Notities bij: Thecla Maria van Aggama

Woonde te Witmarsum. Thecla was volgens 'Ommelander borgen' uit 1905, een dochter van Pieter/Petrus van Aggama, heer van Rensuma. Volgens mij is hij een broer. Thecla erfde toen Pieter overleed in 1685 Rensuma Borg van hem. In 1695 verkocht zij deze borg aan Mello Alberda.

Een van Pijbe's kleindochters, Thecla Maria van Aggema, was getrouwd met Wijbrandus de Laignier. Zij verkeerden in slechte financieele omstandigheden daar in het stemcohier van 1689 niet zij, maar hun crediteuren als eigenaars van Groot Jaerla worden opgegeven.
De oorspronkelijke Jaerla State werd na het overlijden van Minne van Eminga (in 1541) en zijn vrouw Eelck van Jaerla (in 1557) werd gerfd door hun zoon Botte, die met zijn vrouw Syts Tjaerda de state bewoonde en die na hun overlijden (omstreeks 1572) in de kerk van Wetsens werden bijgezet.
Minne, de zoon van Botte en Syts Tjaerda, bewoonde zijn vrouw Luts van Dekema de Jaerla State. Hij werd meestal aangeduid als "Minne thoe Jarla".Hij overleed in 1598. Echter op 12 februari van dat jaar heeft hij een ztestament gemaakt waain o.a. enkele bepalingen voorkomen ten voordele van zijn schoonzus Anna van Dekema die tijdens de ziekte van haar zuster (overleden in 1595) gedurende lange tijd de huishouding heeft waargenomen. Deze Anna van Dekema kreeg behalve enige roerende goederen ook een stukje land te Jellum en het recht om nog een jaar lang na zijn dood de Jaerla zate, state en landen te Wetsens gratis in gebruik te houden.
Daar hij kinderloos overleed heeft hij de eigendom der state vrij zeker vermaakt aan zijn volle neef Pijbe. In 1640 is zijn weduwe Perck van Roorda als eigenares aangeduid. Of zij er daadwerkelijk gewoond hebben is niet zeker omdat in 1608 Haio van Rinia er verblijf hield die in 1627 grietman werd van Kollumerland.
Een van Pijbe's kleindochters, Thecla Maria van Aggema, was getrouwd met Wijbrandus de Laignier. Zij verkeerden in slechte financieele omstandigheden daar in het stemcohier van 1689 niet zij, maar hun crediteuren als eigenaars van Groot Jaerla worden opgegeven.

Het enige dat ons nu nog aan de Jaerla State herinnert is, behalve de vroegere ligging, een vaart bij Wetsens genaamd het Jellegat ofwel Jarlagat ofwel Jarlasloot en een weg in Wetsens, de Jaerlawei.