Historie Schettens - Longerhouw

deel 97: Kerkeland te Longerhouw II    (mei 2008)


Deze maand het vervolg op de vorige aflevering over het kerkeland van de kerkvoogdij van Longerhouw. Heel lang heeft deze kerkvoogdij zelfstandig kunnen bestaan. Vanaf het prille bestaan van de kerk, in ieder geval in de middeleeuwen en waarschijnlijk al eerder, was Longerhouw een zelfstandige gemeente met een eigen pastoor. Om die een bestaan te geven, was er toen al grond speciaal bestemd voor hem, de zogenaamde pastorielanden. In die tijd was de pastoor dus ook deels boer. Na de reformatie van 1580 moest Longerhouw,  ivm het predikantentekort, dan wel een predikant delen met Schettens, echter de kerkvoogdijen van Longerhouw en Schettens bleven zelfstandige organen. Pas vanaf 1 januari 1963 werden ze officieel samengevoegd en kwamen alle onroerende zaken binnen één kerkvoogdij.

Dan nog even een  een overzicht van de grootte van het grondbezit van de kerkvoogdij van Longerhouw. Uit diverse opgaven werd het mogelijk een de ontwikkeling in kaart te brengen. Tot in de 19e eeuw was het gebruikelijk grond in pondematen uit te drukken (1 pondemaat, PM, is 0.3678 hectare). Door de invoering van het kadaster in de tijd van Napoleon, werd het metrieke stelsel ingevoerd en praten we over hectares.

Jaartal PM Hectare
1640 24 8,8272
1832 34,50 12,6900
1889 39,56 14,5501
1935 54,11 19,9000

Duidelijk is hieruit op te maken de opgaande lijn i.v.m. grondaankopen. In 300 jaar was het grondbezit meer dan verdubbeld !
Sommige percelen waren gedurende lange tijd in het bezit, zoals de Kerketien met kad.nr. 377, die al in 1640 in het eigendom was. In 1917 werd dit perceel geruild tegen een stuk weiland van Ype Baukes Jansen. Omdat het 9 pondematen groot was, kreeg het de naam 'de Negen' (kad.nr. 299).

Nog twee percelen, welke zelf nog langer in het bezit zijn gebleven, was het Kleiland (nr. 420) en Het Schar (nr. 409). Na honderden jaren kerkelijk bezit, werden ze uiteindelijk in 1970 geruild tegen twee percelen van S. Hettinga. In het verkoopcontract staat dan ook terecht dat nr. 409 en nr. 420 al sinds onheuglijke jaren in eigendom waren van de kerkvoogdij.

In de vorige aflevering werd al gemeld dat de Dooye Vijf gekocht werd in 1847.  In 1909 sloegen de kerkvoogden weer toe, ditmaal uit de veiling van de familie De Witte. Twee kleinkinderen van Sijbren Baukes de Witte, welke laatst genoemde geboren was in Schettens op de familieboerderij naast de kerk, verkochten hun bezit in Longerhouw. Deze Sijbren woonde sinds zijn trouwen in 1817 op nr. 2 (nu Buren 18, fam. Falkena).

Niet veel later, in 1917, kocht de kerkvoogdij opnieuw een stuk land aan. Ditmaal 'Het Kleine Fentje' (nr. 301), bijna 4 pondematen groot. Verkopers waren opnieuw erfgenamen van de familie De Witte en de koopprijs bedroeg toen fl. 5548,-- voor het geheel. Dit perceel was volgens de akte 'Mede bezwaard met algemeen voetpad van Longerhou naar Exmorra'.

Tenslotte had de kerkvoogdij nog eeuwenlang een oud stuk dijk in beheer, maar hierover meer in de volgende aflevering.


André A. Buwalda
e-mail: fam.aabuwalda@home.nl
HOMEPAGE: http://historie.buwalda.nl (zonder www)