Historie Schettens - Longerhouw

deel 53: 'Ondergang van de kerk?'


In 1687 verkeerde de kerk van Schettens in een grote crisis, zoals dat waarschijnlijk nooit meer vaker is voorgekomen. Waarschijnlijk door financieel wanbeleid van Schelte van Aijsma, verkeerde de kerkvoogdij op de rand van het bankroet. In 1678 was deze Schelte benoemd (zie historie nr. 50), maar op 15 augustus 1683 afgezet. Uit onderstaand verhaal blijkt dat er een schuld is van 1500 caroli guldens, een behoorlijk bedrag voor die tijd. De voormalige schoolmeester had nog een groot deel achterstallig salaris tegoed en ook de taxatie van de 'kerkeplaats', stem 14,  in Schettens (nu dorpshuis) was ongunstig uitgepakt voor de kerkvoogden. Tot slot bevinden de kerkelijke goederen zich in een achterstallige staat van onderhoud, zodat het onmogelijk is om deze schulden op een normale manier af te betalen. Als klap op de vuurpijl dreigen de schuldeisers met executie van de kerkelijke goederen ! 
Dan is er nog wel het eindsaldo van de 'rekening', maar die 393 caroligulden kon Schelte van Aijsma niet meer afdragen. Daarnaast 'scheen' er een testementaire schenking te zijn van 250 caroligulden van 'een mevrouw Aesgama'. De nieuwe kerkvoogden kregen als opdracht als eerste deze twee sommen te innen. Dat ze voortvarend te werk gingen blijkt wel, want 2 maand later had Schelte van Aijsma immers zijn schuld betaald. Ook de schenking kwam boven water, zij het dat het hier gaat om Lolck Aysma, een tante van Schelte. Lolck was geboren te Schettens en trouwde aldaar met Georg Sigismund de Zedlitz, een kapitein in het leger. Op 16 mei 1688 werd uiteindelijk zo'n 133 caroliguldens ontvangen, wat engiszins tegenviel. Maar goed, de Diaconie van Schettens-Longerhouw leende 192 gulden, Wijbe Piers verstrekte een obligatie van 200 gulden en Doye Thomas leende de kerk 100 gulden. Zo was de kerk uiteindelijk weer gered en keerde de rust weer terug.


Op dato als boven hebben de innegesetenen tot
tweede kerkvoogd beneevens Meijnert Hoijtinga aan
wien voor het aanstaande jaar de ontfang is ge-
wert den E. Tjalling Doeckes en is verders eenparig
geresolveert, dat vermits de kercke van Schettens
weegens de huijstaxatis van Tjalling Doeckes te-
genwoordig bewoonde plaatse, als meede weegens
verscheenen en agterstallige traktementen van
de voorige schoolmeester Reijner Claasen om-
trent de vijftienhondert caroli gulden ter agteren
sal weesen, en booven dat nog soo veel loo-
pende lasten is hebbende, dat uijt de
ordinaris te goede sijnde opcomsten, nog nau-
welijx en sullen cunnen worden voldaan, en
dat daarentegens niets voor de kercke te
goede wirt bevonden, als het slot van voorige
reeckening van d' H' Aijsma, en soo gesegt wirt
een besprek van wijlen mevrouw Aesgama ter 
somma van tweehondertvijftig gulden, bedraagende te
saamen omtrent seshondert vijftig gulden, en dat
de kercke alreede met twee processen van Wijbe 
Ulbes in qualiteit en Reijner Claesen is besprongen
ja tot de executie gebragt en daar meede ge-
dreijgt wirt en de gevreese executie niet
langer en sal connen worden ontgaan, waar door
dan de kercke niet alleen in groote costen voor
deselven ondraagelijk sal coomen te vervallen,
maar door de executie geheel en all tot onver-
beterlijke schande worden geruineert;  soo is ter
voorkominge vastgestelt dat voorige seshondert
vijftig gulden ter aldereersten met alle minnelij-
ke en bij onverwagte onstentenisse van be-
taeling met regtsmiddelen sullen worden inge-
vordert en wijders de diaconie van Schettens
en Longerhouw versogt en haar te goede
hebbende, en bij ander op intres staande pen-
ningen, tegens behoorlijcken intres op Meij
1687 aande kercke van Schettens te willen
verschieten, dat ook tot verder redding van de 
reeds vervallen kerckesaacken en tot voorkoo-
ming van de totalen ondergang ( 't welk on-
verantwoordelijk soude weesen) van deselven, tot
naader orde op ieder floreen jaarlijx sal
omgeslaagen en betaelt worden met de
maanden van september en october ses
stuijvers of een schelling, waaraf op het 
exempel en voorbeeld van andere dorpen in
diergelijken staat weesend, de helfte of drie
stuijvers sal coomen tot laste van den eij-
genaar en de andere helfte tot laste van 
de meijers; in hoope dat op deese wijse Gods
huijs voor verder verval, en het dorp van een
andersins onvermijdelijcke schande, sal connen
worden bevrijdet; in kennisse onser aller hande
den 12 januarij 1687; en de hand van d' H'
Grietman Aijlva als commissaris niet al-
leen maar ook als een voornaam eijgenaar onses 
dorpe.

Jacobus Steenwijk                        M. Hoitinga
pastor loci                                    1687

Doije Tomes                                Tijerck Freerxs

Tijallingh Doeckes                        Pijtter Harmens

Freerck Lolckes

Dit is Haring Jetses eigen gesette handmerk

C.W. Aijlva

geresolveert beslist
ordinaris normale
in qualiteit namens

André A. Buwalda
e-mail: fam.aabuwalda@home.nl
HOMEPAGE: www.andrebuwalda.nl