Historie Schettens - Longerhouw

deel 110: 'Dankbaar gedenken' deel I


In 1985 verscheen een boekwerk over de Gereformeerde Kerk van Bolsward, genaamd 'Dankbaar gedenken'. In dit goed leesbare boek van de hand van dhr. K. Jongsma, is een apart hoofdstuk gewijd aan de Gereformeerde Kerk van Schettens-Longerhouw, welke een paar decennia lang een wijk was van Gereformeerd Bolsward. Waarschijnlijk zullen een flink aantal (oud-Gereformeerden?) inwoners van onze dorpen dit boek kennen en wellicht in de boekenkast hebben, toch volgt hier en in de volgende edities van Viadukt dit interessante artikel.


DANKBAAR GEDENKEN

HOOFDSTUK XVI

Schettens - Longerhouw

Schettens en Longerhouw zijn geestelijk en kerkelijk al eeuwen een tweeling geweest. In zekere zin heeft Schettens het eerstgeboorterecht, maar Longerhouw heeft de pastorie van de Hervormde predikant op zijn grondgebied.

De terpen wijzen op de ouderdom der dorpen. De meeste zijn echter afgegraven, alleen die, waarop de kerken zijn gebouwd zijn nog over. De terpaarde diende voor grondverbetering.

Verschillende vondsten zijn bewaard gebleven in het Fries museum. Een kleine tweeduizend jaar geleden woonden hier al Friezen. Ten zuiden van Schettens liep een slink, die de Marne heette en die later werd begrensd door de Marnedijk (nu nog verkeersweg). De Schraardervaart is een herinnering aan die `zeearm'.

De kerk van Longerhouw dateert uit de 13e eeuw. Er is echter door latere verbouwing heel weinig overgebleven van de oude kerk. De terpen er omheen, zoals Bittens, Sotterum, Bruindijk e.a. zijn al sedert lang bewoond geweest.

Schettens en Longerhouw zijn de eeuwen door steeds klein gebleven. Schettens had in 1749 slechts negentig inwoners, van wie er zesenvijftig op twaalf boerderijen woonden. Longerhouw had er nog minder. De veeteelt was het hoofdmiddel van bestaan. Beide dorpen leven van het land. Sommige boerderijen worden al lang bewoond door een bepaalde familie.

In 1840 had Schettens (met Bruindijk mee) zesentwintig huizen met honderdveertig inwoners; Longerhouw had negentig inwoners. Er is de laatste honderd jaar groei geweest, vooral ook door forensen (mensen, die elders hun werk hebben en hier wonen). In 1958 staat achter Schettens driehonderdachttien en achter Longerhouw honderdveertig. Vooral Longerhouw lag nogal geïsoleerd, maar toen in 1857 de weg van Schraard langs Longerhouw naar de Marnedijk werd verhard, kreeg het een betere verbinding. De tram langs de Marnedijk gaf een grote verbetering. Het Schettenser groothof, later een herbergje rijk, werd tramhalte. De tram is verdwenen, maar langs de nieuwe rijksweg (de A7) gaat het snelverkeer. Had Schettens vroeger geen doorgaand verkeer, dit is nu veranderd door een aansluiting op de weg Bolsward-Witmarsum.

In de 13e eeuw werd te Longerhouw een kerk gebouwd. In 1757 was deze kerk vervallen en bijna onbruikbaar. Ze is toen geheel vernieuwd. Van het oude gebouw zijn practisch alleen de fundamenten over. Op 24 april 1757 werd de kerk weer in gebruik genomen. De dienst werd geleid door Ds. Joh. Lantens. Deze preekte bij deze gelegenheid over Zacharias 1:16: `Daarom, zo zegt de Here: Ik keer in erbarming tot Jeruzalem weder, mijn huis zal daarin gebouwd worden, luidt het woord van de Here der heerscharen en het meetsnoer zal over Jeruzalem gespannen worden.'

De zadeldaktoren van Schettens heeft geen stand gehouden. In 1816 werd de oude toren afgebroken, waarschijnlijk omdat hij bouwvallig was. Er kwam een houten spitsje, zoals in Exmorra. Maar in 1877 werd er een echte toren gebouwd, de tegenwoordige; terwijl in 1865 de kerk geheel werd vernieuwd. In een gevelsteen leest men: De 24 July 1865 is de eerste steen aan deze kerk gelegd door Hendrik Tjeerds de Jong, als kerkvoogden waren Tjeerd D. de Jong, Jan D. de Boer, Auke I. de Witte en als predikant D.J. Westerloo.

In de toren van Schettens worden nog een helm en een degen bewaard. De preekstoel in Longerhouw is een prachtig stuk snijwerk. Op de vijf panelen is als het ware het geloof in de levende Heiland afgebeeld. Zijn geboorte, kruisiging, opstanding, hemelvaart (of de uitstorting van de Heilige Geest) en wederkomst.

In de Roomse tijd had elke kerk haar eigen herder of herders. Het kleine Longerhouw had zelfs een pastoor en een vicaris, van wie de een honderdtien en de andere tachtig goudguldens per jaar verdiende. Ze zullen het niet druk hebben gehad. Ook Schettens had meer dan een geestelijke.

Na de Reformatie werden de beide dorpen kerkelijk gecombineerd en dat is zo gebleven. Lang betaalden beide dorpen de helft van het domineestractement. Er is één kerkeraad. De pastorie staat in Longerhouw.

In Schettens zijn op borden de namen van alle predikanten, die de gecombineerde gemeente hebben gediend, vermeld. De eerste predikant, die omstreeks 1600 het Evangelie der Reformatie predikte was WillemJurjens, of Wilhelmus Georgii, zoals hij zich naar de geest des tijds noemde. Sommige predikanten die verschijnen, verdwijnen ook vlug weer. Sommigen bleven maar twee of drie jaar. Na Ds. Jurjens kwam Joh. Schotanus. Een der predikanten, n.l. Jacobus Steenwijk, was er predikant van 1685-1741 (56 jaar). Verschillende predikanten behoorden tot de `liberale' richting, wat neerkwam op het propageren van de theologie van professor Hofstede de Groot, een richting, die de `verheven zedeleer van Christus' in de plaats schoof van het Evangelie der Verzoening.

Dan komt er een jonge kandidaat Jan WouterFelix. Hij was in 1824 in Leiden geboren en ontving in zijn geboorteplaats ook zijn theologische opleiding. Het was een tijd, dat op de universiteit openlijk de afkeer van de orthodoxie werd gepredikt. Een der professoren, van wie de student Felix onderricht kreeg, sprak: `Goddank, mijne heren, binnen vijfentwintig jaar is de laatste van de domme orthodoxen gestorven en zijn we ze allemaal kwijt.' Hij zal niet gedacht hebben, dat er onder zijn studenten een zat, die van onberekenbaar veel zegen is geweest voor de instandhouding van de oude waarheid, die in Gods hand een middel is geweest dat er in een groot deel van Friesland nieuw leven kwam.

Op 23-jarige leeftijd deed hij zijn intrede te Longerhouw en Schettens, bevestigd door Ds. Knap van Heeg. Ds. Knap heeft de heen en terugreis gemaakt met Baukebaas. Al gauw ging er een geweldige roep van de jonge dominee uit en van heinde en ver kwamen de mensen, die thuis stenen voor brood kregen. Elke zondag zag men wagens met soms zestien mensen er in, een groot aantal sjezen en andere voertuigen. Er was geen herberg en daarom sloeg men uit bij een paar boeren. In twee koffiehuizen bleven de kerkgangers van elders over. Vaak moesten ze buiten zitten en `simmerdeis klonk ljeaflik fan under de apelbeammen it psalmsjongen oer it gea.'

Niet door zijn grote welsprekendheid, maar door het verkondigen van het volle evangelie, maakte hij naam. Leraar en gemeente, samen aan de voet van het kruis. Maar ook Ds. Felix heeft zelf veel geleerd in zijn eerste gemeente. Hij noemt zelf later Longerhouw zijn tweede academie. Niet alleen omdat hij hier veel studeerde in de werken van de beste gereformeerde schrijvers, maar ook omdat hij gevormd werd door de omgang met mannen als Jan Piers Eringa van Edens, Sjoerd Vellinga van Hennaard, Dirk Noordmans van Allingawier en de beurtschipper Rinse Kracht uit Leeuwarden.

In 1851 vertrok hij naar Opheusden. Daar is hij maar twee jaar geweest. Hij kwam weer terug in Friesland en volgde Ds. Knap te Heeg op. Toen is op zijn initiatief te Leeuwarden opgericht de Vereniging van de Vrienden der Waarheid (21 september 1854), die van zo ontzaglijk grote betekenis is geweest voor het Reveil in Friesland. Op het gebied van kerk en school werd de strijd aangebonden met de `tijdgeest'. Ds. Felix heef hierin veel goed werk verricht. Hij en zijn vrienden kwamen op tegen de verachting van de belijdenis der vaderen.

'wordt vervolgd'


André A. Buwalda
e-mail: fam.aabuwalda@home.nl
HOMEPAGE: http://historie.buwalda.nl (zonder www)