Uitgegeven door Meijer en Schaafsma, 1893

1580:

Jancke van Osinga was de zoon van Seerp van Osinga en Jel Hermana (1), en eerst gehuwd gehuwd met Ebel, weduwe van Popke Wijbes Popkema, bij welke hij eenen zoon had, toen met Tjemk Mada (2), dochter van Frans Aebinga van Blija, die den naam van Humalda bij den zijnen had aangenomen, en Anna van Feitsma, bij welke hij drie kinderen had, en voor de derde maal met Fed Haersma, zonder kinderen. (3)
Hij werd den 22 November 1580 als Grietman aangesteld, en ontving zijne commissie uit naam van den Koning van Spanje, dewijl de Grietenij vacant was door vrijwilligen afstand van Goslick van Herema.(4)
In 1579 behoorde hij onder de Gedeputeerden, wier benoeming, door de Staten gedaan, door de Stadhouder Rennenberg werd goedgekeurd. (5)
Hij was een van hen, die het onderling verbond tusschen de steden en deelen, na het afschudden van het Spaansche juk in 1580, onderteekenden (6), en werd in die onrustige tijden in onderscheidene Staatscommisien gebruikt.

1596 (7)

Sijbrand van Osinga was de zoon van den voorgaanden, en gehuwd eerst met At Aggema en later met Luts van Scheltema. (8) Hij woonde te Schettens, op Osingastate, hetwelk hij had laten bouwen.(9)
Hij was Dijkgraaf van de Zuiderdijken van Wonseradeel, en legde zich zeer toe op de verbetering van den waterstaat in zijne Grietenij.(10)
Tien jaren voor zijne benoeming als Grietman was hij reeds Volmagt ten landsdage wegens Westergoo.
In 1618 ontving hij zijne commissie als lid van Gedeputeerden,(11) en volgde in die kwaliteit in 1620 de lijkstatie van Graaf Willem Lodewijk; twee jaren later was hij lid van de Staten Generaal,(12) en overleed in 1623.(13)

1758

Wilco, Baron thoe Schwartzenberg en Hohenlansberg,
geboren den 28 Mei 1738, was de zoon van Michael Onuphrius, Baron thoe Schwartzenberg, en Margaretha Maria, Baronesse van Ghendt.
Grietman geworden den 19 September 1758, was hij tevens Ontvangen Generaal den Dijkgraaf van die Grietenij, en in 1766 lid van Gedeputeerde Staten.
Hij woonde op Wibrandastate te Hichtum, en was Meesterknaap in het Jagtgeregt van Friesland.
Hij bleef ongehuwd en overleed den 12 April 1788.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.