Aantekeningen betreffende Van Osinga

 

N. 1577. Gerrolt of Goslick van Herema, misschien dezelfde als de bovengenoemde of dienas

broeder, hetgeen moeilijk is uit te maken. Indien hij diens broeder was, studeerde deze in Juni

1565 te Leuven, huwde tweemaal en overleed 24 Sept. 1589. Bleef grietman tot 1580.

N.N. 1580. Jancke van Osinga, was de zoon van Seerp van Osinga en Jel Hermana, en eerst

gehuwd met Ebel, weduwe van Popke Wijbes Popkema, bij welke hij eenen zoon had, toen

met Tjemk Mada, dochter van Frans Aebinga van Blija, die den naam van Humalda bij

dezijnen had aangenomen, en Anna van Feitsma, bij welke hij drie kinderen had, en voor de

derde maal met Fed Haersma, zonder kinderen. Hij werd den 22 November 1580 als Grietman

aangesteld en ontving zijne commissie uit naam van den Koning van Spanje, dewijl de

Grietenij vacant was door vrijwilligen afstand van Goslick van Herema. In 1579 behoorde hij

onder de Gedeputeerden, wier benoeming door de Staten gedaan, door den Stadhouder

Rennenberg werd goedgekeurd. Hij was een van hen, die het onderling verbond tusschen de

steden en deelen, na het afschudden van het Spaansche juk in 1580, onderteekenden, en werd

in die onrustige tijden in onderscheidene Staats commissien gebruikt

N. 1580, 22 Nov. aangest. Jancke van Osinga; zijne moeder was Jel van Herema. Hij stierf 3

Juni 1583 en werd bijgezet in de kerk van Schettens.

Omstr. 1583. Seerp van Osinga, zoon van den vorige, die 25 Nov. 1589 als grietman overleed

en eveneens te Schettens werd bijgezet. Hij huwde Eelck Douwes van Hottinga, die in 1608

overleed.

1591. Sijbrand van Osinga, broeder van den vorige, komt 12 Mei van dit jaar voor. Was

dijkgraaf in 1596 en 1612 en overleed 7 Nov. 1623, waarna hij almede in de kerk te Schettens

werd bijgezet.

Verder valt op te merken, dat Wick van Ockinga, de moeder van Upco van Burmania (1664)

was. Na Upco's overlijden in 1673, hadden er bij de benoeming van zijn opvolger Tjaard van

Aylva vele kuiperijen plaats.

1596. Sijbrand van Osinga was de zoon van den voorgaanden, en gehuwd eerst met At

Aggema en later met Luts van Scheltema. Hij woonde te Schettens, op Osingastate, hetwelk

hij had laten bouwen. Hij was Dijkgraaf van de Zuiderdijken van Wonseradeel, en legde zich

zeer toe op de verbetering van den waterstaat in zijne Grietenij. Tien jaren voor zijne

benoeming als Grietman was hij reeds Volmagt ten landsdage wegens Westergoo. In 1618

ontving hij zijne commissie als lid van Gedeputeerden en volgde in die kwaliteit in 1620 de

lijkstatie van Graaf Willem Lodewijk; twee jaren later was hij lid van de Staten Generaal, en

overleed in 1625.

l624. Tjaard van Aijlva, verkozen den 16 Maart 1624, was de zoon van Epo van Aijlva en Ints

van Scheltema en bleef ongehuwd. In 1619 was hij reeds Volmagt ten landsdage wegens

Westergoo en woonde wegens Wonseradeel de lijkstatie van Willem Lodewijk bij. In 1646

werd hij Curator van de Academie te Franeker, in de plaats van zijnen neef Hobbe van

 

.