Historie Schettens - Longerhouw

deel 34: Aylva op Filens en Bittens


Deze maand een historisch stukje over het jongste deel van Schettens. Dit lijkt tegenstrijdig maar komt omdat de buurtschap Filens pas na de 2e wereldoorlog van Witmarsum bij Schettens werd gevoegd. In oudere boeken wordt het dan ook altijd bij Witmarsum besproken. In 'Historische wandelingen door Friesland', door Jacob Hepkema geschreven tussen 1894 en 1919, wordt nog melding gemaakt van een boerderij 'Aylva' op Filens. 
Een jaar voordat het artikel hieronder in de krant verscheen, onderzocht dhr. Leendert Jacobus Hannema nog de latere bewonersgeschiedenis van de boerderij. Hij was getrouwd met de in het artikel genoemde Jacoba Stork. Zij woonden in Harlingen in het Hannemahuis, nu gemeentemuseum. Het antwoord van de gemeentesecretaris op zijn brief staat onderaan afgedrukt.

In 1930 besloot de toenmalige bewoner Johannes Hibma de boerderij op Filens af te breken en aan de andere kant van de weg Schettens-Witmarsum, nabij Bittens een nieuwe boerderij te bouwen. Dat de geschiedenis bepaald niet stilstaat blijkt wel uit het feit dat in 1995 ook deze boerderij weer werd afgebroken, door de huidige bewoners fam. J. Hibma. Hiermee verdween dus ook de naam 'Aylva' op de dakkapel. Dit is vorig jaar weer in ere hersteld; zij het nu op de witte bloembakken bij de oprit. 
Op het buurtschap Filens stonden 3 boerderijen waarvan Aylva State het dichtst bij de Witmarsumervaart stond en deze plek is na de afbraak ongebouwd gebleven. Overigens was de andere Aylva State in Witmarsum, op de plek van het huidige verzorgingstehuis Aylva State, veel belangrijker omdat daar de grietmannen op woonden. Een afbeelding van deze state hangt in het Gemeentehuis te Witmarsum.


Uit: Leeuwarden Courant (Sneon en Snein) van 21 april 1956
Naam herinnert nog aan state en geslacht van de Aylva's

Rest slot te Filens verdween in 1930.

Er zijn vele Aylva's grietman geweest van Wonseradeel: elf zonen van dat geslacht regeeerden met tussenpozen van 1456 tot diep in de achtiende eeuw. Van het dorp Witmarsum word in 1776 opgetekend in de "Tegenwoordige Staat"  dat het is een "schoon en groot dorp van 56 stemmende plaatsen , gelegen aan 't Zuidelijk einde der Pingjumer Halsband"; in dit dorp trof met voor 1747 het stamslot der Aylva's aan.

Oostelijk van het dorp was "weleer nog eene state van Aylva, alsook Bonga-stins, Nystinstra en Filens, benevens de buurtjes Rypend, 't Vlied, Gerns, Koudehuizen, enz. In den jaare 1421 woonde hier Tjaard Aylva, een overschrokken voorstander der Friesche vrijheid, gelijk hij onder anderen in dit jaar deed blijken, door het Hollandsch garnizoen te Makkum, door de Schieringers ingehaald en onder bevel van Sikke Sjaardema staande van daar op eene behendige wijze te doen verhuizen".

Men het kan treffen met de vijand op verschillende wijzen weergeven het "op behendige wijze doen verhuizen" is er één van.

Aylva-state bij Filens, daar gaat het ons vandaag om. Want al was die state dan in 1788 al lang afgebroken of waarschijnlijk omgebouwd tot boerderij, pas in 1930 verdwenen de laatste resten van Aylva's slot, toen de plaats - bewoond door Johannes Hibma - werd afgebroken. De heer Hibma weet te vertellen dat het woonhuis de vorm van een "haak" had, dat de muren dik waren, dat er oude Friese moppen te voorschijn kwamen alsook een dakpan, die bij het uilebord had gezeten, waarop het jaartal 1711 stond - waarschijnlijk het jaartal dat de boerderij gebouwd was op de resten van de state. De kelder was groot en diep en had een gewelfde zoldering, waar tegenaan een houten houten plafond was gemaakt. De keuken had een grote schouw van blauwe tegels, die gesneuveld zijn bij de afbraak; in de doorloop naar de keuken zat een ovaal raampje, waarvan het glas direct in de muur was gezet. In de Bolswarder vaart is nog een houten pijler te vinden waar vroeger de brug naar de Marnedijk is geweest. Uit archieven en kadaster zijn wij zowat de loop van zaken te weten gekomen betreffende eigenaars en bewoners der afgebroken boerenplaats, die in 1930 meer naar het oosten is herbouwd.

In 1700 behoorde de plaats aan Tjaard van Aylva, en de bewoner was een zekere Aage Johannes. Wanneer Tjaard is overleden, erft zijn weduwe Margaretha Johannesd. barones van Ghendt de plaats: bewoner is in 1708 Douwe Foekes, die we tot in 1738 aantreffen.

Vermoedelijk ging de plaats over op de dochter van Tjaard en Margaretha, Agatha Wilhelmina, die met haar neef Hans Willem van Aylva huwde. Hun zoon Hans Willem, gehuwd met Catharina Rumph en hun kleinzoon - ook een Hans Willem - gehuwd met Cornelia van Brakel zijn de opvolgende bezitters geweest.

Deze laatste Hans Willem overleed in 1827 en zijn goederen gaan over op de laatste der Aylva's, zijn dochter Johanna Anna Jacoba Wilhelmina, gehuwd met mr. Frederik Willem Floris Theodorus baron van Pallandt, heer van Keppel.

Na de hierboven genoemde Douwe Foekes zijn de volgende bewoners der boerenplaats: Piet Watses, diens weduwe, Sjoerd Teunis, Watse Sjoerds (Hidma), Pieter Watses Hidma, Sjouke Gatzes Rusticus, Meinte Gosses Bootsma, Sjerp Baukes Jansen (van Parrega), Bauke Sjerps Jansen en in 1919 Johannes Hibma. In 1930 werd dus de nieuwe plaats gebouwd en kwam vader Hibma daar te wonen. In '38 opgevolgd door zijn zoon Jan. 

Het geslacht Aylva bestond niet meer. De goederen gingen over in het geslacht Van Pallandt: Carel Anne Adriaan , gehuwd met jonkvrouw Cecilia Maria Steengracht werd bezitter van de plaats. Hun dochter Cornelia Johanna gehuwd met Jan Carel Elias graaf van Lynden werd erfgename. In 1930 ging de plaats - met meerdere oud-Aylva bezittingen - over in handen van hun dochter Cecile Maria, gehuwd met jonkheer mr. P.J. Repelaer van Molenaarsgraaf. Na haar overlijden in 1952 viel het bezit uiteen en ging de plaats, bewoond door de familie Hibma, eerst naar mr. G.A.F. baron van Lynden te Hemmen en in 1953 door verkoop over in handen van mevrouw Hannema-Stork te Harlingen.

Staande op het wijde land kan men zich nog heel goed indenken waar de state stond, omgeven door moestuin en appelhof. In gedachten ziet men de brug, de ingang (poort?) moet dus naar het water toegekeerd zijn geweest. Wellicht had het huis een toren, zoals men dikwijls bij een state zag en waarin een wenteltrap was gebouwd. Uitgestorven is de naam Aylva, maar de huidige eigenaren wilde de oude naam laten voorleven en dus staat de naam-van-vroeger weer te lezen op een woning-van-nu.

M.J. van Heemstra


de Heer L.J. Hannema
Voorstraat 56
HARLINGEN

Vroegere bewoners boerderij van Hibma, Schettens.

14 Febr. 1955

In antwoord op Uw telefonisch verzoek kunnen wij U het volgende mededelen:

  1. De betreffende boerderij, toen plaatselijk bekend Witmarsum no. 37, werd tot 12 Mei 1866 bewoond door Pieter Watzes Hidma; wanneer de bewoning door deze Hidma precies is aangevangen is niet bekend, in ieder geval voor 1850;
  2. Van 12 Mei 1866 tot Mei 1874 was de bewoner Sjouke Gatzes Rusticus;
  3. Van Mei 1874 tot Mei 1880 Meinte Gosses Bootsma;
  4. Van Mei 1880 tot 12 Mei 1904 Sjerp Baukes Jansen afkomstig van Parrega;
  5. Van 12 Mei 1904 tot 12 Mei 1919 Bauke Sjerps Jansen;
  6. Van 12 Mei 1919 tot Juni 1930 Johannes Hibma; toen plaatselijk bekend Witmarsum 39 en overigens onder de naam 'Filens';

Omstreeks 1930 is deze boerderij toen waarschijnlijk afgebroken en iets meer Zuidelijk (het z.g. "Bittens") nieuw opgebouwd; was toen gelegen op het gebied van het dorp Schettens en plaatselijk bekend Schettens 15a; bewoner van Juni 1930 tot Juli 1938 weer Johannes Hibma en van Juli 1938 tot heden diens zoon Jan Hibma. Verschillende van de hierboven vermelde gegevens waren U waarschijnlijk reeds bekend; voor de volledigheid hebben wij echter alle bewoners van 1850 tot heden vermeld, waardoor een aaneengesloten geheel werd verkregen.

Secretaris Wonseradeel
Afd. Algemene Zaken.


André A. Buwalda
e-mail: fam.aabuwalda@home.nl
ADRES HOMEPAGE: www.andrebuwalda.nl