Historie Schettens - Longerhouw

deel 48: Artikel van Jacob Hepkema


Uit: Historische wandelingen door Friesland
Schrijver: Jacob Hepkema
Geschreven tussen 1894 en 1919

Schettens en Longerhou

Wij bezoeken eerst het laatste dorpje met zijn schijnbaar hongerigen naam, die er heel wat appetytelijker uitziet in den verhollandschen vorm Langerhove.

"Hou" beteekent "hof" en komt veel voor in Friesche plaatsnamen, als: Sweagmerhou, Aldehou, Housterdyk (Jorwerd), de Houwen (Parrega), Hou (gehucht Kornwerd), Houtikker (onder Skarl), Noorderhou (sate Tzummarum), Housleat (H.O. en N.) enz.

Of longer is afgeleid van longerjen, langhalzen of sterk verlangen, wagen we niet te beslissen, doch onder Uitwellingerga vindt men het Longerskar, waar het vee beter af is dan op het Hongerskar in Doniawerstal.

Longer kan ook afgeleid zijn van Lolle, want te Lollum vindt men eveneens een Longerskar, verkorting van Lollingerskar, en al hoe kort van bestek het dorpje Longerhou zelf ook moge zijn, toch is het meer lang dan breed of rond en staat de kerk er niet in 't midden, maar aan 't einde van 't dorp, zoodat het begrip langer niet uitgesloten is.

Een dubbel rijtje kleine huizen met een in 't oogvallende timmeraffaire, plus drie a vier boerderijen en het kerkje, zie daar de buurt, die op een vrij hooge terp is gebouwd. In 1811 telde het slechts 47 en thans 125 inw.

Tegenover de kerk droeg een steen in den gevel eener boerenhuizinge het oude Friesche wapen, waarvan het rijmpje zegt:

San plompen mei trije balken yn in blau san,
Is 't wapen fen Fryslan

De schuur was voor korte jaren ingestort, werd ons gezegd.

In de kerk

van roode friezen, bizonder gladglanzend geverfd, trof ons het artistieke snijwerk van den predikstoel. Dit is merkwaardig fijn. Vijf vakken zijn er, 't een al fraaier dan 't ander en der bezichtiging waard. De bijbelsche tafreelen zijn ongeschonden en goed geconserveerd, alleen wat sterk gevernist. Zij stellen voor: Christus geboorte, Christus gekruist, Opstanding, Uitstorting van den Heiligen Geest en Het Laatste oordeel.

Wij hebben er veel geld voor kunnen krijgen, vertelde onze geleidster, die er meer niet van wist en moeite had eene kleine schare jongens in bedwang te houden, die mee was binnengedrongen en gelukkig in de orre wike weer naar school moest, gelijk het vrouwtje zicht uitdrukte.

Een spliksplinternieuwe vloer dekt de oude zerken en 't relatief groote orgel scheen vrij modern.

In den toren

vonden we nog bizonder de lijkbaar, vanwege de volgende inscriptie:

De doodbaar gaat niemand, o Heer, voorbij,
't Is jong of oud, ook wie hij zij.
Waak steeds en bidt en wees bereid
Voor 't naderen der Eeuwigheid

Om de kerk

Is het dorpje arm aan geboomte, de doodenakker heeft niets van dien aard, doch enkel een geschoord muurtje, waarop een ijzeren hekwerk. Bij den ingang twee zerken, mogelijk wel uit kerk of toren, daar neergelegd. Behalve het jaartal 1631, lazen we daarop de namen van Gabbe Scheltes en Gabbe Schelteswyf, oud 43 en 46 j. Even verder vonden we den naam: J.B. van Abbema. Oude en nieuwe zerken, enkele met kruis van katholieken en andere met bijbelteksten, als: Openb. 14 vs. 13, Markus 10 vs. 13-16.
Zeer hooge heuvels dekken de nieuwe graven, welke eerst na twee jaren geslecht mogen worden.

De lage stompe toren met wijzerplaat, waarop 't jaartal 1897, is dat jaar door den bliksem getroffen of liever het uurwerk werd toen door het hemelvuur vernield en vernieuwd.

Een uitbuurtje van een paar boerderijen werd mij als Lunjier aangeduid, even verder vond ik de namen Vaders-hofstee en Padde-huis.

Als was hem dat aan te zien.

Bij den opweg naar het dorpje Schetens zagen we een man met een bus op den rug en een slangenpijp in de hand, midden in een aardappelveld, dat min of meer stervend bleek. Wij dachten aan de droogte, die watergeven wenschelijk maakte. Niet zeker van den weg, vroegen we hem, wijzend in de richting van het torentje:

Is dat Schettens ? - Dat wit ik net, luidde het barsch, hwent ik bin hjir noait earder west. Als was hem dat aan te zien ! So, nou, 't is ek mar in frage en hwet men net wit, der freget men nei, luidde ons wederwoord. - Dat is ek el wer sa, zei de man wat schiklijker, mar ik bin fen Arum, witju. - Hwet doch jy der, as ik freegje mei? - Ik bin oan 't dokterjen, ik spuitsje mei kopervitrioel, dat is tsjin de irpelsiekte. Blijkbaar bekommerde de man zich weinig over de naaste omgeveving en enkel over de patienten, waarvoor hij geroepen was.

Wacht u voor den hond.

Meer attentie werd ons bewezen door een grooten hond, wiens beeltenis met de gebruikelijke waarschuwing op een bordje bij 't hek van een boerderij was geplaatst. Zelf stond de booze bijter op den open dam tot den aanval gereed.

Dat geval komt meermalen voor en de boer of wie ook, moge dan al lachend verzekeren: hy scil jy gjin kwea dwaen, steeds is ons antwoord: "als was hem dat aan te zien! Ik kan mij wel wachten uw hieming te betreden, maar heb geen zekerheid dat de hond, waarvoor ge waarschuwt, zich ook zal wachten op den weg te komen. Maak hem dat onmogelijk, door hem vast te leggen of het hek te sluiten en anders, weg met de waarschuwing. Dat is billijk recht."


André A. Buwalda
e-mail: fam.aabuwalda@home.nl
HOMEPAGE: www.andrebuwalda.nl