Voor mensen die niet van de klei komen heeft het iets mystieks, die combinatie Schettens-Schraard-Longerhouw. Wie dat gevoel ook wil waarnemen bij zichzelf, wordt verzocht de drie dorpsnamen in de net aangegeven volgorde op zachte toon enkele malen achter elkaar uit te spreken. Men dient darbij in de verte bij voorkeur wat dromerig in de verte te staren. Dan komt het ware gevoel gewis.

Genoeg gedroomd. We gaan vandaag eens de eerste naam van het drietal onder de loep leggen: Schettens, in het Fries Skettens. Die laatste vorm is beter, omdat hij veel meer tegemoet komt aan het vrij grote aantal vormen, waaronder de naam in het verleden tot ons is gekomen.

We grijpen maar eens weer naar het reeds vaker vermelde boekwerk van Watze Beetstra. In alfabetische volgorde staan daar vermeld: Scartinge, Scartinghe, Sceddanuurthi, Sceddanvurthi, Scertinge, Scertinghe, Scettefurt, Scettenge(n), Scettenghen, Scettens, Scettenze, Scetting, Scettinghen, Schettens, Schettense, Schettenze, Schetting.

Zeventien verschillende vormen dus, waarvan er vier zijn met de sch. De rest vertoont de sk-vorm, want het zal duidelijk zijn, dat met die c een k is bedoeld. Het valt ook aan te nemen dat de vormen met sch zijn ontstaan onder invloed van het Nederlands.

De trouwe en ook de iets minder trouwe lezers van deze rubriek zullen al hebben vastgesteld, dat Schettens een zogenaamde -ens of -ingi naam is. We hebben al twee maal eerder zo'n naam bij de kop gehad: Wetzens en Zweins. Nu dus Schettens, en het zal dan ook niemand verbazen, dat onder de oude vormen van de dorpsnaam ook die met ing(en) voorkomen. Dat past heel mooi in het plaatje.

Maar er zitten toch wel een paar kleine haartjes in de soep. Want we lezen ook de namen Sceddanuurthi, Sceddanvurthi en Scettefurt. Dat verstoort het plaatje. Maar ook hiervoor is een oplossing. Het gaat bij de drie net genoemde namen om de oudste aanduidingen voor de nederzetting; ze dateren al uit de negende eeuw.

Het achtervoegsel uurthi/vurthi/furt is ook gemakkelijk te verklaren, namelijk als 'wierde' of 'werd'. Een terp dus.
Er blijkt meteen uit dat de Groningers (want zij spreken bij voorkeur van wierden als ze de kunstmatig opgeworpen woonheuvels op de klei bedoelen) het oorspronkelijke Friese woord voor de terp beter hebben bewaard dan de Friestaligen westelijk van de Lauwers.

En nou dat eerste deel, dat wel haast zoiets moet zijn geweest als Skedde of Skette en mogelijk zelfs Skadde. Omdat de naam Schettens nogal veel voorkomt met dat achtervoegsel -ens of -inge (dat betekent: 'behorend bij') hebben naamkundigen al gauw de neiging om bij dat Skedde aan een persoon te denken.

Zo is men op de verklaring gekomen dat Schettens 'huis van Skaddi/Skaddo/Skette' kan betekenen. Wij zullen ons in ons lekenoordeel hierbij neer moeten leggen, want waar uitermate ter zake kundigen als Moerman en Gysseling hun oordeel hebben gegeven past het slechts deze schrijver, zich daar nederig bij neer te leggen.

Sommigen wilden een heel andere kant op. Zij zagen in het eerste deel van de naam een verwantschap met het Friese 'sket' en het Nederlandse 'schutting'. Schettens zou in deze visie zoiets betekenen als: een eventueel met een hek af te sluiten doorgang voor het vee.

Eigenlijk is dat wel te gek. Want er was in het oude Friesland heel veel vee, en met een hek af te sluiten doorgangen voor dat vee zullen er misschien wel honderden zijn geweest. En waarom dan nou net die ene doorgang daar bij Schettens speciaal moest worden aangeduid, heeft niemand nog aannemelijk kunnen maken. Misschien moeten we dan toch maar aan die Skaddi geloven.


 

Schettens een met een hek af te sluiten doorgang voor het vee ?
Het zal wel niet, maar een plaatje van een echt hek geeft toch wel
iets van de sfeer van dat oude dorpje in de Greidhoek weer.
(Foto LC/Paul Janssen)