ARTIKELS


Uit: Bolswards Nieuwsblad  12 mei 1950

Schettens
in de loop der eeuwen  II
------

Thans gaan we iets mededelen over de predikanten, die er gestaan hebben in de Ned. Herv. gemeente. Ook dit werd ons wel zeer gemakkelijk gemaakt.
Op initiatief van de heer Roedema zijn in de Ned. Herv. Kerk n.l. een paar grote borden aangebracht, waarop al de bekende predikanten zijn vermeld.
Zo lezen we er, dat van 1598-1602, dus direct na de Kerkhervorming, het Woord te Schettens-Longerhouw bediend werd door Wilhelmus Georghy. Hij werd opgevolgd door Godefridus Sopingius, gekomen van Schraard, die slechts een jaar te Schettens-Longerhouw heeft gestaan. Na twee jaar vacant te zijn geweest, vermeldt het bord opnieuw een predikant, die maar één jaar te Schettens-Longerhouw heeft gestaan, n.l. Johannis Gelhi Schotanis (1605-1606), gekomen van Haskerhorne en vertrokken naar Goutum. Opnieuw was de gemeente twee jaar vacant, voordat de nieuwe predikant ds. Hermanus Clements Antonides als candidaat zijn intrede deed. Na een 4-jarig verblijf vertrok hij in 1612 naar Naarden. Hij werd direct opgevolgd door Adolphus Sopingius, die na een 8-jarige  diensttijd in 1620 vertrok naar Arnhem. In hetzelfde jaar kon cand. Petrus Daniels Eilshemius worden bevestigd tot dienaar des Goddelijken Woords. Hij stond te Schettens-Longerhouw tot 1623, toen hij vertrok  naar Leeuwarden en werd het volgend jaar opgevolgd door Abraham Eilshemius (zijn broer misschien?) die eveneens drie jaar de gemeente diende en in 1627 vertrok naar Beetgum. Hetzelfde jaar kwam ds. Vitus Pibonus van Otterloo. Hij stond eveneens slechts korte tijd te Schettens-Longerhouw n.l. tot 1631, toen hij "wegens kindsheid" naar Makkum vertrok.

In hetzelfde jaar werd cand. Kornelis Fabius tot de dienst bevestigd, die na 12-jarige diensttijd reeds emeritaat kreeg. De predikant, die het volgend jaar werd beroepn, n.l. Etheus Terwold, zou de gemeente dienen tot zijn dood, n.l. tot aan 1668. Het is de eerste predikant met een behoorlijke diensttijd, n.l. 24 jaar.
Na 2 jaar vacant te zijn geweest, werd wederom een candidaat tot de heilige dienst bevestigd, nl. Duko Silvius, die na 4 jaar, n.l. in 1674 vertrok naar Molwerum.

Het volgend jaar werd hij opgevolgd door Hermanus Wilhelmus Schrevenstein gekomen van Akkerwoude en na 7 dienstjaren vertrokken naar Burgwerd. Het valt op hoe vaak in de gemeente Schettens-Longerhouw een candidaat werd beroepen. In 1682 was dit weer cand. Johannes Winkler, die na drie jaar vertrok naar Oudemirdum. Na deze tijd met overwegend zeer korte vacatures en korte diensttijden zou voor de gemeente een tijd aanbreken van meer rust. Opnieuw werd een candidaat tot de dienst bevestigd, nl. Jacobus Steenwijk in 1685, die in Schettens-Longerhouw zijn enigste standplaats vond. Hij stond er tot 1742, waarna hi na een zeer lange diensttijd van 57 jaar, overleed. Kinderen bij hem ten doop gehouden, heeft hij nog als grootvader gekend. Zijn opvolger-opnieuw een candidaat- zou eveneens in Schettens-Longerhouw zijn enigste gemeente vinden en blijven tot hij door de dood van zijn post werd geroepen. Het was cand. Gerbrandus Lantinga, die het volgende jaar zijn intrede deed en bleef tot 1785. Hoewel zijn diensttijd van 42 jaar respectabel is, reikte die toch niet aan die van zijn voorganger.

De geschiedenis van de predikanten vertoont enige eentonigheid, want ook de opvolger, die het volgende jaar zijn intrede deed, was een candidaat en bleef tot zijn dood. Het was cand. Joh. Sardon, gekomen in 1786, overleden na 23-jarige diensttijd in 1809. Hetzelfde jaar werd nog een nieuwe herder en leraar beroepen. Ditmaal een dienstdoend predikant, hetgeen sedert 1675 niet was geschied. Ds. Joh. Lemke nam het beroep aan en diende de gemeente tot zijn emeritaat, dat hem in 1834 werd verleend. Het volgend jaar werd de traditie van het beroepen van een candidaat weer opgevat. Cand. Willem Antoni van Meurs werd in 1835 bevestigd en diende de gemeente 5 jaar waarna hij vertrok naar Genemuiden. Zijn opvolger werd het volgend jaar cand. Th. C. Kock Beilanus van Assen, die in 1847 het beroep naar Arum aannam.

Van 1848-1851 stond te Schettens-Longerhouw de bekende Jan Wouter Felix, die eveneens als candidaat werd bevestigd en waarover we reeds uitvoerig spraken in ons artikel over Longerhouw. Ds. Felix deed in 3 jaar tijds misschien meer van zich spreken, dan zijn voorgangers in een reeks van lange jaren. Na zijn vertrek in 1851 naar Opheusden moest de gemeente een tweetal jaren teren op zijn roem, want het duurde tot 1853 voordat cand. Willem Sypkens kon worden bevestigd, die na een ambtsperiode van slechts 2 jaar vertrok naar Scharnegoutum. Na een vacature van 3 jaar werd er weer een dienstdoend predikant beroepen, nl. Ds. Donko Jan Westerloo, in 1858 gekomen van Gerkesklooster. Hij diende de gemeente een dertiental jaren, n.l. tot 1879, toen hem het emeritaat werd verleend. Het volgend jaar werd hij opgevolgd door Ds. Julius Francois Louis de Jagter, die gekomen van Gaast, de gemeente slechts twee jaar diende om in 1882 te vertrekken naar IJsselmonde. Een eigenaardig geval is het met de volgende predikant, die in 1884 overkwam van Rijperkerk, n.l. Ds. Hendrik Cornelis Lambers.

Na een uiterst roerige tijd (n.l. de doleantie-woelingen te Wons) werd hij in 1891 weer door zijn oude gemeente beroepen. Hetzelfde jaar werd nog bevestigd Ds. Jetze Hoekstra, voorheen predikant te Workum, die na een ambtsperiode van 8 jaar vertrok naar Heteren.
Het volgend jaar werd hij opgevolgd door Ds. H.A. van Oostrom Soede, gekomen van Kolham, die de gemeente weer een jaar later op haar beurt moest afstan aan Workum. Twee jaar was Schettens-Longerhouw hierna vacant, voordat ds. Gerrit Thomas Smit, gekomen van Makkum, in 1898 kon worden bevestigd. Ds. Smit stond 8 jaar te Schettens-Longerhouw en vertrok toen nar Poederoyen en het volgende jaar te worden opgevolgd door ds. Anton Gerrit Frederik Smit, die, gekomen van Tjerkgaast na 'n ambtsperiode van 8 jaar in 1910 vertrok naar Medemblik.
Gedurende de 1ste wereldoorlog werd de gemeente als herder en leraar gediend door Ds. Berend Dijkstra, van 1910 tot 1921, gekomen van Holijsloot en vertrokken naar Harich. In 1922 werd hij opgevolgd door Ds. Gerrit van Hoeven, gekomen van Blokzijl, die de gemeente diende tot 1928, toen hij het beroep naar Wons aannam. Nog hetzelfde jaar kon Ds. Teunis Klok, gekomen van Goudswaard, worden bevestigd.
Ds. Kloek kan bogen op een lange ambtsperiode. Hij bleef de gemeente trouw tot aan het einde van de 2e wereldoorlog (1945) toen hem het emeritaat werd verleend.
Zijn opvolger werd hetzelfde jaar nog cand. Joh. Anth. Gelderman, die na slechts 2 jaar vertrok naar Urk. De tegenwoordige ambtsdrager, Ds. Anne Jippe Visser, gekomen van Bierum, werd bevestigd in 1948.


Wordt vervolgd.