Het huwelijksgedicht van Scheltina van Aysma en Wilt Hendrik van Broekhuijsen op 8 aug. 1762

 

156

De cierelijke krone
des
Hoogadelijken huuwlijks
uijt een sonderlinge hoogachting
gevlochten en geset
op des
Hoogadelijke hoofden
van den
Hoogwelgeboren, gestrengen Heer
den Heer

WILD HENDRICK V. BROEKHUIJSEN

met den

Hoogwelgeborene, Eer. en Deuijelievende?
Freulin

SCHELTINA ANNA YDA V AYTSMA
v LAUTA als bruijdt

Staatsplichtig in den H. Echt verbonden
op den raden? van oogstmaand
1762

 

2.
Doe sijde de een tot de ander
dese dag is een dag van goede
boodschap en souden wij dan
swijgen?  II Kon. v14 v9?

3.
Terwijlen vrouwe Auroor, so lieflijk komt neerdalen
En set sij sachtjes neer op Veluws Sonnenberg
Beglurend met haar glans, het herte sonder erg
van heer Aijdsmaas, enigst spruijt Wilt Hendrik siet men pralen

Met sijne Scheltina schoon het puijkjen der jonkvrouwen
die men in Zutphen siet van 't keurigst adeldom
versiert met hemelgaaf, vol deugden vonts om
die men in het ondermaansch voor Pallas sou aanschouen

Juijch Zutphens fraaije stad, Juijch LATMER en gij BEELEN
springt tans vol vreugde op, verheft uw stemmen hel
met veluws Sonnenberg en het oorsponkelijk KEL
met heer Broekhuijsen sal, nu sijnen aard voort telen

Mijn sangeres wenscht geluk aan u heer van Broekhuijsen
En aan U niet alleen, maar aan uw gansch geslacht
mits God aan u mijn heer heeft gunstrijk toegedacht
Een hemels rijk geschenk, sou ik haar stam uijtpluijsen

4
In Vriesland wel bekent, sedert eeuwen ik moest weten
Hoe Aijdsmaas in de rol van 's lands hystorij blaan
van herkomst zijn geboekt, beschaamt sou ik aans staan
of als een vleijer die sijnen plicht wil gaen vergeten

dog weet ik dat hij is geweest eenen van de Helden
die bij Acronius sijn regiment seer wel
bemind was en geacht als eenen Colonel
wiens overlijden men hertroerende hoorde melden

was sal ik van de bruijd haar lieve moeder spreken
niet aars (anders) dan datze is van eenen swaeren (?) aard
in adeldom en deugd bij ieder blank vermaard
wier vrindelijk aangesicht de gulheid elk wil preken

In ouderdom vol kracht god schenke nog lange gena
Aan haar die voor mij is in Zutphen eens geweest
raadgeefster als ik was bedroeft in mijnen geest
om sekeren Heer sijnen dood, ene vrou v Thekoa

5.
Nu vordert mijnen plicht Heer Bruijdegom ik sal moeten
met enen segenwensch uijt mijnes hertengrond
en niet uijt baatsucht of alleen met mijne mond
maar als het digter voegt, eerbiedig in begroeten

Geluk Heer Bruijdegom om g'luk so luijsterrijk geboren
uijt enen ouden stam met hoogadelijk bloed
terwijl vrou Ceres kroont het jaar met overloed
werd u een groot geschenk uijt het heijligdom beschoren

Hoogadelijk Bruidegom, voorsien met veel quartieren
JAN OTTOOS wakkere telg, en seer geliefde soon
en vrou Elisabeth haar cieraad en haar kroon
geluk want IJda sal u als ene kroon vercieren

Mits gij hersproten zijt uijt enen dappren vader
in ouderdom begaafd met een gesond verstand
wiens vaardigheid van geest en sucht? voor Nederland
met heldenbloed doormengt doorstroomt sijne helden adre

6.
Die sig gequeten heeft waaromme elk is verwondert
als eertiijds ABNER deed uit felste van den strijd
alwaar de vijand heeft aan Nederland tot spijt
uijt sijn grof en klein geschut onsettelijk gedondert

geen wonder mits men telt den oudsten der veltheren
behorend tot u stam als een naauw bloedverwant
die op den Gelders Toren in Zutphens Gelderland
verslijt sijnen levenstijd vol vaem met lof en eren

En uijt enen Adelborg van u moeders sij verwekt
die als een fijne paarl voldeugdelijk gewis
nog in haren jaren bloeij seer vlug en vaardig is
Ja tot enen steun en rots voor hare Huijshouding strekt

Geen aangenamere dag Heer Bruidegom kan men vinden
dan dien men heden in den warmen oogstmaand siet
waarop het Heugelijk naar Gods bestel geschiet
dat men SCHELTINA siet, met U in echt verbinden

7
Tans siet men U vaders hert, volheugelijk opsingen
der moeders siele is int binnenste vol vreugde
en een drijsustertal in haren geest verheugt
den jong en vaandrig wil mee ook gaen vol blijdschap singe

Der Bruijds Tante MARGARIET verheugt is op der Aarde
en Frederica is, in sonderheit vergenoegt
mits Gods voorsienigheit sulks aldus heeft gevoegt
dat gij Heer Bruidegom ene paarl krijgt van veel waarde

Men kan een feestgesang int Twent op Wegdam horen
van Coevordens seer wijd in adeldom beroemt
en deugd so lang hun naam op aarde wordt genoemd
zijn blij twee tantens gaern, ook negge? hare oren

Een hoogadelijk Burger Heer en ridder van Jans orden
den Heer van LATTENER met sijne sielsvrienden
is ook dit huwelijk seer wonder naar den sin
mits hij sijnen boesemneef tot enen Heer siet worden

8
Die nevens hem wel haast bij de ridderschap en steden
om sijne belesenheit en goed gedrach geeert
waarbij sijn kennis is door oefening vermeert
sal eenen Erenstoel of een seer hoog amt bekleden

welaan so nadert dan gij Zutphens burgerscharen
aanschout vol lieflijkheit WILT HENDRIK met sijn Hindt
Heer AIJDSMAAS enigst spruijt van hem so liev bemint
Treed mede int Heijligdom en siet hem tsamen paren

O dat enen segenstroom, Heer Bruijgom mogt neerkomen
uijt het Hoog Heijligdom als enen morgendaauw
op uwen Sonnenberg op uw en uw mevrouw
Ja dat ene sonnebloem werd van u sand vernomen

Het geen gij in den oogst het eerst sult uijt zaaijen
Terwijl het keurig ooft, gul op de bomen gloeijt
En jonge SWANEN vroeg in Lente uitgebroeijt
So een ijder op sijn best, volneerstig is met maaijen


9.
Heer Bruijdegom om seer fraaij van lijfs gestalte en wesen
ik wensche van u werd ten eersten voortgeteelt
een welgeschapen soon, regt naar u evenbeeld
die gelijk sijn vader word, om deugd altoos gepresen

Omhelst uwe IDA nu, gij moet haar sachtjes strelen
niet soenen slegs, den mond der aangename Bruijdt
maar mits dat LAUTA segt, so veel als ene sluijt
so moogt gij ook wel somtijds den stillen orgen speelen

O bekoorlijke Bruijd, so vol bevalligheden
door enen Held geteelt, bij enen  vrissen swaen
die men naar haren tijdt nog jeugdig kan sien gaan
ik wete gij zijt vercierd met aller hande seden

Vergont mij dat ik durf Eerbiedeg mij neerbuijgen
en wenschen u geluk met uwen Bruijdegom
uijtmuntend voortgeteelt 't beste adeldom
laat ik mijne achting ook voor u o Bruijdt betuijgen

10
Ik wensch uijt s Hemels troon sal druijpen neer veel segen
op u persoon en saad seer rijkelijk en mild
en mits WILT HENDRIK goedaardig is niet wildt
verselle de eendracht is met vree, in huijs en allerwegen

wel Scheltina segt uwen naam, ANNA gij zijt bemint
ik wensche dat gij word tot grote vruchtbarheit
als enen wijnstok groen? van 's Heren hand bereit
en dat de Heere het eerst u van enen soon ontbint

Terwijlen WILT HENDERIK seer gul heeft laten varen
den dappren krijgsgod MARS waerbij hij gunste vond
om uwe kuijsche liefe die sijn hert had doorwond
so wensch ik sult gij hem ene schaar van kindren baren

Die tot ene verciering sijn, van den Broekhuijsens stam
dat AIJDSMAAS roem mag uit het graf herleven
Hope ik sal u God uijt sijnen Hemel geven
Eer gij welgesegent paar ter Bruijloft treed van het lam

11
Leeft lange vol vreugde op aard Heer Bruijgom van Broekhuijsen
God schenke u voral, naar sijne wil en raadt
tot nu van Land en kerk een regt Hoogadelijk saadt?
en moet u lichaem eens in het graf tot stof vergruijsen

so wensch ik dat u sal, een koor van Englenzegen
naardien van u nog leeft een rijken kroost
tot cieraad van u selfs en uwen stam tot troost
in den hemels Heijlig saal , voor  Jezus troon geleijen

Sulks wenscht grondhertig
uttwijs?   ?
Ootmoedich? Dienaar
Joh. Godefr. Fluk



 

 

http://genwiki.nl/gelderland/index.php?title=Van_Broeckhuysen