Friese kapiteins (29) : Rienck van Dekema


In deze serie worden de Friese kapiteins behandeld, die in de 16e en 17e eeuw in het 'Friesche Nassause Regiment' dienden. Het is een lange rij van vooral adellijke officiers, van wie soms veel bekend is, maar soms ook praktisch niets. 

 


Achtergrond
De familie Dekema behoort tot de oude Friese adel en heeft belangrijke sporen achtergelaten in Friesland.
Er zijn in de loop der tijd verschillende Dekema States ontstaan, namelijk Baard (stamhuis), Huizum, Jelsum, Weidum en Dekema Huizen te Franeker en Leeuwarden. De in 1523 overleden grietman Juw Dekema, werd in 1494 als laatste Friese Potestaat gekozen.
Een Potestaat is de titel van een legeraanvoerder voor Friesland, welk privilege volgens de overlevering nog door Karel de Grote zou zijn ingesteld.
In de tweede helft van de zeventiende eeuw stierf deze familie uit, die sinds de Opstand flink aan invloed had ingeleverd. Dat ze Spaanse koning lang trouw bleven, zal hier een rol in hebben gehad.

Rienck van Dekema werd omstreeks 1535 geboren als zoon van de Raadsheer Pieter van Dekema en Catharina van Loo. Zij woonden op Dekema State te Jelsum, welke nog steeds aanwezig is, als één van de weinige overgebleven Friese states. De kans is dan ook groot dat Rienck hier geboren is en opgroeide. In 1551 was Pieter van Dekema mede-oprichter van de Schoterlandse Veencompagnie.

--> Dekema State te Jelsum (Jacobus Stellingwerf, 1722)

Het huwelijk
Omstreeks 1555 huwde Rienck met Maximiliana van Arenberg, een (buitenechtelijke) dochter van Robert III van der Marck, graaf van Arenberg.
Later huwde deze Robert III nog met Anna de Glymes van Bergen uit welk huwelijk toen nog omstreeks 1545 Margaretha van der Marck werd geboren.
Zij huwde omstreeks 1565 met Ritscke van Unia, die K.M. Drost van IJsselmuiden was en tevens van het kasteel te Genemuiden.

Nog interessanter is echter het eerdere huwelijk van Maximiliana van Arenberg met een bastaardzoon van de beroemde hertog Karel van Gelre (1467-1538).
Deze bastaard heette Karel 'de Oude' bastaard van Gelre en was van 1529-1536 Stadhouder van Groningen. In 1572 is Rienck, dan ook wel Reyner genaamd, stiefvader over de minderjarige dochter van Karel van Gelre.

Hij was dus gehuwd in een uiterst invloedrijke, machtige en katholieke familie.

Uit het huwelijk van Rienck zijn drie kinderen bekend: Anna Catharina (1559-1633) die met hopman en hofmeester Jurjen van Ripperda trouwde.
Zoon Pieter van Dekema (ong. 1570-1604) werd ook kapitein maar overleed al een half jaar na zijn aanstelling tijdens het beleg van Oostende.
Dochter Reynsck van Dekema (1564-1615) huwde de Vlaamse hofmeester van stadhouder Ernst Casimir, Petrus de Regemortes.

In 1575 werd Rienck benoemd als grietman van Kollumerland, maar werd vervolgens in 1578 afgezet vanwege de opstand tegen Spanje.
In 1580 was hij vanwege zijn geloof een balling en woonde buiten Friesland in Zutphen. Daar waren op dat moment meerdere bekende hopmannen, zoals Jarich van Liauckema, Lolle van Ockinga en Tiete van Cammingha.

In zijn latere carrière heeft hij wellicht gewoond op het Dekemahuis te Leeuwarden en na de verkoop van dat huis woonde hij nog in Heerenveen waar zijn vader immers de uitgebreide verveningen had opgestart.

Militaire carrière in het Spaanse leger
Van 1576-1577 was hij bevelhebber van de schans te Oostmahorn, toen die weer in Spaanse handen was gevallen.
In 1580 was hij Spaans hopman (=kapitein) onder Caspar de Robles belast met de verdediging van Dokkum, maar de stad kwam desondanks in Staatse handen. Toen hetzelfde jaar ook Groningen door de Staatsen werd belegerd, hetgeen mislukte, viel de zuidwestelijke kust van Friesland tijdelijk in Spaande handen. Rienck van Dekema werd toen bevelhebber van de stad Staveren en het blokhuis (kasteel) aldaar.
Tijdens het beleg van Stavoren in 1581 door de Staatsen gaven de Spaansgezinden zich echter over, waarbij Rienck enige maanden gevangen werd genomen. Hierna werd hij geruild tegen de de eveneens gevangen genomen Friese vrijheidsstrijder Doecke van Martena.

In 1581 was Rienck nog éénmaal deelnemer aan een Spaanse inval in Friesland. In Friesland was er echter weinig eer meer te behalen omdat Friesland feitelijk geheel in Spaanse handen gekomen was.

In 1591 werd de stad Zutphen door de stadhouders Maurits en Willem Lodewijk op de Spanjaarden veroverd.
Hierna keerde Rienck met zijn broer Albert terug naar Friesland met toestemming van het gewestelijk bestuur.

Militaire carrière in het Staatse leger

Op 15 december 1598 wordt Rienck van Dekema door Willem Lodewijk en Gedeputeerde Staten benoemd tot kapitein, die daarbij Jan van Cordenoort opvolgt.
In 1601 is hij nog aanwezig bij het Beleg van Rijnberk.
Op 22 september 1602 wordt Rienck opgevolgd als kapitein door Juan Sufante de Fonzeca, een Portugese militair in Staatse dienst.

Geuzenliedboek
Omstreeks 1574 verschijnt er een zogenaamd Geuzenliedboek, met daarin het lied 'Een nieu liedeken van den Impost ende Coronel van Westvrieslant'.
Het wordt gezongen op de wijze van het bekende Wilhelmus. In één van de versen wordt Rienck van Dekema op de hak genomen die dan immers tegen het vaderland vecht.

Hier dient oock niet vergheten
Een vanden Hoopluy coen:
Een edelman gheheeten
Rievick., een mal Caproen
Hy dient, om eyghen bate
Teghen zijn Vaderslant:
Den Impost, wilt dit vaten,
Doet hy oock onderstant.

Familiewapen

--> Familiewapen Dekema (Stamboek van den Frieschen Adel)

Familieleden in het leger

 

Vaandels

Niet bekend.

 

Compagnie nr. 22
*  (*ong. 1535-
U>1609)
* Kapitein van <1572 tot <1598 in Spaanse dienst
* Kapitein van 1598-1602 in Staatse dienst

* Voorganger: Jan van Cordenoort
* Opvolger: Juan Sufante de Fonzeca
* Hoogste militaire functie: kapitein
* Woonplaats: Leeuwarden / Heerenveen

 

Meer informatie:
 

http://www.simonwierstra.nl/DEKEMA.htm
http://www.stinseninfriesland.nl/DekemaState.htm
http://www.walmar.nl/inscripties.asp
https://nl.wikipedia.org/wiki/Potestaat
http://images.tresoar.nl/wumkes/periodieken/fa/fa_1895.pdf
https://dbnl.org/tekst/_geu001etku01_01/_geu001etku01_01_0106.php#1658
 

 



Samen met Jeroen Punt (NMM) proberen we de lijsten van Friese compagnies zoveel mogelijk te reconstrueren.

Friese Nassause Regiment

  1. Jacob van Roussel

  2. Adriaen Slijp

  3. Bonefacius van Scheltema

  4. Ludolf Potter

  5. Frans van Roussel

  6. Abbe van Bootsma

  7. Jan Sageman

  8. Juw van Eysinga

  9. Frans van Donia

  10. Lolle van Ockinga

  11. Taecke van Hettinga

  12. Frans van Cammingha

  13. Wigle van Hania

  14. Arent van Arentsma

  15. Wopcke van Herema

  16. Willem van Inthiema

  17. Ids van Eminga

  18. Seerp van Dijxtra

  19. Sybren van Walta

  20. Tiete van Galama

  21. Jacques van Oenema

  22. Sybe van Aylva

  23. Jan van Burmania

  24. Juw van Harinxma

  25. Jarich van Hottinga

  26. Epe van Heemstra

  27. Douwe van Andringa

  28. Rienck van Dekema

Groninger Nassause Regiment

  1. Caspar van Ewsum

  2. Boiocko van der Wenghe