Historie Schettens - Longerhouw

deel 105: De Historie gaat door het eigen dorp (III)


In 1960 ontving dhr. Ale Algra (1902-1970) de dr. Joost Halbertsmaprijs voor zijn boekenserie 'De Historie gaat door het eigen dorp'. Deze uitgave verscheen in 6 delen en was een bundeling van verhalen die tussen 1955 en 1960 verschenen. Hierin wordt geheel Friesland beschreven, waaronder dus ook onze dorpen Schettens en Longerhouw.  Aangezien het een flink artikel is, verschijnt het in meerdere delen in Viadukt. Nu dus deel drie.



Schettens en Longerhouw
 

Er zijn nu nog twee kerkvoogdijen, maar er is één kerkenraad en de ene zondag worden twee diensten te Schettens, de andere twee samenkomsten te Longerhouw gehouden. De pastorie staat, zoals ik al opmerkte, te Longerhouw.
Op borden zijn in Schettens de namen van alle predikanten, die de gecombineerde gemeenten hebben gehad, vermeld. Naar ik meen is dit het werk van wijlen Roedema, een man die veel van de historie van Schettens en Longerhouw wist. Hij is enkele jaren geleden gestorven, en het is te hopen dat zijn aantekeningen worden bewaard.
De eerste predikant, die omstreeks 1600 het Evangelie der Reformatie predikte, was Willem Jurjens, of Wilhelmus Georgii, zoals hij zich naar de geest van die tijd noemde.
Het is niet nodig om al die predikanten, die hem zijn opgevolgd, te vermelden. Vaak zijn het figuren, die verschijnen en ook weer heel vlug verdwijnen. Sommigen bleven maar twee of drie jaar. Ik doe dan ook maar een greep. Na ds. Jurgens kwam Joh. Schotanus, een loot uit het geslacht, dat in de 17de eeuw heel bekend geworden is in ons gewest. Ds. Petrus Eilhhemius en zijn broer Abraham Daniel Eilshemius waren uit Oost-Friesland afkomstig, waarheen hun vader in de dagen van Alva was gevlucht. Naar het dorp Eilsheim in het Embder gebied hadden de vader en de zoon zich genoemd. De broers dienden de kerk van Schettens-Longerhouw resp. van 1620-1623 en 1624-1627. De opvolger Corn. Fabius, stond hier van 1631-1643. In laatstgenoemd jaar werd hij gedwongen emeritus, volgens sommigen wegens kindsheid, volgens anderen omdat hij blind geworden was. Hij kreeg ook nog een jaar salaris en moest in 1644 de pastorie ontruimen.

Dan volgen vier predikanten, die alle vier in Longerhouw zijn overleden, n.l. Eteus Terwold (1644-1668), Jacobus Steenwijk, die het 57 jaar volhield (!), nl. van 1685-1741, ds. Joh. Lantinga, die wij al ontmoetten als "kerkinwijder" van Longerhouw (1743-1785) en ds. Joh. Sardon (1786-1809). Ds. Joh. Aggeues Lemke volgde laatstgenoemde op in 1809 en bleef tot zijn emiraat in 1834.
In 1841 kwam kandidaat Theodorus Coenraad Kock Belanus van Assen (Assen behoort ook bij de naam), die in 1847 naar Arum vertrok. Hij behoorde -evenals zijn voorgangers- tot wat men graag noemde "liberale" richting, wat in de praktijk neerkwam op het propageren van de theologie van prof. Hofstede de Groot, een richting, die "de verheven zedenleer van Jezus" in de plaats schoof van het Evangelie der verzoening.

Maar dan komt na het vertrek van de dominee met de lange naam een jonge kandidaat, Jan Wouter Felix. Hij was in 1824 te Leiden geboren en ontving in zijn geboortestad ook zijn theologische opleiding. Het was in een tijd dat op de universiteiten openlijk de afkeer van de orthodoxie werd geleraard.
Eén der professoren, van wie de student Felix onderricht kreeg, sprak:
"Goddank, mijne heren, binnen 25 jaar is de laatste van de domme orthodoxen gestorven en zijn we ze allemaal kwijt". Hij zal niet gedacht hebben dat er onder zijn studenten één zat, die van onberekenbaar veel zegen is geweest voor de instandhouding van de oude waarheid, die in Gods hand het middel is geweest, dat in een groot deel van Friesland nieuw leven kwam. Op 23-jarige leeftijd deed hij zijn intree te Longerhouw en Schettens. Ds. Knap van Heeg bevestigde hem en men leze maar eens na de humor van dr. Wumkes, als hij de heen en terugreis van Ds. Knap met Baukebaas beschrijft.

As spoedig ging er en geweldige roep van de jonge dominee uit en van heinde en ver kwamen de heilbegerigen, die thuis stenen voor brood kregen. Elke zondag zag men wagens, soms met 16 mensen er in, en een groot aantal sjezen en andere voertuigen. Er was geen herberg en daarom sloeg men uit bij een paar boeren. In twee koffiehuizen bleven de kerkgangers van elders over. Vaak moesten ze buiten zitten en "simmerdei klonk leaflik dan fan ûnder de apelbeammen it psalmsjongen oer it gea".
Ds. Felix maakte die naam niet door grote welsprekendheid, maar hij zocht zijn kracht in het eenvoudige evangelie. Leraar en gemeente eenvoudig, arm een deemoedig aan de voet van het kruis ! Dat was zijn devies. Dr. Wumkes vertelt, dat hij zelf later Longerhouw zijn tweede academie noemde, niet alleen omdat hij hier veel studeerde in de beste gereformeerde schrijvers, maar ook omdat hij gevormd werd door de omgang met mannen als Jan Piers Eringa van Edens, Sjoerd Vellinga van Hennaard, Dirk Noordmans van Allingawier en de beurtschipper Rinse Kracht uit Leeuwarden.

In 1851 vertrok hij naar Opheusden, maar geen twee jaar later was hij al weer in Friesland en volgde ds. Knap te Heeg op. Toen is op zijn initiatief te Leeuwarden de vereniging van de Vrienden der Waarheid opgericht (21 sept. 1854), die van zo ontzaglijk grote betekenis is geweest voor het Reveil in Friesland. Men leze en herleze toch het boek van dr Wumkes over deze periode, over de mannen, die op het gebied van kerk en school de strijd aanbonden met de "tijdsgeest" en bijzonder over het werk van ds. Felix in dezen. Hij en zijn vrienden kwamen op tegen de verachting van de belijdenis der vaderen, die zo duidelijk uitkwam bij het beroep en de intrede van dr. Meyboom van Groningen in Amsterdam, de directe aanleiding tot de actie van Felix.

Ds. Felix werd opgevolgd door ds. W. Sijpkens, die met zijn broer G.J. Sijpkens ook een steunpilaar van de vereniging van de Vrienden der Waarheid was. Hij is echter reeds na twee jaar naar Scharnegoutum vertrokken. En toen kregen Schettens en Longerhouw weer een 'liberale' dominee, n.l. D.J. Westerloo. Het was nog in de tijd van de florenen en de "ligging" van de grondbezitters gaf de doorslag bij de beroeping. Verrassingen waren dan ook niet uitgesloten. Baron van Palland Keppel, die veel grond in Schettens bezat, had een grote invloed en hij was niet op de hand van de actieve orthodoxen. Zo verklaarde hij zich tegen elke subsidie van de kerk aan een christelijke school en als hij dit verklaarde, dan was men haast zeker van een nederlaag als het verzoek zou komen.

Ds. Westerloo was ook tegen de Christelijke school, die in zijn dagen toch tot stand kwam, zoals we nog zullen zien.
Maar al had men dan nu een heel andere leraar dan ds. Felix of ds. Sijpkens, hun werk bleef. De invloed ging niet weer verloren en het optreden en ijveren van mannen als Tjeerd de Jong, Jan de Boer en Douwe Scheepsma is mede een vrucht geweest van het werk en de vorming van ds. Felix. Zij hebben op kerkelijk gebied en op het terrein van de school veel verricht. Scheepsma was jarenlang een van de weinige rechtse leden van de Raad van Wonseradeel, die een 100 jaar geleden berucht was om zijn liberaal egoisme, en tot voor de Raad van State verdedigde hij het standpunt "der verdrukte minderheid".

Ds. Westerloo vertrok in 1879 naar Arum en dan gaan Schettens en Longerhouw weer "om". De tijd der floreenrechten was trouwens voorbij. De gemeenten werden mondig en nu was het niet te verwonderen, dat er weer mannen in de geest van ds. Felix kwamen. In 1880 deed ds. J.F.L.A. de Jagher intree, een warm aanhanger van de gereformeerde beginselen. Hij bleef tot 1882.

Van de rij predikanten, die na hem kwamen, noem ik hier nog ds. B. Dijkstra (1910-1921), ds. G. v.d. Hoeven (1922-1928), ds. Th. Kloek (1928-1945), ds. J.A. Geldermans (1945-1947) en dr. A.J. Visser (1948-1956), die wegens zijn grote kennis en bekwaamheid de kansel voor de katheder verwisselde . Thans heeft ds. W. Hoogeboom de zorg voor de ruim 200 Hervormden in Schettens en Longerhouw.

'wordt vervolgd'


André A. Buwalda
e-mail: fam.aabuwalda@home.nl
HOMEPAGE: http://historie.buwalda.nl (zonder www)