Historie Schettens - Longerhouw

deel 56: Bruggen te Schettens, deel I


Bij het dorp Schettens horen in totaal drie bruggen, die allen een toegang verschaffen over de Witmarsumervaart. De bekendste is natuurlijk die waar we allemaal regelmatig overheen gaan met de auto, fiets op lopende. Daarnaast is er nog de brug bij het doodlopende weggetje langs de boerderij van de fam. Witteveen en tenslotte de brug bij de boerderij van de familie R. Boersma.

In deze aflevering wordt de geschiedenis van eerstgenoemde brug beschreven en zal getracht worden de brug een naam te geven, iets wat dorpsbelang verder zal afhandelen.

Bruggen over water zijn eigenlijk altijd onmisbaar geweest en ook nu zouden we het ons niet voor kunnen stellen dat we niet over de Witmarsumvaart zouden kunnen rijden. Echter vroeger was het vervoer over water belangrijker dan over wegen, als die er al waren, omdat die onverharde paden meestal alleen 's zomers begaanbaar waren. Bruggen werden dan ook meestal zo gebouwd, dat schepen er snel en goed onderdoor konden varen. De vaarroute Harlingen-Bolsward, die pas onlangs weer is herontdekt door de bootjesvaarders, was vroeger een onmisbare economische ader. Zonder deze vaart was het dorp Schettens hier dan ook niet ontstaan.

Er was een looppad naar Witmarsum, dus was ook daarvoor was een brug over deze vaart nuttig. De terp Bittens was tevens bereikbaar via een opvaart, maar ook voor hun was een brug nuttig. Al vele honderden jaren is er zo een brug geweest. De kerk heeft hier ook een grote rol in gehad, want die was in elk geval in de 19e eeuw eigenaar van de brug, net zoals een groot gedeelte van de dorpsterp.

Een van de meldingen in het 'kerkeboek' was op 29 december 1846:  'betaald aan Pier Sjoerds Hidma 'weegens timmeratie aan Set en Barten 100 gulden'.

De brug was toen  een 'Set met Barten', dit is volgens een boek van dhr. Spahr van den Hoek:

 '...... het is meestal een stel stalten (walhoofden)tegenover elkaar, waarop de uiteinden van losse houten barten kunnen rusten'  (Een barte is een lange stevige houten balk)

Echter de historie van de deze brug blijft nog in nevelen gehuld, totdat in het kerkboek de volgende post verschijnt:

1856 Uitgaaf 427,91 Aan H. Bergsma voor timmeren

In dit jaar treffen we dus in het kerkvoogdijboek van Schettens een grote uitgave aan, namelijk 427 gulden voor 'timmerwerk'. De post vermeld niet wat er hier is vertimmerd, maar uit nader onderzoek blijkt dit zeer waarschijnlijk de bouw van de nieuwe brug te zijn. Want vanaf 1857 zien we jaarlijks een nieuwe post terugkomen bij de inkomsten van de kerkvoogdij: huur voor de draai.

Zo betaald Hidde de Vries in 1858 zes gulden voor huur voor de draai. Jaarlijks wordt dit opnieuw 'aanbesteed' en zo komen we vele verschillende namen tegen die er telkens andere bedragen voor over hebben. Zo komen we ook Jorke Westra, Sybren Robijn, Popke Zijlstra, Ulbe Haanstra en Ulbe Ozinga tegen. Aanleiding voor de bouw van een 'draaibrug' was waarschijnlijk dat er nogal wat huizen werden gebouwd aan het huidige 'bittenserpaed'. Voorheen stonden hier veel minder woningen, zo blijkt uit de notulen van de gemeenteraad van  Wonseradeel van zaterdag (!) 19 december 1925. Daarin staat ook e.e.a. beschreven over de geschiedenis van deze brug:

'De heer Van Slageren heeft niet veel meer te zeggen. De Voorzitter en de heer Ypeij hebben het voorstel goed toegelicht. Spreker wil echter nog iets opmerken naar aanleiding van de vraag van den heer Weerstra over de bediening.  Uit de geschiedenis blijkt, dat er vroeger een "zet met barten" en een loopbrugje over de vaart lagen. Over het laatste liep het voetpad. De bediening van een en ander regelde zichzelf. Ieder moest maar zien, dat hij er over kwam. Later kwamen er huizen. De Kerkvoogdij heeft toen een brug gelegd, maar dat bracht in de bediening geen verandering. Evenals met het "zet" en het loopbrugje redde ieder weer zich zelf; men liet de brug open of dicht, al naar dat uitkwam. Spreker vindtdan ook dat de bediening op belanghebbenden rust, hoewel de Kerkvoogdij de bediening op zich heeft genomen. Hij vraagt zich af, of belanghebbenden d.i. zij die "reed" over de brug hebben, wel genoeg geven. Spreker gelooft, dat de Kerkvoogdij genoeg bijdraagt. Hij is het met den heer Ypeij eens, dat het land bij een eventueelen verkoop niet minder zal opbrengen.

De situatie over de brug was ook enigszins anders dan nu het geval is. Op de kadastrale kaart uit 1832 blijken er maar 4 woningen te staan: een dubbele woning op de plaats bij de brug (nu fam. Koers) en een dubbele woning van de kerk waar nu fam. Veninga woont. De opvaart naar Bittens liep toen nog tussen beide woningen door. De kerk had verder veel grond over de brug en alle andere woningen aan het Bittenserpaed zijn dan ook later gebouwd op deze gronden. Waarschijnlijk is met de in de notulen genoemde 'loopbrugje' de 'draai' bedoeld, die in 1856 werd getimmerd, in verband met het toenemende aantal bewoners aan het 'bittenserpad'. 
Zoals de notulen al aangaven, was er toen ook nog een 'Set met barten', de aloude verbinding over het water. Deze verbinding werd mischien gebruikt door de bewoners van de boerderijen op Bittens. Het zal waarschijnlijk breed genoeg zijn geweest om hier met een 'sjees' overheen te rijden. 

Toch voldeed in 1873 deze brug (Set met barten) niet meer aan de nieuwste eisen, want toen kwam er een verzoek bij de kerkvoogdij binnen van de beide boerderij-bewoonsters van Bittens. Dit waren Geertje Klazes de Boer en Gerbrig Wybrens Douma, beide inmiddels weduwe. Zij hadden het grootste belang bij een 'moderne' verbinding en betaalden vervolgens beide één derde, het andere deel was voor de kerkvoogdij, van een nieuwe draaibrug. Hiervoor werd een overeenkomst opgemaakt in 1874, nadat eerst nog de floreenplichtigen van Schettens werden bijgeengeroepen om hierover te stemmen. Er werd namelijk ook nog een klinkerweg aangelegt naar de boerderijen over de grond van de kerk. In deze overeenkomst wordt ook gezegt dat de nieuwe draaibrug een 'Set met barten' zal vervangen. 
In 1874 werd de uitgave geboekt van 422 gulden, 1/3 deel van 1266 gulden, die timmerman Keimpe Roedema uit Longerhouw ontving voor het bouwwerk.

De brugafdraaiers, die voorheen nadat ze de brug 'gehuurd' hadden, aan mensen geld vroegen voor het 'afdraaien' van het loopbrugje, kregen nu jaarlijks een bedrag van de kerk.

In 1893 heeft de draaibrug weer groot onderhoud nodig en volgens het contract zijn alle onderhoudskosten altoos voor de kerkvoogdij. Die probeert nu op zijn beurt de Gemeente Wonseradeel te bewegen de brug over te nemen, in verband met het maatschappelijke noodzaak van de brug. Die is er echter nog niet klaar voor en verleent een maximale subsidie van 300 gulden.

Toch geeft de kerkvoogdij van Schettens niet op, want in juni 1920 beginnen ze een jarenlange (schriftelijke) strijd met de gemeente. Vele brieven en evenzoveel reacties hebben een flink dossier opgeleverd. Uiteindelijk moet de kerkvoogdij zware middelen inzetten om de gemeente zover te krijgen de draaibrug over te nemen. Eerst kreeg de gemeente te horen dat de brug 'af' zou blijven liggen, zodat reizigers zouden stranden in Schettens. Vervolgens dreigen ze om het land achter de brug,  waarop de plicht tot onderhoud der brug is bezwaard, te verkopen bij een openbare veiling. De gemeente weet dan dat een andere eigenaar wellicht minder belang heeft om onderhoud aan de brug te plegen, waardoor het 'algemene belang' in gevaar zal komen. Uiteindelijk gaat de gemeente pas eind 1925 overstag en nemen ze de brug over. Op 27 feb. 1926 wordt de overeenkomst getekend waarin de kerk een afkoopsom betaald van 3000 gulden en daarnaast ook nog een brugwachterswoning verhuurt aan de gemeente.

Tot 1969 is de brug nog immer bediend, door de bewoner van de 'brugwachterswoning', toen de familie P. Zijlstra. De brug was toen echter al vervangen door een brug die omhoog gedraaid kon worden. Ongeveer 1969 wordt de brug vervangen door een vaste betonnen brug, die niet meer beweegbaar was. Zo'n dertig jaar later, in 2000, maakt die weer plaats voor een brug met 2,5 meter doorvaarhoogte.

DE DRAAI zou een historisch verantwoorde naam zijn voor deze brug.


André A. Buwalda
e-mail: fam.aabuwalda@home.nl
HOMEPAGE: www.andrebuwalda.nl