Historie Schettens - Longerhouw

deel 40: Memoriebord deel II


In deel 1 van deze reeks, werd het memoriebord te Longerhouw behandeld. Dit prachtige bord, dat nu met de 10 geboden aan de voorkant het koor siert, zou gemaakt zijn ter gelegenheid van de grote verbouw van de Longerhouwster kerk in 1757.

Echter de historie laat zich soms maar moeilijk ontrafelen maar geeft zo af en toe ook wat prijs. Zo vond ik pas onlangs de kerkeboeken van Schettens in het gemeentearchief van Wonseradeel. Deze bevonden zich niet bij het overige kerkarchief, maar op een andere plaats, waarschijnlijk omdat deze zich hier al langer bevonden. Een van deze boeken behandelde de jaren 1715-1774. Op ongeveer het midden behandeld een apart hoofdstuk de verbouw van de Schettenser kerk.

'Uit Gaaf wegens t Verbouwen van de Kerk te Schettens  1756'

Op 11 pagina's gedurende de jaren 1756 tot en met 1762  worden vele posten vermeld. Nu blijkt dus dat het wetbord annex memoriebord dus te Schettens thuishoort !!! Het bevond zich hier echter ook (achter het orgel) toen het in 1987 naar de net gerestaureerde kerk van Longerhouw werd verplaatst.
Tenslotte komt het allerbelangrijkste bewijs uit het kerkeboek zelf:

1762 Den 5 Julij

Aen Wiebe Koster Mr. Schilder
betaald voor schilderen en vergulden
samp of halen en op brengen vant
Wet bord, in de Kerk te Schettens
guld:    55:0:00

Dat tot nu toe werd aangenomen dat dit bord uit Longerhouw afkomstig was, kwam door de vermelding in de ' Stads- en dorpskroniek van Friesland deel I (1700-1800)', van ds. Wumkes. Hierin staat dat ds. G. Lantinga op 24 april 1757 een inwijdingsdienst hield nadat de kerk van Longerhouw geheel vernieuwd was. Het jaartal 1757 wordt immers op het bord vermeld als het jaar van vernieuwing. Waarschijnlijk is eerst de kerk van Longerhouw verbouwd, zodat toen die in 1757 klaar was, men gelijk verder kon met de kerk van Schettens. Hierdoor kon men gewoon gedurende deze periodes in één van de kerken dienst blijven houden. Echter van de verbouwing van Longerhouw is nog geen nader bewijs gevonden, ook al omdat de kerkeboeken van Longerhouw uit deze tijd niet bewaard zijn gebleven.

Deze gehele (ver)bouw van de Schettenser kerk kostte in totaal de som van 2020 caroli guldens. Om dit te bekostigen moest er geld op het kleed komen, want de kerk bezat weinig contanten.

Op 27 april 1757 leent Willem Dirks Veersma 1000 c.g. tegen 3 procent rente per jaar. Een jaar later, op 6 augustus 1758 leent dezelfde nogmaals 500 c.g. 'tot op bou van de Kerk', tegen dezelfde rente.

Daarnaast wordt op een vergadering van floreenplichtigen besloten om een 'omslag' te gaan heffen op iedere floreen belasting in het dorp Schettens. Dit betekende dat iedereen die land had (dus meestal boer was), extra belasting ging betalen die geind werd door de ontvanger van Schettens, Sjoerd Sijbrens de Witte. In de floreenkohieren staan alle florenen vermeld wat een stuk land aan jaarhuur waard was ten tijde van het opstellen van de 'registers van de aanbreng' in 1511, met in totaal 335 florenen voor Schettens. De omslag werd bepaald op 12 stuivers per floreen, wat dus een extra inkomstenbron betekende van 201 caroli guldens (van 20 stuivers elk)

Deze post komt ieder jaar weer voor op de lijst van inkomsten en duurt voort t/m 1774, dus 18 jaren. Hiermee was de grote verbouw van de kerk in ieder geval ruimschoots mee gedekt.

Nu pas worden de namen op het herinneringsbord ook duidelijker. Zoals in deel 1 reeds gezegd staan hierop de wapens en borden vermeld van de grietman, dominee Gerbrandus Lantinga en de kerkvoogden Tialling Jarigs en Seerp Stevens Swerms. Tialling Jarigs was destijds de rijkste man van Schettens. Hij vertrok in 1720 vanuit Pingjum naar de 'weeshuis' boerderij op Bruindijk en werd al op 30 mei 1723 tot kerkvoogd gestemd door de floreenplichtigen van Schettens. Halverwege 1731 kwam er een ander voor hem in de plaats. Echter op 26 sept. 1747 werd hij opnieuw tot kerkvoogd gekozen wat hij nu tot zijn dood in 1767 zal blijven. 

Tijdens de 'rekeninge' op 3 okt. 1745 wordt er iets geconstateerd, waarop ik een andere keer in ga. Besloten wordt in ieder geval om de 'gaande' kerkvoogd Douwe Douwe Posthumus niet te herkiezen. In plaats van hem wordt de Bolswarder vroedsman Seerp Stevens Swerms  benoemd. Hij blijft kerkvoogd tot zijn overlijden in juni 1772. Pas op 21 april 1774 wordt er weer 'rekeninge' gedaan. Door de secretaris van Bolsward, Petrus de Kok, wordt het gehele tijdvak tussen 1762 en 1774 in een keer verantwoord. Hij doet dit als gelastigde namens de familieleden van Seerp Swerms.

Er waren in die tijd altijd 2 kerkvoogden, waarvan de langstzittende de administrerende kerkvoogd was, die dus de kerkeboeken bijhield. In het begin van dit kerkeboek werd ieder jaar in mei of juni de rekening besproken en goedgekeurd door de floreenplichtigen, waarna de verkiezing plaatsvond van een nieuwe kerkvoogd. Meestal werd de aftredende weer herkozen, zodat de samenstelling soms jarenlang niet wisselde. Vanaf 1734 werd er iedere 2 jaar 'rekening' van de boeken gedaan. Echter als er iets bijzonders was kon deze periode nog veel langer zijn. Tijdens de verbouw van de kerk vonden er in het geheel geen verkiezingenen plaats en werd er ook geen 'rekening' gedaan.  De op 16 juli 1754 gekozen kerkvoogden Tialling en Seerp werden pas op 16 dec. 1762 herkozen, dus voor en na de grote verbouw. 

wordt vervolgd.


André A. Buwalda
e-mail: fam.aabuwalda@home.nl
HOMEPAGE: www.andrebuwalda.nl