Historie Schettens - Longerhouw

deel 115: 'Dankbaar gedenken' deel VI


In 1985 verscheen een boekwerk over de Gereformeerde Kerk van Bolsward, genaamd 'Dankbaar gedenken'. In dit goed leesbare boek van de hand van dhr. K. Jongsma, is een apart hoofdstuk gewijd aan de Gereformeerde Kerk van Schettens-Longerhouw, welke een paar decennia lang een wijk was van Gereformeerd Bolsward. Waarschijnlijk zullen een flink aantal (oud-Gereformeerden?) inwoners van onze dorpen dit boek kennen en wellicht in de boekenkast hebben, toch volgt hier en in de volgende edities van Viadukt dit interessante artikel.


Weer wordt er een kandidaat beroepen,  n.l. kandidaat J.E. Goudappel te Delft. Ook deze bedankt. De kerkeraad en gemeente gaan moedig verder. Kandidaat D. van der Meulen wordt beroepen en op 6 juni 1901 komt het verblijdende bericht van kandidaat D. van der Meulen, dat hij het beroep heeft aangenomen. Op 29 augustus 1901 is er een schrijven van kandidaat D. v.d. Meulen, met toezending van zijn attestatie en die van zijn echtgenote Bertina Muller, met de mededeling, dat de bevestiging en intrede zullen plaatsvinden op 8 september. Bevestiger zal zijn Dr. Hania te Steenwijk, eerder te Oosterbierum.

D. v.d. Meulen, 8 september 1901-3 november 1907.

Uit deze periode willen we een paar punten naar voren brengen.Er zal bij ouders op worden aangedrongen hun kind te laten dopen zo mogelijk op de zondag na de geboorte. Om de twee maanden zal viering zijn van het Heilig Avondmaal. Besloten wordt aan weduwe N. een fles wijn ter versterking te geven.

Op 12 september 1901 wordt de eerste kerkeraadsvergadering gehouden onder leiding van de nieuwe predikant. Dr. Hania zal worden gevraagd welke verplichting de kerk jegens hem heeft, omdat hij Ds. V.d. Meulen heeft bevestigd. De praeses deelt mee, dat Dr. Hania, 'de zwakke kracht der kerk kennende,' zich heeft uitgelaten de bewezen dienst als liefdedienst te willen beschouwen. De praeses is ter ore gekomen, dat enkele doopleden met en om geld spelen en dringt er op aan, dat elk zijn invloed uitoefene om dit tegen te gaan.

De kerkeraad oordeelt, dat het doen van Openbare Belijdenis in de Hervormde Kerk, nadat de kerk tot reformatie is gekomen, onwettig moet worden geacht, zodat een zuster Openbare Belijdenis in de Gereformeerde Kerk heeft te doen, om toegelaten te worden tot het Heilig Avondmaal.

Bij de gehouden kerkvisitatie is op twee punten gewezen, n.l. voorgaan in de huiselijke kring en het niet bezoeken van de catechisaties door ouderlingen.

In 1902 zijn de financiŽle aangelegenheden der kerk aanmerkelijk slechter geworden, tengevolge van het overlijden van een broeder, die met aardse goederen rijkelijk gezegend was en kerk noch school bij testament heeft bedacht. Visitatoren geven de raad voor de school meer hulp van buiten te zoeken en de classis geldelijke steun te vragen om ten bate der kerk contribuanten te winnen in minder bezwaarde zusterkerken.

Besloten wordt dat door de praeses met de ouderlingen een kort huisbezoek zal worden gedaan vůůr het Heilig Avondmaal.

In juli 1902 vraagt de praeses of het niet wenselijk mag worden geacht een kerkgebouw te hebben. Uit hygiŽnisch oogpunt verdient het de voorkeur een kerkgebouw te hebben boven de tegenwoordige verzamelplaats (de school). De openbare samenkomst tot de Dienst des Woords is meer waardig te achten. Eenparig is men van oordeel dat de gemeente zodanig is bezwaard, dat het niet aangaat van haarzelf belangrijke bijdragen te vragen. Aangezien de gemeente al dertien jaar lang zich beholpen heeft, constateert de praeses dat met vrijmoedigheid biddend en werkend kan en mag worden begonnen, middelen te beramen die leiden tot het ideaal en dat het oog op God gericht moet wezen, die steeds betoont een hoorder en verhoorder des gebeds te zijn.

Besloten wordt:

a. om tot vorming van een fonds voor kerkbouw te geraken. Ieder kerkeraadslid zal voorzien worden van een collecteboekje, waarin de praeses een woord van aanbeveling, ondertekend door praeses en scriba, zal schrijven.

b. Vier maal in het jaar een kerkcollecte te houden.

c. Zedelijke steun van de classis te vragen.

Het heeft echter tot 1907 geduurd vůůrdat tot kerkbouw kon worden overgegaan. In 1907 komt er een rapport van de betreffende commissie, die de opdracht heeft: een kerk te bouwen in de kom van Schettens, met consistorie en paardenstal en plaatsing van een nieuw orgel in de kerk. Dit plan wordt aangenomen. Als de gemeentelijke vergadering tot kerkbouw besluit, zal toestemming worden gevraagd aan B. en W. Op 21 maart 1907 zijn er zeventien stemgerechtigde leden aanwezig. Na bespreking wordt het voorstel van de kerkeraad goedgekeurd en met algemene stemmen aangenomen.

Besloten wordt de kerk met bijgebouwen te plaatsen op het terrein ten noorden van de pastorie. De toestemming van B. en W. wordt spoedig gekregen. Een begroting ad f 4.640,- wordt goedgekeurd. Gevraagd wordt of het ook gewenst is dat er een regenwaterbak wordt toegevoegd.

Op een zaterdag in mei zal de juiste plaats op het terrein worden aangewezen De kerkeraad wordt verzocht hierbij tegenwoordig te zijn. E. Feenstra zal de bouw uitvoeren. Later wordt besloten in alle stilte bij verschillende firma's orgels te bezichtigen. Ds. V.d. Meulen zal dit met de commissie doen.

Op de gedenksteen ingemetseld in de kerkmuur zal worden gezet: `De eerste steen van dit gebouw is gelegd door Ds. D. v.d. Meulen op 3 juli 1907. Ps. 27: 14: 'Wacht op de Here, wees sterk, uw hart zij onversaagd; ja wacht op de Here'.

Het in 'De Heraut' aangeboden orgel bij Kooi in Rotterdam zal door de praeses worden bezichtigd. Ook Timmenga in Leeuwarden zal worden bezocht.

Voor het verven van de kerk wordt een begroting gemaakt ad. f 325,--. Er wordt besloten voorlopig geen kachel in de kerk te plaatsen en het spreekgestoelte te maken naar de trant van platform met een klankbord.

Nu gaan we weer even terug in de geschiedenis naar 1902.

De classis heeft in verband met de financiŽle zorgen geadviseerd contact op te nemen met Schraard. Vaak zijn er steunaanvragen van andere hulpbehoevende kerken, b.v. Hollum (op Ameland). Men is eenparig overtuigd van het belang van deze zaak. Met het oog op de eigen kleine kracht, wordt er bezwaar tegen gemaakt een gift uit de kerkelijke inkomsten te geven. Men besluit om elk f 2,50 te geven. De deputaten van de classis vinden het uitzien naar een kerkgebouw volkomen gerechtvaardigd. Het kerkgebouw zou blijvend in de school kunnen worden gevestigd, maar dan zou de school moeten worden opgeheven, terwijl het zich laat aanzien dat binnenkort wel vijfentwintig kinderen de school zullen bezoeken. Aan opheffing der school kan niet worden gedacht.

Aan de broeders diakenen wordt gevraagd of ze hun bezwaren om in de huiselijke kring hun priesterlijke werk te verrichten al overwonnen hebben. De praeses richt zich tot hen in broerderlijk vermaan ook in dit opzicht goede voorgangers te zijn van het volk.

Wanneer op 18 december 1902 een nieuw kerkgebouw te Oosterend wordt geopend, wordt gevraagd een collecte te mogen houden voor onze kerkbouw.

Besloten wordt huwelijksbevestiging op een zondag bij de Dienst des Woords kosteloos te verrichten. Voor het verrichten daarvan op een werkdag moet É 5,- worden gegeven, welk bedrag na aftrek van de kosten voor het in orde brengen van het lokaal ten goede komt aan 'het fonds voor de kerkbouw.'

De praeses denkt er aan in de zomer catechisatie te houden met de schoolkinderen van 9-12 jaar ter bevordering van de kennis van de algemene bijbelse geschiedenis.

Er zal worden uitgereikt bij bet doen van belijdenis: 'Voor een distel een mirt' of 'Offerande des lofs' van professor Bavinck.

Tijdens de hooiing zal de middagdienst worden verzet naar 's avonds zeven uur.

Ds. v.d. Meulen is nog geen twee jaar in Schettens of hij krijgt een beroep uit Hantum. De kerkeraad spreekt zijn hartelijke wens uit, 'dat Zijne Eerwaarde vrijmoedigheid moge vinden voor die beroeping te bedanken.' Dominee heeft inderdaad bedankt. Twee Jaar later vraagt dominee het oordeel van de kerkeraad of hij al dan niet zal voldoen aan een verzoek van de kerkeraad van Ooster-Nijkerk om daar in de week eens te preken. De kerkeraad voelt de bedoeling en adviseert eenparig dit niet te doen.

De financiŽle toestand van de gemeente brengt zorgen. Moet de kerk zich ook bij de classis aanmelden als hulpbehoevende kerk? Wegens vertrek en sterfgevallen is de draagkracht verminderd. Kan uitbreiding der gemeente niet worden bevorderd door het aanbieden van bouwterrein aan Gereformeerden?

De zoon van N. heeft zich niet ontzien te hengelen op zondag. De praeses merkt op dat in deze zaak de weg in Mattheus 18 aangegeven behoort bewandeld te worden, vůůr de kerkeraad zich er als zodanig mee inlaat.

Bij het huisbezoek blijkt, dat in een paar gezinnen geen enkel Christelijk blad wordt gelezen. Men neemt genoegen met het lezen van de bijbel. In de grond der zaak kan dit echter uitlopen op een handeling in tegenstelling met Gods Woord, omdat alle terreinen des levens moeten worden opgeŽist voor Jezus.

Op de pastoriegrond zal een woning worden gebouwd als het benodigde geld te krijgen is. Een geldschieter is gevonden in J.B. Jansen te Witmarsurn. Er wordt besloten een woning te bouwen voor twee gezinnen. Tenslotte wordt besloten een woning voor drie gezinnen te bouwen. De raming der kosten bedraagt f 2.900,-. Broeder J.B. Jansen zal in mei 1904 É 3.000,- beschikbaar stellen voorde kerk tegen 4% rente. Zelf wil hij graag een kamer huren in Schettens tegen f  50,-- huur.

Visitatoren geven in overweging aan de gemeente bekend te maken plaats en tijd van de kerkeraadsvergadering.

Betreffende de catechisatie merkt de praeses op, dat door de kerkeraad het catechiseren voor jonge kinderen niet nodig wordt geoordeeld met het oog op de Christelijke School. Wegens de geringe vordering van het catechetisch onderwijs aan de hand van de catechismus, zal aan een tweetal catechisanten het 'Kort Begrip' worden gegeven.

Eenparig is men (in 1906) van oordeel dat het tractement te laag is. Het salaris van de onderwijzer is zodanig verhoogd dat hier een misstand zou worden geschapen.

In september 1907 krijgt dominee een beroep uit Numansdorp. Hlij deelt mee het beroep te zullen aannemen (26 september 1907). Onder buiten staan verklaart de vergadering generlei bezwaar te hebben, doch dat de kerkeraad de Dienaar met innig leedwezen ziet heengaan. De praeses wil op 3 november afscheid nemen, na des morgens Heilig Avondmaal te hebben gehouden. Dominee heeft nog net de ingebruikneming van het kerkgebouw kunnen meemaken. Dit is n.l. gebeurd op 23 oktober 1907. Op de vergadering van 31 oktober legt de voorzitter liet presidium neer. De gemeente is niet lang vacant geweest. Nog voor Ds. v.d. Meulen afscheid nam, had kandidaat J. Dourna Azn. liet beroep al aangenomen.

                                                            'wordt vervolgd'


Andrť A. Buwalda
e-mail: fam.aabuwalda@home.nl
HOMEPAGE: http://historie.buwalda.nl (zonder www)