Gloria parendi.

Dagboeken van Willem Frederik, stadhouder van Friesland, Groningen en Drenthe, 1643-1649, 1651-1654 Willem Frederik

http://www.dbnl.org/tekst/will077glor01_01/will077glor01_01.pdf

1643 (1)    -  pagina 60
1644 (2)    -  pagina 110
1645 (3)    -  pagina 182
1646 (4)    -  pagina 314
1647 (5)    -  pagina 478   
1648 (6)    -  pagina 678
1649 (7)    -  pagina 855
1651 (8)    -  pagina 1010
1652 (9)    -  pagina 1032
1653 (10)    -  pagina 1041
1654 (11)    -  pagina 1046

 

Potter, Michael (Ü 1648); luitenant-kolonel der infanterie in het Staatse leger: I 97, III 49, 51, 70, 121, 126, 138, 158, IV 35, 239, 246, 247, V 111, 120, 125, 260, 266, 282, 332, VI 9, 16-18, 21, 31
Potter, Sjoerd Sjoerds (Ü 1673); lid van de vroedschap van Dokkum en volmacht

Amama, Michiel (Ammema, Hammema) (1611-1670); schepen en burgemeester van Leeuwarden, compagnieschrijver: V 30, VII 343 Amama, Gerrit van (Ü 1677); kapitein in het Staatse leger: VI 85, 91, 99, 101, VII 28, 49, 127

Aysma, Van (Aisma); geslacht: VI 22
Aysma, Albert van (1576-1648); volmacht namens Ferwerderadeel in de Staten van Friesland, lid van de Gedeputeerde Staten van Friesland: I 12, III 30, IV 17, 31, 253, V 29, 54, 57, 62, 67, 231, 251, 254, 255, 257, 258, 279, 307, VI 11, 31, 62
Aysma, Focke van (Focke-oom) (Ü 1651); secretaris van Ferwerderadeel en volmacht namens Ferwerderadeel in de Staten van Friesland: IV 17, 237, 241, VI 333, 340, VII 39, 47-50, 54, 56, 57, 63, 67, 69, 72, 76, 77, 79, 151
Aysma, Hothje van (* 1628): V 320, VI 11
Aysma, Lolck Alberts van; echtgenote van 1) Claes Epes van Aesgema; 2) Gozewijn Wijdefelt: V 280
Aysma, Lolck Hothjes van (vrau Nauta) (Ī 1597-1646); echtgenote van Gajus Nauta: IV 35
Aysma, Lolck Scheltes van (Jolcke, Lolcke) (* 1617): IV 263, 264, V 25, 26, 54, 93, 320
Aysma, Schelte van (Ī 1578-1637); kolonel der infanterie in het Staatse leger: V 104

Osinga, Sijds van; grietman van Doniawerstal en volmacht namens Doniawerstal in de Staten van Friesland, lid van de Gedeputeerde Staten van Friesland: II 13, 88, III 40, 47, 50, IV 12, 40, 58, 59, 238, V 78, 93, 103, 104, 105, 107, 238, 286, 295, VII 56, 157 Osinga, Sybrand van (Ü 1623); grietman van Wonseradeel: V 78

 

Jaar Pagina Tekst Overige
1643 106 Lieutenant-colonel Potter presenteerde mij de vrientschap van de heren van de Sevenwolde Dit is telkens Michael Potter (ong. 1580-1648), broer van Ludolf Potter (1575-1637)
1645 216 Potter geseit, dat Hauwerda quiteerde, die nae Den Haghe gaet, om S.H. om Delftsiel aen te spreecken S.H. - Seine Hoogheid
1645 217 Potter een voorschrievent gegeven aen S.H. om te Delfsiel commandeur te worden  
1645 232 De heer Sminia meinde, dat Glinstra, Kracks swager, in de stemmen sal komen en dan gritman worden. - Hij seide mij oock wat quade reputatie Loo hier hadde en hoe corruptibel hij was, had van Aluva, Swartzemburch, Potter 5000 gulden ontfangen. -  
1645 261 4/14 augusti maendach is S.H. niet heel wel geweest. Ick sprack hem vanwegen Potters lieutenant en veendrick.  
1645 265 Potter seide mij Oenema woud geern mit Baardt accorderen  
1645 269 - Potter seide mij, dat Haeren uyt Het Bilt soll volmacht worden en cuypen Boschuysen deruyt, doch laten hem Staten-Generael. Potter heeft liever sollen sien dat Haeren ritmeester had gebleven, want hij nu alle de werelt sal quellen, sijnde een seltsaem man. - Potter gaet nae Vrieslandt, om te beletten dat Oenema en Crack en Baerdt geen goede vrienden worden.  
1645 283 16/26 october donderdach in de heer van Brederodess aproche geweest, daer Potter de wacht had, en in de galerie geweest, daer 15 gebindten stonden, 4 in de gracht. -  
1646 336 - Potter en andre officir bij mij gegeten. - Mijn veendel in Den Haghe bestelt.  
1646 464 - Potter bij mij geweest, sprack van Embden en Delfziel. -  
1646 469 Mit Potter en eenige officiren gegeten  
1646 469 ; dess avontz bij ooverste-lieutenant Potter gegeten en lustich geweest.  
1646 470 Viersen bij mij geweest, om burgemeester te Sneeck te worden, geeft heel goede woorden, Assuerus van Viersen oock om die reden. - Potter voor Sloten. Potter wilde burgemeester van Sloten worden?
1647 538 Mit Potter en eenighe officiren gegeten.  
1647 543 Adt bij Hemmema mit Potter, en waeren vrolijck.  
1647 548 - Mit Potter en eenighe officiren gegeten  
1647 548 Mit Potter en officiren gegeten  
1647 631 Mit Potter, Haersholt en officiren gegeten, en wold Haersholt van Adam, Eva en d'oorsaeck van de sonde railleren; soo bestrafte ick hem en seyde dat het qualijck gedaen wass mit sulcke saecken te railleren; men hadt materi genoech om vrolijck te sijn, als uyt de bibel. Hij allegeerde de socinianen; doen keef ick noch mehr. -  
1647 637 Mit Potter en officiren gegeten. -  
1647 646 24 november/4 december woensdach in de kerck geweest. - Oosterse seyde mij, dat Potter de compagny op sijn neef nu wilde ooverlaeten, en brocht hij mij eenighe stucken de provintiŽn raeckende Ik denk dat met Michael Potter zijn neef, Gerrit Jochums Amama (1625-1677) wordt bedoeld. Dit was een volle neef, zijn moeder was Aagje Gerrits Potter.
1647 671 Potter iss heel sieck en beklaecht nu sehr, dat hij versuymt heeft niet te nachtmahl te gaen, dahrom moet men toesien, als men tijt heeft, dat men die niet versuymt, en als ghij de stemme des Heeren hoort, dat ghij se niet versuymt en Goodess geboden niet veracht; dat geschiet veul, dat lyden dat op haer dootbedde beklaegen; juffer Tjessens saliger beklaechde het oock.  
1647 675 Potter iss heel sieck, beklaecht niet te nachtmael sijnde geweest.  
1647 676 - Mij wierdt van het transport van Potters compagni twe-, driemahl gesproocken. -  
1648 680 Nae Den Haech en Munster geschreven. - Gelesen, bij de oude Haeren geweest, daer des avontz gegeten, wahr de tijding quam, dat Potter storf; Michael Potter is overleden 14 januari 1648
1648 681 Ulb Alua bij mij geweest, soeckt de compagni van Potter nu op Siksma te hebben, wol oock geerne de majorplaetz op Sickxma hebben  
1648 681 , ick soude Hauma de compagnie van Potter geven.  
1648 683 24 jannuarii/3 februarii maendach mijn reeckeninge begonnen aff te doen. - Op Potters begraffenis geweest  
1648 686 Douwe Aluva hier en in Vranckrijck wel gevochten. Cornel Alua quam mij seggen, dat Ulb Alua woud sijn stemme mede op heer Botnia geven als grietman [van Baarderadeel], als Sicksma Potters compagnie hadde. - Fockens quam daernae, seyde mij dat Ulb Alua hem selfs had geseit, als Sickma Potters compagnie heeft, soo sal ick Botnia gritman helpen maecken.  
1648 692 - De volmachten van Dockum [Sjoerd Sjoerds Potter en Egbert Annes Itskema] bij mij geweest, presenteerden mij oock haer correspondentie ende vrundtschap;  
1649 891 10/20 mars saeterdach heb ick Haubois gesproocken wegen de ooverdracht van de heer Nijs op sijn soon en van Inthema op Andla, 'twelck hij aennam om het te helpen effectueren en uyt te wercken; doen lieten wie Bourum haelen en Inthema, die het oock aennaemen te doen; dat van Nijs ginck mit meerder stilte als van Andla, en wilden sie het eerst niet doen en schickten Geersma, Imminga en Potter bij mij om het mij aff te vraeghen, oft mijn menunge wass  
       
       
1643 65 Drie heren gedeputeerden ende vier uyt de heren van den Hove om dat werck van die van Dockum off te doen, Cempe Donia, Aisma, Haubois, Baerdt absent, Nijs, Viersen, Nauta, Scheltinga.  
1645 200 Mij wierdt geseit, dat Sjouck Burmania in Westrego wel mocht gedeputeerd worden en Aisma continueren.  
1646 324 - Albert Aisma is volmacht in de plaetz van Focke Aisma. -  
1646 333 Haersma sit oock los door joncker Jan Roorda, soodat se daer oock heel vast op gingen en costen toekomende jaer alles omwerpen, te beter alse de heer Aisma hadden. -  
1646 463 6/16 december sondach tweemael in de kerck geweest; de kerckenraedt iss bij mij geweest. - D'ontfanger Grovestein seide mij, dat Ipe Dauma en de secretaris [Focke van Aysma] eens waeren en dat Ipe Dauma soud volmacht worden, oock dat in Saeckema gritenie Aluva soud volmacht worden.  
1646 465 Ipe Dauma seide mij, dat hij mit Focke Aisma eens wass en soud volmacht worden, en presenteerde mij sijn dienst en vruntschap. -  
1646 475 29 december/9 [8]168 jannuarii dingsdach iss de heer Aisma, Boschuysen, Zier Claesen, Scheltinga bij mij geweest vanweghen de Staeten, om mij te vraeghen off ick goedt vond, dat op die brieven die van Munster sijn gekomen, men de Staeten soude beschrieven, en iss goedtgevonden tegens toekoemende maendach Haer Edelmogende te beschrieven hier te compareren. -  
1646 476 [263] Dess naemiddachs gelesen, bij ritmeester Haeren geweest, bij juffer Jolcke van Aisma dess avontz.  
1646 476
[264]
Bij de heer Andla dess avontz gegeten mit juffer Aisma en den gheheelen nach vrolijck geweest tot de morgens om seuven uiren.  
1647 478
[25]
Gelesen, bij ritmeester Haeren geweest, de avontz bij juffer Aisma.  
1647 480
[26]
Bij Andla gegeten mit juffer Aisma, waeren vrolijck tot dess morgens om seuven uir.  
1647 482 Secretaris Lijckelma bij mij geweest, recomandeerde mij sijn persoon tot grietman in Oenema plaetz. - Sminia, die sloech mij Veuglyn voor om in sijn plaetz staet-general te sijn; doe ick dat niet goedt koste vinden, doe sloech hij de olde heer Albert Aisma voor om in Den Haech als staet-general te schicke in sijn plaetz, dat ick goedtvonde  
1647 494
[54]
- Mit Andela gegeten, bij juffer Aisma geweest, gelacht, gepraet  
1647 494 6/16 februarii saterdach Douwe en Hessel Aluva bij mij geweest, recomandeerden mij Gauma tot een ampt. - Seiden dat haer ampten weder vast waeren gestelt voor dit jaer, dat Douwe Aluva, Swartsemburch, Abraham Roorda [20] , mit vieren eens waeren, hadden Boulens en Haersma geern bij sich om ses te worden;

[20] De vierde persoon, die niet met name in de tekst genoemd wordt, is Albert van Aysma.

 
1647 494 - De heeren van Haer Hoochmogende, Aysma, Sminia, Scheltinga aeten bij mij en waeren vrolijck tot ťťn uir, en wass Meerman heel vrolijck ende cordiael en alle droncken.'  
1647 497 De heer Hottinga presenteerde mij sijn dienst en vruntschap en recommandeerde mij Jan Eeverts tot ammeraliteit t' Arlingen. - Collonel Aluva seide mij dat 1 Boulens, 2 Haersma, 3 Dauwe Aluva, 4 Swartsemburch, 5 Aisma, 6 Abraham Roorda een acte geteyckent hadden om toekomende jaer in aliantie te gaen. 7 Frans Eissinga hebben se oock, alsoock meinen se in 8 Collummerlandt yetwess te doen mit Tjerd Aluva, alsoock in Saeckema griteni mit Sjoert Aluva.  
1647 501 Boulens bij mij geweest, seit dat hij de acte mit sijn sessen geteyckent heeft, Aluva, Boulens, Haersma, Swartzemburch, Roorda, Aisma; Eissinga geven hem goede woorden, doch hij blieft bij Aluva  
1647 504 - Tjalling Eissinga van Marsum heeft dat geschrift gelesen dat anno 1643 gemaeckt was tuschen hem, Aisma, Grovesteins, Hiddema. - Grovestein bij mij geweest, seide kost hij geen raetsheer worden, soo woud hij sien, dat hij het noch kost opholden dit jaer, seide dat, als hij vier griteniŽn had, Botnia woud de vijfde sijn.  
1647 524 24 meert/3 april woensdach is Osinga bij mij geweest, recommandeerde mij sijn saeck, seide dat hij in de derde stemm meinde te komen. - Ulb Aluva seide, dat .....  
1647 525 Osinga niet in de stemmen kost komen, maer Tjerd Aluva, Ulb Aluva en een eigenerf, versocht op ...  
1647 526
[93]
mij de resignatie toe te staen. - Seide dat Osinga kuypte mit Lolcke Aisma en haer suster, die door de griteni [Wonseradeel] herom liepen bij de bouren en lieten sich kussen van de boeren op de mont en aen de armen. - Hij Ulb Aluva seide, dat Hottinga voor Osinga wass en Walta en Tjalling Eissinga heel eens, en willen captein Walta weder in Ulb Aluva griteni hebben. Botnia staet er oock nae, doch Ulb Aluva had Sicksma geern. - In de kerck geweest. - Collonel Aluva claechde oover Ulb Aluva, dat hij Sicksma weder in sijn griteni wilde tot gritman hebben, daer hij gheen dienst kost af trecken, want hij noit volmacht kan worden, maer van Botnia wel, die veul landt en vrienden daer heeft, en daerom had collonel Aluva in Ulb Aluva plaetz Botnia. - Piter Walta heeft geseit, wil Botnia van de Aluva gaen, soo wil hij hem in de stemmen helpen, soo niet, soo sal hij te[gen] Botnia sijn, 'twelck Botnia niet doen wil.  
1647 531
[104]
worden. 2/12 april vrijdach is de heer Osinga bij mij geweest, seit dat hij 13 dorpen heeft en noch vier in dispuyt, meint in de stemmen te sijn, begeert ick soude neutrael sijn. - Hij seide mij hem wass aengeboden alletoos gedeputeerde te...en noch andere saecken, als hij woude Aisma collonel maecken, doch hij stembde Oenema.  
1647 614 , Wolden nieue commissarisen om de stemmen te examineren, Abraham Roorda, Aisma, Baerdt, Andringa. -  
1647 623 - Roorda, Aisma, Baerdt, Andringa waeren bij mij, klaechden oover de onwettelijckheit van het affdoen  
1647 626 Collonel Aluva riedt mij ick solde ofslaen om mit de vier gecommitteerden van Oostrego en Wouden de stemmen te examineren, en quaemen de heeren Abraham Roorda, Aisma, Baerdt, Andringa op datselfde versoeck weder bij mij, en deed Roorda het woordt, doch ick hielt dieselfde spraeck van lest ent en seyde het behoorde bij de heeren gedeputeerden;  
1647 628 Te sien of men noch tot examinatie kan komen door het verschriven van Oostrego lit, omdat sich Eissinga daerop beroept, en om te sien, of sij het willen veranderen, wandt ick anders niet sie, hoe het geŽndert sal worden, want mit Roorda, Aisma, Baerdt, Andringa en sal ick de stemmen niet examineren. -  
1647 629 Ick stelde de heeren Eissinga en Haersma voor, oft se de heeren van Oostrego wilden beschriven, om te sien oft se haere meinung veranderen wilden oft dat se het aen Roorda en Aisma wolden laeten, opdat men weten kost waernae ick mij kost reguleren, want soolange gheen examinatie geschiet, soo lang kan der gheen rust comen oover die twe griteniŽn [Baarderadeel en Schoterland], en buyten het heele Collegie wil ick niet examineren en mit Abraham Roorda, Aisma, Baerdt, Andringa en sal ick niet examineren  
1647 644 Mit Frans Eissinga, Aisma, Waltinga, Andla, Oosterse, Teyens gegeten.  
1647 662 Jongstal seyde mij, dat Ockinga soo had lossgesponnen, dat ick op Botnia wolde gritman maecken en alletijt mit Aluva ging mit Aisma, Haubois, Widefelt en dat ick niet buyten haer dorst gaen, omdat se mij gelt hadden geleent.  
1647 668
[320]
Lolcke Aisma broer wierdt mij tot edelman gerecommandeert van Widefelt. - Met de broer van Lolcke van Aysma, zal Johan van Aysma zijn bedoeld.

Uit: Geschiedenissen van Poppo van Burmania, pag. 35:
'De genoemde ambten werden niet via hedendaagse sollicitatieprocedures verkregen. Daarvoor moesten de gegadigden onder andere hun vriendschap en dienst aan de stadhouder 'verseeckeren', een vaak gebruikt woord in Willem Frederiks dagboeken, evenals het werkwoord recommanderen.
1648 678
[11]
- Aisma recomandeerde mij sijn neef tot edelman Aisma=Albert van Aysma en met die neef zal Hotze (Scheltes) van Aysma zijn bedoeld.
1648 683 Raetsheer Ockinga wold mit gewelt Walrich ontfanger hebben en, doe ick het hem niet beloven wilde, wass hij quaet en seyde in haesticheit, patientie. Hij viel heel tegens de huysen van Burmania, Aisma en Scheltinga uyt, oft die alles mosten hebben. - En dat men de adel most beneficeren  
1648 686 Collonel Aluva seyde vier griteniŽn wahren te Dockum bijeen geweest en hadden de ampten vastgeset, Carel Roorda gedeputeerde in sijn ooms [Abraham van Roorda] plaetz en Humalda off Frans Eissinga staet-general, 'twelck mij heel wel geviel, en soud een gewunst werck sijn, Dauwe Alua oock gedeputeerde, Tjalling Eissinga ammeraliteit, Hessel Roorda, Aisma 't mindergetal, Saeckema raet van staet oft reeckenkamer in Den Haech, Douma reeckenkamer in Vrieslandt, Frans Eissinga of Humalda munstercommisaris. - Tjalling Eissinga van de Raerdt had in collonel Alua en Haersma presentie gesecht, anno '46 of '47, wat bruyt ons die lytse stadtholder19 . -  
1648 703 25 februarii/6 meert vrijdach iss de heer Aisma bij mij geweest en mit mij ooverleit om een resolutie te nemen om Walta mit soeticheit te stillen, opdat het Collegie hem geen affront soude aengedrongen sijn te doen  
1648 841 Gritman Haersma seyde mij, dat haere ampten stonden voor vier jaeren vast geteycken tuschen vijff griteniŽn, Boulens, Haersma, Dauwe Alua, Swartzemburch, Roorda, Aisma, en isser gantz gheen perijckel in Oostrego.  
1648 844 Dauwe Alua klaechde oover de cuyperi van Ferveradeel, seyd dat Jan Alua, Glinstra mochten geen griteni vergeven als mit de correspondenten haer wil; [340] soud Bouritius volmacht maecken in Glinstra plaetz, doch wass schrupeleux om Focke Aisma, Videfelt wegen Ferveradeel.  
1649 870 - Ick adt mit eenige officiren. - Ick liedt dien knecht van Aisma op mijn manir inroepen en seyde den secretariss van het crijgsgericht, dat den gerichtschultus en Boulema heel gealtereert en flauw wahren geweest, naedat collnel Alua haer soo had gesproocken.  
1649 876 Cornel Alua wass bij mij, seyde dat Focke Aisma mit de Eisingani gaet en kompt niet bij haer noch Abraham Roorda, sijn oude vrundt.  
1649 876 sie klaechden oock oover Aisma, dat die sich aen de Eisinga hielt, oock oover Boulens, dat hij een ampt wilde hebben. Ick riedt haer, en bij de ooverdracht had hij het anders belooft vier jaer still te sitten; H  
1649 878 - Wydefelt seyde mij hij soude Focke Aisma stuiren, dat hij mit Dauwe Alua soude gaen, mitz de seeckretari op sijn neef.  
1649 878 Hij badt mij dan nochmahls; ick seyde, ghij moet Focke-oom [Aysma] de secretarie laeten ooverdraegen, dat wil hij doen, en soo sal alless wel wesen. -  
1649 880 Wiedefelt seyde mij Focke Aisma inclineert tot 14 stuivers op de floreen en de helft van de vijff spetiŽn.  
1649 882 - Dauwe Alua en Carel Roorda quaemen bij mij om de griteni van Ipe Dauma, baeden ick solde maecken, Willem Frederik, Gloriaparendi. Dagboekenvan Willem Frederik, stadhouder van Friesland, Groningenen Drenthe, 1643-1649, 1651-1654 dat hij mit haer in correspondentie ginck, en wahren sie mit Boulens en Aisma in haer goo verlegen, willende allebeyde ampten hebben, als oock Hillema...  
1649 883 ....Baden mij Aisma te laeten spreecken en Boulens. - Ick recomandeerde Douwe Alua de floreen op 14 stuiver te laeten, hetwelcke hij aennam om in Oostrego vast te doen stellen. - B  
1649 887 Focke Aisma sal mit Douwe Alua gaen en setten alles mit hem vast toekomende jaer, als sie woort ahn hem holden. -  
1649 887 De continuatie van dingsdach 27 februarii/9 mars30 . - Dauwe Alua seyde mij sie wolden Focke Aisma verseeckeren een van de drie ampten schriftelijck en, als sie haer ...  
1649 887 Focke Aisma en Sminia quaemen bij mij, en nae groote complimenten die sie mij van dancksegginge deden van weldaeden, ahn haer gedaen, spraecken wij van de floreenrente, en wass Focke Aisma oock van die menung, dat men die meerder had moeten verlichten, en sprack gelijck die grietzluyden in Oostrego en Westrego, oft haer het landt toequam, en dencken niet dat in de steden oock ingesetenen wonen die landen in Oostrego en Westrego hebben; op 't lest seyde Focke Aisma hij wolde sich mit Oost- en Westdungeradeel vergelijcken en mit haer de middelen vaststellen, en scheiden wie goede vrunden.  
1649 887 De continuatie van dingsdach 27 februarii/9 mars30 . - Dauwe Alua seyde mij sie wolden Focke Aisma verseeckeren een van de drie ampten schriftelijck en, als sie haer  
1649 888 .... handen stelden, soo kost hij sijn handt oock wel stellen en sol hij verseeckert wesen, maer den grietman [Ipe van Douma] most twe jaer stillsitten; sie wolden het Wiedefelt sien laeten en het mit hem ooverleggen om Focke-oom [Aysma] te stuiren. - Alleen mit Marť gegeten; Walta iss quaet, dat het mij soo wel gaet  
1649 888 Douwe Alua, Carel Roorda quaemen mij seggen, dat Focke Aisma tevreden wass, sie wahren nu mahr mit Boulens en Hillema bekomert en lieten mij de acte sijn [zien] die sie teyckenen wilden;  
1649 888 ick riedt haer mit Boulens te gaen en Focke Aisma in alless contentement te geven. -  
1649 889 ick seyde als Aisma contentement had en de heeren gedeputeerden tevreden, ick wass gereedt. -  
1649 891 11/21 meert sondach ick ginck in de kerck twemael; de heer Boulens liet mij de teyckeninge sien die tuschen hem en de heeren van Oostrego wass geschiet, seven griteniŽn, behalven Saeckema, 1 Dauwe Alua, 2 Frans Eisinga, 3 Aisma, 4 .....  
1649 892 ..... Swartzembruch, 5 Boulens, 6 Haersma, 7 Carel Roorda, Tjaert Alua, soodat Oostrego voor het  
1649 893 12/22 meert maendach Focke Aisma gesproocken wegen de ooverdracht der secretari en griteni [Ferwerderadeel]. - Geersma gesproocken, die prins Wilhelm saliger37 noch te Harlingen had gesien.  
1649 893 Tjalling Eissinga, Joeckema, jonge Douma wahren bij mij. - Focke Aisma, Sminia, Widefelt, om te accorderen, mahr door Focke Aisma eigensinnicheit bleeff het achter, gevende hem Sminia en Widefelt ongelijck.  
1649 893 Sminia quam mij seggen, dat Focke Aisma nu solde ahnnehmen mijn voorschlach van drie ŗ vier jaer het ontfanck te beholden en het daernae op de gritman helpen dirigeren, doch het most secret sijn.  
1649 895 Wass hij blijde, dat Focke Aisma mit drie jaer tevreden wass voor den ontfanck, nam het aen. -  
1649 923 Ick broch Unia en Beima in haer huysen en adt mit Aisma en besach sijn caemers en boecken  
       
689 1648 Haeren quam bij mij, vreest dat haere correspondentie niet bestendich iss, omdat se gheen ses griteniŽn sijn; hij wolde noch ťťn hebben en dat Eissinga soon sijn ampt daertoe solde gebruickt worden, om noch yemantz te trecken. - Hij seyde dat de Eissinga so olde edelluyden niet waeren, en de overste lieutenant Eissinga had Grettinga tot een vrauw, en sijn moeder [Lisck van Juwsma] wass een slechte vrau van Douay. Juw van Eysinga (1563-1631)
       
1648 715 27 meert/6 april maendach sach ick mijn peerden rijden in presentie van Fritz Rode, pijckeur van S.H. - Ick sach bij mijn hoff wat arbeyden. - Adt 's middachs mit Haren, Herema, Sijtsma, Hammema en de pijckeur, Hemmema, droncken sterck en kreech Haeren en Sijtsma questie, sloegen malckander en Hammema oock. Ick liet elk mit twe musquetiers bewahren en vastsetten. - Adt dess avonts mit Marť, ginck wandelen  
1648 716 April 30 daghen. - 1/11 april saterdach heb ick Ernst van Aluva, Widefelt, Hemmema geordonneert om Haren, Sijtsma, Ammema te accorderen en te letten op een yeders ehr en reputatie.  
1648 721 22 april/2 maij saterdach op de Cantzeleri geweest. - De gedeputeerde Dauwe Simons bij mij geweest, presenteerde sijn dienst. - Hammema en Haeren bij mij geweest, excuse te doen. -  
1648 723 Tjalling Eissinga van Marsum en raetsheer Ockinga quaemen bij mij; eerst maeckte Tjalling Eissinga een harange van de goedertierenheit. Op 't lest badt hij perdon [101] voor Sijtsma voor sijne gedaene faulte in mijn huys. - Ick seyde, mijnheer, du employeert die allegatiŽn van historiŽn heel quaelijck, wandt gelijck de heer Ockinga weet, ick heb het strackx naegelaeten. Maer dat captein Sijtsma aengaet, staet tuschen hem en ritmeester Haeren, wandt die offentie heeft gegeven, moet weder satisfactie geven, gelijck Ammema aen Sijtsma gedaen heeft; als hij dat doet, iss alless wel. Eissinga seyde het wass te hardt ingestelt. Ick seyde, Ernst Alua, Wydefelt, Hemmema sijn alle drie oock ehrlijcke lyden, die hebben het gestelt gelijck het ehrlijck iss, en gelijck sie doen en ontfanghen wilden, in dieselde kavel sijnde. Eissinga seyde U.E. draecht Haeren mehr als Sijtsma. Ick seyde, nehn heer, ick doe als een rechter hoort, sett haet en nijt ahn ťťn kandt en sie mahr op de billicheit en recht.  
1649 867 25 jannuarii/4 februarii donderdach nae Tjum geweest bij juffers Paffenroy ende Steerenseel, daer gegeten, quaemen te ses uir weder hier; adt mit Hemmema, Kingema, capitein Roorda, Glins, Ammama.  
1649 876 - Ick sprack wel een uir mit de Fransche officiren. - Adt mit Haringsma, Hemmema, Hammema en Coehoorn, die mij seyde van de gravin van Solms haer quaet comportement  
1649 917 17/27 donderdach gingen wij te drie uir te peerde sitten, quaemen te vijff uir te Gronningen, gingen de stadt heel om en gingen te seuven uir in 't hoff mit Ammema en Maurick, aeten dahr des middachs.  
       
  110
[13]
12/22 [februarii] ben ick neffens de heeren gedeputeerden in Oostrego kamer geweest, alwaer alle volmachten vergadert, ende naedat de heer Osinga de propositie heeft gedaen, heeft de predikant Feicke [Oedsonius] een fray gebett gedaen;  
  163
[83]
19/29 october de heer Fockens bij mij geweest, die seide dat se in de Wolden heel eens waeren en dat Suffridus Lijckelma noch bij haer hadden gekregen, nu 8 grieteniŽn sterck, Osinga, Oenema der buyten. -  
  208
[40]
Doctor Jacobi bij mij geweest, seit dat alle resolutiŽn van de heeren Staten geteyckent sijn, dat Haubois en Pieter Dionisius [Loomaers] gecomi[tteerd] sijn om over de saecken der predicanten en Boolswert te besoigneren, in Oostrego, Westrego, 't Mindergetal, Wolden, Osinga, Hans Lijckelma. - Secretarius Vermees seide, dat Abraham Roorda geern op het Collegie had gewilt, maer dat de heeren Eissinga het niet doen wolden. -  
  214
[118]
. Eerst het gebedt gedaen, daernae de resolutie van de heeren Staten gelesen, die gecommitteert hebben om die saeck of te doen. - Mijn persoon, Hessel Roorda van Eissinga, Rosema, Hottinga, Andla, Osinga, Hans Lijckelma, Haubois, Piter Dionisi. Een acte onderteyckent van stilswigentheit. -  
  217
[120]
. De andere heeren quamen vast mit de mijne oovereen, behalven Osinga hadde wat nuys voor, had geerne gehadt men solde sijne remonstrantie gebruyckt hebben, doch de heeren sloegen het hem aff.  
  320
[12]
Haubois soud geseit hebben, als Oenema een dorp heeft, soo sal hij volmacht wesen. Oenema en Osinga souden uyt twe griteniŽn elck volmacht worden.  
  339
[40]
Hij seide oock Hottinga had hem laten aensoecken door Osinga Willem Frederik, Gloriaparendi. Dagboekenvan Willem Frederik, stadhouder van Friesland, Groningenen Drenthe, 1643-1649, 1651-1654 om mit hem in aliantie te gaen, ende hij meinde Jan Aluva wierd door Sjouck Burmania aengesproocken. -  
  353
[58]
- De heer Krack bij mij geweest, seide mij dat se geen vrees voor Oenema hadden, omdat se mit haer seuven grietsluyden eens sijn, die men niet licht kan uytkuypen, oock omdat hij niet gelooft, dat het Osinga doen sal durven uyt oorsaeck dat hij het perijckel niet sal durven [59] uytstaen, want als het hem dan misluckte, soo was hij sijn dijckgraefschap quijt en sonder ampt  
  463
[238]
7/17 maendach iss Osinga bij mij geweest, seide mij hoe de heer Hottinga soo een goet bauman wass, hoe hij sijn landt soo wel kost toerusten en sijn koorn suyveren.  
  512
[78]
Osinga bij mij geweest, sprack mij van mijn faveur in de griteni van Wonseradeel. Ick seide hem ick wass belooft aen Ulb Aluva. - Hij seide mijn oom hadt Ockinga oock belooft, doch hij mocht wel lijden, dat Osinga vaeder grietman wierdt. -  
  524/525
[93]
24 meert/3 april woensdach is Osinga bij mij geweest, recommandeerde mij sijn saeck, seide dat hij in de derde stemm meinde te komen. - Ulb Aluva seide, dat Osinga niet in de stemmen kost komen, maer Tjerd Aluva, Ulb Aluva en een eigenerf, versocht op ....

mij de resignatie toe te staen. - Seide dat Osinga kuypte mit Lolcke Aisma en haer suster, die door de griteni [Wonseradeel] herom liepen bij de bouren en lieten sich kussen van de boeren op de mont en aen de armen. - Hij Ulb Aluva seide, dat Hottinga voor Osinga wass en Walta en Tjalling Eissinga heel eens, en willen captein Walta weder in Ulb Aluva griteni hebben. Botnia staet er oock nae, doch Ulb Aluva had Sicksma geern. - In de kerck geweest. - Collonel Aluva claechde oover Ulb Aluva, dat hij Sicksma weder in sijn griteni wilde tot gritman hebben, daer hij gheen dienst kost af trecken, want hij noit volmacht kan worden, maer van Botnia wel, die veul landt en vrienden daer heeft, en daerom had collonel Aluva in Ulb Aluva plaetz Botnia. - Piter Walta heeft geseit, wil Botnia van de Aluva gaen, soo wil hij hem in de stemmen helpen, soo niet, soo sal hij te[gen] Botnia sijn, 'twelck Botnia niet doen wil.
 
  531
[103]
Bourum seide dat Hottinga had geseit, Osinga iss in de stemmen en hij moet grietman wesen van Wonseradeel, het kost wat het kost. Wij sullen het raetsheerschap deraen waghen, het curateelschap in Tjerd Aluva plaetz, jae selfs mijn gritenie. Wij moeten de hoochmoet van Ulb Aluva nedersetten van onss prinsjen. -  
  531
[104]
Ulb Aluva seid mij, dat Tjerd Aluva, Ulb Aluva en een eigenerf in de stemmen wahren en Osinga niet, die maer 5 dorpen had, badt mij om afdoening. - Ick sprack hem om Grovestein raetsheer te maecken, daer hij eerst niet aen wilde, doch doe hij sach dat ick daerop insisteerde, gaf hij het beeter koop en liet schienen, of hij het doen wolde mit fatzoen en behendicheit, willende Klinckebijl en Tomae niet stemmen en Hottinga en Burmania doctor Solckema niet stemmende, kost hij sich retireren. - Hij seide dat Hottinga en Burmania allebey gelt souden geniten van de twe advocaten. - Ick seide hem Wonseradeel, Grovesteins, Jan Aluva, Botnia soude wel bijeen komen; hij liet sich aengaen of hij niet vreemt daeraf wass, sijnde niet wel op Hottinga tevreden, en als Syksma wil, soo kan Hottinga gheen volmacht worden. 2/12 april vrijdach is de heer Osinga bij mij geweest, seit dat hij 13 dorpen heeft en noch vier in dispuyt, meint in de stemmen te sijn, begeert ick soude neutrael sijn. - Hij seide mij hem wass aengeboden alletoos gedeputeerde te...65 en noch andere saecken, als hij woude Aisma collonel maecken, doch hij stembde Oenema.  
  531
[105]
- Op het Landtshuys, daer mij wierd geseit, dat Tjerd Aluva gisteravondt om acht uir wass gestorven, dat Ulb Aluva handel sal maecken en Osinga in de stemmen brengen.  
  533
[105]
Osinga badt mij om mij neutrael te holden, om niemantz van de heeren gedeputeerden te spreecken aengaende Ulb Aluva; ick seyde, ick sal hem stemmen, doch niemantz spreecken. - Ulb Aluva quam daernae oock, badt mij om afdoening; ick sprack hem van Botnia, daer hij nae begost te luysteren, alsoock van Grovestein tot raetheer, gaf mij goede andtwoordt en oopening. -  
  533
[106]
Om vijf uir op 't Collegie gegaen en de griteni aen Ulb Aluva gegeven mit de heeren Haersma, die president was, Bruisma, Crack; Tjalling Eissinga quam als wij gestemt hadden, seide of een doot man mit in de stemmen wass; wij seiden, Osinga iss in de derde stem geweest in de plaetz van Tjerd Alua.  
  620
[238]
Om vijf uir op 't Collegie gegaen en de griteni aen Ulb Aluva gegeven mit de heeren Haersma, die president was, Bruisma, Crack; Tjalling Eissinga quam als wij gestemt hadden, seide of een doot man mit in de stemmen wass; wij seiden, Osinga iss in de derde stem geweest in de plaetz van Tjerd Alua.  
  649
[286]
Ulb Aluva bedanckt mij noch voor de griteni van Wonseradeel en seyde sonder mij had hij het niet kunnen krigen, wandt Bruinsma soude hem hebben afgevallen, hadt hij kans gesien, en dat door belofte om secretariss van Osinga te worden, en ick wass oorsaeck dat hij Haersma kreech, en om die reden deed hij dit noch eerder. Maer hij spreeckt niet meer van de secretari die hij mij eens gepresenteert heeft om daer yemantz te stellen nae mijn mine en goedtvinden  
  650
[295]
Hij vertelde mij, hoe d'advocat Tomae soo nae was raetheer geworden. - Van Ulb Aluva en Bruinsma, van Osinga en veul dingen. -  
  882
[56]
Uyt de kerck komende, quaemen Osinga, Teyens en Scheltinga bij mij vanwegen de heeren van de Wolden en begeerden ick solde de floreen op 14 stuiver helpen mainteneren, die oover de 30 jahr dahrop gestaen had, en hadden liever de speciŽn aff, omdat anno 1609 de floren op 10 stuiver wass en de kloostermeyers niet gaeven, soo iss de provintie de kloosterlanden quijt geworden, niet doende als negotieren.  
  927
[157]
- Popma seyde mij in de Wolden had Osinga hoop, dat sijne vrunden souden booven komen.