Historie Schettens - Longerhouw

deel 106: De Historie gaat door het eigen dorp (IV)


In 1960 ontving dhr. Ale Algra (1902-1970) de dr. Joost Halbertsmaprijs voor zijn boekenserie 'De Historie gaat door het eigen dorp'. Deze uitgave verscheen in 6 delen en was een bundeling van verhalen die tussen 1955 en 1960 verschenen. Hierin wordt geheel Friesland beschreven, waaronder dus ook onze dorpen Schettens en Longerhouw.  Aangezien het een flink artikel is, verschijnt het in meerdere delen in Viadukt. Nu dus deel vier.



Schettens en Longerhouw
 

De eenheid van de Vrienden der Waarheid te Schettens en Longerhouw in de vorige eeuw heeft geen stand gehouden. De doleantie bracht scheiding tussen hen, die in de jaren 1886 en daarna Kuyper volgden of de zijde van Felix kozen, die na enige aarzeling met de beweging, die op een breuk met de kerkelijke organisatie aanstuurde, niet meeging. Hij was toen al jaren in Utrecht, maar als er moeilijkheden of conflicten waren, dan vroeg men in de kringen van de Vrienden nog steeds: "Wat zegt Felix er van ?"  In de dagen van de doleantie werd door voor- en tegenstanders beiden met argumenten van Felix gewerkt, wel een bewijs, welk een grote invloed hij in ons gewest op kerkelijk terrein heeft gehad. In Schettens en Longerhouw vond, niettegenstaande de adviezen van de zo vereerde en geliefde Felix, ook de stem va dr. Kuyper weerklank en zo ontstond ook hier een Gereformeerde kerk.

De 7de december 1888 kwam een aantal manslidmaten van de Hervormde kerk bijeen onder leiding van ds. T.D. Prins, toentertijd "dolerend" predikant te Wons. Op deze vergadering werd tot breuk met de Hervormde organisatie  besloten. Naar de geest van de doleantie, die op verschillende punten zich van de afscheiding onderscheidde, hield men vast aan het standpunt, de "wettige" kerk te zijn, geen nieuwe kerk, die naast de bestaande werd opgericht, al kwam het in de praktijk daarop later wel vaak neer.

De beide diakenen D. Scheepsma en J.Y. Janzen, die met de doleantie meegingen, bleven dan ook in het ambt en de kerkeraad werd slechts "aangevuld" met twee ouderlingen, omdat de beide ouderlingen "synodaal" bleven. Gekozen werden A. Bargsma en Meester P. Kurpershoek. De eerste samenkomsten hadden plaats in de timmerwinkel van Runia, waar 7 januari 1889 de instituering plaats had. Men vermeed het vergaderen in de school, hoewel de leden en het bestuur van de schoolvereniging in grote meerderheid dolerend waren. Op andere plaatsen leidde dit gebruik van de school door ťťn van de partijen tot splitsing ook op schoolgebied en dit wilde men voorkomen. Toen deze splitsing toch plaats had, werd de Christelijke school vergaderplaats, tot in 1907 een kerkje kon worden gebouwd, waarvan de eerste steen gelegd werd door ds. D. van der Meulen. De verwachting van Psalm 27: 14 is in deze steen gebeiteld.

In 1891 kreeg de Nederduits Gereformeerde kerk (na 1892 Gereformeerde kerk) een eigen predikant, n.l. ds. C. Hoek. Hij was de vader van de pas gestorvene ds. J. Hoek, een Schettenser van geboorte, die in de Gereformeerde kerken een belangrijke positie heeft ingenomen. Ds. Hoek bleef tot 1899. Zijn opvolger was ds. D. van der Meulen, die van 1901-1907 te Schettens c.s. stond. Hij is later bekend geworden door zijn "Schetsen uit Friesdorp", die met belangstelling en soms met de vrees "kom ik ook aan de beurt ?" gelezen werden, zo'n 30 jaar geleden. Er zullen ook wel Schettenser mensen zijn geweest, die de indruk hadden, dat zij voor de spiegel stonden, als zij deze "feuilletons" lazen. Verder hebben de gemeente nog gediend ds. J. Bouma (later te Britsum), ds. E. Beukema, ds. J. Bolman (van 1919 tot zijn emiraat in 1937), ds. M. Feitsma (1937-1942), thans te Oenkerk, ds. J. van Eerden, en ds. J. van Tuinen (1951-1957). Momenteel is het ds. A. Riddersma die de pl.m. 220 Gereformeerden verzorgt. In getalsterkte ontlopen beide kerken elkaar niet veel en de verhouding, die in de eerste jaren na de Doleantie wel eens wat gespannen was, is thans uitstekend, zo werd me verzekerd.

En nu iets over de Chr. school.

Eigenlijk moest ik van scholen spreken, want er was een Christelijke school, er kwamen er twee en nu is er weer een.

In Schettens was oorspronkelijk een kerkelijke school, zoals in vele Friese dorpen. Ook Longerhouw heeft een tijdje een eigen school gehad. In 1796 werd de Schettenser schoolmeester, die door de stemgerechtigden was aangesteld (want dat was hun recht ook) afgezet, omdat hij de nieuwe orde van zaken niet wilde erkennen. Hij zal dus een oranjeklant zijn geweest. Zijn kost heeft hij wellicht ook anders wel kunnen verdienen, want schoolmeester was een bijbaantje soms. Zo was Meester Robijn, die in het begin van de 19de eeuw de lieve jeugd onderwees, ongediplomeerd en was hij naast meester ook dorpsschoenmaker. Toen er in 1823 een nieuwe school werd gebouwd, heeft men ook al heel spoedig een "echte" meester aangesteld, die tevens verschillende kerkelijke ambten vervulde. De school werd officieel neutraal, maar in kleine dorpen werkte de liberalisering slechts langzaam door. Zo is meester Justus Gerkama een tijdje hoofd geweest, tot hij zijn vader in Abbega opvolgde. Zowel in Schettens als in Abbega gaf hij feitelijk Christelijk onderwijs in de openbare school.

Zijn opvolger was de heer Leonardus Hugius van Koppelman Bokma, die van 1844-1881 de functie van schoolmeester heeft vervuld. Hij was minder rechtzinnig dan Meester Gerkama, maar de school behield toch een godsdienstig tintje . Buiten de schooluren werd uit de bijbel gelezen, er werd nog wel eens een psalm gezongen en aan het begin en het eind van de week werd gebeden en gedankt. De autoriteiten lieten dit vaak oogluikend toe, hoewel de wet van 1857 het uitdrukkelijk verbood. Ingrijpen zou mar koren op de molen van de voorstanders van Christelijke scholen zijn.

De heer Scheepsma, die de geschiedenis van de Christelijke school in 1922 beschreef ,herinnerde zich toen nog een versje, dat de aard van het onderwijs wel aardig tekende:

            Machtige Schepper, U heb ik te danken
            Dat ik ontwaakte, gezond en verheugd;
            Wijze Bestierder, 'k heb Jezus te danken
            Dat ik U kenne in 't eerst van mijn jeugd.

Velen vonden het onderwijs zo kwaad nog niet. Immers het was nog wel een beetje Christelijk en men wilde Meester Bokma ook sparen. Er waren er echter ook, die deze schijn doorzagen en voor hun kinderen positief Christelijk onderwijs begeerden. Onder hen wordt vooral genoemd Maaike Turkstra, de vrouw van de president-kerkvoogd Tjeerd Douwes de Jong, wiens naam we al tegenkwamen bij de kerkbouw. Zij was in 1856 uit Anjum in Schettens gekomen en was een Debora in IsraŽl. Zij zorgde, dat in gezinnen, waar geen bijbel was, Gods woord weer kwam, zij bezocht de vergadering van de Vrienden der Waarheid en toen in 1863 op zulk een vergadering te Leeuwarden Groen de zaak van Christelijk Nationaal Schoolonderwijs verdedigde, was dat haar uit het hart gegrepen.

Nu behoorden school en "schoolhuis" aan de kerk en in verschillende plaatsen werd aan de gemeente het gebruik van deze gebouwen opgezegd, om dan de openbare in een christelijke te veranderen. Bij de behandeling van Schraard is daar uitvoerig over gesproken. In Schettens ging dit niet zo gemakkelijk , omdat in de overeenkomst waarbij aan de gemeente Wonseradeel het gebruik was toegestaan, de bepaling was opgenomen, dat deze regeling gold, zolang het "tegenwoordige" hoofd (=meester Bokma) in functie was.

Wilde men iets dus iets beginnen, dan zou er althans tijdelijk een school moeten worden gebouwd. De predikant Westerloo werkte tegen, maar de zaak werd doorgezet. De beide kerkvoogden, Tjeerd de Jong en Jan de Boer kochten een perceeltje grond in het dorp en al spoedig ging het gerucht, dat dit bestemd was voor schoolbouw. Beiden zwegen echter voorlopig wijselijk van hun plannen.

Maar er gebeurde meer. Er kwamen een paar arbeiders bij Tjeerd de Jong, die wat centen bij elkaar hadden gespaard en hem dit aanboden, omdat zij van mening waren "dat de Openbare school naar de wet van 1857 hun kroost onthield, wat zij volgens de doopgelofte schuldig waren. Zij mochten niet langer aanzien, dat hun kinderen stenen voor brood werd toegediend". Th. Hidma was de woordvoerder. Wat was vrouw De Jong blij met dit getuigenis !

Er was toen al een hulpverlening voor Chr. Nat. Onderwijs opgericht en de eerste vergadering van de voorstanders van een Christelijke school had plaats op 20 maart 1870. Er was nogal wat deining over de vraag: Schettens of Longerhouw? maar tenslotte werd besloten Schettens als plaats van de bouw te bestemmen.

J. Boorsma van Hichtum maakte een plan en K. Roedema te Longerhouw voerde het werk uit. Behalve de beide kerkvoogden hadden vooral door financiŽle steun ook een aandeel in de bouw: Wed. D.T. de Jong, Wed. S.K. Scheepsma en Wed. K.D. Reinsma. De beide kerkvoogden en de Wed. de Jong en Wed. Scheepsma werden gezamenlijk eigenaars van gebouw en erf, terwijl de Wed. Reinsma het geld renteloos disponibel stelde. De bedoeling was, om zodra de school, die eigendom van de kerk was, vrij kwam, te verhuizen.

'wordt vervolgd'


Andrť A. Buwalda
e-mail: fam.aabuwalda@home.nl
HOMEPAGE: http://historie.buwalda.nl (zonder www)