Archeologische vondsten uit Schettens en omgeving.

Tijdens de afgraving de terpen werden ook hier vondsten gedaan uit oude tijden. De grote terp van Schettens, waar dus de kerk op staat, werd al omstreeks 1830 afgegraven. Dit blijkt uit het opschrift op de achterkant van een bord, nu te Longerhouw. Dat maakt melding van een ringmuur, die ongetwijfeld de kerk moest beschermen, tegen de toen inmiddels flink afgegraven terp. Deze ringmuur is nog steeds aanwezig en alleen door middel van een trapbordes kun je deze 'hoogte' betreden. Door deze vroege afgraving zijn er helaas geen afbeeldingen/foto's van de vroegere situatie. Het hoogtepunt van de (commerciele) terpafgravingen moest toen nog komen welke duurde tot ongeveer de 2e wereldoorlog. Toen waren dan ook praktisch alle terpen afgegraven. Een uitzondering is Hoogebeintum, waar nog een flink deel van de (deels afgegraven) terp te zien is.

Schettens lag ideaal aan de Witmarsumervaart, die zo mooi om de terp heen 'meandert'. Dit was natuurlijk van belang om de zeer vruchtbare terpgrond af te voeren. In die tijd ging alle vervoer over het water en wegen waren alleen 's zomers enigszins toegankelijk voor zover ze er waren. De terpgrond was voor die tijd ontdekt als grondverbeteraar voor 'arme' grond elders in de provincie en het land.
Omdat de aanwezige dijken Friesland nu beschermden tegen overstromingen hadden de terpen hun beschermende functie verloren als hoogste punt in de omgeving. Hierdoor waren de terpeigenaren wel bereid om de grond voor een hoge prijs te verkopen. Vaak werden boerderijen en huizen dan ook afgebroken om alle grond af te kunnen graven. Wel zal de volgorde vaak geweest zijn dat de terp afgegraven werd zodra de boerderij vervallen was of aan vernieuwing toe was.
Alleen kerken konden dit lot meestal voorkomen doordat zij natuurlijk niet afgebroken konden worden omdat in en buiten de kerk de doden waren en werden begraven.

Wat de afgraving van de kerkterp in Schettens betreft denk ik dat dit in meerdere fase's is gebeurd. De eerste fase is waarschijnlijk de bovengenoemde afgraving uit 1830 geweest. Toen was een groot gedeelte om de kerk afgegraven omdat er sprake is van een ringmuur. Echter de buurman, De Witte, bouwde de schitterende kop-hals-romp boerderij 'pas' in 1857. Deze boerderij ligt zoveel lager dan het kerkhof, dat de voorganger van deze boerderij, ook hoger gelegen moet hebben. Pas na een afgraving zal deze boerderij herbouwd zijn.

Omstreeks 1912 vermeld het jaarboek van het Friesch Genootschap een aantal vondsten die gedaan zijn tijdens een opgraving van een terp te Schettens een aantal jaren daarvoor.  Ook rept dit verslag van een eerdere, niet volledige, afgraving. Echter dit zal betrekking hebben op de terp Bittens, net buiten Schettens, want deze vondsten zijn namelijk beschreven in het standaardwerk 'Friesland tot de elfde eeuw" van Mr. P.C.J.A. Boeles uit 1951.

De vondsten

Uit de eerste periode van de terpentijd (....) is een complete vaas.  Hieronder volgt de omschrijving uit het boek: (pagina 100)

De oudere soort onderscheidt zich door nog hoge, overdikt randige halzen, die nauwlijks uitgebogen zijn. Hiervan getuigen een vaas uit Schettens, die compleet is en een bijkans gelijke boven helft uit Hichtum II (pl. 12:1; fig. 24:3). Voorts een potje een Hartwerd. De beide eersten hebben een karakteristiek snoeroogje op de schouder, de laatste een niet minder typisch rudimentair oor, ook op de scherpe schouder.
Bij de jongere soort ontbreken oortjes en de steeds lage halzen zijn schuin naar binnen gebogen, met flink uit naar buiten gewende, verdikte randlip, die veelal door een groeflijn is onderstreept.

 In bijlage III, wordt dan vermeld: Schettens, aantal terpen=1, Inv.No. der terpen (Fries Museum)=83a, aantal vondsten=1 en de aanduiding der terp= (314?) NO.

Op pagina 529 volgt dan de toelichting bij de afbeeldingen.


XII Geometrisch versierd, proto-Fries terpenvaatwerk uit Friesland.
1. Vroege vaas, terp Schettens bij Bolsward. H (Hoogte) 20cm, inv. v.G. (Van Giffen): 1581.


--> Geometrisch versierde vaas

XXV Gladrandig Fries terpenvaatwerk, tweede terpenperiode. Uit Friesland.
....alsvoren, gesmoord:
7. Schettens, 83a:7


--> Gladrandige vaas