Historie Schettens - Longerhouw

deel 93: Folder kerk Longerhouw 1994


In 1994 heeft dhr. T.E. van Popta een foldertje geschreven over de Hervormde kerk te Longerhouw. Van Popta schreef tot nu toe veel van dit soort foldertjes voor de stichting Alde Fryske Tsjerken die bij de zgn. voor- en najaar route's kunnen worden gekocht. Onjuist is in dit foldertje het verhaal over de borden; beide zijn zoals reeds eerder gemeld oorspronkelijk afkomstig uti de kerk te Schettens.


De Hervormde kerk van Longerhouw

Al in de 11de eeuw moet op de terp van Longerhouw een tufstenen kerk zijn gebouwd. Dit kan worden afgeleid uit de ontdekking van een tufstenen altaarfundament in het koor van de tegenwoordige kerk, bij de aanvang van de restauratie eind 1985. Van de in de 13de of 14de eeuw gebouwde kerk resteert alleen nog de kern van de zadeldaktoren. Deze bakstenen kerk, die een rondgesloten koor had, en toren moeten meermalen wijzigingen hebben ondergaan. In 1629 kregen de kerkvoogden van Longerhouw een geschilderd glas voor hun kerk ten geschenke van Gedeputeerde Staten van Friesland. Wegens bouwvalligheid werd de kerk in 1757 vernieuwd, waarbij gebruik werd gemaakt van de oude fundamenten. De kerk kreeg toen een vijfzijdige koorsluiting.

De toren was oorspronkelijk in de onderbouw geheel gesloten. In de tijd van de gotiek is in de westmuur een venster aangebracht. Opvallend is dat de toren uit drie zeer ongelijke geledingen is opgetrokken. De torenklok dateert uit 1742 en is gegoten door Joan Nicolaus Derck te Hoorn.

In 1966 is de toren geheel gerestaureerd en van de tot dan toe bestaande pleisterlaag ontdaan.

Het interieur van de kerk werd in 1757 ook vernieuwd. Het is overdekt door een houten tongewelf. De trekbalken op sleutelstukken  met peerkraalprofiel wijzen op een vroegere datering en zijn waarschijnlijk hergebruikte materialen afkomstig uit de oude kerk. De voor de vernieuwde kerk gemaakte eikehouten preekstoel heeft rijk gesneden panelen met voorstellingen die betrekking hebben op Christus:

-de geboorte (stal met Maria en Jozef, de herders, de wijzen en de os en de ezel);
-de kruisiging (het derde kruis wordt opgericht, Romeinse soldaten werpen het lot, Maria en Johannes, Joden, soldaten te paard en op de achtergrond Jeruzalem met de tempel);
-de opstanding (verschrikte Romeinen, drie vrouwen, op de achtergrond Golgotha en boven Jeruzalem gaat de zon op);
-de hemelvaart;
-het laatste oordeel (Christus op de troon met de aarde als voetenbank).

De voorstellingen zijn omgeven door rococo-ornamentiek. Kenmerkend zijn de vele menselijke figuurtjes die op de panelen zijn afgebeeld. Het snijwerk is met grote precisie en oog voor detail uitgevoerd. Onder de panelen, op het ruggeschot en in de vleugelstukken van het ruggeschot zijn ook rococo-versieringen aangebracht. De leuning van de trap wordt gedragen door drie opengewerkte balusters. Op de trappaal staat een siervaas met een boeket. De maker van dit alles in onbekend.

Het doophek heeft gewrongen balusters. In het koor hangen een tien-gebodenbord en een bord met daarop een dichtwerk naar aanleiding van Romeinen 6, vers 23. Deze borden zijn na de vernieuwing van de kerk in 1757 vervaardigd. Het gedicht is misschien van de hand van Ds. Joh. Lantinga, die predikant was in Longerhouw van 1743-1785. Bij de ingebruikneming van de kerk op 24 april 1757 hield hij een preek over Zacharia 1, vers 16. Naderhand zijn de borden uit de kerk verdwenen. Enkele jaren geleden werden ze aangetroffen achter het orgel in de kerk van Schettens. Na de restauratie zijn ze weer teruggekeerd naar de kerk van Longerhouw en hebben ze weer een plaats gekregen in het interieur. Op de galerij, achter het orgel, hangt ook nog een bord, waarop de aankondiging van Christus' geboorte door de engel aan de herders (Lucas 2, vers 10 en 11) is vermeld. Dit bord sluit, wat de ornamentiek betreft, aan bij de beide borden in het koor. De tekstborden zijn vermoedelijk ook ten tijde van de kerkvernieuwing in 1757 gemaakt.

Van december 1985 tot december 1987 heeft het interieur een grondige restauratie ondergaan. Ook het dak werd vernieuwd en aan de buitenmuren werden herstellingen uitgevoerd. Mede dankzij  de enorme inzet van vrijwilligers kon deze restauratie worden gerealiseerd.
Het gewelf is weer in de oorspronkelijke  kleuren geschilderd. De eikehouten banken zijn afkomstig uit een kerk in Groningen die gesloten moest worden. De restauratie heeft tot interessante ontdekkingen geleid. Er kwamen enkele grafzerken voor het licht, die thans weer zichtbaaar in de vloer liggen. De zerken dateren uit de 17de, de 18de en ook nog uit het begin van de 19de eeuw. In de voorkerk liggen enkele 17de eeuwse zerken. Voor de preekstoel bevindt zich een zerk zonder enige opsmuk, die als het ware een beschrijving geeft van het leed dat Ds. J.A.H. Lemke in zijn persoonlijk en gezinsleven in Longerhouw is overkomen en dat in een periode van twee jaar: het op 2 augustus 1819 geboren dochtertje Titia overleed op 3 oktober 1819, zijn echtgenote Sjoukje Klases Buwalda overleed op 30 mei 1821 op achtentwintigjarige leeftijd en het op 31 maart 1821 geboren zoontje en enig kind Hobbo overleed op 6 oktober 1821.

De grote ontdekking tijdens de restauratie betrof gedeelten van een uit de 14de eeuw daterende tegelvloer. Vooral in het koorgedeelte kwamen belangrijke restanten te voorschijn: kleine tegeltjes die in een mozaiekpatroon rondom grote tegels zijn gelegd. Op de grote tegels zijn figuren afgebeeld. De voornaamste zijn een zittende adelaar in zijaanzicht, een hert, een lelie, een ridder, een rozet, en een aanziend gelaat. Deze afbeeldingen moeten worden gezien als Christelijke symbolen en wellicht ook als Bijbelse en Christelijke mythologische  figuren. In totaal zijn vijf mozaiekfragmenten aangetroffen: het grote stuk in het koor, dat deel uitmaakte van de vloer die het altaar omgaf, en vier kleine gedeelten vlak voor de opgang naar het koor. Het terugvinden van dit omvangrijke stuk mozaiekvloer uit de middeleeuwen is een grote zeldzaamheid en is voor Friesland zonder meer uniek te noemen. De mozaiekrestanten zijn in het koor gelegd en daar zichtbaar gemaakt door glasplaten in de houten vloer. Altaarstenen die al eerder op het kerkhof waren gevonden zijn na de restauratie eveneens in het koor gelegd en ook achter glas te aanschouwen.

Het orgel is in 1868 gebouwd door de fa. Van Dam uit Leeuwarden. De orgelgalerij wordt ondersteund door twee imitatiemarmer geschilderde houten Korintische zuilen. De dispostie van het orgel is als volgt:

manuaal I manuaal II
Prestant 8' Viola de Gamba 8'
Bourdon 16' Fluit Dolce 8'
Holpijp 8' Vox Celeste 8'
Octaaf 4' Fluit d'Amour 4'
Roerfluit 4' Gemshoorn 2'
Octaaf 2'  
Cornet 3 sterk (disc)  
Trompet 8' (bas/disc)  
   
Pedaal aangehangen

1994

T.E. van Popta


André A. Buwalda
e-mail: fam.aabuwalda@home.nl
HOMEPAGE: http://historie.buwalda.nl (zonder www)