Doodsbaren te Longerhouw


Zoals de meeste kerken, hebben ook onze dorpen Schettens en Longerhouw eeuwen lang doodsbaren gebruikt om de doden naar hun laatste rustplaats te brengen. Een doodsbaar is niet meer dan een 'frame' waarop de doodskist komt te liggen. Vroeger waren deze van hout gemaakt en zoals men in die tijd gewoon was, werden ze dus ook beschilderd. Sommigen werden beschilderd met voorstellingen van beroepen, zoals in de kerk van Workum bijvoorbeeld de timmermansgilde-baar. Hierop staan naast enige teksten ook afbeeldingen van gereedschap en gebouwen. Andere baren kregen alleen een toepasselijke tekst.

In de vorige eeuw kwamen de ijzeren exemplaren meer in zwang, waardoor de oude houten exemplaren langzamerhand verdwenen. Momenteel wordt voor onze dorpen, samen met Schraard, een moderne baar op wielen gebruikt.

Voor de historie is van belang wat er van de oude baren is geworden nu ze dus al geruime tijd niet meer gebruikt worden. Wat Schettens betreft, hiervan is geen houten exemplaar meer bekend en ook de ijzeren draagbaar is wegens ouderdom weggedaan. 

 

Nu dan Longerhouw, die volgens de titel van deze aflevering, meer heeft te bieden. Net zoals Longerhouw de eeuwen door veel van zijn charme heeft behouden, blijkt hierin opnieuw dat men hier ook zuinig met zijn bezittingen omsprong. Toen een eeuwenoude houten doodsbaar, wellicht door houtworm, vervangen moest worden door een ijzeren, heeft men de tekstplankjes hiervan, een nieuw leven gegund door ze op de zijkanten te bevestigen van de nieuwe ijzeren baar. Toen al heeft men de waarde van deze planken op de juiste waarde ingeschat, want juist de teksten maakte deze baar zo bijzonder. (Onbekend is of die oude baar toentertijd ook beschilderingen heeft gehad). Helaas wordt de ijzeren baar al geruime tijd niet meer gebruikt, dus werd het exemplaar op de zolder van een garage in Longerhouw gelegd, waar het zijn dagen nu slijt. Vooral voor de tekstplankjes is het jammer dat niet iedereen ze kan bewonderen. Voor het behoud zou het een goede zaak zijn ze in een van onze kerken (bij voorkeur Longerhouw, omdat hij daar nou eenmaal hoort) een leuke plaats te geven, want op een ijzeren baar horen ze nou eenmaal ook niet. 

Nog zeer recent, namelijk in het juni nummer van De Keppelstok (Alde Fryske Tsjerken) werd over de Friese doodsbaren, een artikel gewijd. De auteur, Sytse ten Hoeve, weet van slechts 9 dorpen, dat er nog doodsbaren met geschilderde teksten aanwezig zijn. In het kort behandeld hij hierin dus ook Longerhouw.

De tekst op de doodsbaar te Longerhouw luidt:

"De dood gaat niemand hier voorbij: 't Is jong of oud; ook wie hij zij /
Waak steeds en bid en wees bereid voor 't naderen der Eeuwigheid"

"De dood is vreeselijk voor het goddeloos gewemel /
maar voor het vrome volk, een ingang in den Hemel".

De eerste vermelding in de literatuur van de doodsbaar van Longerhouw was 'Historische wandelingen door Friesland', van Jacob Hepkema (geschreven tussen 1894 en 1919). Hepkema vermeldde echter de eerste tekst onjuist, en de tweede noemde hij in het geheel niet.  Later vermeld A. Algra in zijn 'De historie gaat door het eigen dorp', dat de gedichten gemaakt zijn door Broer Johans van Abbema, wat de baar nog veel bijzonderder maakt, omdat dit, zover bekend, de enigste is waarvan dit feit bekend is. Ook hier wordt de tekst overigens foutief afgedrukt. Deze B.J. van Abbema leefde van 1800 tot 1850 en was landbouwer en kerkvoogd te Longerhouw op de plaats naast de kerk (voorheen De Schiffart *) . Deze gegevens hebbende kunnen we concluderen dat de teksten op de baar gemaakt zijn  tussen 1825 en 1850. 

Overigens blijkt de doodsbaar van Ferwoude een bijna indentieke tekst te bevatten. Deze staat nu in de timmermansschuur van de 'Aldfaerserf route'.

Als laatste blijkt op dezelfde zolder nog een authentieke houten kinderbaar bewaard te worden. Deze is ook zeer de moeite waard om te bewaren. Helaas staan er geen beschilderingen of  jaartallen op, maar hij is zeker ouder dan honderd jaar.

 

(*) Deze gegevens ontvangen van M. Visser-Van Abbema


In november 2014 is de kinderbaar opgehangen in de consistorie te Longerhouw.

Kinderbaren

1 Ferwoude zwart beschilderde kinderbaar S. ten Hoeve
2 Scharnegoutum beschilderd, nu in kerk Bozum S. ten Hoeve
- Nijland alleen nog de zijschotten S. ten Hoeve
3 Heeg onbeschilderd S. ten Hoeve
4 Hartwerd met opschriften S. ten Hoeve
5 Sandfirden met opschriften S. ten Hoeve
6 Baaium met jaartal 1727 L.C. 2014
7 Longerhouw zwart beschilderde kinderbaar Buwalda
8 Bolsward   Buwalda

 

Hieronder de ijzeren baar, waarvan de plankjes op 2 december zijn afgehaald en geplaatst in de kerk te Longerhouw.

Notulen begrafenis
vereniging
 
Jaarverg. 28-1-1933 "Dan is er een ingezonden schrijven van Kerkvoogden der Ned. Herv. Gem. behelzende de mededeeling dat met ingang van 1 Jan. 1933 van iedere begrafenis welke te Schettens wordt gehouden, tien gulden wordt geheven voor 't luiden der klok en 't gebruik van de baar.
Deze mededeeling wekt nog al wat verbazing, daar de baar indertijd bij de oprichting der vereeniging aan haar geschonken is, mede ook wegens de minder goede toestand waarin ze verkeerde, en tweede ook om de hooge lasten welke het gevolg van dit schrijven zal zijn. De vergadering besluit dan ook eenparig bestuur op te dragen nader met de H.H. Kerkvoogden overleg te plegen over deze zaak.
Jaarverg. jan. 1934 "bij de ingekomen stukken is een schrijven van de Kerkvoogdij der Ned. Herv. Kerk te Schettens luidende:
Aan het bestuur der Begravenis Ver. Schettens & Longerhouw.
Als antwoordt op een schrijven van het Bestuur der Begravenis Ver. Schettens en Longerhouw diene, dat we van uw schrijven goede nota hebben genomen. En dat in onze vergadering van 11 Maart l.l. besloten werd ons besluit in zoverre te wijzigen om jaarlijks een som van f 10,-- te heffen van bovengenoemd bestuur voor 't luiden der Klok en het bergen der baar (en). En voorts bij dit besluit te blijven.
Schettens, 29 maart 1933.
Namens Kerkvoogden, P. Spijksma, secr.

De voorzitter steld voor bovengenoemd schrijven voor kennisgeving aan te nemen, alzoo besloten.
Jaarverg. 6-2-1936 "Volgende punt zijn ingekomen stukken, o.a. een schrijven van Kerkvoogden Ned. Herv. Gemeente te Longerhouw om jaarlijks een vergoeding van f 10,-- van de ver. te mogen ontvangen voor opbergen (doorgehaald) gebruiken (toegevoegd met potlood) der baar en luiden der klok.
Voorzitter steld voor om voor kennisneming aan te nemen daar er wel niets aan te doen zal zijn. Nu Schettens hierin v.l. jaar is voorgegaan. heeft hij er geen bezwaar tegen, echter wel om financiele redenen. Hij zou voorstellen om ook Schettenser kerkvoogden te verzoeken, deze f 10,-- te willen brengen op 5,--
Bestuursverg. 24-2-1936 "Verder wordt de secr. nog verzocht een schrijven aan beide Kerkvoogdijen te richten om verlaging van de bijdrage a 10-- in 5,--.
Ledenverg. 18-3-1936 "Ingekomen stukken: schrijven ontvangen van Kerkvoogden van Longerhouw, dat ze genoegen nemen met f 5,-- vergoeding voor het opbergen der baar enz. op voorwaarde dat alle onkosten van de baar komen voor rekening der Begr. ver.
Bestuursverg. 14-8-1936 "de secretaris leest hierop een schrijven voor van H.H. Kerkvoogden van Schettens, dat zij dit jaar de vereeniging ontheffen van de verplichting tot betaling der jaarlijksche contributie van f 10,--.
Bestuuursverg. 1-3-1938 "Bij de rondvraag deelt meester Eizinga mede, dat Jongma gezegd heeft, dat het kleed over de baar slecht wordt. De voorz steld voor een comm te benoemen om dit te onderzoeken, en wanneer het noodig mogt blijken een nieuwe te koopen, en dan een van de goede soort; hij steld voor hiervoor de beide hoofden van scholen te benoemen, die desgevraagd dit aannemen.
Bestuursverg. 7-2-1939 "Allereerst krijgen we het rapport van de commissie welke baar en kleed zou inspecteeren of verwen en vernieuwen noodzakelijk was en zoo ja, op welke wijze een en ander gebeurt is. Meester G. Eizinga, welke dit rapport uitbrengt, zegt dat de baar verveloos was, waarom P. Westra deze geverfd heeft benevens de driehoek welke over het graf geplaatst wordt. Dan komen de stalen voor een nieuw kleed ter tafel, de comm. heeft n.l. wel geconstateerd dat het oude versleten is, maar wilde bij het koopen eerst een en ander met de overige bestuursleden  bespreken. De stalen zijn beschikt door bode Jongma welke gaarne de % van zou hebben. Op voorstel van S. Postma wordt besloten bij aankoop van een kleed beide boden ieder de helft te laten toekomen. Meester Pietersma heeft ook nog een prijslijst van firma Oostwoud te Franeker. Vergeleken blijkt de prijzen ongeveer overeenkomen, ofschoon Oostwoud eenigszins meer luxe is. (zelfde kleed met franje, en dan voorzien van gallon). Besloten commissie weer vrij mandaat te geven bij het koopen, het moet echter van goed kwaliteit zijn, voorzien van franje, en zoo noodig gallon).
-----
"er wordt n.l. aan kerkvoogdij te Schettens f 10,-- betaald en aan die te Longerhouw f 5,--. Voorzitter zegt dat toen de kas der ver. leeg was, Longerhouw van f 10 op f 5,-- gegaan is, terwijl Schettens dit bedrag één jaar geschonken heeft, maar dit verder op f 10,-- handhaafd.
Jaarverg. 16-2-1939 Naar aanleiding van dit verslag vraagt Jongma of er ook prijsopgraaf gevraagd is van 't verwen der baar en de driehoek. H. reinsma vraagt naar de vergoeding die aan de Herv. Kerk te Schettens en Longerhouw gegeven wordt a f 10,-- en f 5,--
De penningmeester ligt een en ander nader toe; uit de discussie blijkt dat 't bestuur in de meening verkeerd dat baar en driehoek  beide geverfd zijn; 't welk ook aan P. Westra betaald is. Echter is aan driehoek niets gedaan, terwijl baar ook wel mooier kon, gezien de berekende prijs. Waar P. Westra inmiddels is vertrokken merkt de voorz ironisch op dat hij het misschien in 2 termijnen van plan was te doen, maar dat de nieuwe verwer nu de 3e termijn wel zal moeten opknappen.
Bestuursverg. 23-1-1940 "Hierna verzoek de voorz de commissie ('t welk zijn de H.H. Pietersma en Eizinga) verslag uit te brengen van het koopen van het nieuwe kleed. De H. Eizinga leest verschillende correspondentie voor in verband met dit verslag. Oostwoud Franeker gaf geen prov aan de boden. Bode Jongma wilde eerst de naam van zijn leverancier niet noemen, maar kwam er toch de volgende dag mee voor 't licht, 't was Firma Kloosterman te Utrecht. Toen de comm bij deze firma prijzen opvroeg, kwamen deze overeen wel de door Jongma verstrekte. Deze firma gaf wel prov terwijl de kwaliteit van de aangeboden stof neit minder was dan die van Oostwoud. Besloten was dan ook een kleed te koopen in de prijs van f 62,16 voorzien van franje. De voorzitter brengt de comm dank voor hun moeite, en vraagt wat er met het oude kleed moet gebeuren. De commm is van oordeel dat dit niets meer waard is, dat het vol van gestopte gaatjes en scheurtjes zit, besloten om 't Jongma (waar het thans is) te laten houden, als hij mar zorgt dat het nooit aanstoot kan geven.
...
Bij de rondvraag vraagt vd Berg of de comm het verwen al heeft nagezien o.a. ook van de driehoek in Schettens. Dit blijkt niet zoo te zijn, waarom zijn nog voor de jaarvergadering hiernaar een onderzoek zal instellen.
Jaarverg. 6-3-1946 "Piersma vraagt naar bergplaats der baar te Schettens algemeen is men van mening dat hierin verandering moet komen. Verschillende plannen worden besproken maar men eindigt met het bestuur machtiging te geven om zoo noodig gelden hiervoor te besteden als vergoeding bij nieuwbouw of uitbreiding eventuele bergplaats".
Bestuursverg. 6-11-1946 "Dan komt het bezwaar van de bergplaats van de baar te Schettens nog ter sprake. Burggraaff steld voor aan Lanting of Buwalda te vragen of deze er plaats voor hebben tegen een vergoeding van b.v. f. 10,-- per jaar. Meester Eizinga neemt op zich hiernaar te informeren.
Bestuursverg. 18-2-1947 "Dan wordt door de voorzitter aan de orde gesteld de bergplaats van de baar te Schettens daar hiervoor steeds klachten van de dragers bij 't Bestuur inkomen. Verschillende plaatsen worden overwogen maar tot een resultaat komt men niet, waarom dit punt naar de algemene vergadering verschoven wordt.
Jaarverg. 18-3-1947 "Verder komt de plaats der baar nog eens ter tafel; verschillende plaatsen waar het beestje op stal gezet kan worden, worden besproken, alzoo ook nieuwbouw op grond van de Ned. Herv. Kerk. S. Wesselius wil voor kosten hiervoor rentelooze aandelen uitgeven. Besloten wordt dat t bestuur in dezen stappen zal ondernemen in deze richting".
Bestuursverg. 17-1-1951 "S. Wesselius zegt dat hij in IJlst een begrafenis  heeft meegemaakt waar een stalen buis baar gebruikt werd. het was een mooi geheel, en 8 man liepen er gemakkelijk mee weg. De secretaris wordt opgedragen IJlst op te bellen om aan de weet te komen, waar deze gekocht is en wat deze gekost heeft. Het bleek dat Oostwoud van Franeker de fabrikant is, en de bekleeding van een firma in Enschede. De penningmeester van IJlst zal nader met de secretaris hierover corrsponderen. Daarna wordt Oostwoude te Franeker opgebeld, hier is niemand thuis, zoodat de secretaris de volgende dat dit nog een zal proberen. Hij steld voor als hij bericht van een en ander heeft nog eens even samen te komen".

 

Jaarverg. 14-2-1951 "De secretaris verteld hierna van de informatie die schriftelijk en ook telefonisch zijn ingewonnen, van de prijzen die Oostwoud vroeg en wat naburige vereenigingen b.v. IJlst had gegeven voor nieuwe baren. 't Resultaat was geweest dat er 2 baren met een stel draperieën waren gekocht van De Enshede'sche Passementfabriek voor de som van f 500,--.
Deze baren waren geschikt zoowel voor lange en kleine dragers, en werden door acht man op de schouders gedragen.
Piersma vraagt naar de bestemming van de oude baren, voorzitter vraagt of ook iemand hierover een gedachte heeft. Osinga wil ze ten verkoop adverteeren terwijl de secretaris ze terug wil geven aan de vroegere schenkers n.l. de Kerkvoogden van Longerhouw en Schettens, waar niemand hier op tegen heeft alzoo besloten. Osinga vraagt alsnog of een en ander ook nog kan tegenvallen, zoodat het duurder wordt; secretaris zegt dat dit niet kan, en leest de koopbrief van de vertegenwoordigers voor".
Bestuursverg. 13-2-1952 "De voorzitter vraagt vervolgens of de oude baren al ovegedragen zijn aan de vroegere schenkers - (Kerkvoogden van Longerhouw en Schettens). Hij acht, nu blijkt dat de nieuwe goed voldoen, dit al eens tijd wordt. Echter zou hij gaarne zien dat de spreuken aanwezig op de baar te Longerhouw bewaard zouden blijven voor het nageslacht. Na uitvoerige bespreking wordt besloten dat voorzaitter en S. Wesselius adm. Kerkvoogd te Longerhouw, samen eens zullen nagaan, op welke wijze dit zou kunnen geschieden, terwijl de voorzitter dan meteen de baren zou kunnen overdragen".

(NB: voorzitter was J. Burggraaff).
Bestuursverg. 2-2-1953 ".. naar aanleiding hiervan vraagt de secretaris of de voorzitter de oude baren weer aan de oorspronkelijke eigenaar heeft overgedragen. Deze bevestigd zulks, waarbij hij opmerkt waar de spreuken van die te Longerhouw zouden bewaard blijven hij deze bij de verwer heeft gebracht. Verder vraagt Wesselius als kerkvoogd of de vereeniging de kinderbaren wil houden, ja of neen. Waar dit wel gemakkelijk in gebruik is, wordt besloten deze te houden".
Ledenverg. 17-2-1975 "rondvraag: M. Leenstra vraagt of het ook mogelijk is om een paar kleine katrollen aan te schaffen, om de baar omhoog te trekken. Dat word toegestaan.
Ledenverg. 4-3-1977 Leenstra vraagt of baren ook tegen brand verzekerd zijn; want hij heeft de penn niet horen voorlezen van verzeekeringsgeld. De penn zegt toe om er naar te informeren of dat ook kan.
Ledenverg. 4-3-1977 J. Spijksma vr of het niet beter is of er een rijdende baar komt. Na overleg word besloten dat de sekr zal informeren wat het een en ander kost, en of het wel wenselijk is op het losse grint.
Ledenverg. 15-2-1978 de voorzitter wil nu graag behandeld zien wat de rijdende baar betreft. Wij zijn van foto's voorzien zegt hij met de prijs er bij, als er belang stelling voor is mag u deze papieren straks best zien. Ik zal maar met de prijs beginnen: f 1120,-- + 18% btw. dat kost de rijdende baar. Maar als men het ene doet, dan komt meestal het andere. En dat is in deze het begrafenis toestel, dat is een automatiese nederlating, kosten hier van zijn f 2.668,-- + 18% btw. De voorz legt uit dat de moeilijkheden die er zijn ook nog verholpen moetten worden: de paden moetten vlak gemaakt worden, in en uit de kerken moet aangepast worden. Het word met alkaar van verschillende kanten bekeken maar we zijn het met elkaar eens, het is zoo maar niet voor elkaar. J. Spijksma zegt ik heb het naar voren gebracht, maar het mag om mij wel blijven zoo als het is, maar dan moetten de baren wel nagezien worden. Besloten word dat smid Feenstra de baren zal bezien en zo nodig zal versterken.
Ledenverg. 28-3-1984 ... Deze brengt naar voren dat er wat verandering noet komen wat de dragers betreft. Het is niet maar van zelf sprekend dat de dragers allemaal zoo maar klaar staan. Het bestuur is dankbaar dat het steeds goed gaat. We hebben het geprobeert om met de verstorvene rijdent langs het kerkhof te gaan, en het is goed gegaan. De vraag van het bestuur aan de leden is: dragers of ons bij de situatie aanpassen. De leden vinden dat de bode in beide gevallen de vrije hand moet hebben. Want als er door omstandigheden niet genoeg dragers zijn, dan zitten we direct in moeilijkheden. De lijst van de dragers wordt doorgenomen. Er gaan enkele af maar er komen ook weer nieuwe bij gelukkig.
Ledenverg. 8-3-1985 Rondvraag: S. Burgraaf vraagt of nu de rijdende baar op alle begrafenissen gebruikt word. De voorz zegt het dat het dan met minder dragers gedaan kan worden, maar als de familie het wenst, en er zijn genoeg dragers beschikbaar dan mag dat ook, dat dat is voor de vereniging duurder. J. Spijksma vraagt of de baar wel sterk genoeg is, ik vind het maar ligt materaal zegt hij. Er zal naar gezien worden.
Bestuursverg. 15-2-1988 ..En wat rekent v Houw voor de rijdende baar en het naarlaatsysteem? 25 + 25 ?
Bestuursverg. 6-2-1989 Voor de rijdende baar en het neerlaatsysteem word f 25,- betaald.
Ledenverg. 11-2-1994 M. Leenstra vraagt naar het naarlaatsysteem nu vd Hauw stopt als bode. Her zal het bestuurd naar informeren (AAB: Bonne Kooistra is toen benoemd)

Friesch Dagblad 8-12-2014.