Historie Schettens - Longerhouw

deel 113: 'Dankbaar gedenken' deel IV


In 1985 verscheen een boekwerk over de Gereformeerde Kerk van Bolsward, genaamd 'Dankbaar gedenken'. In dit goed leesbare boek van de hand van dhr. K. Jongsma, is een apart hoofdstuk gewijd aan de Gereformeerde Kerk van Schettens-Longerhouw, welke een paar decennia lang een wijk was van Gereformeerd Bolsward. Waarschijnlijk zullen een flink aantal (oud-Gereformeerden?) inwoners van onze dorpen dit boek kennen en wellicht in de boekenkast hebben, toch volgt hier en in de volgende edities van Viadukt dit interessante artikel.


Gekozen wordt als diaken (februari 1889) Jaan Y. Janzen. De heer Y. Kurpershoek is hoofdonderwijzer en heeft in de eerste jaren ook veel gedaan voor de Gereformeerde Kerk te Schettens.

Voorjaar 1889 blijkt dat men met het oog op de beschikbare financiŽn nu al kan omzien naar een dominee. De eerste voorganger in de dienst des Woords is kandidaat H. Kuyper, kandidaat aan de Vrije Universiteit te Amsterdam.

In de jonge Gemeente heeft in het openbaar een twist plaats gehad tussen twee lidmaten. Besloten wordt dat de opzieners der gemeente in dezen ernstig zullen optreden tot ernstig onderhoud met de betrokkenen 'opdat niet enige wortel van bitterheid opwaarts spruite, beroerte make en door dezelve velen verontreinigd worden.'

De kerkeraad acht nu de tijd gekomen een eigen dienaar des Woords te beroepen. De heer H.H. Woudstra, in 1890 predikant in Dokkum, wordt beroepen. Met eenparige stemmen wordt deze beroepen op een tractement van drieduizend gulden, benevens toezegging van vrijwonen. Na een gesprek met professor Rutgers deelt hij op 4 juni eehter mee geen vrijmoedigheid te hebben tot het aannemen van het beroep. In de notulen staat vermeld: De kerkeraad kan het besluit van de heer Woudstra niet accepteren.

Meester Kurpershoek stelt voor de vergadering van de kerkeraad zijn kamer beschikbaar. Hiervan zal gebruik worden gernaakt tegen een billijke vergoeding. Deze zal door de kerkeraadsleden zelf worden betaald, zonder bezwaar van de Kerkelijke Kas. Ook wordt er gesproken over het tellen van de collecten op zondag. De conclusie van het gesprek is met deze gewoonte, die niet anders als zondig kan worden genoemd, te breken. Besloten wordt de collecten in verzekerde bewaring te stellen en deze te zullen tellen in de kerkeraadsvergaderingen.

De vergaderplaats gaf vaak moeilijkheden. Wanneer Ds. Hoekstra te Utrecht voor de gerneente zal optreden (vrijdag 13 december 1889), wordt het wenselijk geacht een ruimer vergaderplaats te hebhen. Men zal het schoolbestuur vragen voor die gelegenheid de school te rnogen gebruiken.

Op 9 september 1889 wordt kandidaat E.Zwiers te Hoogeveen beroepen, maar hij bedankt. Men besluit te wachten met het beroepen tot de kandidaten van de Vrije Universiteit komen.

In de kornende wintermaanden zullen een viertal sprekers een rede houden rer bevordering van de Reformatie. Uitgenodigd zullen worden Dr. Wagenaar, Ds. Fernhout, Ds. Hania en Ds. Wijmenga. Besproken wordt het dreigende aanzien van een woningnood, door de tegenstanders der Reformatie in het leven geroepen. Men is van oordeel dat de kerkeraad zijn steun moet verlenen als de omstandigheden dit wenselijk maken, maar dat men zich voorshands niet rnet deze zaken moet inlaten.

Het beroepingswerk gaat door. De heer F. W. Sluyter te Rotterdam, kandidaat Vrije Universiteit wordt beroepen, maar bedankt. Evenzo kandidaat S. Bosma te IJlst met negatief resultaat. Men houdt gelukkig vol en met gunstige afloop. Op 11 augustus 1890 wordt op een vergadering in de pastorie te Exmorra, waar de consulent Ds. Nieborg woont, kandidaat C. Hoek met algernene sternmen beroepen. Na een dag of acht verlenging van het beraad te hebben gevraagd, deelt de Eerwaarde Heer telegrafisch mee, dat hij het beroep heeft aangenomen (19 september 1890).

Daar de toestand van de achtergeblevenen onder de organisatie zodanig is, dat de bediening op een avond wel eens aanleiding zou kunnen zijn dat enkelen hunner onder het gehoor kwamen, wordt besloten Ds. De Groot uit te nodigen voor de volgende lichte maan.

C. Hoek, 8 februari 1891-23 maart 1899.

Op 19 februari is Ds. Hoek voor het eerst op de kerkeraadsvergadering. Een half jaar later is hij afwezig wegens ziekte. In deze tijd wordt besloten het collecteren met de schaal te vervangen door een tweede zakje. Op 1 oktober 1891 is de heer J. Hoek, vader van Ds. Hoek aanwezig. Deze vraagt de kerkeraad toestemming zijn zoon voor onbepaalde tijd ziekteverlof te geven. Op advies van de dokter heeft hij rust nodig. Ds. Pel te Witmarsum zal helpen.

In begin januari 1892 is er een influenza(griep)periode. Verschillende personen zijn verzwakt. Het wordt wenselijk geacht versterkende middelen te geven: vlees en wijn.

Op de vergadering van de classis te Franeker worden de kerken gevraagd ieder een behoorlijk bedrag voor haar rekening te nemen van de proceskosten. Er moesten vaak processen worden gevoerd over de eigendommen van de kerk. Schettens moest f 41,25 opbrengen.

In juni 1892 is Ds. Hoek weer beter.

Deze kerk zal volgens besluit van de Voorlopige Synode van de Nederduitse Gereformeerde Kerken de naam voeren van de Gereformeerde Kerk te Schettens en Longerhouw. Er was elke week kerkeraadsvergadering. Ook openbaart zich een vermindering in de belangstelling voor het preeklezen. Sommige personen missen geregeld. `Hierop behoort ieder lid toe te zien bij zichzelf en bij de ander.'

De Jongelingsvereniging heeft gezorgd voor een orgel. Ze draagt dit orgel over in eigendom aan de kerkeraad en wordt hartelijk bedankt voor de zorg en de moeite daaraan opgeofferd.

Er wordt gevraagd, gezien de meer en meer zich verspreidende ziekte de cholera, of zulks geen reden is voor het houden van een algemene bededag. Deze zaak zal op de classis worden aanhangig gemaakt.

Er wordt ook over gesproken of het wenselijk mag worden geacht een Jongedochtersvereniging op te richten, die door het vervaardigen van kledingstukken gaarne dienst zou willen bewijzen aan hulpbehoevende diaconieŽn; dit vindt geen onverdeelde bijval met het oog op de plaatselijke omstandigheden. Later (20 november 1901) is er toch een Jongedochtersvereniging opgericht.

Opgewekt wordt tot meer belangstelling voor de zending. Er zal een Zendingsbidstond worden gehouden, waarbij de collecte zal worden bestemd voor de uitzending van Dr. Schreuder.

Besloten wordt bij het Avondmaal te collecteren voor een nieuw tafellaken. De kerkeraad is van oordeel, dat het een offer van dankbaarheid moet zijn.

Sommigen in de gemeente ergeren zich er aan dat de boeren op zondag melk leveren. Deze zullen ter vergadering worden genodigd om samen eens over deze dingen te spreken en te bezien in het licht van Gods Woord. Deze broeders wijzen op Jeremia 17. Breedvoerig wordt hierover gesproken. Men moet het ceremoniŽle der wet niet met het zedelijke verwarren. Staande in de vrijheid, met welke ons Christus heeft vrijgemaakt, mogen we ons niet laten bevangen met het juk der dienstbaarheid. Het werk op de boerderij moet op de dag des Heren tot het minst mogelijke worden beperkt.

Er wordt wel eens geprutteld over de aanvang der godsdienstoefening. Er wordt besloten voortaan precies op tijd te beginnen.

In deze tijd wordt er ook wel steun in natura gegeven. Om haar zwakheid zal aan een zuster een week of drie anderhalf kilo rundvlees worden gegeven. Besloten wordt evenals vorige jaren een uitdeling van vet te houden aan arbeiders. Grote gezinnen zullen een grotere hoeveelheid ontvangen. In januari 1895 heeft een arme man, met een woonschip alhier ingevroren, aan de praeses verteld dat hij lid is van de Gereformeerde Kerk te Knijpe. De man wordt ter vergadering geroepen en gehoord; wat er toe leidt om naar hern te informeren bij Ds. Steinhart te Knijpe. Aan hem worden per dag ťťn rogge en twee wittebroden gegeven voor particuliere rekening van de leden der kerkeraad. Ds. Steinhart meldt dat over de persoon Salomo Westink wordt vermeld, dat hij in Knijpe bekend staat als een man van slecht allooi.

De praeses zou het goedvinden dat de ouderlingen zo nu en dan de catechisatie bijwonen van hen, die voornemens zijn orn belijdenis des geloofs te doen.

Begin januari 1898 is men van oordeel dat de tijd gekomen is tot opheffing van de vereniging `De Kerkelijke Kas'. Het beheer van de kerkelijke goederen zal voortaan gebeuren vanwege de kerkeraad. Het beheer zal worden opgedragen aan een commissie, die de naam draagt van Commissie van Administratie. Als leden hiervan worden genoemd: S. H. Robijn, voorzitter; P.G. Rusticus, secretaris en J. B. Jansen, penningmeester.

De kerkelijke bevestiging van hun huwelijk is aangevraagd door Johan Buwalda en Lolkje Robijn; deze zal a.s. zondagmiddag plaatsvinden (14 april 1898).

Op 4 mei 1898 wordt besloten een kistje aan te schaffen ter bewaring van het archief. Bij vele kerken was de bewaring van het archief erg primitief.

                                                            'wordt vervolgd'


Andrť A. Buwalda
e-mail: fam.aabuwalda@home.nl
HOMEPAGE: http://historie.buwalda.nl (zonder www)