Friese kapiteins (55) : Jan Gerckes Hoptilla


In deze serie worden de Friese kapiteins behandeld, die in de 16e en 17e eeuw in het 'Friesche Nassause Regiment' dienden.
Het is een lange rij van vooral adellijke officiers, van wie meestal nog niet eerder een minibiografie is verschenen.

 


Achtergrond
De familie Hoptilla is een Friese familie, waarvan we eigenlijk heel weinig weten.
Waarschijnlijk gaat het hier om een zogenaamde 'eigenerfde' familie, wel belangrijk, maar niet van adel.
Het bekende, maar niet altijd betrouwbare, Stamboek van den Frieschen Adel, besteed echter nog wel een hoofdstuk aan deze in hun ogen adellijke familie.

Waarschijnlijk komt deze familienaam van het nog bestaande buurtschap Hoptille, ten noordwesten van Hijlaard.
Daar, tussen Huins en Hijlaard, lag een gelijknamige brug over de Bolswardervaart.
Een tille is namelijk een hoge brug en aldaar is ook een Hoptilla Sate bekend.

Jan van Hoptilla werd omstreeks 1580 geboren als zoon van Gercke Wybes Hoptilla en Grietje Jans Hagedoorn.
Zijn vader Gercke was fabrieksmeester te Leeuwarden.
Verder was er overigens ook een Gercke Wijbes uit Workum, die watergeus was.
Het kan hier echter ook om een toevallige naamgenoot gaan.

Omstreeks 1605 zal Jan getrouwd zijn met Botje Dircksdr. Siercksma.
Haar ouders heb ik nog niet kunnen vinden, maar ook zij stamt uit een bekende familie.

Uit dit huwelijk kwamen drie kinderen, waarvan twee dochters, die op hun beurt weer met twee broers trouwden.
Boethia huwde Regnerus Neuhusius, die rector te Alkmaar zo worden.
Margaretha trouwde met Henricus Neuhusius, advocaat voor het Hof van Friesland.

Na het overlijden van Botje, hertrouwde Jan Hoptilla met Aeltje Verkerck, waarvan ik ook geen verdere gegevens heb.
Ook uit dit huwelijk zouden drie kinderen geboren zijn.
Op 18 januari 1634 kopen ze een een woning te Harlingen voor 3000 caroliguldens (cg), van de weduwe van mr. stadsmetselaar Jacob Lous (Forssenburg).
Dezelfde woning (nu Zuiderhave 54) verkopen ze in 1647 weer aan Schelto van Aitzema, secretaris van de admiraliteit.

Jan overleed dus in ieder geval NA 1647, maar een exacte datum en plaats hebben we helaas niet.


Militaire carrière
Op 15-1-1625 wordt hij benoemd tot luitenant in de compagnie van kapitein 'overste' Juw van Eysinga.
Op 2 juli 1631 krijgt hij zijn benoeming als kapitein in het Friese Regiment, terwijl hij op 15 juli de eed aflegt. 
Het is vrijwel zeker dat hij daarbij Juw van Eysinga opvolgt als kapitein, aangezien die kort daarvoor (op 4-5-1631) was overleden.

In 1632 schrijft hij een brief aan de Friese stadhouder Ernst Casimir waarin hij opgave doet van de onder zijn bevel staande geappointeerden en van degenen die te oud zijn om te vechten.
Deze brief wordt nog bewaard in het Koninklijk Huisarchief van de Oranje's.

Op 8 augustus 1632 speelde Hoptilla een beslissende rol speelde bij het afslaan van een aanval van Spaanse troepen op een voorpost in Amby van het legerkamp van Prins Maurits in Limburg.
Hiervan is een ooggetuige verslag gemaakt, vermeld in een in 2013 gepub
liceerde kroniek van de Friese militair Poppo van Burmania.

'Een pistoelschoet van ons quartier stonde een kleine kerck met een kerckhoff, Amij genaemt, aen het trenchement daer twee compagnijen de wacht in hadden, te weeten een Vries capitein Jan Gerkes Hoptille, daer de drie rigementen Italianen die de avangarde hadden dapper op aanvielen, sodat sij handt tegen handt vochten en de de musquetten so ras niet konden laden, maer met de kolwen van de musquetten ende pijcken haer afslugen, tertijt dat sij securs kregen'.

--> Tekening van de aanval op Prins Maurits zijn leger in Maastricht door het leger van Pappenheim.
Rechtsboven is het dorp Amby (als Ammi) te zien en links daarvan de 'Walburgsche kerck' die belegerd werd (rode pijl)

Op 13 januari 1633 loopt hij mee in de reeds vaak besproken lijkstatie van de overleden Friese stadhouder Ernst Casimir van Nassau-Dietz.
Overigens liep ook zijn familielid dr. Joannes Hoptilla mee, die 'gemeensman' van Leeuwarden was.

--> Gedeelte van de lijkstatie van Ernst Casimir in 1633, waarin Jan Hoptilla meeliep als kapitein.

Eind mei 1633 komt hij aan in de stad Roermond met een aantal andere kapiteins.
Op 18 augustus van hetzelfde jaar vertrekt hij weer ,samen met vijf andere compagnies onder leiding van luitenant-kolonel Levin de Caluart.
Ze gaan dan op Venlo en sloten zich bij het 'princenleger' aan, die daar in de buurt was.

In november 1635 lag Jan met zijn compagnie in garnizoen te Coevorden, samen met kapitein Douwe van Andringa.
Hij kreeg toen 'patent' (=opdracht) van de Friese Gedeputeerden om naar Stavoren op te rukken, zonder acht te mogen slaan op de patenten
van de stadhouder. De commandanten van de vestiging Coevorden hielden op bevel van de stadhouder echter de poorten gesloten.

Zo schreef Joan Adolph van Renesse, commandant van Coevorden, aan stadhouder Hendrik Casimir dat:

'kapitein Jan Gerckes Hoptilla volgens patent van de Staten was vertrokken, maar onderweg een tegenbevel van de stadhouder had ontvangen waarop 'de goeden man daardoor perplex sijnde en niet wetende wat te doen'.  Renesse wilde namelijk de bevelen van de stadhouder opvolgen.
Er was toen namelijk een flink geschil tussen de Staten en de Stadhouder, welke laatstgenoemde ook zelfstandig opdrachten had gegeven.

Op 1 maart 1644 werd Hoptilla opgevolgd door de Litouwse edelman en kapitein Simon Karol Oginsky.

Schilderij
Er blijkt een schilderij van kapitein Hoptilla te zijn, waarvan we helaas nog niet een afbeelding hebben kunnen vinden.
In 1967 is deze in eigendom van de rijke Friese tandarts Meindert Repke van der Molen, die gehuwd was met de adellijke Ada Mathilda Rutgers van Rozenburg.
Het schilderij is onderdeel van een hele serie portretten van Friese kapiteins uit waarschijnlijk het Friese Nassause Regiment Infanterie.
Veel daarvan zijn gemaakt door het atelier van de bekende Friese schilder Wybrand de Geest, ongeveer tusssen 1630-1640.
Nader onderzoek zal hopelijk (ooit) nog een afbeelding opleveren.

Familiewapen
Volgens de beschrijving van CBG is dit zijn persoonlijke wapen.
Het is bijna gelijk aan het 'gewone Hoptilla' familiewapen, alleen heeft Jan linksonder drie zwarte struisveren extra.

Beschrijving:
Wapen:
 gevierendeeld: I de Friese adelaar, goud gesnaveld en gepoot; II in blauw een zilveren zwaan, rood gesnaveld en gepoot; III in zilver drie waaiersgewijs geplaatste zwarte struisveren; IV in rood drie gouden klaverbladeren.

--> Familiewapen Jan van Hoptilla
(Stamboek van den Frieschen Adel)

--> Familiewapen Jan van Hoptilla
(bron: CBG familiewapens)


Familieleden in het leger

Vaandel

onbekend
 

Compagnie nr. 53
* Jan Hoptilla (geb.ong.1580-
U>1647)
* Kapitein van 1631-1644

* Voorganger: ?
* Opvolger: Simon Karol Oginsky

* Hoogste militaire functie: kapitein
* Woonplaats: Harlingen

 

Bronnen / meer informatie
http://www.mpaginae.nl/Nauta/kapiteins.htm|
https://nl.wikipedia.org/wiki/Hoptille
http://images.tresoar.nl/wumkes/pdf/WinklerJ_FriescheNaamlijst.pdf
https://www.kleinekerkstraat.nl/frames.php?p=num2&str=ZUIDHAV&num=54
https://forum.mestreechonline.nl/forum/mestreech-maastricht/buurten/maastricht-oost/amby/2879-belegering-van-maastricht-1632-de-rol-van-de-st-walburgakerk-te-amby/page2
Gulden Vrijheid?: Politieke cultuur en staatsvorming in Friesland, 1600-1640 (door Hotso Spanninga)

Noten

nvt

 



Samen met Jeroen Punt (NMM) proberen we de lijsten van Friese compagnies zoveel mogelijk te reconstrueren.
 

Friese Nassause Regiment
Kapitein

  1. Jacob van Roussel

  2. Adriaen Slijp

  3. Bonefacius van Scheltema

  4. Ludolf Potter

  5. Frans van Roussel

  6. Abbe van Bootsma

  7. Jan Sageman

  8. Juw van Eysinga

  9. Frans van Donia

  10. Lolle van Ockinga

  11. Taecke van Hettinga

  12. Frans van Cammingha

  13. Wigle van Hania

  14. Arent van Arentsma

  15. Wopcke van Herema

  16. Willem van Inthiema

  17. Ids van Eminga

  18. Seerp van Dijxtra

  19. Sybren van Walta

  20. Tiete van Galama

  21. Jacques van Oenema

  22. Sybe van Aylva

  23. Jan van Burmania

  24. Juw van Harinxma

  25. Jarich van Hottinga

  26. Epe van Heemstra

  27. Damas van Loo

  28. Douwe van Andringa

  29. Rienck van Dekema

  30. Ruurd van Feytsma

  31. Binnert van Heringa

  32. Wybren van Roorda

  33. Johan van Bonga

  34. Idzart van Grovestins

  35. Frans Aebinga van Humalda

  36. Hans van Oostheim

  37. Jan van Idsaerda

  38. Gosewijn van Wiedenfelt

  39. Tjalling van Sixma

  40. Georg Frederick thoe Schwartzenberg en Hohenlansberg

  41. Doecke van Hemmema

  42. Philip van Boshuizen

  43. Harmen van Wonsdorp

  44. Willem van Haren

  45. Douwe van Glins

  46. Hessel van Aysma

  47. Quirijn de Blau

  48. Jacob van Ruffelaer

  49. Peter Sedlnitsky

  50. Tjaard Wederspan

  51. Jacques van Challansi

  52. Doecke van Rinia

  53. Doecke van Martena

  54. Tjaard Tjebbes Hobbema

  55. Jan Gerckes Hoptilla

Friese Nassause Regiment
Luitenant

  1. Rienck van Sytzama

 

Groninger Nassause Regiment
Kapitein

  1. Caspar van Ewsum

  2. Boiocko van der Wenghe

Hoogduitse Nassause Regiment
Kapitein

  1. Nicolaas van Boringer