Gereformeerde kerk

DANKBAAR GEDENKEN

HOOFDSTUK XVI

Schettens - Longerhouw

Schettens en Longerhouw zijn geestelijk en kerkelijk al eeuwen een tweeling geweest. In zekere zin heeft Schettens het eerstgeboorterecht, maar Longerhouw heeft de pastorie van de Hervormde predikant op zijn grondgebied.

De terpen wijzen op de ouderdom der dorpen. De meeste zijn echter afgegraven, alleen die, waarop de kerken zijn gebouwd zijn nog over. De terpaarde diende voor grondverbetering.

Verschillende vondsten zijn bewaard gebleven in her Fries museum. Een kleine tweeduizend jaar geleden woonden hier al Friezen. Ten zuiden van Schettens liep een slink, die de Marne heette en die later werd begrensd door de Marnedijk (nu nog verkeersweg). De Schraardervaart is een herinnering aan die `zeearm'.

De kerk van Longerhouw dateert uit de 13e eeuw. Er is echter door latere verbouwing heel weinig overgebleven van de oude kerk. De terpen er omheen, zoals Bittens, Sotterum, Bruindijk e.a. zijn al sedert lang bewoond geweest.

Schettens en Longerhouw zijn de eeuwen door steeds klein gebleven. Schettens had in 1749 slechts negentig inwoners, van wie er zesenvijftig op twaalf boerderijen woonden. Longerhouw had er nog minder. De veeteelt was her hoofdmiddel van bestaan. Beide dorpen leven van her land. Sommige boerderijen worden al lang bewoond door een bepaalde familie.

In 1840 had Schettens (met Bruindijk mee) zesentwintig huizen met honderdveertig inwoners; Longerhouw had negentig inwoners. Er is de laatste honderd jaar groei geweest, vooral ook door forensen (mensen, die elders hun werk hebben en hier wonen). In 1958 staat achter Schettens driehonderdachttien en achter Longerhouw honderdveertig. Vooral Longerhouw lag nogal geïsoleerd, maar toen in 1857 de weg van Schraard langs Longerhouw naar de Marnedijk werd verhard, kreeg her een betere verbinding. De tram langs de Marnedijk gaf een grote verbetering. Het Schettenser groothof, later een herbergje rijk, werd tramhalte. De tram is verdwenen, maar langs de nieuwe rijksweg (de A7) gaat het snelverkeer. Had Schettens vroeger geen doorgaand verkeer, dit is nu veranderd door een aansluiting op de weg Bolsward-Witmarsum.

In de 13e eeuw werd te Longerhouw een kerk gebouwd. In 1757 was deze kerk vervallen en bijna onbruikbaar. Ze is toen geheel vernieuwd. Van her oude gebouw zijn practisch alleen de fundamenten over. Op 24 april 1757 werd de kerk weer in gebruik genomen. De dienst werd geleid door Ds. Joh. Lantens. Deze preekte bij deze gelegenheid over Zacharias 1:16: `Daarom, zo zegt de Here: Ik keer in erbarming tot Jeruzalem weder, mijn huis zal daarin gebouwd worden, luidt her woord van de Here der heerscharen en het meetsnoer zal over Jeruzalem gespannen worden.'

De zadeldaktoren van Schettens heeft geen stand gehouden. In 1816 werd de oude toren afgebroken, waarschijnlijk omdat hij bouwvallig was. Er kwam een houten spitsje, zoals in Exmorra. Maar in 1877 werd er een echte toren gebouwd, de tegenwoordige; terwijl in 1865 de kerk geheel werd vernieuwd. In een gevelsteen leest men: De 24 July 1865 is de eerste steen aan deze kerk gelegd door Hendrik Tjeerds de Jong, als kerkvoogden waren Tjeerd D. de Jong, Jan D. de Boer, Auke I. de Witte en als predikant D.J. Westerloo.

In de toren van Schettens worden nog een helm en een degen bewaard. De preekstoel in Longerhouw is een prachtig stuk snijwerk. Op de vijf panelen is als het ware her geloof in de levende Heiland afgebeeld. Zijn geboorte, kruisiging, opstanding, hemelvaart (of de uitstorting van de Heilige Geest) en wederkomst.

In de Roomse tijd had elke kerk haar eigen herder of herders. Her kleine Longerhouw had zelfs een pastoor en een vicaris, van wie de een honderdtien en de andere tachtig goudguldens per jaar verdiende. Ze zullen her niet druk hebben gehad. Ook Schettens had meer dan een geestelijke.

Na de Reformatie werden de beide dorpen kerkelijk gecombineerd en dat is zo gebleven. Lang betaalden beide dorpen de helft van her domineestractement. Er is één kerkeraad. De pastorie staat in Longerhouw.

In Schettens zijn op borden de namen van alle predikanten, die de gecombineerde gemeente hebben gediend, vermeld. De eerste predikant, die omstreeks 1600 het Evangelie der Reformatie predikte was WillemJurjens, of Wilhelmus Georgii, zoals hij zich naar de geest des tijds noemde. Sommige predikanten die verschijnen, verdwijnen ook vlug weer. Sommigen bleven maar twee of drie jaar. Na Ds. Jurjens kwam Joh. Schotanus. Een der predikanten, n.l. Jacobus Steenwijk, was er predikant van 1685-1741 (56 jaar). Verschillende predikanten behoorden tot de `liberale' richting, wat neerkwam op her propageren van de theologie van professor Hofstede de Groot, een richting, die de `verheven zedeleer van Christus' in de plaats schoof van her Evangelie der Verzoening.

Dan komt er een jonge kandidaat Jan WouterFelix. Hij was in 1824 in Leiden geboren en ontving in zijn geboorteplaats ook zijn theologische opleiding. Her was een tijd, dat op de universiteit openlijk de afkeer van de orthodoxie werd gepredikt. Een der professoren, van wie de student Felix onderricht kreeg, sprak: `Goddank, mijne heren, binnen vijfentwintig jaar is de laatste van de domme orthodoxen gestorven en zijn we ze allemaal kwijt.' Hij zal niet gedacht hebben, dat er onder zijn studenten een zat, die van onberekenbaar veel zegen is geweest voor de instandhouding van de oude waarheid, die in Gods hand een middel is geweest dat er in een groot deel van Friesland nieuw leven kwam.

Op 23-jarige leeftijd deed hij zijn intrede te Longerhouw en Schettens, bevestigd door Ds. Knap van Heeg. Ds. Knap heeft de heen en terugreis gemaakt met Baukebaas. Al gauw ging er een geweldige roep van de jonge dominee uit en van heinde en ver kwamen de mensen, die thuis stenen voor brood kregen. Elke zondag zag men wagens met soms zestien mensen er in, een groot aantal sjezen en andere voertuigen. Er was geen herberg en daarom sloeg men uit bij een paar boeren. In twee koffiehuizen bleven de kerkgangers van elders over. Vaak moesten ze buiten zitten en `simmerdeis klonk ljeaflik fan under de apelbeammen it psalmsjongen oer it gea.'

Niet door zijn grote welsprekendheid, maar door het verkondigen van het volle evangelie, maakte hij naam. Leraar en gemeente, samen aan de voet van her kruis. Maar ook Ds. Felix heeft zelf veel geleerd in zijn eerste gemeente. Hij noemt zelf later Longerhouw zijn tweede academie. Niet alleen omdat hij hier veel studeerde in de werken van de beste gereformeerde schrijvers, maar ook omdat hij gevormd werd door de omgang met mannen als Jan Piers Eringa van Edens, Sjoerd Vellinga van Hennaard, Dirk Noordmans van Allingawier en de beurtschipper Rinse Kracht uit Leeuwarden.

In 1851 vertrok hij naar Opheusden. Daar is hij maar twee jaar geweest. Hij kwam weer terug in Friesland en volgde Ds. Knap te Heeg op. Toen is op zijn initiatief te Leeuwarden opgericht de Vereniging van de Vrienden der Waarheid (21 september 1854), die van zo ontzaglijk grote betekenis is geweest voor her Reveil in Friesland. Op her gebied van kerk en school werd de strijd aangebonden met de `tijdgeest'. Ds. Felix heef hierin veel goed werk verricht. Hij en zijn vrienden kwamen op tegen de verachting van de belijdenis der vaderen.

Ds. Felix werd opgevolgd door Ds. W. Sypkens, die ook tot grote steun van de Vereniging van de Vrienden der Waarheid was. Hij is na twee jaar naar Scharnegoutum gegaan. Toen kregen Schettens en Longerhouw weer een liberale dominee, n.l. Ds. D.J. Westerloo.

De `ligging' van de grootgrondbezitters gaf de doorslag bij de beroeping. Verrassingen waren dan ook niet uitgesloten. Baron van Pallandt Keppel bezat veel grond in Schettens. Hij had grote invloed en hij was niet op de hand van de orthodoxie. Hij wilde niet weten van geldelijke steun van de kerk aan een Christelijke school. Ook Ds. Westerloo was tegen de Christelijke school, die in zijn dagen echter toch tot stand kwam. Dat moeten we hier echter verder laten rusten.

Maar al had men nu een heel andere leraar dan Ds. Felix of Ds. Sypkens, hun werk bleef. De invloed ging niet weer verloren en het optreden van mannen als Tjeerd de Jong, Jan de Boer en Douwe Scheepsma is mede een vrucht geweest van het werk en de vorming van Ds. Felix. Zij hebben op het gebied van kerk en school veel verricht. Scheepsma was jaren lang een van de weinige rechtse leden van de Raad van Wonseradeel, die een honderd jaar geleden berucht was om zijn liberaal egoïsme en tot voor de Raad van State verdedigde hij het standpunt van de verdrukte minderheid.

Wanneer Ds. Westerloo in 1879 naar Arum vertrekt, gaan Schettens en Longerhouw weer 'om'. De gemeenten werden mondig en nu was het niet te verwonderen, dat er weer mannen in de geest van Ds. Felix kwamen. In 1880 deed Ds. J.F.L.A. de Jager intree, een warm aanhanger van de gereformeerde beginselen. Hij bleef tot 1882.

[FOTO]

Afscheid meester P. Kurpershoek, opgevolgd door meester S. van Abbema.
Bovenste rij (staand) v.l.n.r.: Lieuwe Boersma, Sietze van Abbema (het nieuwe hoofd), meester P. Kurpershoek (die afscheid neemt), meester Salverda en Ype Jansen;

Onderste rij (zittend): Bauke Feenstra, Douwe Simons-Scheepsma, ds. E. Beukema en Jan Baukes Jansen.

De eenheid van de Vrienden van de Waarheid te Schettens en Longerhouw in de vorige eeuw heeft geen stand gehouden. De Doleantie bracht scheiding tussen hen, die in de jaren 1886 en daarna Kuyper volgden of de zijde van Felix kozen, die na enige aarzeling met de beweging, die op een breuk met de kerkelijke organisaties aanstuurde, niet meeging. Hij was toen al jaren in Utrecht, rnaar als er moeilijkheden waren, dan vroeg men in de kringen van 'de Vrienden' steeds: `Wat zegt Felix er van?'

In de jaren van de Doleantie werd door voor- en tegenstanders beiden met argumenten van Felix gewerkt; wel een bewijs welk een grote invloed hij in ons gewest op kerkelijk terrein heeft gehad.

In Schettens en Longerhouw vond, niettegenstaande de adviezen van de zo vereerde en geliefde Felix, ook de stem van Ds. Kuyper weerklank en zo ontstond ook hier een Gereformeerde Kerk.

Ontstaan Gereformeerde Kerk Schettens en Longerhouw

De 7e december 1888 kwam een aantal manslidmaten van de Hervormde Kerk bijeen onder leiding van Ds. T. D. Prins, toentertijd 'dolerend' predikant te Wons. Op deze vergadering werd tot een breuk met de Hervorrnde organisatie besloten. Op verschillende punten zich van de Afscheiding onderscheidende, hield men vast aan het standpunt de 'wettige' kerk te zijn, geen nieuwe kerk, die naast de bestaande werd opgericht, al kwam het in de praktijk daarop later wel vaak neer. De beide diakenen D. Scheepsma en J.Y. Janzen, die met de doleantie meegingen, bleven dan ook in het ambt en de kerkeraad werd slechts 'aangevuld' met twee ouderlingen, omdat de beide ouderlingen 'synodaal' bleven. Gekozen werden A. Bergsma en Meester Kurpershoek.

Verschillende gegevens betreffende het bovenstaande konden wordt overgenomen uit: A. Algra: `De historie gaat door het eigen dorp'.

Korte samenvatting:

De eerste samenkomsten hadden plaats in de timmerwinkel van Runia waar 7 jarmari 1889 de instituering plaatsvond. Men vermeed het vergaderen in school, hoewel de leden van het bestuur van de schoolverening in grote meerderheid dolerend waren. Op andere plaatsen leidde dit gebruik van de school door één der partijen tot splitsing ook op schoolgebied en dit wilde men voorkomen. Toen die splitsing toch plaatsvond, werd de Christelijke School vergaderplaats, tot in 1907 een kerkje kon worden gebouwd, waarvan de eerste steen gelegd werd door Ds. D. van der Meulen. Psalm 27:14: `Wacht op de Here, wees sterk. Uw hart zij onversaagd; ja wacht op de Here,' is in deze steen gebeiteld.

In 1891 kreeg de Nederduits Gereformeerde Kerk (na 1892: Gereforrneerde Kerk) een eigen predikant, n.l. Ds. C. Hoek. Ds. Hoek bleef tot 1899. Toen kwam Ds. D. van der Meulen, die van 1901- 1907 te Schettens c.a. stond. Verder hebben de gemeente nog gediend:

C. Hoek, 8 februari 1891 - 23 rnaart 1899.
D. v.d. Meulen, 8 september 1901 - 3 november 1907.
J. Douma Azn., 1 december 1907 - 6 augustus 1911.
E. Beukema, 12 november 1911 - 14 mei 1916.
J. Bolrnan Jzn., 25 mei l919 - (in combinatie met Schraard 1933) 1 juni 1937.
M. Feitsma, 14 november 1936 - 31 mei 1942 (in combinatie met Schraard).
J. van Eerden, 22 november 1942 - 23 februari 1947.
J. van Tuinen, 9 december 195l - 7 oktober 1957.
A. Riddersma, 16 februari 1958 - 26 augustus 1962.
G. van Halsema Thzn. , 28 februari 1965 - 1 januari 1971 (in combinatie met Bolsward).

De kerk van Schettens is per 1 januari 1971 samengevoegd met die van Bolsward. Tot 21 augustus 1977 diende Ds. Van Halsema deze kerk.
W.M. Verbaan, 28 mei 1978 - 16 juni 1985.

Hieronder volgen de notulen van de oprichtingsvergadering.

Vergadering van meerderjarige en tot het Heilig Avondmaal toegelaten manslidmaten der Nederlandse Hervormde Kerk, die met de diakenen der Nederlands Hervormde Kerk te Longerhouw en Schettens in de overtuiging staan, dat deze kerk, met terzijdestelling van de in 1816 haar opgelegde organisatie, en met aanvaarding van de oude, op Gods Woord gegronde Gereforrneerde Kerkenordening, behoort terug te keren tot de gehoorzaamheid aan hare Koning, gehouden op vrijdag 7 december 1888, des avonds ten 7 ure in de tirnmerschuur van L. Runia te Schettens.

Tegenwoordig zijn er negentien manslidmaten der Nederlandse Hervormde Kerk, met name: J.Y. Janzen, D. Scheepsma, P. Kurpershoek, G. Knorr, J. L. de Jong, G. de Vries, U.W. Haanstra, R.Tj. Reitsma, S.H. Robijn, D.S. Heinsma, B. de Witte, A.R. Bergsma, B. Feenstra, H. Canrinus, J.Y. Sijbrandij, P. van Abbema, H. Molenmaker, L. Runia en J. B. Janzen.

De vergadering wordt geleid door de Eerwaarde Heer T.D. Prins, V.D.M. te Wons. Zijne Eerwaarde opent de vergadering door het laten zingen van Ps. 119: 67, 68 en leest daarna Ps. 119: 129-152. Naar aanleiding van dat gedeelte van Gods Woord, houdt Zijne Eerwaarde een korte toespraak tot de samenvergaderden, waarin hij doet uitkomen dat David op ondubbelzinnige wijze betuigt de uitnemendheid, voortreffelijkheid en heerlijkheid van Gods geboden, getuigenissen en inzettingen, waaruit spreekt dat er een innige, kinderlijke vreze Gods in het hart van David leeft, waarom hij ook een vurige begeerte heeft om met vaste tred het pad van Gods geboden te bewandelen. David is bitter bedroefd, orndat zijn medestanders des Heren Woord vergeten, waardoor ze zichzelf op een weg stellen, die ten verderve voert, en waardoor ze zijn God, die hij zo innig liefheeft, onteren en beledigen. Waterbeken van tranen vlieten uit zijn ogen, omdat zij Gods geboden niet onderhouden. David weet zich in zichzelf zwak, vandaar dat hij openbaart een gevoel van afhankelijkheid van de Here, een behoefte aan de leiding des Geestes, van getrouwmakende genade.

Spreker betoogt verder, dat als het saamvergaderen aan deze plaats een bewijs van geesteseenheid is, dat er dan ook een innige liefde tot de Here in onze harten behoort te zijn, en een beminnen van Zijn geboden. Dan ook zij er oprechte droefenis over hetgeen in deze gemeente is gebeurd: toepassing kerkelijke censuur, in strijd met de

[FOTO}

1886 - 8 November - 1911

P. Kurpershoek bij gelegenheid van zijn zilveren jubileum als Hoofd der School op Gereformeerde grondslag te Schettens en Longerhouw.

Schrift, door medewerking van predikant en ouderling. Daden der ongerechtigheid! De Weg, waarop de organisatie van 1816 de kerk heeft geleid, wordt genoemd verkeerd. Spreker zegt: 'Het is een schuldige weg. De wil des Heren wordt verzaakt en miskend. De organisatie houdt niet weinigen van hen, die ook de Here willen dienen, bevangen, verstrikt. En dat men onder tegenstanders aantreft, die men voor broederen houdt, zij te meer de oorzaak va droefheid, zodat ook wel waterbeken van tranen uit onze ogen mogen vlieten. En voorts, men zij vooral op zijn hoede om niet bitter en hard jegens hen te zijn en de bede leven in het hart: Verlos ook hen Heren, en ziende op onszelf, de belijdenis: Wij liggen in onze schaamte en deze overdekt ons, want wij hebben tegen de Here onze God gezondigd, wij en onze vaderen, van onze jeugd aan tot op deze dag.'

De praeses gaat voor in gebed. Daarna verzoekt hij de vergadering een paar ouderlingen te benoemen, opdat de kerkeraad voltallig worde, en de gemeente in hare regering worde gehouden bij Gods Woord. Voordat tot stemming wordt overgegaan stelt hij de vraag, of aan Jan B. Janzen, die te goeder trouw verzuimd heeft zijn attestatie van Idsegahuizen op te vragen, evenwel in bezit gesteld van een bewijs van lidmaat der Nederlandse Hervormde Kerk, stemrecht zal worden toegekend. Hierover wordt geen discussie gevoerd en zonder hoofdelijke stemming wordt met algemene stemmen besloten: aan Jan B. Janzen stembevoegdheid toe te kennen. De betrokkene tekent alsnog de presentielijst. Aan de stemming wordt deelgenomen door al de aanwezigen volgens de presentielijst. Bij eerste stemming wordt gekozen A. Bergsma tot ouderling en bij tweede stemming J.W. de Boer, P. Kurpershoek sluit met dankzegging.

Tweede gemeente-avond op zondag 23 december 1888, des namiddags na de bediening. Broeder J.W. de Boer heeft bezwaren betreffende de opgelegde dienst van ouderling. Na enige bespreking wordt besloten hieraan te voldoen. Er volgt nu weer een stemming voor ouderling. Als zodanig wordt gekozen broeder P. Kurpershoek.

Op 7 januari 1889 's avonds 61/2 uur wordt er ten huize van Jaan Y. Janzen weer een vergadering gehouden als kerkeraad van de Nederduitse Gereforrneerde Kerk te Schettens en Longerhouw. De consulent Ds. T. D. Prins heeft de leiding der vergadering. Hierop komt een voorstel van de voorzitter, dat de raad der kerk overeenkomstig de roeping in gehoorzaamheid aan de Koning der Kerk, die hem tot de regering der kerk riep, het volgende besluit neme: De kerkeraad der Nederduitse Gereforrneerde Kerk te Schettens en Longerhouw heden wettig vergaderd, besluit onder biddend opzien tot de Here, krachtens hetzelfde recht, waarmee in de 16e eeuw de P'auselijke hierarchie werd afgeworpen, thans de synodale hierarchie af te werpen en diensvolgens voor heel de gerneente te Schettens en Longerhouw de synodale organisatie af te schaffen en alle daarop gegeven bepalingen voor vervallen te verklaren. Zonder discussie wordt dit voorstel met algernene stemmen aangenomen.

Hierin komt het volgende voorstel van de voorzitter:

1. De kerkenorderning, gelijk werd vastgesteld door de Nationale Synode te Dordrecht in den jare 1619, behoudens een wijziging die daarin is ontstaan door de veranderde staatkundige toestand, te aanvaarden en in re voeren voor de kerk alhier.

2. Van een en ander kennis te geven: 
a. aan Zijne Majesteit den Koning 
b. aan H. H. Kerkvoogden te Schettens en Longerhouw het volgende schrijven: `Aan H.H. Kerkvoogden der Hervorrnde Gerneente te Schettens en te Longerhouw: Opzieners en Armverzorgers van de Gemeente onzes Heren Jezus Christus te Schettens en Longerhouw, hebben de eer bij dezen ter kennisse van H.H. Kerkvoogden te brengen, dat zij in hunne vergadering van 7 januari 1889, ziende welk gevaar een langer verblijven onder de Synodale Hierarchie voor de welstand onzer kerk opleveren, besloten hebben om aan de Kerkorde, die 1816 door de toenmalige regering was ingevoerd, voortaan voor onze Kerk alle kracht en geldigheid te ontnemen en alsnu tot geldigheid te laten komen de Kerkenorde van Dordrecht; voorts dat zij hen uitnodigen, mededeling van dit gewichtige besluit aan H.H. Kerkvoogden te doen;
en eindelijk dat zij H.H. Kerkvoogden uitnodigen wel zorg te willen dragen, dat de goederen onder hun beheer niet aan hun bestemming wordt onttrokken, maar ten dienste van de Gemeente worden aangewend.

Uit naam en op last van de Kerkeraad voornoemd,

(w. g. ) P. Kurpershoek, praeses 
            D. Scheepsma, scriba 
Schettens, 7 januari 1889.
Longerhouw.

3. Aan de Burgemeester van Wonseradeel.

4. Van de afwerping van het synodale juk officieel bericht te doen aan de bladen ten dienste van de Nederduitse Gereformeerde Kerk `De Heraut' en 'Friesche Kerkbode'.

5. Met de aanvaarrding; en invoering van de Gereformeerde Kerkenordening van 1619 aan te nernen de oude historische naam van Nederduitse Gereformeerde Kerk te Schettens en Longerhouw. 

Tot voorzitter wordt benoernd ouderling P. Kurpershoek en tot scriba D. Scheepsma. De voorzitter stelt voor zich per circulaire, waarin de beginselen der Reformatie worden uiteengezet, te wenden tot alle leden der gemeente, zowel hen, die niet, als hen die wel met de reformatie der kerk meegaan. De voorzitter legt hierbij over een circulaire, die indertijd door de kerkeraad van Witmarsum aan de leden aldaar is gezonden.

Orn een aanvang te kunnen maken met de werkzaamhcden die zijn verbonden aan de beroeping van een dienaar des Woords, zal de  kerkeraad meewerken aan de oprichting van een vereniging van `de Kerkelijke Kas' voor het bouwen van een nieuwe pastorie.

Aan Zijne Majesteit de Koning zal rechtspersoonlijkheid worden aangevraagd

Gekozen wordt als diaken (februari 1889) Jaan Y. Janzen. De heer Y. Kurpershoek is hoofdonderwijzer en heeft in de eerste jaren ook veel gedaan voor de Gereformeerde Kerk te Schettens.

Voorjaar 1889 blijkt dat men met het oog op de beschikbare financiën nu al kan omzien naar een dominee. De eerste voorganger in de dienst des Woords is kandidaat H. Kuyper, kandidaat aun de Vrije Universiteit te Amsterdam.

In de jonge Gemeente heeft in het openbaar een twist plaats gehad tussen twee lidmaten. Besloten wordt dat de opzieners der gemeente in dezen ernstig zullen optreden tot ernstig onderhoud met de betrokkenen 'opdat niet enige wortel van bitterheid opwaarts spruite, beroerte make en door dezelve velen verontreinigd worden.'

De kerkeraad acht nu de tijd gekomen een eigen dienaar des Woords te beroepen. De heer H.H. Woudstra, in 1890 predikant in Dokkum, wordt beroepen. Met eenparige stemmen wordt deze beroepen op een tractement van drieduizend gulden, benevens toezegging van vrijwonen. Na een gesprek met professor Rutgers deelt hij op 4 juni eehter mee geen vrijmoedigheid te hebben tot het aannemen van het bcroep. In de notulen staat vermeld: De kerkeraad kan het besluit van de heer Woudstra niet accepteren.

Meester Kurpershoek stelt voor de vergadering van de kerkeraad zijn kamer beschikbaar. Hiervan zal gebruik worden gernaakt tegen een billijke vergoeding. Deze zal door de kerkeraadsleden zelf worden betaald, zonder bezwaar van de Kerkelijke Kas. Ook wordt er gesproken over het tellen van de collecten op zondag. De conclusie van het gesprek is met deze gewoonte, die niet anders als zondig kan worden genoemd, te breken. Besloten wordt de collecten in verzekerde bewaring te stellen en deze te zullen tellen in de kerkeraadsvergaderingen.

De vergaderplaats gaf vaak moeilijkheden. Wanneer Ds. Hoekstra te Utrecht voor de gerneente zal optreden (vrijdag 13 december 1889), wordt het wenselijk geacht een ruimer vergaderplaats te hebhen. Men zal het schoolbestuur vragen voor die gelegenheid de school te rnogen gebruiken.

Op 9 september 1889 wordt kandidaat E.Zwiers te Hoogeveen beroepen, maar hij bedankt. Men besluit te wachten met het beroepen tot de kandidaten van de Vrije Universiteit komen.

In de kornende wintermaanden zullen een viertal sprekers een rede houden rer bevordering van de Reformatie. Uitgenodigd zullen vvorden Dr. Wagenaar, Ds. Fernhout, Ds. Hania en Ds. Wijmenga. Besproken wordt het dreigende aanzien van een woningnood, door de tegenstanders der Reformatie in het leven geroepen. Men is van oordeel dat de kerkeraad zijn steun moet verlenen als de omstandigheden dit wenselijk maken, maar dat men zich voorshands niet rnet deze zaken moet inlaten.

Het beroepingswerk gaat door. De heer F. W. Sluyter te Rotterdam, kandidaat Vrije Universiteit wordt beroepen, maar bedankt. Evenzo kandidaat S. Bosma te IJlst met negatief resultaat. Men houdt gelukkig vol en met gunstige afloop. Op 11 augustus 1890 wordt op een vergadering in de pastorie te Exmorra, waar de consulent Ds. Nieborg woont, kandidaat C. Hoek met algernene sternmen beroepen. Na een dag of acht verlenging van het beraad te hebben gevraagd, deelt de Eerwaarde Heer telegrafisch mee, dat hij het beroep heeft aangenomen (19 september 1890).

Daar de toestand van de achtergeblevenen onder de organisatie zodanig is, dat de bediening op een avond wel eens aanleiding zou kunnen zijn dat enkelen hunner onder het gehoor kwamen, wordt besloten Ds. De Groot uit te nodigen voor de volgende lichte maan.

C. Hoek, 8 februari 1891-23 maart 1899.

Op 19 februari is Ds. Hoek voor het eerst op de kerkeraadsvergadering. Een half jaar later is hij afwezig wegens ziekte. In deze tijd wordt besloten het collecteren met de schaal te vervangen door een tweede zakje. Op 1 oktober 1891 is de heer J. Hoek, vader van Ds. Hoek aanwezig. Deze vraagt de kerkeraad toestemming zijn zoon voor onbepaalde tijd ziekteverlof te geven. Op advies van de dokter heeft hij rust nodig. Ds. Pel te Witmarsum zal helpen.

In begin januari 1892 is er een influenza(griep)periode. Verschillende personen zijn verzwakt. Het wordt wenselijk geacht versterkende middelen te geven: vlees en wijn.

Op de vergadering van de classis te Franeker worden de kerken gevraagd ieder een behoorlijk bedrag vocr haar rekening te nemen van de proceskosten. Er moesten vaak processen worden gevoerd over de eigendommen van de kerk. Schettens moest f 41,25 opbrengen.

In juni 1892 is Ds. Hoek weer beter.

Deze kerk zal volgens besluit van de Voorlopige Synode van de Nederduitse Gereformeerde Kerken de naam voeren van de Gereformeerde Kerk te Schettens en Longerhouw. Er was elke week kerkeraadsvergadering. Ook openbaart zich een vermindering in de belangstelling voor het preeklezen. Sommige personen missen geregeld. `Hierop behoort ieder lid toe te zien bij zichzelf en bij de ander.'

De Jongelingsvereniging heeft gezorgd voor een orgel. Ze draagt dit orgel over in eigendom aan de kerkeraad en wordt hartelijk bedankt voor de zorg en de moeite daaraan opgeofferd.

Er wordt gevraagd, gezien de meer en meer zich verspreidende ziekte de cholera, of zulks geen reden is voor het houden van een algemene bededag. Deze zaak zal op de classis worden aanhangig gemaakt.

Er wordt ook over gesproken of het wenselijk mag worden geacht een Jongedochtersvereniging op te richten, die door het vervaardigen van kledingstukken gaarne dienst zou willen bewijzen aan hulpbehoevende diaconieën; dit vindt geen onverdeelde bijval met het oog op de plaatselijke omstandigheden. Later (20 november 1901) is er toch een Jongedochtersvereniging opgericht.

Opgewekt wordt tot meer belangstelling voor de zending. Er zal een Zendingsbidstond worden gehouden, waarbij de collecte zal worden bestemd voor de uitzending van Dr. Schreuder.

Besloten wordt bij het Avondmaal te collecteren voor een nieuw tafellaken. De kerkeraad is van oordeel, dat het een offer van dankbaarheid moet zijn.

Sommigen in de gemeente ergeren zich er aan dat de boeren op zondag melk leveren. Deze zullen ter vergadering worden genodigd om samen eens over deze dingen te spreken en te bezien in het licht van Gods Woord. Deze broeders wijzen op Jeremia 17. Breedvoerig wordt hierover gesproken. Wen moet het ceremoniële der wet niet met het zedelijke verwarren. Staande in de vrijheid, met welke ons Christus heeft vrijgemaakt, mogen we ons niet laten bevangen met het juk der dienstbaarheid. Het werk op de boerderij moet op de dag des Heren tot het minst mogelijke worden beperkt.

Er wordt wel eens geprutteld over de aanvang der godsdienstoefening. Er wordt besloten voortaan precies op tijd te beginnen.

In deze tijd wordt er ook wel steun in natura gegeven. Om haar zwakheid zal aan een zuster een week of drie anderhalf kilo rundvlees worden gegeven. Besloten wordt evenals vorige jaren een uitdeling van vet te houden aan arbeiders. Grote gezinnen zullen een grotere hoeveelheid ontvangen. In januari 1895 heeft een arme man, met een woonschip alhier ingevroren, aan de praeses verteld dat hij lid is van de Gereformeerde Kerk te Knijpe. De man wordt ter vergadering geroepen en gehoord; wat er toe leidt om naar hern te informeren bij Ds. Steinhart te Knijpe. Aan hem worden per dag één rogge en twee wittebroden gegeven voor particuliere rekening van de leden der kerkeraad. Ds. Steinhart meldt dat over de persoon Salomo Westink wordt vermeld, dat hij in Knijpe bekend staat als een man van slecht allooi.

De praeses zou het goedvinden dat de ouderlingen zo nu en dan de catechisatie bijwonen van hen, die voornemens zijn orn belijdenis des geloofs te doen.

Begin januari 1898 is men van oordeel dat de tijd gekomen is tot opheffing van de vereniging `De Kerkelijke Kas'. Het beheer van de kerkelijke goederen zal voortaan gebeuren vanwege de kerkeraad. Het beheer zal worden opgedragen aan een commissie, die de naam draagt van Commissie van Administratie. Als leden hiervan worden genoemd: S. H. Robijn, voorzitter; P.G. Rusticus, secretaris en J. B. Jansen, penningmeester.

De kerkelijke bevestiging van hun huwelijk is aangevraagd door Johan Buwalda en Lolkje Robijn; deze zal a.s. zondagmiddag plaatsvinden (14 april 1898).

Op 4 mei 1898 wordt besloten een kistje aan te schaffen ter bewaring van het archief. Bij vele kerken was de bewaring van het archief erg primitief.

De praeses heeft een beroep ontvangen van de kerk te Bleiswijk. Op 21 juli 1898 deelt hij mee dit beroep te hebben aangenomen. Er komen echter grote zorgen zowel voor het predikantsgezin als de gemeente. Ds. Hoek wordt ziek. Op 19 september 1898 wordt vergaderd in de ziekenkamer van de praeses. Deze deelt mee dat de dokter hem heeft gezegd, dat hij binnen drie weken naar Holland moet vertrekken, of anders de winter in Schettens overblijven. Hij heeft de kerk van Bleiswijk om advies gevraagd en wenst ook de kerkeraad te Schettens daarover te horen. De kerkeraad is van oordeel dat er slechts twee redenen tot vertrekken zouden zijn, n.l.: de nabijheid der familie en verandering van klimaat. Dominee zal het advies van Bleiswijk afwachten. Bleiswijk spreekt als zijn wens uit, dat Zijne Eerwaarde in het belang van zijn herstel in Schettens zal blijven. Overwogen wordt in verband met de toestand van dominee het beroepingswerk drie maanden te laten rusten.

Oh 13 februari l899 deelt de scriba mee opdracht te hebben ontvangen van dominee, aan de kerkeraad te berichten dat het zijn voornemen is, wanneer zich geen verhindering voordoet, binnenkort Schettens te verlaten en zich metterwoon te Schiedam te vestigen. Van deze verandering van woonplaats in verband niet de veranderde geneeswijze, wordt op herstelling gehoopt. Op 15 maart is dit reeds gebeurd. Er is een schrijven van dominee om de attestaties van hem, zijn vrouw en hun dienstbode te verzenden. De kerk van Bleiswijk heeft gedurende de ziekte van dominee nooit iets van zich laten horen. Advies zal worden gevraagd aan Ds. Prins en professor Rutgers. In overleg niet professor Rutgers is een missive aan Bleiswijk gezonden, waarin wordt voorgesteld 1 juni a.s. de verzorging voor haar rekening te nemen, of vanaf juni daarin voor de helft bij te dragen.

Op 6 april 1899 melden een ontvangen draadbericht, een brief van Ds. D. Ringnalda, predikant te Schiedam van 1899-1903, alsmede een gedrukte kennisgeving aan allen, het overlijden van de D.d.W. dezer kerk, benevens een exemplaar van de Friesche Kerkbode, waarin een stuk voorkomt aan zijn nagedachtenis gewijd; ze worden gezamenlijk gedeponeerd in het kerkelijk archief. De scriba is als afgevaardigde van de kerk bij de begrafenis tegenwoordig geweest. Deze deelt ook iets mee uit de laatste levensdagen van de overledene. Besloten wordt het volle tractement uit te keren tot 1 juni. Zolang de kerk vacant blijft zal de weduwe f 150,-ontvangen en als er weer een predikant komt, zal getracht worden f 50,- te geven. Aan de classicale deputaat Ds. Prins zal morden gevraagd om voldoende ondersteuning voor de weduwe. Ds. Op 't Holt zal worden gevraagd als consulent. De zaak van Bleiswijk zal aan de classis worden voorgelegd.

In december 1899 is er een eigenaardige kwestie bij de verkiezing van ambtsdragers. Op de groslijst komen zeven namen voor. De kerkeraad brengt het op een tweeral, de broeders Bangma en Scheepsma. Op ieder worden zeven stemmen uitgebracht en de kerkeraad oordeelt Bangrna, als oudste, gekozen. Deze broeder heeft echter ernstig bezwaar, omdat er geen kerkelijke regeling bestaat waarop deze beslissing van de kerkeraad berust. Nu besluit men één der afwezige broeders ter vergadering te nodigen, opdat er een oneven getal stemmen kan worden uitgebracht. Scheepsma wordt nu verkozen met acht stemmen. Deze maakt echter bezwaar, omdat een lid, dat niet bij de opening der vergadering was, de doorslag heeft gegeven. Besloten wordt het gevormde tweetal te handhaven en de gemeente te laten stemmen op zondag a.s. Op deze vergadering krijgt van de tweeëntwintig stemmen broeder Scheepsma er elf en broeder Bangma tien, terwijl er één van onwaarde is. Hier zien we weer hoe belangrijk het is een verkiezingsreglement te hebben en een afspraak bij gelijk aantal stemmen.

In het nieuwe jaar (1900) wordt het beroepingswerk hervat. Misschien zijn er predikanten op leeftijd, die misschien een kleine gemeente willen hebben. Ds. J. Wisse te Garijp wordt beroepen, maar bedankt. In augustus 1900 wordt Ds. Tenkink te Vorden beroepen. Ook deze bedankt echter. Dit is later ook liet geval met kandidaat Joh. Jansen van Varsseveld.'

Eind december 1900 neemt broeder Kurpershoek afscheid als ouderling. Hij mocht veel doen voor de kerk van Schettens.

Weer wordt er een kandidaat beroepen,  n.l. kandidaat J.E. Goudappel te Delft. Ook deze bedankt. De kerkeraad en gemeente gaan moedig verder. Kandidaat D. van der Meulen wordt beroepen en op 6 juni 1901 komt het verblijdende bericht van kandidaat D. van der Meulen, dat hij het beroep heeft aangenomen. Op 29 augustus 190 l is er een schrijven van kandidaat D. v.d. Meulen, met toezending van zijn attestatie en die van zijn echtgenote Bertina Muller, met de mededeling, dat de bevestiging en intrede zullen plaatsvinden op 8 september. Bevestiger zal zijn Dr. Hania te Steenwijk, eerder te Oosterbierurn.

D. v.d. Meulen, 8 september 1901-3 november 1907.

Uit deze periode willen we een paar punten naar voren brengen. Er zal bij ouders op worden aangedrongen hun kind te laten dopen zo mogelijk op de zondag na de geboorte. Om de twee maanden zal viering zijn van het Heilig Avondmaal. Besloten wordt aan weduwe N. een fles wijn ter versterking te geven.

Op 12 september 1901 wordt de eerste kerkeraadsvergadering gehouden onder leiding van de nieuwe predikant. Dr. Hania zal worden gevraagd welke verplichting de kerk jegens hem heeft, omdat hij Ds. V.d. Meulen heeft bevestigd. De praeses deelt mee, dat Dr. Hania, 'de zwakke kracht der kerk kennende,' zich heeft uitgelaten de bewezen dienst als liefdedienst te willen beschouwen. De praeses is ter ore gekomen, dat enkele doopleden met en om geld spelen en dringt er op aan, dat elk zijn invloed uitoefene om dit tegen te gaan.

De kerkeraad oordeelt, dat het doen van Openbare Belijdenis in de Hervormde Kerk, nadat de kerk tot reformatie is gekomen, onwettig moet worden geacht, zodat een zuster Openbare Belijdenis in de Gereformeerde Kerk heeft te doen , om toegelaten te worden tot het Heilig Avondmaal.

Bij de gehouden kerkvisitatie is op twee punten gewezen, n.l. voorgaan in de huiselijke kring en het niet bezoeken van de catechisaties door ouderlingen.

In 1902 zijn de financiële aangelegenheden der kerk aanmerkelijk slechter geworden, tengevolge van het overlijden van een broeder, die met aardse goederen rijkelijk gezegend was en kerk noch school bij testament heeft bedacht. Visitatoren geven de raad voor de school meer hulp van buiten te zoeken en de classis geldelijke steun te vragen om ten bate der kerk contribuanten te winnen in minder bezwaarde zusterkerken.

Besloten wordt dat door de praeses met de ouderlingen een kort huisbezoek zal worden gedaan vóór het Heilig Avondmaal.

In juli 1902 vraagt de praeses of het niet wenselijk mag worden geacht een kerkgebouw te hebben. Uit hygiënisch oogpunt verdient het de voorkeur een kerkgebouw te hebben boven de tegenwoordige verzamelplaats (de school). De openbare samenkomst tot de Dienst des Woords is meer waardig te achten. Eenparig is men van oordeel dat de gemeente zodanig is bezwaard, dat het niet aangaat van haarzelf belangrijke bijdragen te vragen. Aangezien de gemeente al dertien jaar lang zich beholpen heeft, constateert de praeses dat met vrijmoedigheid biddend en werkend kan en mag worden begonnen, middelen te beramen die leiden tot het ideaal en dat het oog op God gericht moet wezen, die steeds betoont een hoorder en verhoorder des gebeds te zijn.

Besloten wordt:

a. om tot vorming van een fonds voor kerkbouw te geraken. Ieder kerkeraadslid zal voorzien worden van een collecteboekje, waarin de praeses een woord van aanbeveling, ondertekend door praeses en scriba, zal schrijven.

b. Vier maal in het jaar een kerkcollecte te houden.

c. Zedelijke steun van de classis te vragen.

Het heeft echter tot 1907 geduurd vóórdat tot kerkbouw kon worden overgegaan. In 1907 komt er een rapport van de betreffende commissie, die de opdracht heeft: een kerk te bouwen in de kom van Schettens, met consistorie en paardenstal en plaatsing van een nieuw orgel in de kerk. Dit plan wordt aangenomen. Als de gemeentelijke vergadering tot kerkbouw besluit, zal toestemming worden gevraagd aan B. en W. Op 21 maart 1907 zijn er zeventien stemgerechtigde leden aanwezig. Na bespreking wordt het voorstel van de kerkeraad goedgekeurd en met algemene stemmen aangenomen.

Besloten wordt de kerk met bijgebouwen te plaatsen op het terrein ten noorden van de pastorie. De toestemming van B. en W. wordt spoedig gekregen. Een begroting ad f 4.640,- wordt goedgekeurd. Gevraagd wordt of het ook gewenst is dat er een regenwaterbak wordt toegevoegd.

Op een zaterdag in mei zal de juiste plaats op het terrein worden aangewezen De kerkeraad wordt verzocht hierbij tegenwoordig te zijn. E. Feenstra zal de bouw uitvoeren. Later wordt besloten in alle stilte bij verschillende firma's orgels te bezichtigen. Ds. V.d. Meulen zal dit met de commissie doen.

Op de gedenksteen ingemetseld in de kerkmuur zal worden gezet: `De eerste steen van dit gebouw is gelegd door Ds. D. v.d. Meulen op 3 juli 1907. Ps. 27: 14: 'Wacht op de Here, wees sterk, uw hart zij onversaagd; ja wacht op de Here'.

Het in 'De Heraut' aangeboden orgel bij Kooi in Rotterdam zal door de praeses worden bezichtigd. Ook Timmenga in Leeuwarden zal worden bezocht.

Voor het verven van de kerk wordt een begroting gemaakt ad. f 325,--. Er wordt besloten voorlopig geen kachel in de kerk te plaatsen en het spreekgestoelte te maken naar de trant van platform niet een klankbord.

Nu gaan we weer even terug in de geschiedenis naar 1902.

De classis heeft in verband met de financiële zorgen geadviseerd contact op te nemen met Schraard. Vaal: zijn er steunaanvragen van andere hulpbehoevende kerken, b.v. Hollum (op Ameland). Men is eenparig overtuigd van het belang van deze zaak. Met het oog op de eigen kleine kracht, wordt er bezwaar tegen gemaakt een gift uit de kerkelijke inkomsten te geven. Men besluit om elk f 2, 50 te geven. De deputaten van de classis vinden het uitzien naar een kerkgebouw volkomen gerechtvaardigd. Het kerkgebouw zou blijvend in de school kunnen worden gevestigd, maar dan zou de school moeten worden opgeheven, terwijl het zich laat aanzien dat binnenkort wel vijfentwintig kinderen de school zullen bezoeken. Aan opheffing der school kan niet worden gedacht.

Aan de broeders diakenen wordt gevraagd of ze hun bezwaren om in de huiselijke kring hun priesterlijke werk te verrichten al overwonnen hebben. De praeses richt zich tot hen in broerderlijk vermaan ook in dit opzicht goede voorgangers te zijn van het volk.

Wanneer op 18 december 1902 een nieuw kerkgebouw te Oosterend wordt geopend, wordt gevraagd een collecte te mogen houden voor onze kerkbouw.

Besloten wordt huwelijksbevestiging op een zondag bij de Dienst des Woords kosteloos te verrichten. Voor het verrichten daarvan op een werkdag moet ƒ 5,- worden gegeven, welk bedrag na aftrek van de kosten voor het in orde brengen van het lokaal ten goede komt aan 'het fonds voor de kerkbouw.'

De praeses denkt er aan in de zomer catechisatie te houden met de schoolkinderen van 9-12 jaar ter bevordering van de kennis van de algemene bijbelse geschiedenis.

Er zal worden uitgereikt bij bet doen van belijdenis: `Vooreen distel een mirt' of 'Offerande des lofs' van professor Bavinck.

Tijdens de hooiing zal de middagdienst worden verzet naar 's avonds zeven uur.

Ds. v.d. Meulen is nog geen twee jaar in Schettens of hij krijgt een beroep uit Hantum. De kerkeraad spreekt zijn hartelijke wens uit, `dat Zijne Eerwaarde vrijmoedigheid moge vinden voor die beroeping te bedanken.' Dominee heeft inderdaad bedankt. Twee Jaar later vraagt dominee het oordeel van de kerkeraad of hij al dun niet zal voldoen aan een verzoek van de kerkeraad van Ooster-Nijkerk om daar in de week eens te preken. De kerkeraad voelt de bedoeling en adviseert eenparig dit niet te doen.

De financiële toestand van de gemeente brengt zorgen. Moet de kerk zich ook bij de classis aanmelden als hulpbehoevende kerk? Wegens vertrek en sterfgevallen is de draagkracht verminderd. Kan uitbreiding der gemeente niet worden bevorderd door het aanbieden van bouwterrein aan Gereformeerden?

De zoon van N. heeft zich niet ontzien te hengelen op zondag. De praeses merkt op dat in deze zaak de weg in Mattheus 18 aangegeven behoort bewandeld te worden, vóór de kerkeraad zich er als zodanig mee inlaat.

Bij het huisbezoek blijkt, dat in een paar gezinnen geen enkel Christelijk blad wordt gelezen. Men neemt genoegen met het lezen van de bijbel. In de grond der zaak kan dit echter uitlopen op een handeling in tegenstelling met Gods Woord, omdat alle terreinen des levens moeten worden opgeëist voor Jezus.

Oh de pastoriegrond zal een woning worden gebouwd als het benodigde geld te krijgen is. Een geldschieter is gevonden in J.B. Jansen te Witmarsurn. Er wordt besloten een woning te bouwen voor twee gezinnen. Tenslotte wordt besloten een woning voor drie gezinnen te bouwen. De raming der kosten bedraagt f 2.900,-. Broeder J.B. Jansen zal in mei 1904 ƒ 3.000,- beschikbaar stellen voorde kerk tegen 4% rente. Zelf wil hij graag een kamer huren in Schettens tegen f  50,-- huur.

Visitatoren geven in overweging aan de gemeente bekend te maken plaats en tijd van de kerkeraadsvergadering.

Betreffende de catechisatie merkt de praeses op, dat door de kerkeraad het catechiseren voor jonge kinderen niet nodig wordt geoordeeld met het oog op de Christelijke School. Wegens de geringe vordering van het catechetisch onderwijs aan de hand van de catechismus, zal aan een tweetal catechisanten het 'Kort Begrip' worden gegeven.

Eenparig is men (in 1906) van oordeel dat het tractement te laag is. Het salaris van de onderwijzer is zodanig verhoogd dat hier een misstand zou worden geschapen.

In september 1907 krijgt dominee een beroep uit Numansdorp. Hij deelt mee het beroep te zullen aannemen (26 september 1907). Onder buiten staan verklaart de vergadering generlei bezwaar te hebben, doch dat de kerkeraad de Dienaar met innig leedwezen ziet heengaan. De praeses wil op 3 november afscheid nemen, na des morgens Heilig Avondmaal te hebben gehouden. Dominee heeft nog net de ingebruikneming van het kerkgebouw kunnen meemaken. Dit is n.l. gebeurd op 23 oktober 1907. Op de vergadering van 31 oktober legt de voorzitter liet presidium neer. De gemeente is niet lang vacant geweest. Nog voor Ds. v.d. Meulen afscheid nam, had kandidaat J. Dourna Azn. het beroep al aangenomen.

J. Douma Azn., 1 december 1907-6 augustus 1911.

De bevestiging vond plaats door professor H.H. Kuyper. De collecte zal worden bestemd voor aanschaffing van een nieuw orgel. Aan meester Kurpershoek zal worden gevraagd de voorzang en het lezen voorlopig te willen waarnemen. Er komt op 3 maart 1909 een orgel. Broeder J. Nawijn te Bolsward heeft zijn diensten aangeboden bij ingebruikneming van het orgel, zonder bezwaar van de kerk. Dit aanbod wordt aangenomen. Wanneer de Jongelingsvereniging komt met het verzoek de kerk te mogen gebruiken voor feestviering, wordt dit afgewezen. In het laatst van april 1911 heeft Ds. Douma een beroep ontvangen van de kerk te Ambt-Vollenhove. Hij heeft dit beroep aangenomen. Vóór het vertrek van Ds. Douma wil men nog graag kerkvisitatie houden. Op 6 augustus 1911 heeft dominee afscheid genomen. Ook nu duurt de vacature slechts kort. Op 9 juli is kandidaat E. Beukema te Hoogeveen beroepen en deze heeft het beroep aangenomen. De datum van intrede wordt bepaald op 12 november 1911.

E. Beukerna, 12 november 1911-14 mei 1916.

De bevestiging vindt plaats door Ds..Minnema te Garijp. Hij ontvangt vijfendertig gulden voor verhuiskosten. Op de catechisatie gaat het eerst niet al te goed. We lezen: 28 december 1911: 'De jongelingen der catechisatie boven de zestien jaar missen gebrek aan ernst in dit uur. Dominee heeft ze verder zonder onderwijs in dat uur te verlenen, laten vertrekken, doch de volgende maal hoopt hij ze weer te ontvangen. De volgende keer hebben ze zich allen weer gemeld.'

Het tractement wordt (vanaf 1 juli 1913) gebracht op dertienhonderd gulden. Gevraagd wordt of er ook verbetering kan worden gebracht bij het preeklezen, in die zin dat de ouderling niet gelijkvloers staat, maar op de preekstoel. Het zou echter ook kunnen door op een bankje te staan.
Op 7 januari 1914 is het vijfentwintig jaar geleden dat de Gereformeerde gemeente van Schettens-Longerhouw tot reformatie kwam. 's Morgens om negen uur zal er op die dag een godsdienstoefening of dankuur worden gehouden, waarin Ds. Beukema zal voorgaan, en des avonds een gemeentelijke samenkomst. Ds. Prins zal worden gevraagd voor te gaan en de gemeente te herinneren aan de grote dingen, die de Here tot stand heeft gebracht. Ds. Prins zal tien gulden ontvangen en reiskosten.

Zuster X zou voor de voltallige kerkeraad komen om schuldbelijde
nis te doen. Door zwakte is dit echter niet gebeurd. Ze is door twee afgevaardigden van de kerkeraad bezocht. Onderstaande vragen zijn haar voorgelegd:
Erkent gij, dat gij gezondigd hebt tegen het zevende gebod in een openbare zonde?
Hebt gij daarover schuldgevoel en berouw?
Hebt gij deze zonde de Here beleden?
Gelooft gij dat u om Jezus' wil deze verschrikkelijke zonde vergeven is?
Deze vragen aan zuster X gedaan, zijn van de kansel afgelezen ten aanhore der gemeente.

Vaak werden er vroeger op één avond twee vergaderingen gehouden: eerst de ledenvergadering van de kerk en dan die van de school. Ds. Beukema ontvangt een beroep van de kerk te Drachter-Compagnie en neemt dit aan. Hij denkt op 14 mei 1916 afscheid te nemen. Het beroepingswerk gaat weer beginnen. Het tractement wordt vastgesteld op f 1.400,—. Verschillende namen worden genoemd, o. a. die van Ds. Pel te Eestrum. Deze schrijft echter: 'Het is beter met de wil des Heren gescheiden te leven, dan tegen de wil des Heren aan elkander verbonden te zijn.' Ds. W. Weener te Vianen wordt beroepen, maar bedankt. Ds. Prins meent dat, omdat Schettens steeds jonge predikanten heeft gehad, het goed zou zijn, een predikant met ervaring te hebben. Ds. Bosma uit Buitenpost wordt beroepen, maar bedankt eveneens. De aandacht valt op kandidaat J. Post te Sexbierum. Deze bedankt ook. Hetzelfde gebeurt met Ds. M. Post van Gees. We zien beroepen en bedanken wisselen elkaar snel af. Hetzelfde gebeurt ook met Ds. M. van Alphen uit Voorst (Gld.). Vervolgens wordt beroepen kandidaat Fanoy op een tractement van vijftienhonderd gulden plus vijftig gulden voor lasten, met vrijdom van pastorie en tuin. Hij heeft al drie beroepen. Hij komt hier op bezoek, maar bedankt. Er komt contact met Ds. Nieborg te Geldermalsen. Hij wordt beroepen en is aanwezig op de kerkeraadsvergadering van 23 oktober 1917. Hij vraagt toestemming bij eventueel aannemen van het beroep tot het volgend voorjaar te mogen wachten met het oog op de verhuizing en zijn tegenwoordige gemeente. Het heeft alles echter niet geholpen. Ds. Nieborg heeft bedankt.

De volgende kandidaat waarmee contact komt, is kandidaat Ubels. Hij bedankte ook. Hij was van 18 augustus 1918-27 augustus 1921 predikant van Witmarsum (in combinatie met Pingjum en Zurich). Kandidaat Dee wordt beroepen, maar bedankt. Evenzo Ds. Minnema te Garijp. Het is een schier eindeloze rij. We moeten bewondering hebben voor de kleine gemeente, die telkens met geloofsmoed. en volharding doorgaat. Kandidaat J. Wymenga van Garijp wordt beroepen, maar bedankt. Maar God verhoort de gebeden. Op 2 maart 1919 is er weer een nieuw tweetal. Ds. Bolman van Oostwold wordt beroepen. Het verblijdend bericht komt, 'dat de Heere hem vrijmoedigheid heeft gegeven de beroeping aan te nemen. De Heere alleen komt daarvoor dank toe.' Eerst echter nog een paar opmerkingen: Het spitten van de tuin neemt de kerk voor haar rekening. Ook zal worden gezorgd voor een wagen met mest jaarlijks te leveren. Het verhuren van zitplaatsen gaat de laatste jaren niet goed, aldus de notulen. Er wordt teveel geboden. Er komen hartstochten naar boven. De laatste jaren brachten de zitplaatsen vierhonderdtwaalf gulden op; het gemiddelde over negen jaar was echter tweehonderdvijftig gulden. De meeste broeders willen afschaffing van het verhuren der plaatsen en alle plaatsen vrij in de kerk. Zo lang er nog geen predikant is, zal ook die bank vrij zijn. Later zal het predikantsgezin zelf moeten weten of ze deze bank willen gebruiken. Op 21 mei 1917 wordt de verhuur van zitplaatsen inderdaad afgeschaft. Ieder kan op zijn plaats gaan zitten en dan worde het aan ieder bescheiden overgelaten wat hij daarvoor meent te moeten geven. Over 1918 zijn de boeken van kerk en diaconie gecontroleerd: Kerk: ontvangsten f 2.765,64 en uitgaven f 2.608,16. Batig saldo f 157,48. Diaconie: ontvangsten f 395,04 1/2 en uitgaven 395,25 1/2. Tekort 21 cents. Het tractement wordt gebracht op samen f 2.210,- f 1.800,— + f 50,— belasting en een duurtetoeslag van 20%).

J. Bolman Jzn., 25 mei 1919 (in combinatie met Schraard 1 februari 1933)-1 juni 1937.

De kerkeraad vergadert met de commissie om ook de stoffelijke belangen te bespreken, met het oog op de komst van Ds. Bolman. De pastorie moet worden opgeknapt en er moet een kippenhok worden geplaatst. Dit zal kosten vijftienhonderd á tweeduizend gulden. Hoe zullen deze kosten worden bestreden? Het kan:

1. door het aangaan van een geldlening;
2. door het plaatsen van renteloze aandelen van 25,—;
3. door een rondgang in de gemeente.
De kerkeraad voelt het meeste voor een rondgang in de gemeente. Men begint bij de leden van de kerkeraad. Bijna alle kerkeraadsleden gaan de contributie met de helft verhogen. Op zondag 25 mei 1919 is Ds. Bolman 's voormiddags door Ds. Prins bevestigd met de tekst Jes. 40:1 en 2. De Commissie van Administratie stelt voor om zo mogelijk over te gaan tot het afschaffen van de kerkcollecten en dan de contributie te verhogen. In beginsel gaat de kerkeraad hiermee accoord. Het wordt in handen van de commissie gesteld om te trachten de contributies zoveel mogelijk verhoogd te krijgen en dan verder te zien.

Op 2 februari 1920 was er jaarvergadering van de stemgerechtigde leden. Tegenwoordig zijn: Ds. Bolman, S. v.'t Zet, J. Visser, B. Jansen, Tj. Schuurmans, H. Jansen, R. Kuiken, R. Wybrandy, Y.B. Jansen, F. Scheepsma, J. Ybema, G. Gerkema, Joh. T. van Abbema, J.B. Jansen, Joh. Hibma, K. v.d. Kooi, P. van Abbema, J. Buwalda, G. Jansen, joh. B. v. Abbema, L. Boersma, D. Scheepsma en S. van Abbema. Na breedvoerige bespreking blijkt men eenparig van gevoelen, dat men het 't meest verkieslijk acht om voorlopig geen ingrijpende verandering te brengen in de wijze van het bijeenbrengen van het benodigde geld. Tot nu toe marcheert het aardig goed. We hebben geen zekerheid, dat door het gaan op de aangegeven nieuwe weg de bestaande eenheid bestendig zal blijven. Besloten wordt het portret van Dr. A. Kuyper te omlijsten en aan de wand te hangen in de consistorie (30 december 1920).

Voorgesteld wordt dat de ouderlingen de leesdienst voortaan van de kansel zullen doen, zodat de gemeente het beter kan horen. Omdat hiertegen nog al bezwaren waren van de kant van een ouderling, wordt hierover geen besluit genomen. Aan Ds. D. v.d. Meulen wordt, ter gelegenheid van zijn ambtsjubileum, een cadeau van 100,— aangeboden. Later wordt gevraagd of de kerkeraad het recht heeft te beschikken over de gelden der kerk. De praeses antwoordt dat dit zeer betrekkelijk is.. In dit geval acht de kerkeraad zich ten volle verantwoord:
a. om de uitnodiging die is ontvangen;
b. om de arbeid die door Ds. v.d. Meulen hier is verricht;
c. het geringe tractement, dat hij heeft genoten.
Andere broeders achten het in zo'n geval beter met een lijst rond te gaan voor vrijwillige bijdragen. Er is f 500,— toegezegd en men besluit (op 23 januari 1928) dit geld  voor de verbouw van de consistorie te aanvaarden, en het ontbreken de daarvan uit de diaconie-kas te lenen. De kosten bedragen ± 700,- De rente en aflossing zullen worden gevonden uit lokaalhuur van het corps en de zangvereniging, alsmede knapen- en de jongelingsvereniging. Ook wordt opgemerkt (15 maart 1929) dat de kerk van buiten hoognodig geverfd moet worden. Eigenlijk moest dit ook binnen gebeuren. Ook het orgel wordt er niet beter op. Op 1 juli 1930 komt broeder D. Reinsma als organist ter vergadering om te spreken over het orgel. Het orgel is thans niet in goede staat en voor de vreemde man' niet best te bespelen. Er zal zijns inziens heel wat aan ten koste moeten worden gelegd voor het goed is. Hij meent dat het beter is het orgel te verruilen voor een best kerkorgel. Broeder Reinsma krijgt opdracht hier vrijblijvend naar te informeren. Thans beginnen officiële samensprekingen met Schraard (30 november 1932). Gezien de stand van de financiën is combinatie wel gewenst. De volgende regeling lijkt wel geschikt: 1/3 deel der preekbeurten afstaan en zulks tegen 1/3 gedeelte van het tractement plus 1/3 deel der onkosten voor Art. 13 K.O. (emeritaatsgeld predikanten, weduwen en wezen). De kerkeraad van Schraard kan hier wel mee instemmen. De gemeenten zullen ter vergadering worden geroepen en geraadpleegd. De besprekingen dragen een voorlopig karakter en worden gehouden behoudens goedkeuring der classis. Op de ledenvergaderingen is niemand er op tegen. Er wordt een concept-reglement besproken. Dit concept wordt op de classis goedgekeurd en op 1 februari 1933 gaat de combinatie tussen de  kerken Schettens en Schraard in. De combinatie betreft alleen het gezamenlijk hebben van een dienaar des Woords. In alle andere gevallen blijft iedere kerk geheel zelfstandig. De dominee zal wanneer hij ambtsbezigheden in Schraard heeft te verrichten, een auto gebruik mogen maken, indien hij dit nodig acht. De onkosten, die daaruit voortvloeien, zullen door de kerk van Schraard worden gedragen.

Op 23 maart 1937 is er een gecombineerde vergadering van de kerkeraden van Schettens en Schraard. De praeses deelt mee dat op doktersadvies emeritaat zal moeten aanvragen. Dan komt ter sprake de mogelijkheid van een nieuwe combinatie. De kerkeraad  van Schraard komt met een voorstel om niet meer zoals nu een derde, maar half om half te combineren, omdat bij hen deze gedachte in de gemeente leeft. De kerkeraad van Schettens heeft bezwaren: ten eerste omdat het een grote achteruitgang is; ten tweede omdat het financieel niet noodzakelijk is en ten derde omdat de kerkeraad nog geen voeling heeft gehouden met de leden der kerk. Er wordt besloten met de gemeenteleden te vergaderen en op 2 april weer te Schettens met de kerkeraad van Schraard.
Op de gemeentevergadering op 30 maart 1937 dient de gemeente zich uit te spreken:
1. of het wenselijk is een nieuwe combinatie met Schraard aan te gaan;
2. zo ja, op welke manier.
Hierop volgt een drukke bespreking. Over het algemeen is men het er over eens dat een combinatie wenselijk wordt geacht. Maar op welke manier is men het niet eens. Tenslotte krijgt de kerkeraad vrij mandaat om met de kerkeraad van Schraard te overleggen, zo mogelijk op de oude manier, of op voet van het ledental, of als uiterste mogelijkheid op voet van gelijkheid. Tenslotte wordt besloten tot combinatie over te gaan op voet van het aantal leden, ook wat betreft de financiën. De meerderheid der kerkeraden is er voor een predikant te beroepen met enige ervaring en er wordt besloten het tractement te bepalen io f 2.240,—, met drie vakantie-zondagen. Op de gecombineerde kerkeraadsvergadering, gehouden op dinsdag 11 mei 1937, wordt opnieuw een overeenkomt gemaakt. Van het tractement en van de premie naar Art. 13 K.O. zullen de kerken betalen naar de verhouding van het zielenaantal der gemeente. Dat is thans vier tot drie. Dus de kerk van Schettens vier/zevende en de kerk van Schraard drie/zevende. Deze overeenkomst gaat in op 1 juni 1937.

Het emeritaatsgeld van Ds. Bolman is vastgesteld op f 1.458,—. Er wordt afscheid genomen van Ds. J. Bolman. Het beroepingswerk gaat weer beginnen. Er komen vijf kandidaten preken. Er wordt een drietal opgemaakt, n.l. kandidaat W.H.J. de Boer te Ten Post, M. Feitsma te Amsterdam en Y. van der Woude te Jislum. Er zullen inlichtingen worden ingewonnen bij de professor. De stemming zal plaatsvinden op dinsdag 20 juli 1937 met mans- 404 lidmaten. Eerst zal dit gebeuren in Schettens om zeven uur. Dan zal de consulent met briefjes en een paar ouderlingen gaan naar Schraard, waar dan op dezelfde wijze een stemming zal worden gehouden. De briefjes zullen dan door elkaar worden gedaan en de uitslag is bepaald. De consulent met twee ouderlingen, de broeders J. Hibma en M. Postma, gaan met de briefjes naar Schraard, waar zij in het kerkgebouw negenentwintig broeders aantreffen. Uitgebracht dertig stemmen, met Schettens zesenzestig stemmen. Beroepen wordt kandidaat M. Feitsrna. Bij aannemen van het beroep is men van oordeel dat de bevestiging moet plaatsvinden in Schettens. Inderdaad heeft kandidaat Feitsma het beroep aangenomen. Het was de tijd van overvloed van werkkrachten. Velen konden geen beroep krijgen en probeerden eerst ergens hulpprediker te worden. Kandidaat Feitsma is op 20 oktober geslaagd voor het classicaal examen. Ds. Den Houting zal op zondag 14 november als bevestiger optreden. 'Welk huwelijksgeschenk zal kandidaat M. Feitsma ontvangen? Besloten wordt in beide gemeenten een lijst te laten rondgaan en de opbrengst in een enveloppe aan te bieden. Uit beide kerkeraden zullen twee afgevaardigden de huwelijksvoltrekking meemaken. Bevestiging en intrede zullen plaatsvinden in Schettens. Omdat het moeilijk zal zijn om allen te bergen, zal worden gevraagd de schoolkinderen thuis te laten : Op de vraag of ook de burgerlijke overheid zal worden uitgenodigd zijn de meningen verdeeld: bij stemming zijn vier vóór en zes tegen.

M. Feitsma, 14 november 1937-31 mei 1942. (zie voor foto kerk Bolsward)

De opbrengst van de collecte bij bevestiging en intrede bedroeg f 68,78 1/2. Op een latere vergadering wordt besloten dat ook de ouderlingen huisbezoek zullen krijgen. Op de gemeentevergadering blijkt dat er een tekort is. Staande de vergadering gaat een lijst rond, waarop f 146,— wordt getekend. De anderen zullen thuis worden bezocht. Broeder J. Hibma heeft dikwijls de kerk van Schettens als ouderling mogen dienen. Op 4 november 1938 wordt besloten de oude emeritus-predikant Ds. J. Bolman een bezoek te brengen, omdat hij zelf niet in staat is hier te komen. Hiervoor worden aangewezen de broeders F. Scheepsma en D. Reinsma, die beiden veel voor de gemeente Schettens mochten doen.

Ds. J. Bolman is op 16 december 1941 te Soest overleden op 69-jarige leeftijd. Enkele zaken uit de periode van Dr. Feitsma: De predikant vestigt de aandacht op het feit dat men op tijd in de samenkomsten der gemeente aanwezig dient te zijn, temeer ook daar men anders Gods zegengroet mist. Ook wordt besloten in het vervolg in de samenkomsten der gemeente tijdens het bidden te staan. 'Is dit, zoals we nu samen zijn op de gemeente-avond wel een volledige gemeente?' vraagt de praeses. Daar behoren immers ook de zusters bij!' Het is meer traditie dat het zo gebeurt. Het gezinshoofd dient thuis verslag uit te brengen. Dit zijn een paar meningen. Principiële bezwaren worden niet naar voren gebracht. Besloten wordt het volgend jaar ook de zusters gelegenheid te geven de vergadering bij te wonen. Voor de jongere meisjes zijn de onderwerpen op de Meisjesvereniging te moeilijk. Er zal een Oudersvereniging worden opgericht, die dan een Meisjesvereniging zal oprichten. In het jaar 1939 is het vijftig jaar geleden dat de plaatselijke kerk is geïnstitueerd. Dit zal worden herdacht op 24 november. Deze avond zal bescheiden worden gehouden. Ds. Feitsma zal historie en beginsel naar voren brengen. De praeses vindt het verhuren van zitplaatsen niet in overeenstemming met Gods Woord. Besloten wordt het gebruikelijke stelsel: vaste bijdragen en een collecte te handhaven. In praktijk voldoet dit goed. Een ouderling wijst er op, dat het nog al eens voorkomt, dat sommige broeders (over zusters wordt niet gesproken) tijdens de dienst des Woords slapen. Ook de praeses is dit euvel opgevallen. Hij wijst er op dat de eerbied voor Gods Woord eist dat we wakker zijn. Ook uit de vergadering worden nog opmerkingen in dezelfde geest gemaakt. Er wordt op gewezen, dat het beste geneesmiddel is met de betrokkenen bij het huisbezoek hierover te spreken. Besloten wordt de vergoeding voor de kandidaten te stellen op f 15,— voor een hele zondag en f 7,50 voor één beurt, zulks in verband met het feit dat het voor verschillende kandidaten, die reeds lang naar een beroep uitzien, moeilijk wordt om enigszins in hun levensonderhoud te voorzien, ook mede door de steeds hoger wordende levensstandaard.

Op 4 februari 1942 is er een vertrouwelijk schrijven van Dr. Polman, inhoudende dat de classis 's Gravenhage een biduur heeft uitgeschreven voor onze kerken op zondag 8 februari speciaal voor de vrijheid en het karakter van onze scholen. Voorts is een uitgebreid vertrouwelijk schrijven gericht aan de kerken met raadgevingen ten opzichte van de arbeidsdienst en inzake de voorbede voor ons Koninklijk Huis. Dominee zal een zakelijk stuk opstellen en dit de gemeente in laten gaan. In 1942 heeft Dr. M. Feitsma een beroep aangenomen naar Beverwijk voor de evangelisatie-arbeid. Aan preeklezen heeft men een hekel en daarom wordt op 3 april 1942 besloten de bestaande combinatie met Schraard te bestendigen. De kerkeraad van Schraard deelt echter mee, dat men van plan is niet weer in combinatie met Schettens een predikant te beroepen, maar dat men van plan is over te gaan tot het aanstellen van een hulpprediker. Schettens zal nu alleen moeten beroepen, temeer daar een andere combinatie op dit ogenblik niet mogelijk is. De financiële ontvangsten zullen dan weer f 800,— moeten stijgen. De kerkelijke bijdragen zullen met ongeveer 70% moeten worden verhoogd. In de vacature-tjjd zal Ds. Pel van Witmarsum als consulent optreden. Met dankbaarheid rapporteert broeders Reinsma, die de G. J.V. heeft bezocht, dat de leiding der G.J.V. bij broeder H. Boersma in zeer goede handen is. Op 26 mei 1942 neemt Ds. Feitsma afscheid van de kerkeraad. Hij heeft steeds met genoegen de kerkeraadsvergaderingen meegemaakt. Nooit is er verwijdering tussen de broeders ontstaan. Op 16 juni 1942 is er een overlijdensbericht van Ds. D. v.d. Meulen, die de gemeente diende van 1901-1907. De begrafenis is vastgesteld op 18 juni 1942. In verband met het beroepingswerk hebben hier een achttal kandidaten gepreekt. Er wordt een drietal gevormd en deze drie zullen nog eens in de gemeente voorgaan. Gekozen en beroepen wordt kandidaat J. van Eerden uit Alkmaar. Hij wordt beroepen op een tractement van .f 2.100,— + vrijwonen. In deze tijd van overvloed van werkkrachten was een kandidaat erg blij met een beroep. Kandidaat Van Eerden heeft het beroep aangenomen.

J. van Eerden, 22 november 1942-23 februari 1947.

Van de Procureur-Generaal is een schrijven ontvangen dat alleen kerkdiensten mogen doorgaan. Alle andere vergaderingen, die bezocht worden door meer dan twintig personen, zijn verboden. Hiervoor moet toestemming worden gevraagd. Algemeen is men van oordeel zich niet teveel met deze bepalingen te moeten inlaten, maar meer te moeten vragen wat God in dezen van ons eist. In maart 1943 wordt op de gemeentevergadering door Ds. Van Eerden een referaat gehouden met als titel 'Onze kerkgang'. In de maand mei gaat de plaatsenwisseling van start. Het beginsel gezinsbanken blijft gehandhaafd. Beter wordt geacht leden van vijftig jaar en daarboven een vrije keus te laten doen en beneden die leeftijd dat te doen geschieden door loting of het trekken van een nummer. Op 14 september 1944 wordt, in verband met het overlijden van koster Tjitte Schuurmans, bestoten zijn zoon Jacob Schuurmans tot zijn opvolger te benoemen. Ds. Van Eerden heeft een beroep ontvangen van Dusse, maar heeft hiervoor bedankt. Later ontvangt Ds. Van Eerden een beroep uit Drachtster Compagnie. Dit beroep heeft hij aangenomen. Hij vertrekt in 1947. Er wordt een hoorcommissie gevormd. Deze hoorcommissie zou Ds. Dresselhuis horen, maar er preekte een andere predikant. Zodoende was de koude reis ook nog tevergeefs. De datum van afscheid wordt vastgesteld op 9 februari 's middags. Ds. v.d. Zande te Wons wordt consulent. Voortaan zal bij het preeklezen de naam worden genoemd van de dominee die de preek heeft geschreven Er is een voorstel aangaande de tuin bij de pastorie. Gevraagd wordt of er ook iemand die tuin wil gebruiken voor de halve vrucht. Er zijn drie gegadigden. Het beroepingswerk stelt teleur. Er is een lijst van kandidaten van de Vrije Universiteit gekregen, die de eerste maanden gereed komen. Ds. W. de Boer wordt beroepen, maar bedankt. Besloten worden op 23 april 1947 Ds. Smit van Rottevalle bij acclamatie te beroepen. Gevraagd wordt echter: 'Kunnen we zo beroepen met het oog op de geringe opkomst der vergadering?' Ds. Smit zal nog eens worden gevraagd om te komen preken, om dan de volgende vergadering te beslissen. Hij wordt bij acclamatie beroepen. Op 5 september 1947 brengt broeder F.D. Scheepsma verslag uit van zijn reis met de beroepsbrief naar Ds. Smit. Het trof niet bijzonder, daar een dochter van Ds. Smit in het ziekenhuis moest worden opgenomen. Ds. Smit bedankt voor het op hem uitgebrachte beroep. 'Ook na lang beraad heb ik geen vrijmoedigheid kunnen vinden de roeping naar Schettens te aanvaarden. Er waren echter enige factoren die mij tenslotte gedwongen hebben voor uw roeping te bedanken. Het is mij ook niet gemakkelijk gevallen. Wij weten echter dat heel onze weg in de Hand des Heren ligt. Dat Hij ook bij alle overwegingen ons leidt. Ontvangt ook deze teleurstelling als uit Zijn Hand. En ga in vertrouwen met uw werk voort en God zal met u zijn en gebiede over uw arbeid Zijn zegen.'

Er is een aanvraag om de pastorie tijdelijk te bewonen. Hiertegen is geen bezwaar, als alles maar goed beschreven wordt. De consulent Ds. v.d. Zanten is ongesteld. Ds. Hagenaar zal deze taak overnemen. Kandidaat C. Muntingh van Amsterdam wordt beroepen, maar bedankt. Drie maanden later wordt beroepen kandidaat J. A. Kwast van 's Gravenhage, maar zonder resultaat. Hetzelfde geldt voor kandidaat A. Janssens. Daarna is beroepen kandidaat Welbedacht. Ook deze neemt het beroep niet aan. Gelukkig wordt tenslotte de inspanning van de kerk van Schettens beloond en mogen we zeggen, dat de gebeden worden verhoord. Beroepen wordt kandidaat J. van Tuinen te Dokkum en op 8 augustus 1951 komt het verblijdende telegram van kandidaat J. van Tuinen, waarin hij meedeelt het beroep te zullen aannemen. De gemeente van Schettens is viereneenhalf jaar vacant geweest. Een paar opmerkingen uit deze periode: Besloten wordt de broeders boven de vijfenzestig jaar een vaste plaats te geven. Ook wordt besloten de kanselbijbel en de bijbels in de kerkeraadsbanken op te knappen. Er is een verzoek van cle plaatselijke begrafenisvereniging om de lijkbaar in de paardenstal te mogen opbergen. Voor de gebruikelijke vergoeding van f 5,— wordt dit toegestaan, als dit tenminste geen bezwaar oplevert bij mogelijke stalling.

Ds. en mevr. J. van Tuinen 9 december 1951 - 7 oktober 1957.

J. van Tuinen, 9 december 1951-7 oktober 1957.

Bij de komst van Ds. Van Tuinen wordt de gemeente gemotiveerd voor verhoging van de vaste bijdragen. Op 9 december 1951 is Ds. Van Tuinen in zijn ambt bevestigd. Op 4 april 1952 komt Ds. Van Tuinen met een persoonlijke mededeling. Hij zegt: 'Ik ben hier, zoals u weet beroepen, vrijgezel zijnde en heb alszodanig een beroep aangenomen. Later echter, wel vóór dat ik hier kwam, heb ik kennis gekregen aan een meisje, dat wellicht zal leiden tot verloving en huwelijk. 'k Hoop dat dit mijn arbeid in de gemeente niet zal schaden.' De vergadering neemt hiervan met voldoening kennis. Enkele broeders spreken dominee in welgekozen woorden toe.

Ds. Van Tuinen spreekt graag de Friese taal. De catechisanten vragen hem in mei 1952 een Friese preek te houden. Dit gebeurt op 18 juli 1954 in de morgendienst. Nog maar drie jaar is dominee in Schettens, of hij krijgt al een beroep uit Oudehorne. Hij heeft echter voor dit beroep bedankt. Op de gemeentevergadering van 17 maart 1955 vraagt de Presidente der Vrouwenvereniging het woord. Zij komt met een verrassing, nl. zij biedt de kerk een nieuw doopvont aan. Broeder R. van Abbema vraagt of het ook mogelijk is, dat er een fietshokje kan komen, 'maar we zien in de toekomst nog geen kans hiertoe,' aldus de scriba. Als orgeltrapper wordt benoemd G. Feenstra. In 1955 wordt een nieuwe Bijbelvertaling aangeschaft voor de voorlezer. Er is ook behoefte aan het bezit van een brandkast. Dominee heeft prijsopgaaf gevraagd van gebruikte brandkasten. `Wij bleken bij een zeer actieve firma verzeild te zijn geraakt, wiens service zich zover uitstrekte, dat hij zelfs des zondags was te consulteren. Er werd besloten hier voorlopig niet op in te gaan,' aldus de scriba.

Bij de ingekomen stukken: 'Bestrijd de motten', zegt Bleijs, 'en uw brandkast is spoedig gevuld.' Daar er geen motten zijn gesignaleerd, wordt dit voor kennisgeving aangenomen en zal er getracht moeten worden de brandkast op een andere manier te vullen. Er wordt ook gesproken over het rythmisch zingen in de kerk (1956). Enkele broeders willen dit geheel invoeren, doch dominee vindt het beter dat het geleidelijk gebeurt, daar hij vreest dat het anders wel eens een warwinkel zou kunnen worden. Ook wil men de broeders en zusters boven de vijfenzestig jaar een gereserveerde plaats geven. Zo spoedig mogelijk zullen hiervoor witte knopjes worden aangebracht. Een broeder bracht naar voren dat hij en zijn huisgenoten graag zouden zien dat bij huisbezoek werd begonnen met gebed of bijbellezing. Hieraan zal aandacht worden besteed. In december 1956 deelt Ds. Van Tuinen mee, dat hij heeft bedankt voor het beroep van Ruinerwolde-Koekange, maar dat hij een beroep heeft ontvangen naar Zuidhorn. Hij bedankte hiervoor, evenals voor het beroep naar Middelstum. Toch is Ds. Van Tuinen niet lang meer in Schettens gebleven. Op 15 augustus 1957 deelt hij mee dat hij een beroep naar Meppel heeft aangenomen. Hij neemt op 6 oktober afscheid.

Intussen heeft zich in de pastorie te Schettens een drama afgespeeld: het geld werd geteld. Dominee en Mevrouw waren afwezig. De kerkeraadsleden voelden zich koning in hun woning en deden wat hun gewenst voorkwam. Op een omgekeerde antieke kom van Mevrouw lag een horloge te tikken en muziek ten gehore te brengen. De oudste van de raad der oudsten gaf advies om Mevrouw haar gastoestel in te schakelen om de koffie warmer te maken. Protesten dat het wel eens brokken kon geven werden weggepraat, met de garantie van een nieuwe koffiepot. En zo begaf de jongste diaken zich met de koffiepot op pad en handelde volgens voorschrift. Dominee, thuisgekomen, zag het gebeuren, maar kon het onheil niet meer voorkomen. De broeder diaken zou de kan er af krijgen, door de hitte moest hij de kan laten vallen en met een grote straal verspreidde zich de koffie en het dik over het gastoestel en de cocosmat. Alles is beproefd het voor Mevrouw te verdoezelen, maar het slot van het lied was, dat dominee voortaan de kerkeraad niet meer in de pastorie mocht laten. Op de volgende vergadering: voor de gesneuvelde koffiekan was een nieuwe aangeschaft, die door haar mooie kleur en vorm ieders goedkeuring kon wegdragen. Verder hebben we voor het vlotte sorteren en om de vrouwen terwille te zijn een nieuw apparaat aangeschaft, dat in een minimum van tijd het geld sorteerde. Na het vertrek van Ds. Van Tuinen was Schettens niet lang vacant. Men besloot met het huisbezoek te wachten tot de nieuw beroepen predikant was gekomen, daar gerekend mag worden dat `de schapen der gemeentelijke kudde zo lang wel kunnen teren op hun reservevoedsel.' De scriba schijnt niet van alle humor ontbloot. Men kon zo schrijven, omdat de beroepen kandidaat A. Riddersma het beroep had aangenomen.

A. Riddersma, 16 februari 1958-26 augustus 1962.

De intrede van kandidaat Riddersma vond plaats op zondag 16 februari 1958. Bevestiger was Ds. v.d. Heide te Huizum. Op de eerste kerkeraadsvergadering (maandag 17 februari) merkte dominee al spoedig terecht te zijn gekomen in een agrarische streek. Broeder K. Reinsma kon niet aanwezig zijn, door de omstandigheid, aldus de scriba, dat één zijner koeien moeder trachtte te worden. Eerst werden daarom de boeken nagekeken. Dit gebeurde meestal op de kerkeraadsvergadering. De administratie was toen minder omslachtig dan tegenwoordig. Wanneer broeder K. Reinsma is gearriveerd wordt Ps. 150 gelezen. Broeder Reinsma wilde Ds. Riddersma nu tot praeses promoveren, maar deze wil graag de eerste avond zo meemaken. Op 24 maart 1958 heeft Ds. Riddersma de leiding op de gemeenteavond, waar achtendertig leden aanwezig zijn. Gevraagd wordt hoever het is gevorderd met het vrouwenkiesrecht in onze gemeente. Er wordt besloten hieraan een extra-avond te wijden. Twee jaar later wordt bij de kerkvisitatie ook gevraagd naar het vrouwenkiesrecht. Dominee zegt dat de vrouwen er niet veel belang bij hebben. Daar moet in de nog eens gemeente over worden gesproken; misschien op een gezamenlijke vergadering van de mannen- en vrouwenvereniging. Ds. Riddersrna houdt een causerie over de zending. Ook wordt lang gesproken over de nieuwe gezangen. Tenslotte komt men tot de beslissing de nieuwe gezangen in te voeren. Ook wordt gevraagd de kerkdeuren 's zondags wat langer te openen, want zij die laat komen, kunnen nooit een goede plaats krijgen. Een jaar later, op de tweede gemeente-avond, spreekt dominee over 'Evangelisatie, vroeger en nu.' Er wordt besloten, dat de belijdende leden briefjes kunnen inleveren met namen van hen, die ze geschikt achten voor ambtsdragers. Daar er bij de deurcollecte velen hieraan voorbij lopen, wil men doorgeefzakjes aanschaffen. De kerkeraadsvergaderingen worden ook wel eens aan huis gehouden bij één der ambtsdragers. Broeder A. de Vries vraagt dominee om 's zondags niet te veel te ruilen. Dominee zegt het anders niet te doen dan als het hoogst noodzakelijk is. Verder zegt hij, dat de bewoners van de pastorie wel eens wat meer bezoek uit de gemeente zouden waarderen. Op de gemeentevergadering van 24 maart 1960 spreekt Ds. Riddersma over kinderbeperking. Wat is eigenlijk de zin van het huwelijk? in de laatste tijd wordt er veel vrijer gesproken over geboortebeperking. Wens van de luxe-mens is twee kinderen, niet meer. Dit is in strijd met de opdracht van God, die de mens tot taak gaf: 'Weest vruchtbaar en vermenigvuldigt u.' Ds. Riddersma wordt voor een jaar benoemd als legerpredikant. In deze tijd heeft broeder H. Boersma de leiding van de kerkeraad. Op 5 januari 1962 is Ds. Riddersma weer aanwezig als praeses van de kerkeraadsvergadering. Hij spreekt de aftredende scriba broeder H. Reinsma toe en bedankt hem voor het vele werk door hem verricht. Ook de aftredende diaken broeder L. Gietema wordt hartelijk dank gebracht. De kerkeraad zal in drie groepen de gemeente doorgaan om het tekort weg te werken om de vaste bijdragen te verhogen. De doorgeefzakjes voldoen goed. De collecten gaan wat omhoog. Na zijn diensttijd is Ds. Riddersma niet lang meer in Schettens gebleven. Op 3 mei 1962 wordt gemeld, dat dominee een beroep heeft aangenomen naar Zuidlaren, één van de plaatsen, waar hij ook in militaire dienst was geweest. Op 18 februari 1983 heeft Ds. Riddersma, toen te Zwolle, een dubbel jubileum gevierd: het 25-jarig predikantschap en zijn zilveren huwelijk. Een paar zinnen uit een toen gehouden interview: Twee weken na de bruiloft trokken de in Leeuwarden geboren en getogen dominee en zijn nieuwbakken echtgenote naar hun eerste standplaats: Schettens-Longerhouw-Schraard. 'Drie speldeprikken

Ds. A. Riddersma 18 februari 1958 - 26 augustus 1962.

op de kaart tussen de zwarte stip van Bolsward en het slangetje van de Afsluitdijk,' aldus Ds. Riddersma in een interview. Je denkt dat 't makkelijker is, een- kleine gemeente? Nou, dat is niet zo. Ja, er zijn weinig mensen, maar die vragen veel aandacht. Ik had in een heel jaar vier vrije zondagen. Voor de rest maakte ik per zondag twee preken . Op 12 juni 1983 heeft Ds. Riddersma in zijn eerste gemeente nog één keer gepreekt. Na de dienst was er een gezellig samenzijn, waar door verschillende broeders oude herinneringen werden opgehaald. Na een slopende ziekte van enkele jaren overleed hij op 2 december 1983. Hij is bijna 55 jaar geworden. Na het vertrek van Ds. Riddersma is het beroepingswerk begonnen onder leiding van broeder H. Boersma. Voelen de broeders voor een combinatie met Schraard? Schraard betaalt 1/2 deel van het tractement, stelt een brommer ter beschikking + onkosten. Dan heeft Schraard medezeggingschap in het beroepen. Dit wordt afgewezen. Er wordt besloten een kandidaat te beroepen, zonder medewerking van Schraard. Op 2 november 1962 komen twee afgevaardigden van de J.V. vragen om steun in verband met hun financiële moeilijkheden, mede door het vieren van het 75-jarig jubileum van hun vereniging. De G.J.V. in Schettens is dus opgericht herfst 1887. Op de kerkeraadsvergadering van 30 november 1962 wordt broeder F.S. Scheepsma herdacht, die is overleden. Het beroepingswerk geeft veel teleurstelling. Kandidaat E. Warnink van Zaandam wordt beroepen, maar bedankt. In deze tijd wordt voorgesteld een vaste boekhouder te benoemen. Broeder S. Burghgraef zal hiervoor worden gevraagd. Kandidaat Fernhout wordt beroepen, maar ook hij heeft bedankt. Algemeen is men van oordeel dat er een nieuwe pastorie zal moeten komen. Er wordt een kostenberekening gevraagd. Hierover volgt een gesprek. De conclusie luidt: We moeten onze schouders hieronder zetten. Dit moet echter eerst op een gemeentevergadering worden besproken.

Verschillende pastorieën worden bezichtigd o. a. te Arum en te Pingjum. Er zal contact worden opgenomen met de heer C. van Raay van de S.S.K. (= Stichting Steun Kerkbouw). Er wordt een buitengewone ledenvergadering gehouden. De pastorie is verouderd. Getracht zal worden een bod te krijgen op de oude pastorie. Bij het beroepingswerk blijkt steeds dat de oude pastorie belemmerend werkt. Joh. van Abbema heeft f 17.500,— geboden. Een nieuwe pastorie kost ongeveer f 45.000,—. Ook is belangrijk dat er voorbereidend werk door de eigen leden kan worden verricht. Ook heeft men goede hoop op een bedrag van S.S.K. Als aflossingstermijn had men zich voorgesteld twintig jaar, dan werd dit aan rente en aflossing per jaar f 1.750,—.

Gevraagd wordt naar het al of niet er aan meewerken van cle gemeenteleden. Het komt meestal op enkelen neer. Opgemerkt wordt, dat ieder, die niet komt helpen, f 50,— moet geven. Het voorstel van de pastoriebouw wordt aangenomen. We moeten nu voortvaren. De broeders Hibma en Burghgraef zullen timmerman Buwalda bezoeken voor bespreking over de tekening van de pastorie en de aanvraag tot bouwvergunning. In december 1963 komt de architect Lautenbach ter vergadering met de tekening er verdere bescheiden voor de nieuw te bouwen pastorie. Daar er telkens bedankjes komen van beroepen kandidaten, wordt besloten het beroepingswerk zo lang op te schorten tot de pastorie klaar is. Op 27 februari 1964 wordt er een ledenvergadering gehouden, waal tweeënvijftig leden aanwezig zijn. De praeses zegt naar aanleiding van het gelezene van deze avond over Mal. 1, dat de Israëlieten zeggen niet de tempel te kunnen herbouwen, daar eigen huizen vóór gaan. Maar de Here zegt: Eerst de tempel bouwen en dan zullen ook Zijn zegeningen niet uitblijven. De praeses zegt: Hij wil Schettens hier niet mee gelijkstellen, maar toch mogen we dit ook niet loslaten. Als we geen pastorie hebben, kunnen we ook geen predikant krijgen. We moeten vertrouwen in de toekomst hebben en zier op onze voorouders tachtig jaar geleden, die met een heel klein groepje een nieuwe kerk en pastorie durfden bouwen in vertrouwen Hun geloof is niet beschaamd geworden. Kunnen we dit dan niet meer opbrengen? We moeten elkaar in geloofsvertrouwen opwekken tot het doen van milde gaven en niet vragen: Wat moet ik doen? Maar, wat mag ik doen voor de dienst des Heren?

In Schettens is een proefgenomen met een offer. Het proef-halfjaar is om, en daar er eerder een verhoging der collecten geconstateerd is, zullen we er mee doorgaan. In deze tijd heeft de eerste samenspreking plaats met Bolsward in verband met het samen met Bolsward beroepen van een predikant (5 januari 1950). Schettens voelt hier wel voor als de predikant in Schettens woont. Schettens wil daarvoor per jaar f 3.500,-- betalen. De predikanten zouden om en om preken. In Bolsward is de kerk thans voor één predikant te groot en voor twee predikanten is zij te klein. Er wordt besloten eerst adviezen in te winnen bij de kerkelijke autoriteiten. Van de professoren Nauta en De Hartogh zijn adviezen ingekomen. Professor De Hartogh acht samenwerking niet onmogelijk, als er maar behoorlijke, schriftelijke, getekende afspraken zijn gemaakt, doch beroepen voor een bepaalde tijd is kerkrechtelijk uitgesloten. Onderlinge hulp is wel mogelijk. Op 19 april 1950 wordt er een gemeentevergadering in Bolsward gehouden. Buiten de voltallige kerkeraad zijn er ca. honderdzestig broeders en zusters aanwezig. Naar het oordeel van professor K. Dijk is het maximum aantal zielen voor een predikant te stellen op zevenhonderd. Bolsward heeft thans een ledental van twaalfhonderddertig. Er is gezocht naar een tussenoplossing. De praeses legt het plan aan de gemeente voor. Velen vinden het consulentschap van Exmorra het grote struikelblok. Dit dient te worden beëindigd. De jaarlijkse kosten komen op ca. f 4.000,—. Op de daarop volgende kerkeraadsvergadering wordt de zaak nog eens besproken. Bij hoofdelijke stemming is het plan aangenomen met negen stemmen vóór en zeven tegen. De praeses is huiverig onder de gegeven verhoudingen in de kerkeraad de zaak te laten doorgaan. Aan de kerkeraad van Schettens zal worden bericht dat het voorstel geen voldoende eenstemmigheid in de kerkeraad van Bolsward heeft ondervonden. Men heeft deze zaak een aantal jaren laten rusten.

Op 7 oktober 1963 wordt er weer gesproken over de mogelijke hulp voor Bolsward van de toekomstige predikant van Schettens. Schettens zoekt weer contact met Bolsward ook met het oog op het beroepingswerk. Er zijn thans in Bolsward dertienhonderd 'zielen'. Volledige combinatie lijkt nog niet mogelijk. Bolsward vraagt aan Schettens met een uitgewerkt plan te komen. Voor Bolsward zijn de broeders A. v.d. Meulen en G. van der Zee hiermee vooral bezig. Besloten wordt de onderhandelingen voort te zetten. Om kerkrechterlijk sterk te staan is overleg gepleegd met professor Van der Woude, die het plan toejuicht. De combinatie is ingegaan met de komst van Ds. Van Halsema in 1965. Schettens wil graag verder gaan en heeft op de op 19 maart 1969 gehouden gemeente-avond te kennen gegeven dat het gaarne een wijk van Bolsward wil worden, echter met behoud van twee diensten per zondag. Ook op de kerkeraad van Bolsward wordt deze zaak besproken. Tenslotte wordt besloten de zaak een jaar aan te houden. In september 1970 wordt in de kerkeraadsvergadering te Bolsward weer een bespreking gehouden over de samenvoeging van Schettens en Bolsward. Er wordt een commissie benoemd om na te gaan of we nu kunnen komen tot samengaan van de kerken, bestaande uit de broeders J. Hibma, M. Leenstra, H. Toering, W. de Boer, H. Elgersma en W. la Roi, betreffende de Financiële positie van de beide kerken. Op 15 oktober 1970 vergaderde een nieuwe commissie, bestaande uit de voltallige kerkeraad van Schettens, het moderamen van de kerkeraad te Bolsward, aangevuld met de beide Commissies van Beheer der twee genoemde kerken over de zaak der samenvoeging. Deze commissie komt met het volgende voorstel: De kerken van Bolsward en Schettens zullen overgaan tot het vormen van één kerkelijke gemeente, waarbij de kerk van Schettens als een wijk van Bolsward zal fungeren. De naam van deze nieuwe kerk zal zijn: De Gereformeerde kerk van Bolsward, waaronder ressorteren de dorpen: Burgwerd, Hartwerd, Hichtum, Longerhouw, Nijland, Schettens en Wolsum. Bij de overwegingen tot dit voorstel heeft gegolden, dat de commissie de financiële situatie van beide kerken heeft doorgelicht. Daaruit bleek, dat in beide kerken gesproken kan worden van een gezonde financiële basis, zodat een eventuele samenvoeging geen extra belasting van één gemeente zal betekenen. Van belang blijft, dat de vaste bijdragen en de collecte-opbrengsten zoveel mogelijk met elkaar in overeenstemming zu1len zijn. Bij samenvoeging zullen voor Bolsward het kerkgebouw, de kosterswoning met bijgebouwen, de pastorie en alle baten en lasten en voor Schettens het kerkgebouw, de pastorie, zeven woningen en alle baten en lasten in bezit overgaan van de nieuw te vormen ene kerk van Bolsward.

In het kerkgebouw te Schettens zullen tweemaal per zondag diensten worden gehouden. Voorts zullen in Schettens catechisaties worden gehouden en wijksamenkomsten worden belegd. De nieuw te vormen kerkeraad zal bestaan uit de thans fungerende kerkeraden van Bolsward en Schettens. De in Schettens en Longerhouw woonachtige leden zullen deel uitmaken van één van de twee wijkkerkraden van de kerk van Bolsward. Bij de samenstelling van de kerkeraad zat er steeds op moeten worden  gelet, dat drie ouderlingen en twee diakenen afkomstig moeten zijn (woonachtig moeten zijn) in Schettens en Longerhouw. Eveneens zullen twee leden van de Commissie van Beheer woonachtig moeten zijn in Schettens en Longerhouw. Ditzelfde geldt met betrekking tot de Zendings- en Evangelisatiecommissie. Ten behoeve van een goed functioneren van deze overeenkomst zal deze, indien de omstandigheden zich wijzigen, door de kerkeraad opnieuw op zijn praktische bruikbaarheid worden getoetst. De kerkeraden hebben dit voorstel overgenomen. Voorgesteld wordt de nieuwe situatie te doen ingaan op 1 januari 1971. Tenslotte nog een paar herinneringen uit de jaren 1965-1971 en de jaren van nauwe samenwerking tussen Bolsward en Schettens.

Ds. G. van Halsema Thzn. is op 18 februari 1965 predikant geworden van Schettens in combinatie met Bolsward. Ds. Van Halsema zou graag een nieuw kaartsysteem willen aanleggen dat duidelijker en vollediger is.

voor foto zie Bolsward

In 1965 heeft het ene offer ± f 5.000,— opgebracht. Er zal getracht worden door de Commissie van Beheer om weer zo mogelijk lammeren in de weide te krijgen. En dan als voorheen, zoals ook bij enkelen nu: Het lam wordt schaap en de bezitter geeft elk jaar een lam in de herfst aan de kerk. Bij beëindiging van het bedrijf wordt dan het laatste jaar een lam + een schaap gegeven. In mei 1965 is er voor zeventien kinderen uit Amsterdam gelegenheid om hier een vakantie van veertien dagen door te brengen. Er is ook gesproken over de houding tijdens het bidden. Een eerbiedige houding is vereist. Besloten wordt in de kerkeraadsvergadering bij gebed en danken te blijven zitten. In erediensten zullen we ook tijdens bidden en danken blijven zitten. De totaalkosten van de pastorie bedragen f 72.916,06, waarbij inbegrepen demping sloot + hekwerk f 3.100,—. Vaak is ook de bouwvallige toestand van de toren het onderwerp van gesprek geweest. De torenrestauratie zal moeten kosten f 7.500,— tot f 10.000,—. Dominee zal de S.S.K. schrijven over steun voor de pastorie en kerk. Heeft dit een gunstige uitslag, dan wordt de toren hersteld en anders zal de toren worden verwijderd. Aan B. en W. van de gemeente Wonseradeel zal worden gevraagd of dit mag. Op de op 19 oktober 1965 gehouden gemeentevergadering werden in dit opzicht drie mogelijkheden gesteld:

1. oude toestand herstellen ± 10.000,—
2. alleen een spits f7.500,—
3. een kruis met protestants Christus teken hoogstens f 5.000,— met inbegrip afbreken oude toren, enz.
Er volgt een bespreking. De oude toestand had men het liefst, maar daar de pastorie, die pas gebouwd is, ook nog een behoorlijke schuld meegebracht heeft, wordt het laatste met algemene stemmen gekozen. Dominee stelt dan uitdrukkelijk, dat er dan ook geen commentaar meer over geleverd kan worden door hen, die er niet zijn. Het neon-verlichte kruis op de kerk, groot 2,50 m. en 80 cm. breed kost 1.400,—.

Daar broeder S. Burghgraef naar Bolsward vertrekt, moet er een nieuwe organist en boekhouder komen (4 oktober 1965). Als organist zullen worden gevraagd W. Adema en H. van Abberna, omdat zij om de andere week elders dienst hebben. Broeder Joh. Hibma wil wel boekhouder van de kerk zijn. Het orgel is afgekeurd door de heer Boeijenga uit Sneek. Het zit vol houtworm. De heer Joh. van Abma heeft een orgel staan voor tijdelijk in de Gereformeerde Kerk te Makkum. Dit zal tijdelijk worden gebruikt. Inmiddels zal er een inzameling plaats hebben voor een orgel. Op 25 april 1966 is er een bedrag van f 9.262,89 beschikbaar. Men durft nu een beslissing te nemen. In de meeste gemeenten komt men er op terug een electronisch orgel aan te schaffen. Aan Fa. Pels te Alkmaar zal opdracht worden gegeven een nieuw orgel te bouwen. Prijs f 14.700,—.

Er is ook enkele malen een samenspreking geweest met de kerkeraad van de Hervormde Gemeente te Schettens. Op deze vergadering zijn aanwezig van de kerkeraad van de Hervormde Gemeente: Ds. De Vries, als consulent, W. v.d. Schaaf, N. Reitsrna, F. Gietema, R. Boersma, A. Buma. Afwezig: J. Klarenberg, B.Tj. Reitsma en S. Postma. Van de kerkeraad der Gereformeerde Kerk: Ds. Van Halsema, K. Reinsma, A. de Vries, H. Boersma, J. Feenstra en J. Buwalda. Besproken werd de brochure: 'Hervormd-Gereformeerd. De eerste vraag die Ds. De Vries stelde, was, of de antithese zoals Dr. Kuyper die stelde, nog zo gevoeld wordt. Ds. Van Halsema antwoordde, dat de navolgers van Kuyper de antithese meer doorgevoerd hebben dan Kuyper bedoelde op kerkelijk, politiek en schoolgebied. De invloed van Kuyper is weggeëbd in deze tijd. Er is ook in onze kring meer oog voor het apostolaat. Ds. De Vries zou graag beweging zien in de plaatselijke kerk. Ds. Van Halsema deelt mee, dat van Synode-wege ambtelijk geleide diensten mogelijk zijn.

Men is de mening toegedaan dat het kerkgaan bij de Gereformeerden beter is dan bij de Hervormden. Er zijn slechts zes gezinnen die tweemaal kerken. Het zal met de middagdienst wel spoedig afgelopen zijn. De beroepen predikant Ds. Speelman zal in oktober komen. Dan zal het gesprek worden voortgezet. Op 11 januari 1967 is er weer een samenspreking over: oecumenische samensprekingen, veranderde schriftbeschouwing, moderne vrijzinnigheid. Verder wordt gesproken over een gemeenschappelijke gemeente-avond. In september 1968 deelt de praeses mee dat het contact met de Hervormden in deze dorpen goed is. De kerkeraden hebben enkele keren samen vergaderd en er wordt weer gesproken over het gezamenlijk houden van een gemeente-avond. Men is echter niet gebaat met een samengaan van de kerken van Schettens en Longerhouw om dan één kerk te stichten. Na veel praten komt men op de gemeentevergadering tot de conclusie dat, hoewel men van Hervormde zijde wel tot zaken wil komen, het toch beter is een afwachtende houding aan te nemen. De praeses antwoordt: zolang het contract met Bolsward er nu ligt, hij de verbindingsschakel is en mocht hij om een of andere reden vertrekken, dan staat alles weer op losse schroeven. Men moet hiermee wel rekening houden. Op 30 oktober 1968 komt er op de kerkeraadsvergadering bezoek van Bo1sward, alsook deputaten voor de herstructurering. Het verdere verloop van de ineensmelting is al behandeld in het bovenstaande. Op 17 december 1970 wordt de laatste kerkeraadsvergadering van de Gereformeerde Kerk te Schettens gehouden ten huize van broeder J. Hibma. De combinatie Bolsward-Schettens is op de Classis goedgekeurd. De praeses memoreert op deze laatste vergadering nog het ontstaan van de kerk van Schettens. De kerk heeft bijna 82 jaar bestaan. Als we zo de geschiedenis van de Gereformeerde Kerk van Schettens bestuderen, komen we onder de indruk van de eenvoudige geloofskracht en geloofsmoed van deze betrekkelijk kleine gemeente. Ze hadden veel liefde voor de zaak des Heren en voor Zijn Kerk en wisten moedig en handelend op te treden. Soli Deo Gloria! (Gode alleen de eer).

HOOFDSTUK XVI

Ambtsdragers Geref. Kerk Schettens en Longerhouw

  Ouderlingen Diakenen
7 jan. 1889 A.R. Bergsma J.Y. Jansen
  P. Kurpershoek D. Scheepsma
8 febr. 1891 C. Hoek, D.d.W.  
3 jan. 1892 D. Scheepsma J.B. Jansen
1 jan. 1893 P. Kurpershoek J.Y. Jansen
1 jan. 1894 D. Scheepsma J.B. Jansen
10 jan. 1895 P. Kurpershoek P.G. Rusticus
jan. 1896 D. Scheepsma J.B. Jansen
4 jan. 1897 P.  Kurpershoek B. Feenstra
6 jan. 1898 J.Y. Jansen D.S. Bos
23 mei 1898 J.B. Jansen  
18 jan. 1899 P. Kurpershoek J. Ybema
4 jan. 1900 D. Scheepsma B. Feenstra
27 dec. 1900 G. de Vries K. Reinsma
23 mrt. 1904 D. v.d. Meulen D.d.W.  
  D. Scheepsma H. Boersma
  G. de Vries  
26 mei 1903   J. Ybema
22 jan. 1905 G. de Vries M. Kuiken
11 jan. 1906 D. Scheepsma S. van 't Zet
jan. 1907 G. de Vries L. Boersma
18 dec. 1908 J. Douma, D.d.W. W. Wiersma
  D. Scheepsma  
feb. 1909 G. de Vries K. v.d. Kooi
3 febr. 1910 J.B. Jansen K. Reinsma
1911 G. de Vries R. Kuiken
16 nov. 1911 E. Beukema, D.d.W.  
1912 J.B. Jansen H. Robijn
  D. Scheepsma  
1913   K. v.d. Kooi
1914 J.B. Jansen H. Robijn
1915 D. Scheepsma B. Feenstra
1916 J.B. Jansen K. v.d. Kooi
1917 D. Scheepsma B. Feenstra
    H. Robijn
1918 J.B. Jansen K. v.d. Kooi
1919 D. Scheepsma R. Kuiken
  J. Bolman, D.d.W.  
1920 Y.B. Jansen Jzn. R. Wybrandi
    H. Jansen
1921 J.B. Jansen  
  D. Scheepsma  
1922 D. Scheepsma K. v.d. Kooi
    G. Jansen
1923   J. Ybema
1924 J.B. Jansen J. Burghgraef
1925 D. Scheepsma Th. van Abbema
1926 Tj. Schuurmans R. Wybrandi
1927 L. Boersma J. Visser
1928 Joh. J. Hibma J.J. Burggraef
1929 Tj. Schuurmans B.J. Jansen
1930 L. Boersma F. Scheepsma
1930 L. Boersma F. Scheepsma
1931 Joh. J. Hibma C.S. Sytsma
1932 M. Postma J. Schaafsma
1933 K. Zijlstra D. Reinsma
1934 K. Scheepsma K. v.d. Kooi
1935 J. Burghgraef K. Reinsma jr.
1936 S. van Abbema J.T. van Abbema
  M. Postma  
1937 Joh. J. Hibma D. Reinsma
  M. Feitsma, D.d.W. 15 nov. 1937  
1938 F. Ybema H. Piersma
  F.D. Scheepsma  
1939 H. Pietersma U. Faber
1940 J.J. Burghgraef J.T. van Abbema
  K.R. Reinsma  
1941 F.D. Scheepsma K. v.d. Kooi
1942 D. Reinsma J.J. van Abbema
  J. van Eerden, D.d.W.  
1943 H. Pietersma Y. Ybema
1944 H.W. Pietersma D. Kooistra
1945 H.N. Boersma Jan J. Hibma
1946 D. Kooistra J. Burghgraef
1947 F.D. Scheepsma P. Boersma
1948 K. Reinsma Jan J. Hibma
1949 J.J. Burghgraef W. Reitsma
1950 H. Boersma K. Feenstra
1951 F.D. Scheepsma A. de Vries
1952 Jan J. Hibma L. Gietema
1953 H.N. Reinsma Y. Ybema
1954 H. Boersma D. v.d. Werff
1955 D. Kooistra L. Gietema
  K. Feenstra  
1956 K. Reinsma J. Leenstra
1957 Jan J. Hibma S. Visser
1958 G. Feenstra R. van Abbema
  A. de Vries  
1959 H.N. Reinsma Y. de Jong
1960 H. Boersma L. Gietema
1961 Y. Ybema R. van Abbema
1962 D. Reinsma M. Leenstra
1963 Jan J. Hibma B. Burghgraef
1964 A. de Vries J. van Abbema
1965 H. Boersma J. Feenstra
1966 K. Reinsma J.M. Buwalda
1967 Y. Ybema K.Y. Reinsma
1968 M. Leenstra J. van Abbema
  S. Burghgraef  
1969 K. Feenstra S. Woudstra
1970 Jan J. Hibma K. Reinsma
    H. Zijlstra
1971 H. Boersma