Historie Schettens - Longerhouw

deel 119: 'Dankbaar gedenken' deel X


In 1985 verscheen een boekwerk over de Gereformeerde Kerk van Bolsward, genaamd 'Dankbaar gedenken'. In dit goed leesbare boek van de hand van dhr. K. Jongsma, is een apart hoofdstuk gewijd aan de Gereformeerde Kerk van Schettens-Longerhouw, welke een paar decennia lang een wijk was van Gereformeerd Bolsward. Waarschijnlijk zullen een flink aantal (oud-Gereformeerden?) inwoners van onze dorpen dit boek kennen en wellicht in de boekenkast hebben, toch volgt hier en in de volgende edities van Viadukt dit interessante artikel.


J. van Eerden, 22 november 1942-23 februari 1947.

Van de Procureur-Generaal is een schrijven ontvangen dat alleen kerkdiensten mogen doorgaan. Alle andere vergaderingen, die bezocht worden door meer dan twintig personen, zijn verboden. Hiervoor moet toestemming worden gevraagd. Algemeen is men van oordeel zich niet teveel met deze bepalingen te moeten inlaten, maar meer te moeten vragen wat God in dezen van ons eist. In maart 1943 wordt op de gemeentevergadering door Ds. Van Eerden een referaat gehouden met als titel 'Onze kerkgang'. In de maand mei gaat de plaatsenwisseling van start. Het beginsel gezinsbanken blijft gehandhaafd. Beter wordt geacht leden van vijftig jaar en daarboven een vrije keus te laten doen en beneden die leeftijd dat te doen geschieden door loting of het trekken van een nummer. Op 14 september 1944 wordt, in verband met het overlijden van koster Tjitte Schuurmans, bestoten zijn zoon Jacob Schuurmans tot zijn opvolger te benoemen. Ds. Van Eerden heeft een beroep ontvangen van Dusse, maar heeft hiervoor bedankt. Later ontvangt Ds. Van Eerden een beroep uit Drachtster Compagnie. Dit beroep heeft hij aangenomen. Hij vertrekt in 1947. Er wordt een hoorcommissie gevormd. Deze hoorcommissie zou Ds. Dresselhuis horen, maar er preekte een andere predikant. Zodoende was de koude reis ook nog tevergeefs. De datum van afscheid wordt vastgesteld op 9 februari 's middags. Ds. v.d. Zande te Wons wordt consulent. Voortaan zal bij het preeklezen de naam worden genoemd van de dominee die de preek heeft geschreven Er is een voorstel aangaande de tuin bij de pastorie. Gevraagd wordt of er ook iemand die tuin wil gebruiken voor de halve vrucht. Er zijn drie gegadigden. Het beroepingswerk stelt teleur. Er is een lijst van kandidaten van de Vrije Universiteit gekregen, die de eerste maanden gereed komen. Ds. W. de Boer wordt beroepen, maar bedankt. Besloten worden op 23 april 1947 Ds. Smit van Rottevalle bij acclamatie te beroepen. Gevraagd wordt echter: 'Kunnen we zo beroepen met het oog op de geringe opkomst der vergadering?' Ds. Smit zal nog eens worden gevraagd om te komen preken, om dan de volgende vergadering te beslissen. Hij wordt bij acclamatie beroepen. Op 5 september 1947 brengt broeder F.D. Scheepsma verslag uit van zijn reis met de beroepsbrief naar Ds. Smit. Het trof niet bijzonder, daar een dochter van Ds. Smit in het ziekenhuis moest worden opgenomen. Ds. Smit bedankt voor het op hem uitgebrachte beroep. 'Ook na lang beraad heb ik geen vrijmoedigheid kunnen vinden de roeping naar Schettens te aanvaarden. Er waren echter enige factoren die mij tenslotte gedwongen hebben voor uw roeping te bedanken. Het is mij ook niet gemakkelijk gevallen. Wij weten echter dat heel onze weg in de Hand des Heren ligt. Dat Hij ook bij alle overwegingen ons leidt. Ontvangt ook deze teleurstelling als uit Zijn Hand. En ga in vertrouwen met uw werk voort en God zal met u zijn en gebiede over uw arbeid Zijn zegen.'

Er is een aanvraag om de pastorie tijdelijk te bewonen. Hiertegen is geen bezwaar, als alles maar goed beschreven wordt. De consulent Ds. v.d. Zanten is ongesteld. Ds. Hagenaar zal deze taak overnemen. Kandidaat C. Muntingh van Amsterdam wordt beroepen, maar bedankt. Drie maanden later wordt beroepen kandidaat J. A. Kwast van 's Gravenhage, maar zonder resultaat. Hetzelfde geldt voor kandidaat A. Janssens. Daarna is beroepen kandidaat Welbedacht. Ook deze neemt het beroep niet aan. Gelukkig wordt tenslotte de inspanning van de kerk van Schettens beloond en mogen we zeggen, dat de gebeden worden verhoord. Beroepen wordt kandidaat J. van Tuinen te Dokkum en op 8 augustus 1951 komt het verblijdende telegram van kandidaat J. van Tuinen, waarin hij meedeelt het beroep te zullen aannemen. De gemeente van Schettens is viereneenhalf jaar vacant geweest. Een paar opmerkingen uit deze periode: Besloten wordt de broeders boven de vijfenzestig jaar een vaste plaats te geven. Ook wordt besloten de kanselbijbel en de bijbels in de kerkeraadsbanken op te knappen. Er is een verzoek van cle plaatselijke begrafenisvereniging om de lijkbaar in de paardenstal te mogen opbergen. Voor de gebruikelijke vergoeding van f 5,— wordt dit toegestaan, als dit tenminste geen bezwaar oplevert bij mogelijke stalling.

J. van Tuinen, 9 december 1951-7 oktober 1957.

Bij de komst van Ds. Van Tuinen wordt de gemeente gemotiveerd voor verhoging van de vaste bijdragen. Op 9 december 1951 is Ds. Van Tuinen in zijn ambt bevestigd. Op 4 april 1952 komt Ds. Van Tuinen met een persoonlijke mededeling. Hij zegt: 'Ik ben hier, zoals u weet beroepen, vrijgezel zijnde en heb alszodanig een beroep aangenomen. Later echter, wel vóór dat ik hier kwam, heb ik kennis gekregen aan een meisje, dat wellicht zal leiden tot verloving en huwelijk. 'k Hoop dat dit mijn arbeid in de gemeente niet zal schaden.' De vergadering neemt hiervan met voldoening kennis. Enkele broeders spreken dominee in welgekozen woorden toe.

Ds. Van Tuinen spreekt graag de Friese taal. De catechisanten vragen hem in mei 1952 een Friese preek te houden. Dit gebeurt op 18 juli 1954 in de morgendienst. Nog maar drie jaar is dominee in Schettens, of hij krijgt al een beroep uit Oudehorne. Hij heeft echter voor dit beroep bedankt. Op de gemeentevergadering van 17 maart 1955 vraagt de Presidente der Vrouwenvereniging het woord. Zij komt met een verrassing, nl. zij biedt de kerk een nieuw doopvont aan. Broeder R. van Abbema vraagt of het ook mogelijk is, dat er een fietshokje kan komen, 'maar we zien in de toekomst nog geen kans hiertoe,' aldus de scriba. Als orgeltrapper wordt benoemd G. Feenstra. In 1955 wordt een nieuwe Bijbelvertaling aangeschaft voor de voorlezer. Er is ook behoefte aan het bezit van een brandkast. Dominee heeft prijsopgaaf gevraagd van gebruikte brandkasten. `Wij bleken bij een zeer actieve firma verzeild te zijn geraakt, wiens service zich zover uitstrekte, dat hij zelfs des zondags was te consulteren. Er werd besloten hier voorlopig niet op in te gaan,' aldus de scriba.

Bij de ingekomen stukken: 'Bestrijd de motten', zegt Bleijs, 'en uw brandkast is spoedig gevuld.' Daar er geen motten zijn gesignaleerd, wordt dit voor kennisgeving aangenomen en zal er getracht moeten worden de brandkast op een andere manier te vullen. Er wordt ook gesproken over het rythmisch zingen in de kerk (1956). Enkele broeders willen dit geheel invoeren, doch dominee vindt het beter dat het geleidelijk gebeurt, daar hij vreest dat het anders wel eens een warwinkel zou kunnen worden. Ook wil men de broeders en zusters boven de vijfenzestig jaar een gereserveerde plaats geven. Zo spoedig mogelijk zullen hiervoor witte knopjes worden aangebracht. Een broeder bracht naar voren dat hij en zijn huisgenoten graag zouden zien dat bij huisbezoek werd begonnen met gebed of bijbellezing. Hieraan zal aandacht worden besteed. In december 1956 deelt Ds. Van Tuinen mee, dat hij heeft bedankt voor het beroep van Ruinerwolde-Koekange, maar dat hij een beroep heeft ontvangen naar Zuidhorn. Hij bedankte hiervoor, evenals voor het beroep naar Middelstum. Toch is Ds. Van Tuinen niet lang meer in Schettens gebleven. Op 15 augustus 1957 deelt hij mee dat hij een beroep naar Meppel heeft aangenomen. Hij neemt op 6 oktober afscheid.

Intussen heeft zich in de pastorie te Schettens een drama afgespeeld: het geld werd geteld. Dominee en Mevrouw waren afwezig. De kerkeraadsleden voelden zich koning in hun woning en deden wat hun gewenst voorkwam. Op een omgekeerde antieke kom van Mevrouw lag een horloge te tikken en muziek ten gehore te brengen. De oudste van de raad der oudsten gaf advies om Mevrouw haar gastoestel in te schakelen om de koffie warmer te maken. Protesten dat het wel eens brokken kon geven werden weggepraat, met de garantie van een nieuwe koffiepot. En zo begaf de jongste diaken zich met de koffiepot op pad en handelde volgens voorschrift. Dominee, thuisgekomen, zag het gebeuren, maar kon het onheil niet meer voorkomen. De broeder diaken zou de kan er af krijgen, door de hitte moest hij de kan laten vallen en met een grote straal verspreidde zich de koffie en het dik over het gastoestel en de cocosmat. Alles is beproefd het voor Mevrouw te verdoezelen, maar het slot van het lied was, dat dominee voortaan de kerkeraad niet meer in de pastorie mocht laten. Op de volgende vergadering: voor de gesneuvelde koffiekan was een nieuwe aangeschaft, die door haar mooie kleur en vorm ieders goedkeuring kon wegdragen. Verder hebben we voor het vlotte sorteren en om de vrouwen terwille te zijn een nieuw apparaat aangeschaft, dat in een minimum van tijd het geld sorteerde. Na het vertrek van Ds. Van Tuinen was Schettens niet lang vacant. Men besloot met het huisbezoek te wachten tot de nieuw beroepen predikant was gekomen, daar gerekend mag worden dat `de schapen der gemeentelijke kudde zo lang wel kunnen teren op hun reservevoedsel.' De scriba schijnt niet van alle humor ontbloot. Men kon zo schrijven, omdat de beroepen kandidaat A. Riddersma het beroep had aangenomen.

                                                         'wordt vervolgd'


André A. Buwalda
e-mail: fam.aabuwalda@home.nl
HOMEPAGE: http://historie.buwalda.nl (zonder www)