GRAFZERK VAN JANCKE VAN OSINGA

Gebeeldhouwd, onderaan gemerkt met P .. C (Pieter Claeses)

Opschrift:

Rand:

Ao 1583 de 8en jvnii sterf de (edele) /
eerentpheste Iancke va Osinga grietma over Wonseradeel /
Ao 1575 de 26in Martij sterf de /
(edele en) dvegdentricke ivffrov Tiempck va Hvmalda /

--> Alliantie-wapens Osinga en Aebinga van Humalda onder gekr. helm met helmteken 3 veeren.

--> Zelfde alliantie-wapen, echter meer ingezoomd

Hieronder een opschrift cartouche:

Den twieden Februarij 1625 sterf /
den eedelen manhaften ioncheer /
Iancke van Osinga ende is /
alhier begraven /

In de hoekmedaillons alliantie-wapens onder gekr. helmen;
Links:
resp. (Sybren) Osinga en (Ymck) Dekema, helmteken 2 veeren en
(Sybren) Herema en (Auck) Camstra, helmteken omgew. eenhoornshals

Rechts:
resp. (Sjoerd) Aebinga van Humalda en (Geel) Mockema, helmteken 3 veeren en
(Ruurd) Feytsma en (Tjemck) Eminga, helmteken pauw

--> Het alliantiewapen van Ruurd Feytsma en Tjemck Eminga


Hieronder een beschrijving van zerk, gemaakt speciaal voor het 'monument van de maand', waarin de dorpen Schettens, Schraard, Longerhouw en Wons de hoofdrol speelden.
In het Fries Museum is een tekening van deze zerk, gemaakt door A. Martin, uit 1870.


DE MAKER

De derde zerk vanaf de preekstoel, goed bewaard gebleven, is aan de onderrand gesigneerd P.C., was een zoon van Claes Jelles. Vanaf 1612 zijn er door hem gesigneerde zerken bekend.

LANGS DE RANDEN

Zoals blijkt uit het randschrift in Romeinse kapitalen, was de steen bestemd voor Jantje van Osinga (V8-6-1583) grietman van Wonseradeel, en zijn vrouw Tiempck Fransdr. van Humalda (V26-3-1575). De medaillons in de hoeken vormen familiewapens die zijn leeggehakt. Tijdens de omwenteling in ons land in 1795, als gevolg van de Franse Revolutie, werden veel sporen en resten van de feodale maatschappij verwijderd, zoals familiewapens en adellijke titels. Wat uit het zicht was, bijvoorbeeld onder de vloer, bleef gespaard.

IN HET MIDDEN

Van het middenveld is een baan aan de onderzijde leeggelaten. Daarboven, op een sokkel, verrijst een bouwwerk. De pieddestallen van de zuilen zijn versierd met rolwerk, daar tussenin is een grote cartouche aangebracht met fraai krullende randen, waarop melding wordt gemaakt van het begraven van een nazaat. Op de pieddestallen staan zuilen met cannelures en een schachtvoet die is versierd met een bladermotief. De zuilen dragen een hoofdgestel met een fries, versierd met arabesken en griffioenskoppen. Op het bouwwerk is aan weerszijden van een masker een rijke decoratie aangebracht, vogels, naakte knaapjes met een schild waarvan de tekens zijn verwijderd, fruittrossen en rolwerk
Achter de zuilen is een boog aangebracht, links en rechts daarboven houden vicotoriegodinnen kransen op. Daaronder is een helm met pluimen weergegeven, waaraan leeggehakte familiewapens hangen, tegen de achtergrond van rijk krullende bladranken.