Historie Schettens - Longerhouw

deel 54: Van Oeckelen orgel te Schettens


Het kerkorgel van Schettens

In Schettens beschikken we over een bijzonder orgel. Een orgel van Van Oeckelen. In onze provincie lang niet zo bekend als bijvoorbeel een Van Dam orgel. Toch behoort oprichter Petrus van Oeckelen tot de grootste orgelbouwers van de 19e eeuw, zowel kwalitatief als kwantitatief. In totaal 3 generaties hebben het vak van orgelbouwer gebezigd. Cornelis van Oeckelen, geboren in 1762 was reeds 'mr. horlogemaker en orgelbouwer' in Breda, waar hij zijn zoon Petrus het vak heeft geleerd. Die verhuisde echter in 1810 naar Groningen, waar de basis lag voor het grote succes. In 1819 maakte hij zijn debuut met zijn eerste zelfstandig gemaakte orgel voor de Herv. kerk van Assen. Hierna rees zijn ster snel en volgden vele opdrachten, voornamelijk in de provincie Groningen.  In Friesland staan zover bij mij bekend orgels in de kerken van Akkrum, Harlingen, Beetgum, Wirdum en Oenkerk en dus Schettens.  Petrus trouwde in 1825 met Joanna Auwerda en samen kregen ze 6 kinderen, waarvan 3 zonen in de zaak hebben gewerkt. Na de dood van Petrus in 1878, zetten de beide zonen Cornelis en Antonius van Oeckelen de zaak verder onder de naam Petrus van Oeckelen en zonen. Onder hun bewind is dus het Schettenser orgel gemaakt. Hoe de kerkeraad van Schettens tot de keuze voor deze bouwers kwam is verder niet bekend.

Het nadeel van orgels is dat men al heel snel overgaat in vaktermen, wat voor een leek niet altijd begrijpbaar is. Zo heeft de bekende orgel-kenner Jan Jongepier in 2000 een uitgebreid restauratie-rapport geschreven over het orgel en zijn toestand. Hierin komen vele begrippen en vaktaal naar voren, zoals dispositie, klaviatuur, register, schepbalgen, manuaalwerken, tremulant, stokbreedte, klavierstoters, etc. Een orgelcursus is nodig om dit allemaal te snappen. In ieder geval schijnt de dispositie voor orgelkenners het uitgangspunt te zijn, deze is als volgt:

Bovenwerk: (C-f3)
Prestant  8vt
Bourdon  16vt
Holpijp  8vt
Octaaf  4vt
Quint  3vt
"Mixtuur   3"
Octaaf  2vt
Trompet B/D  8vt
 

Nevenwerk: (C-f3)
Prestant  8vt
Roerfluit  8vt
Salicionaal  8vt
Viola di Gamba  8vt
Flute harmonique  4vt
Gemshoorn  4vt

Pedaal, C-d'
Subbas  16vt

De orgels van Van Oeckelen staan momenteel zeer goed bekend om hun klank. Zo was de 'Flute harmonique' hun echte specialiteit en diende deze van Schettens zelfs als voorbeeld bij de restauratie van het bekendste orgel die deze familie maakte, die in de Lutherse Kerk te Groningen, gemaakt in 1896. Het Schettenser orgel in, gelukkig, nog bijna volledig in authentieke staat, zo ook de klank dus. Alleen de orgelkleur was oorspronkelijk zwart, dus die is later gewijzigd.

De aanneemsom voor het orgel was 4.120 gulden, waarvan volgens afspraak 3.420 gulden werd betaald na oplevering en goedkeuring door een onafhankelijke organist, in dit geval dhr. H.J. de Vries uit Arum. Zijn 'keuringsrapport' va 22 augustus 1891 is bewaard gebleven en hierin steekt hij zijn enthousiasme niet onder stoelen en banken. Het restant bedrag van 700 gulden werd 4 jaar later, met intrest, betaald. In het kerkelijk archief is gelukkig het bestek bewaard gebleven, waarin de opdracht wordt gespecificeerd. Hierin blijkt tevens dat Van Oeckelen 10 jaar garantie moest geven, mits het orgel 'nagezien en gestemd' werd. Daarnaast staat hier de originele kleur van het orgel beschreven:

Artikel 15. Van het verfwerk. De orgelkast de kroonlijst en de lambriseering zullen zwart worden geschilderd, de bewerking zal zijn als volgt: Alles zal met loodwitverf voor de eerste maal worden aangestreken, de spijkergaten met stopverf wordt digt gemaakt, alsdan zal de geheele kast en bijwerk worden geplamuurd en zuiver worden geslepen. Tweemaal zal dezelve met een best soort zwart worden geverfd, en daarna tweemaal met de beste Copal vernis worden vernist; de lijsten zullen doelmatig met Amsterdams ducatongoud worden afgezet; zoowel op de lambriseering  en de kroonlijst, als de orgelkast. Bij het klavier zal het tot even boven de registertrekkers, alsmede de organistbank lichthoutskleur worden geschilderd en tweemaal worden vernist. Als het loofwerk en de ornamenten op het orgel zal worden gebronst en de hooge punten, waar zulks past, met roozenoblegoud worden geharseerd, het geheel moet een cierlijk aanzien hebben.

 

In de notulen van de vergadering van kerkvoogden met stemgerechtigden, van 13 september 1890, staat het volgende:

(......) Ook beslist de vergadering met 12 tegen 2 stemmen, dat op kosten der Nederduitsch Hervormde Kerkvoogdij van Schettens in het Kerkgebouw te Schettens een pijporgel geplaatst zal worden, terwijl aan Kerkvoogden de opdracht gegeven wordt deze zaak te bevorderen en ten uitvoer te brengen (......)

Vergadering 19 augustus 1891

(.....) Kerkvoogden vraen machtiging eene geldleening aan te gaan ten behoeve van het nieuwe gestichte orgel in de kerk te Schettens. 
(.... er wordt dan gestem met briefjes, allen blijken 'voor' te zijn....)

Het wordt aan Kerkvoogden opgedragen om deze geldleening ten uitvoer te brengen, hetwelk op een gezegeld stuk door allen is onderteekend.

 


André A. Buwalda
e-mail: fam.aabuwalda@home.nl
HOMEPAGE: www.andrebuwalda.nl