Historie Schettens - Longerhouw

deel 138: Adellijk bezit, deel VIII

De adel had vanouds grote bezittingen in Friesland en dankte daar haar machtige positie gedurende de eeuwen aan. Ook in Schettens speelde de adel eeuwenlang een voorname rol. Vooral de families Van Osinga en Van Aysma hebben hun sporen hier nagelaten en zijn dan ook hier nog bekende namen, natuurlijk ook omdat ze zetelden op Osinga State te Schettens. Hun namen komen dan ook regelmatig naar voren als je de lokale geschiedenis leest.

Er waren echter meer adellijke eigenaars van onroerend goed in Schettens en Longerhouw, die nu minder bekend zijn, maar die toch een grote invloed op het leven in onze dorpen hadden. Nu deel acht van deze serie.


Vorige maand werd Aylva State op Filens besproken, welke omstreeks 1840 was afgebroken. Vanaf toen resteerden er nog twee boerderijen op Filens: de later verplaatste boerderij (familie Hibma) en de 'Van Gosliga'  boerderij. Over de laatste gaat deze aflevering.

Een beetje in de luwte van zijn adellijke buurman Aylva State, viel deze boerderij tot voor kort niet echt op in de geschiedenis van Filens. Maar schijn bedriegt, want uit onderzoek bleek deze 'sate' wel degelijk een interessant verhaal te bieden......

Net als bij de andere twee boerderijen, waren het ook hier de Aylva's die de eigenarenlijst aanvoeren, wat het vermoeden doet versterken dat heel Filens ooit eigendom van hun is geweest. In 1640 waren grietman Tjaard Epes van Aylva en jonkheer Adolph van Aggama gezamenlijk eigenaar van dit stemnummer 30 te Witmarsum.

Deze twee waren achter-achterneven van elkaar en het zal geen toeval zijn geweest dat ze beide voor de helft eigenaar waren van deze 'stem'. Tjaard Epes was dus grietman en bewoonde de machtige Aylva State midden in Witmarsum. Zijn fraaie grafzerk bevind zich in de Prot. kerk te Witmarsum, waar hij samen met zijn eveneens vrijgezelle broer Sijbe begraven ligt.
Adolph van Aggama is op het eerste gezicht geen familie, maar schijn bedriegt. Allereerst de voornaam Adolph, of ook wel Alef genoemd. Het blijkt dat de familienaam Aylva afgeleid is van de voornaam Alef ! Hoe de afstamming van de voornaam Alef van de Aylva's precies zit, ligt in de latere middeleeuwen verborgen, maar er zal ergens een lijntje liggen. Zeker is wel dat Adolph zijn overgrootvader omstreeks 1500 met een Ynts Epesdr. Aylva huwde, waarlangs de waarschijnlijke bezitsverhouding is gelopen.

Alef resideerde op Aggama State, op de Campen te Witmarsum, dus was hij bijna de buurman van grietman Tjaard van Aylva. Zijn nicht Ath Sijdsdr. van Aggama huwde met 'onze' Sijbrand van Osinga en woonden op Osinga State.

In 1698 is Jr. Clant, uit naam van zoontje, eigenaar voor de helft. Met deze jonkheer wordt bedoeld Adolfus Sixtus van Clant, die in 1687 getrouwd was met een dochter van Alef, namelijk Electa Catharina van Aggama. Uit hun huwelijk is één zoontje bekend: Petrus Adolfus Valerius Aggema van Clant, die geboren was in 1689 en dus voor de helft eigenaar was. In 1708 was 3/8 deel in handen van mr. chirurgijn Sibrandus Siccama uit Witmarsum en 20 jaar later zelfs de helft.

In 1727 en 1730 kopen de broers en zusters Mahui in twee fases deze boerderij van Siccama, die in de jaren ervoor de andere helft van Clant zal hebben overgenomen. De broers Arjen en Frederik Aises Mahieu waren afkomstig van Harlingen, als kinderen van de doopsgezinde houthandelaar Aise Arjens Mahui en Meintje Frederiks. Van de herkomst van deze 'exotische' achternaam is jammer genoeg niets bekend, wel dat dit geslacht in de 18e eeuw uitstierf.   

Een dochter van een nicht van deze Meintje was Anna Willems Mouter, welke huwde met Gooitjen Stinstra. Doordat de familie Mouter universeel erfgenaam was van Frederik Aises Mahui, kwam de boerderij te Filens waarschijnlijk in handen van deze eveneens doopsgezinde familie Stinstra. Overigens waren de lijntjes kort in die tijd, want ook de vader van Gooitjen, Simon Johannes Stinstra, was houtkoper. Overigens waren allen in die tijd zeer gefortuneerde personen.

De familie Stinstra zou deze boerderij nog generaties lang in bezit houden, samen met nog een heel uitgebreide verzameling van boerderijen en landerijen. Het lijkt erop dat de Stinstra's er een uitgekiende huwelijkspolitiek op na hield, wat blijkt uit de volgende eigenaren:

Gooitjen Stinstra had twee zonen, Simon en Pieter, die beiden voor de helft eigenaren waren (1788), maar in 1804 werd Pieter Stinstra volledig eigenaar. Dit vererfde op zijn zoon Johannes Pieters, die huwde met Elisabeth Tjeerds Banga, welke laatstgenoemde een halfzus was van de bekende Franeker geneesheer/burgemeester Jelle Banga.

Hun dochter Aaltje Stinstra huwde met Pieter de Clerq, afkomstig uit een Amsterdamse bankiersfamilie. Zo op het oog een toevallig huwelijk, maar ook hier 'schijn bedriegt'. Zijn moeder was namelijk een dochter van Pieter de Clerq en Isabelle Stinstra en Isabelle was op haar beurt weer een dochter van Simon Stinstra, die hierboven reeds eerder genoemd is.  Pieter en Aaltje waren dus verre familie van elkaar en dit lijkt op een bewuste strategie de bezittingen in de familie te houden! Overigens komen er zo meer 'dwarsverbanden' voor met de familie Stinstra.

Hun zoon Pieter de Clerq (1849-1934) en gehuwd met Maria Catharina Muller werd de volgende eigenaar de boerderij te Filens. Geboren in Amsterdam, net zoals bijna alle voorvaderen van hem, was hij voorbestemd het bankiersvak voort te zetten in deze Nederlandse hoofdstad. Dat deed hij ook, totdat hij ervan overtuigd raakte dat hij dichterbij zijn bezittingen diende te wonen, als tegenhanger van het toen veel voorkomende 'absenteïsme' onder de landadel. Hij liet hiervoor in 1898 het prachtige Talmahuis te Veenwouden ontwerpen door de bekende architect Hendrik H. Kramer. Pieter leerde zelfs fries spreken en schrijven en werd actief in diverse Friese gezelschappen. Er is zelfs een 'geef' fries geschreven brief bewaard gebleven naar één van zijn pachters. Tevens was hij als wethouder van Dantumadeel actief betrokken bij de politiek. Het was echter dezelfde gemeenteraad die hem in 1927 gedesillusioneerd deed vertrekken naar Zeist vanwege de progressieve belastingheffing die toen werd ingevoerd.

Het uitgebreide familiebezit (o.a. te Boer, Folsgare, Kimswert, Pingjum, Tzum, Witmarsum, etc.) werd hierna (deels) verkocht, waardoor de overgrootvader van Freerk van Gosliga deze boerderij met grond kon kopen. Gelukkig bleef het archief van de familie De Clerq bewaard en bevind zich nu in het stadsarchief te Amsterdam (waar anders...).
Daarin bevinden zich nog vele interessante stukken, maar daarover volgende keer meer....

Wordt vervolgd...


André A. Buwalda
e-mail: fam.aabuwalda@home.nl
HOMEPAGE: www.andrebuwalda.nl