Historie Schettens - Longerhouw

deel 39: krantenknipsel 'Vredeshof Schettens'


Uit: Bolsward Nieuwsblad 
10 augustus 1971


Notities bij onze Friese Vredehoven

VI    Schettens

"Verroest"constateren wij als we te Schettens het kerkehek piepend opendraaien. En het is zo, het ziet er haveloos uit en alles behalve in de stijl van het overigens ook hier keurig onderhouden vredehof. Het Schettenser kerkhof ligt hoog en droog en we hebben een fraai vergezicht over de velden. Schettens zelf is een doodlopend dorp, een van de 27 woonkernen van Wonseradeel. Als met een navelstreng is het net als het tweelingdorp Longerhouw verbonden met de Rijksweg 43 en dus met de wereld. Geen wonder dat we hier gedeeltelijk dezelfde namen tegenkomen als in het zusterdorp, maar daarnaast zijn er toch weer andere: naast Van Abbema, Tjalsma enz. ook Scheepsma, Roedema, Osinga, van Dijk, Galema, Wijma, Van Slageren, Weidema. De kerk is heel wat anders dan te Longerhouw. Nieuwer, met spitse toren. Maar een ding is hetzelfde: de ingang zit aan de zuidkant, sedert vanouds de geliefde zonnige zijde om de kerk binnen te gaan, vanouds enkel de ingang voor mannen en eenmaal in haar leven voor de bruid.

Nu dit reeds ons zesde bezoek is aan een Fries vredehof vragen wij ons af, of we er nog nieuws zullen vinden. Natuurlijk er zijn tal van overeenkomsten maar elk dorp heeft zo zijn eigenheid en elke dodenakker zijn bijzonderheden. Ook hier zullen we niet alle opschriften geven, maar een keuze maken. Als de kerkgangers zich na de dienst huiswaarts spoeden valt hun oog op vrijwel de enige zerk, die ze kunnen lezen. De weg is n.l. aan de westzijde, de zerken staan op het oosten gericht. Vanaf de kerkingang kijkt men dus steeds tegen de achterkant. De steen die men in het oog krijgt en die iedere Schettenser kerkganger dus wel gelezen moet hebben is die ter nagedachtenis aan het echtpaar Feite Bakker, geboren te Ferwoude in 1863 en overleden te Lollum in 1940 en Grietje Osinga geboren te Schettens in 1867 en eveneens overleden te Lollum en wel in het jaar 1943.

Juist tegenover de deur der kerk ligt de oud-Schettenser Johannes Jan Hibma ter aarde besteld. Hij werd er geboren in 1886 en sleet zijn laatste jaren te Bolsward aan de Burg. Praamsalaan, waar hij overleed op 30 sept. 1969. Hij kreeg als troosttekst mee: Hetzij wij dan leven, hetzij wij sterven, wij zijn des Heren. 
Een merkwaardige zerk is niet ver vandaar die an Pierius P. Lycklama a Nijeholt (1878-1933), gehuwd met Wilbrig Schuurman (1880-1952), merkwaardig omdat van dit van ouds adellijk geslacht het familiewapen op de steen is aangebracht met links 2 Franse lelies en rechts een koker met bloemen. Wie over het ontstaan van de uitgebreide familie Lycklama a Nijeholt wil lezen vrage de Friese roman Berber van de genealoog R.S. Roarda maar eens uit de bibliotheek (in een boekhandel behoeft u niet te bestellen, want het boek is reeds lang uitverkocht).

Bauke D. Bakker (1874-1900) heeft deze tekst op zijn zerk gegrift: "Er is maar een schrede tussen ons en de dood" voorzeker een waar woord als men op een dodenakker vertoeft !
Slechts zelden is op een grafstede het beroep van de overledene of een andere bijzonderheid vermeld. Een paar maal slechts is dit het geval, b.v. als we lezen

Hier rust het stoffelijk overschot van Auke Sybrens de Witte, in leven kerkvoogd te Schettens, geb. te Longerhouw de 19e nov. 1823, overleden te Schettens april 1875, geliefde echtgenoot van Antje Sybrens Yntema en van hun lieveling Lambertus, overl. te Schettens 17 dec. 1863 oud drie jaren.
De Witte was dus kerkvoogd. Het is niet de enige maal, dat een dergelijke aanduiding op een gedenksteen voorkomt. Het ambt van kerkvoogd stond vroeger- zo moeten we hieruit wel begrijpen- in veel hoger aanzien dan thans. De kerkvoogd was voorheen op het dorp de man.

Een ander beroep lezen we bij het monumentje voor Jeremias H. Gras, geboren te Koudum 12 maart 1889, overleden te Schettens 10 april 1924 (op pas 36-jarige leeftijd dus) "in leven hoofd der Ned. Herv. school, alhier". Naast hem is ter aarde besteld Ytje van Vaals (zijn echtgenote) die leefde van 1895-1928 "onze geliefde enige dochter". Geen wonder dat de zerk is versierd met een vaas met treurtakken. Om nog eens een tekst te noemen: Abe Tj. Ozinga (1875-1945) en Berber P. Dijkstra (1878-1951) hebben dit vermeld op hun laatste rustplaats: "Want gij zijt gestorven en uw leven is met Christus verborgen in God".

Iets heel aparts ontdekken we, als we op eenzelfde zerk lezen: Ter nagedachtenis aan onze geliefde vader Pierius T. van Abbema, geb. 4 febr. 1859 te Nijland, in Jezus ontslapen 21 jan. 1945 te Loppersum (laatste oorlogswinter !), sedert 10 febr. 1938 weduwnaar van Pietrik S. Hiemstra (die er naast ligt begraven), namens kinderen en kleinkinderen, Dr. T. v. Abbema. (En dan na een  .. ) Ter nagedachtenis van Doctor Tettero van Abbema, geb. 14 febr. 1886 te Schettens, overleden 28 aug. 1948 te Loppersum en aldaar begraven.

We hebben hier dus een geval van een oud-inwoner van Schettens, die elders ligt begraven, maar hier in zijn geboortedorp een gedenksteen kreeg.
Als we even verder op de gedenksteen voor Fekke Ybema anders geen troostwoord of tekst lezen dan enkel "zondag" zal slechts hij die de Heidelbergse Catechismus kent, weten wat hier wordt bedoeld.

Aan de noordzijde van de kerk vinden we behalve het gedenksteentje voor Symontje Jongma (1929-1943) ook een met glas afgedekte doos, waarin een kunstkrans namens de kinderen en het personeel van de Herv. school. Het is de eerste keer, dat we op onze tocht langs de vredehoven een dergelijke grafversiering tegen kwamen. Vroeger kwamen ze veelvuldig voor en werden ze gekscherend wel "taertsjedoazen" genoemd, dit naar de uiterlijke vorm. Op sommige kerkhoven zijn ze verboden, omdat 't meestal vrij spoedig roestige gevallen worden, die erg ontsierend zijn.Deze kransdoos die dus al bijna 30 jaar oud moet zijn is nog in redelijke staat al zou een verfbeurt aan de binnenkant geen overbodige luxe zijn.
Geheel iets anders is de zuil die is opgericht voor vier leden van het geslacht Boersma:de zoon Hotze Jans (1855-1905) de vader Jan Hotses (1815-1882), zijn echtgenote Grietje de Boer (1815-1882) en Murk Jans (1852-1868). Er staat niet onder van dankbare dit of dat, maar heel zakelijk: De erven H.J.B. Kort maar krachtig dus.

Het noodlot heeft vele malen toe geslagen in Schettens. Zo staat op de zerk van Jaring Th. Atema (1849-1902) onderaan de toevoeging: "En van twee onser broeders Marten en Steffen". Op een strook, die te kort was voor volwassengraven ligt (ook aan de noordkant) een hele rij kinderen begraven.Het zijn Bouke de Boer (1923-1927, met vlinders als motief in het steentje). Jacob Bakker (1960-61), Jan Roelof Reinsma (1953-54), Dirk Reinsma (1950-'52) en een rij verder nog eens Jacob Bakker (1949-'59). Vele malen lezen we hier de typisch gereformeerde troostspreuk: De verbondsbelofte is ons tot troost.

Op een paar ovalen, zeer goed beward, leze we nog de namen van Maaike Turkstra (1831-1916) en haar echtgenoot Tjeerd D. de Jong (1818-1894). Tenslotte laten we niet onvermeld de zerk (eenvoudig als de man zelf was) tot nagedachtenis aan Sytze van Abbema, met als vermelding Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw en ereburger vanWonseradeel geb. 1887 te Schettens, overl. 1968 te Lollum. De heer S. van Abbema was zoals bekend daar schoolhoofd en is lange tijd lid geweest van het college van Gedeputeerde Staten van Friesland. Hij was vooral ook bekend om zijn vaderlijke maar toch vaak geestige wijze van spreken, waarin zich de schoolmeester nimmer verloochende.

Zo viel ook van dit vredehof nog wel het een en ander te vermelden. De dodenakker is goed onderhouden, maar zonder 'n paar rommelhoekjes kon het ook blijkbaar hier niet. Die naast het onwelriekende urinoir, waar een hoop puin, gebroken dakpannen enz. ligt, lijkt ons echter overbodig. Ook te Schettens komt de vuilniswagen.


André A. Buwalda
e-mail: fam.aabuwalda@home.nl
HOMEPAGE: www.andrebuwalda.nl