2 sept. 1881
Nieuw 'beheer van kerkelijke goederen en fondsen' en dus nieuwe kerkvoogden gestemt.



Dit was een gevolg van het Arrest van de Hooge Raad der Nederlanden, met betrekking tot het beheer van kerkelijke goederen en fondsen, van 20 mei 1881.

Dit betekende het definitieve einde van het floreenstelsel. Vanaf nu telden alle manslidmaten mee voor het stemmen van kerkvoogden en predikanten (? nog uitzoeken).

Het Koninklijk Besluit van 9 februari 1856 luidt een nieuw tijdperk in ten aanzien van het beheer van kerkgoederen. Het besluit werd genomen om de invloed van de Staat op het beheer van de goederen te doen ophouden. Een en ander zou geleidelijk worden uitgevoerd.
De Synode heeft in 1874 het recht van floreenplichtigen tot beroeping van predikanten opgeheven. De bevoegdheden van floreenplichtigen tav het beheer van  veranderde voorlopig niet.

In 1876 stelde de Hervormde Gemeente van Oosterend een (plaatselijk) reglement vast, waarin de kerkvoogden werden benoemd door de kerkelijke gemeente. De door de floreenplichtigen gekozen kerkvoogden weigerden afstand te doen van het beheer, zodat de rechtbank werd ingeschakeld. Deze stelde de floreenplichtigen in het ongelijk, zodat binnen enkele jaren in heel Friesland het beheer gekomen is in handen van de door de Hervormde gemeente gekozen kerkvoogden.

(Bron: Hervormd Holwerd, in de loop der eeuwen. 1987)