te verbinden in de Bijzondere school van de Kerk te Longerhouw alsmede tot de waarneming der posten van koster en voorzanger bij de Herv. Gemeente aldaar, op een jaarwedde van f 175 van de Kerk benevens vrije inwoning en de schoolgelden van 16 leerlingen a 40 cts. in 't kwartaal; zich aan te melden aan de secretarie van Wonseradeel.

Of deze oproeping aanstonds succes heeft gehad, kan ik niet zeggen, maar vast staat, dat in 1851 het schooltje te Longerhouw er was en dat in 1852 aan 't hoofd daarvan stond Jan Sjoerds de Jong, in 't bezit toen van de 2e rang. Hij was er in 1858 nog, doch in 1861 is dit schooltje weer opgeheven. Jan de Jong, geb. 1829, was in 1846 kwekeling te Makkum, in 1847 ondermeester aldaar. Na de opheffing van zijn schooltje in 1861 werd hij weer ondermeester te Makkum, weldra (1865) hoofd te Haskerhorne.

De opheffing der school te Longerhouw had tengevolge, dat die te Schettens in 1862 vergroot moest worden. (Gem. verslag). De school met de onderwijzerswoning behoorde nog altijd aan de Herv. Gemeente. In 1880 richtten de Kerkvoogden van Schettens zich tot de gemeenteraad met het verzoek om de school en de onderwijzerswoning aldaar te hunner beschikking te stellen. Bij raadsbesluit van 22 Jan. 1881 werd de openbare school te Schettens opgeheven, wegens gebrek aan leerlingen; de 12 Mei 1881 werd de school gesloten en aan meester Koppelman Bokma eervol ontslag verleend.

Bijzonder onderwijs

In 1872 werd hier een bijz. school voor Christelijk onderwijs geopend. Aan het hoofd van deze school hebben gestaan:

A. Hoekstra van 1872 tot 1886.
P. Kurpershoek van 1886 tot 1914
S. van Abbema van 1914 tot 1 Juli '36
(vertr. naar Lollum)
H. Pietersma van 1936 tot 1946 (vertr. naar Boxum)

Een 2e bijzondere school te Schettens (C.V.O.) werd geopend 1889. Aan het hoofd van deze school stonden:

J.W. van Beem van 1889 (kwam van Abbega) tot 1893 (vetr. naar Wanswerd)
T.J. Broers van 1893 tot 1908
J.D. de Jong van 1908 tot 1921 (naar Hoensbroek) (AAB: moet 1908-1918 zijn !)
O. Hoekstra van 1921 tot 1923 (vertr. naar Berlikum)  (AAB: moet 1918-1923 zijn!)
J. Gras van 1923 tot 1924
G. Haarman van 1924 tot 1930 (vertr. naar Schalkhaar bij Deventer, later naar Murmerwoude)
H. Hoogeveen van 1930 (was onderwijzer te Oosterzee) tot 1 Jan. 1933 (vertr. naar Oosterwolde)
en sedert 1933 G. Eijzinga (was onderwijzer te Koudum)